Zondag 23/02/2020

Interview

De scholieren uit ‘100 dagen’: ‘De wereld is nog meer naar de kloten dan we al denken’

'Wij zijn de eerste generatie die zo duidelijk ziet hoe fucked up de wereld is.'Beeld Diego Franssens

Er is de Oost-Vlaming Hannes Simoens, die aan zijn depressie een sterk relativeringsvermogen en een voorliefde voor tuinieren overhield. De Leuvense Sarah Bekambo, de belichaming van het verlangen naar een betere toekomst. En Anuna De Wever, die inleiding noch krans behoeft. Zij zijn drie van de tien jongeren uit ‘100 dagen’, de Eén-docureeks die een generatieportret schetst aan de hand van het oer-Vlaamse overgangsritueel van de 100 dagen, het afscheid van de middelbare school. 

We hebben afgesproken in een Antwerpse koffiebar, en Anuna De Wever is net terug van haar veelbesproken bootreis naar Zuid-Amerika. Voor een warm welkom zorgt acteur Tom Van Dyck, die toevallig wat verderop zit en Anuna af en toe – ‘Keep up the good work!’ – twee duimen toont. En die Hannes een iconische schaterlach laat horen, als die tijdens het interview plots Alain Vandam van ‘Het eiland’ meent te herkennen.

Ik kwam in ‘100 dagen’ nog niet te weten of jullie de 100 dagen, of Chrysostomos, ook zelf hebben gevierd.

Anuna De Wever: “Ik ben wel gaan feesten, maar buiten de school om. Het gedoe van de 100 dagen – je verkleden, een show brengen, de school kapotmaken... – haat ik oprecht. Op vrijdag, het zogenaamde hoogtepunt van de week, was ik trouwens afwezig – ik zat toen bij de Europese Commissie.”

De school kapotmaken?

Anuna: “Alles vuilmaken, de jongere leerlingen belachelijk maken: dat is toch de bedoeling? Nu, ik snap het concept, maar ik voelde niet de behoefte om mee te doen.”

Sarah Bekambo: “Veel jongeren willen in de week van Chrysostomos gewoon eens dronken in de les zitten. Dat is minder mijn ding, ik wilde liever mijn degout voor het schoolsysteem luidkeels uiten (lacht). Om mijn leerkrachten eindelijk eens te zeggen wat al jaren op mijn lever ligt. ‘Beseffen jullie hoeveel toetsen en taken jullie ons geven? En dat jullie ons de school doen haten? Ik kan niet wachten tot ik hier weg ben.’ Een middenvinger naar de regels.”

Goeie reacties op gekregen?

Sarah (lacht): “Sommige leerkrachten begrepen het, maar uiteraard niet allemaal.

“Samen met een paar vrienden heb ik bijvoorbeeld een diss track gemaakt, een rapliedje waarin we op karikaturale wijze zeiden wat we van de school en de leerkrachten vonden. We brachten het voor de hele school en dat is hier en daar in het verkeerde keelgat geschoten. Terecht, want achteraf gezien hebben we misschien overdreven. Maar hoe gaat dat? In beperkte kring vind je het liedje ontzettend grappig. Pas als je het aan de buitenwereld laat horen, heb je door: misschien had ik het beleefder moeten zeggen. Of beter: helemaal níét.”

Hannes Simoens: “Ik heb Chrysostomos helemaal niet gevierd. Ik lag toen erg depressief in mijn bed.”

Was je er graag bij geweest als je je beter had gevoeld?

Hannes: “Nee. Het interesseert me niet. Geen fuck. De school kan me gestolen worden, en alles wat erbij komt.”

Dat hebben jullie met elkaar gemeen. In ‘100 dagen’ zegt Anuna: ‘Op school moeten zitten is de ergste sanctie denkbaar.’

Anuna: “Ik heb enorm veel tijd verspild in het middelbaar. Dat geldt voor élke jongere, denk ik. Veel van wat ze ons leren, is totaal niet meer up-to-date. En er zit veel bullshit bij. De meeste vakken hebben niets met de wereld van vandaag te maken – eigenlijk vond ik alleen geschiedenis interessant en nuttig.”

Stel dat jullie minister van Onderwijs zijn: hoe zouden jullie de middelbare school beter en nuttiger organiseren?

Anuna: “Vooral door de Scandinavische aanpak te volgen: daar werken ze meer op lange termijn, en vaak met projecten. Ik heb op school zes jaar lang Frans geleerd, en ik kon nog altijd geen deftig gesprek voeren. Maar nu ben ik vier maanden onderweg geweest met een Franse vriendin en gaat het wél vlot.”

Sarah: “Ons onderwijssysteem stamt bij wijze van spreken nog uit de industriële revolutie. Maar we zijn nu drie revoluties verder en er is niets veranderd. Dom voorbeeld: we leven in een digitale maatschappij, maar ik heb leerkrachten informatica gehad die niet kunnen programmeren en niet eens deftig Excel en Word kunnen gebruiken.

“Ik heb ooit ergens gelezen dat scholieren als vissen zijn die beoordeeld worden op hoe goed ze in een boom kunnen klimmen. We moeten veel dingen leren die niet in de lijn van onze capaciteiten liggen. En op wat we wél goed kunnen, worden we vaak niet beoordeeld. Dan ga je vanzelf denken dat je superdom bent.”

Jullie zijn inmiddels 18 en 19, en scholier af. Zijn jullie nu volwassen?

Hannes: “Je bent pas volwassen als je jezelf kunt onderhouden. Als je in je eigen huis woont, je eigen maaltijden kunt koken en alles zelf regelt, tot je belastingaangifte toe. Alle kotstudenten die in het weekend naar mama en papa gaan, zijn geen volwassenen.”

Sarah: “Volgens mij begint het als je ouders jou om advies vragen, in plaats van omgekeerd. Mijn ouders weten dat ik superhard met politiek bezig ben en vragen me nu soms: ‘Op wie zou ik volgens jou moeten stemmen?’ De eerste keer vond ik dat heel straf. Wow! Jullie beschouwen me echt als een intellectuele gelijke op dat vlak? Ik ben voor jullie niet meer het kind dat alleen bezig is met ‘Dora the Explorer’?”

Anuna: “Ongeveer een jaar geleden besefte ik dat zelfs volwassenen geen volwassenen zijn. Ouders, ooms en tantes, politici, wereldleiders: iederéén leert elke dag bij, niemand stopt ooit met opgroeien.”

Als lid van de gemeenschap der volwassenen kan ik bevestigen: het is een leven lang aanmodderen.

Hannes: “Níémand heeft een idee wat hij of zij aan het doen is. Alles is fake.”

Wat doe je eraan?

Hannes: “Zoveel mogelijk écht proberen te zijn.”

Maar hoe?

Sarah: “Door jezelf een spiegel voor te houden. Als je te veel op de sociale media focust, zie je vooral het negatieve. Dat heb ik ook als ik naar mijn ouders kijk. Ik zie in de eerste plaats hun negatieve kanten en dus, omdat ik bij wijze van spreken een mix van mijn ouders ben, ook die van mezelf. Ik wil mezelf loskoppelen van hen en mijn eigen persoon zijn. Daarom denk ik vaak: wat kan ik aan mezelf veranderen? Wat kan beter? Hoe kan ik groeien? Alleen wie real met zichzelf is, kan ook real zijn tegenover anderen.”

Hannes Simoens: ‘Ik zou later met mijn kinderen veel meer ­reizen, en veel goedkoper. En als ze 18 zijn, zeg ik: ‘Ga naar het buitenland, zoek je eigen weg!’’ Beeld Diego Franssens

Ik neem de spiegel van Sarah even over: wat willen jullie aan jezelf veranderen? Wat kan beter?

Sarah: “Ik ben een enorme uitsteller. Dat moet veranderen.”

Anuna: “Als ik met mensen praat die het niet met me eens zijn, denk ik te snel: oké, hier wil ik geen tijd aan verspillen, ik hoef niet met jou te praten. Ik krijg veel weerstand door mijn klimaatacties. Op dit moment trek ik me daar niets van aan en dat is in zekere zin een voordeel, maar ik begin stilaan te denken dat het belangrijk is dat ik dat wél doe. Pas dan kan ik echt luisteren naar de mensen, en dus echt iets veranderen.”

Hannes (blaast): “Ik weet niet wat ik doe, wat ik wil doen en wat ik aan mezelf wil verbeteren. Ik denk daar niet over na. Ik ben wie ik momenteel ben, en ik zie wel waar het leven me brengt.”

Sarah heeft wél een vastomlijnd doel voor ogen. Het is al lang je droom om rechten te studeren aan Harvard.

Sarah (lacht): “Toen ik klein was, keken mijn familie en ik altijd naar ‘The Fresh Prince of Bel-Air’, die serie met Will Smith. Ik keek toen zwaar op naar Uncle Phil, ik beschouwde hem als mijn tweede vader. Hij was advocaat, maar ook activist. Rijk, maar gepassioneerd. En nog altijd die vrijheidsstrijder van vroeger. Ik vond beide kanten aantrekkelijk, dus ik dacht: ik moet rechten studeren.”

Maar waarom Harvard? Uncle Phil kwam van Princeton.

Sarah: “Ik wilde al naar Harvard vóór ik goed wist waarom. Pas later besefte ik dat de filosofie en de sfeer daar perfect bij mijn eigen visie aansluiten. Ik sprak er ooit met een dude die zei dat hