Zondag 25/08/2019

mode

De stropdas: dragen of dumpen?

Marlene Dietrich, Quentin Tarantino in 'Reservoir Dogs' en Frank Sinatra. Beeld Gijs Kast

Op de catwalk maakt hij dit seizoen een opvallende comeback. Of u dat nu leuk vindt of niet, de das is weer helemaal in. Wij doken in de geschiedenis van het kleinood en praatten met voor- én tegenstanders.

De das. Weinig kledingstukken zijn zo geliefd en tegelijk zo gecontesteerd als dat langwerpige stukje stof. Je hebt rabiate tegenstanders, maar net zo goed mannen die zonder de deur niet uit willen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de mythes die er de ronde over doen. Volgens sommigen is de das het vestimentaire symbool bij uitstek voor een ongezonde portie machismo: het puntige uiteinde zou de blik van de toeschouwer naar de genitaliën van de drager richten.

Anderen zien het onschuldiger en beweren dat het er in de eerste plaats om draait voor wat kleur te zorgen bij de doorgaans donkere pakken en witte hemden. Of ze argumenteren simpelweg dat een das de knoopjes van het hemd aan het zicht moet onttrekken. Wat er ook van zij, de das is aan een stevige comeback bezig. Dit seizoen is hij ontegensprekelijk aanwezig bij onder meer Prada, Armani, Ralph Lauren, Hermès, Versace en Canali. Bij Ermenegildo Zegna droegen sommige modellen er zelfs twee tegelijk, kwestie van ook aan de slechte verstaanders duidelijk te maken dat je deze winter er maar best eentje (of meer) aanschaft.

Rock-’n-roll

Volgens de legende heeft de das zijn oorsprong in het huidige Kroatië. In de zeventiende eeuw zouden vrouwen er hun sjaal hebben meegegeven aan hun man die naar de oorlog vertrok. De soldaten, vaak huurlingen van de Franse koning Lodewijk XIII, bonden die rond hun nek als aandenken aan de achtergebleven geliefde.

Het woord cravate zou volgens die theorie zijn afgeleid van het woord Kroaat, al zijn niet alle historici het daarmee eens. Hoe dan ook, de das wordt een mode-item in de betere Parijse kringen. Nadat koning Charles II de kravat introduceert aan het Engelse hof, is het langwerpige stukje stof voorgoed op de kaart gezet.

De huidige vorm wordt toegeschreven aan de New Yorkse kleermaker Jesse Langsdorf, die in 1926 een das uit drie delen samenstelde die schuin op de weefstructuur werd geknipt, wat voor meer elasticiteit zorgde. Sindsdien is de das een essentieel onderdeel van de formeel geklede stijl, met dank aan een aantal iconen uit de film- en muziekcultuur. Cary Grant ging, zo wil de legende, nooit de deur uit zonder een perfect geknoopte das. De man werd de vaandeldrager van de monochrome plastron en zette zo de toon voor een heel leger van volgers.

Ook Paul Newman was een van die iconen die de das nieuw leven inblies. De acteur was, zeker in zijn latere jaren, een groot voorstander van exemplaren met opvallende prints en bewees daarmee dat je met een das ook very funky uit de hoek kunt komen. Frank Sinatra zorgde in de jaren vijftig dan weer voor een kleine revolutie door zijn das losjes te knopen, in tegenstelling tot de strak geknoopte exemplaren die toen bon ton waren.

En wat te denken van de jonge Beatles? Manager Brian Epstein transformeerde de in leer gehulde moptops in stylish gentlemen en bewees zo dat een das en rock-’n-roll perfect samengaan. Een wijsheid die nadien vlekkeloos werd overgenomen door fijne luitjes als de Blues Brothers, de bandleden van Blondie – zie de hoes van album
Parallel Lines – en Billy Joel, die op meer dan één album een stevige zwarte das droeg.

Zelfs de tegen de schenen van het establishment schoppende Patti Smith droeg er een op de cover van haar debuutplaat – weliswaar een ongeknoopt exemplaar, maar toch. Het was overigens Marlene Dietrich die in de jaren dertig al bewezen had dat vrouwen niet alleen wegkwamen met een das, maar er ook nog eens bijzonder sexy mee voor de dag konden komen. Maar het hoogtepunt van de das in de populaire cultuur kwam er begin jaren negentig, toen Quentin Tarantino de protagonisten in zijn Reservoir Dogs stuk voor stuk in een smetteloos zwart pak, inclusief perfect geknoopte das, uitdoste.

De dassenbibliotheek

Wat maakt een das nu zo fijn om te dragen? We vroegen het aan twee liefhebbers. Jean-Christophe (43) is communicatiedirecteur, hij gaat amper de deur uit zonder das: “Ik ben een das beginnen te dragen tijdens een van mijn eerste stages. In die organisatie hadden ze de gewoonte om casual fridays te organiseren. Op een dag was ik blijkbaar iets té casual gekleed en kreeg iedereen een lijst met kledingvoorschriften in zijn mailbox. Die waren redelijk strikt: een tweedelig pak met hemd en das bleek verplicht, maar er werd niets gezegd over de kleur ervan. De meeste collega’s droegen antracietkleurige of donkerblauwe pakken, maar dat wilde ik echt niet. Het mocht wat extravaganter voor mij. Op mijn huidige werkplek is er geen dresscode, maar toch ga ik elke dag met plezier in pak mét das naar kantoor. Ook buiten het werk draag ik ze, bijvoorbeeld als ik met mijn vrouw iets ga eten. Tegenwoordig dragen steeds minder mannen een das, net daarom vind ik het leuk om er wél een aan te doen.

“Mijn look is een beetje extravagant, altijd met een twist. Ik hou er enorm van om mooie combinaties samen te stellen. Daarom ga ik geregeld op zoek naar vintage dassen. In de jaren veertig bijvoorbeeld werden er echt ongelofelijk mooie dassen en stoffen gemaakt. In vintage- en kringloopwinkels zie je bakken vol met fantastische dassen die vaak niet meer dan een euro kosten. Ik combineer die dan met een hedendaags pak, wat echt heel goed werkt.

“Ik heb ongeveer veertig dassen, wat ik zelf niet zo veel vind. Maar sinds een maand of twee wissel ik er ook uit met een vriend. Zo gaan we op zoek naar mooie vintage exemplaren en die komen dan in onze dassenbibliotheek terecht. Het heeft wel iets om samen unieke dassen te spotten. Weet je, zo’n vintage stuk heeft geleefd, er zit een verhaal aan, net dat maakt het zo mooi.”

Harvey Keitel in 'Reservoir Dog's en Patti Smith. Beeld Gijs Kast

Wesley (32) is leerkracht in het secundair onderwijs en heeft met Rebel de Bruxel zijn eigen modeblog. Ook hij is een grote fan van de das. “Ik ben vijf jaar geleden een das beginnen te dragen. Ik heb toen Pierre Degand (Brussels boetiekeigenaar, red.) ontmoet en hij heeft dat echt gestimuleerd bij mij. Ik ging pakken dragen en een das hoorde daar uiteraard bij. Wanneer je je opkleedt, straal je uit dat je er volop voor wilt gaan. Dat vind ik fijn. Ik sta nooit zonder das voor de klas en daar voel ik me ontzettend goed bij. Is er eens een buitenschoolse activiteit waar het er wat sportiever aan toe gaat, dan schrikken mijn leerlingen echt omdat ik er geen draag. Een das wekt hun interesse op, heb ik al gemerkt. Het gebeurt zelfs dat ik tegen het einde van het schooljaar, wanneer ze voor hun eindpresentatie netjes voor de dag willen komen, mijn mannelijke leerlingen tijdens de lunchpauze aanleer hoe ze een das moeten knopen.

“In die acht jaar dat ik lesgeef heb ik welgeteld twee leerkrachten ontmoet die nog een das dragen. Dat vind ik best jammer. Al ben ik zeker niet de meest autoritaire leerkracht, een das dwingt nog altijd een zeker respect af. Ook op zaterdag, wanneer ik op stap ga voor mijn blog, draag ik er een. Het hoort er gewoon bij. Enkel op zondag of wanneer ik met vakantie ben, zal ik me wat meer casual kleden.

“Ik dweep met de piekfijn uitgedoste sterren uit de jaren vijftig en zestig, daar haal ik echt inspiratie uit. Cary Grant bijvoorbeeld vind ik fantastisch. Ook Alain Delon en andere sterren uit de Franse film zijn voorbeelden. En niet te vergeten: een klassiek geklede royal zoals de Prince of Wales.

“Ik draag vooral nieuwe dassen, ik denk dat ik er zo’n zeventig bezit. Ik heb een grote voorliefde voor de tricotdas: die geweven dassen zijn sober en versatiel, je kunt ze echt met veel combineren. En ze springen eruit op een discrete manier. Wat mooi is: door mijn modeblog heb ik al de kans gekregen om in Milaan enkele dassenateliers te bezoeken. Fantastisch was dat.”

Dwangbuis

Voor elke liefhebber zijn er evenveel tegenstanders te vinden, zo bleek uit een kleine rondvraag. Pieter (35) is bakker. Hij heeft een hekel aan de stropdas. “Mijn vader was advocaat en elke keer hij naar de rechtbank ging, zag ik hem ritueel zijn das knopen. Ik vond dat toen al niets. Op school werd er van ons verwacht dat we voor het mondeling examen een das droegen en dat was echt een ramp. Ik vind zo’n das heel beklemmend, het geeft me het het idee dat ik in een dwangbuis zit. Het is ook een totaal overbodig kledingstuk, vind ik. Het heeft iets heel zakelijks of het is iets voor verkopers, veel te formeel. Geloof het of niet, maar op mijn trouwfeest heb ik voor de foto toch een das aangetrokken. Mijn schoonmoeder stond erop en voor de lieve vrede heb ik toegestemd. Maar als het aan mij had gelegen, was ik bij wijze van spreken in korte broek en hemd getrouwd. Ik hou gewoon niet van stijvigheid.”

En net dat maakt de das zo interessant: geen enkel mannelijk kledingstuk kent zulke voor- en tegenstanders. En voor alle duidelijkheid: niets hoeft, ook al bazuinen de stijlbijbels rond dat de das weer incontournabel is geworden. Maar wie daarentegen van dassen houdt, heeft deze winter echt iets om naar uit te kijken. Of zoals Oscar Wilde ooit zei: “Een goed geknoopte das is de eerste belangrijke stap in uw leven.” Wie zijn wij om dat tegen te spreken?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden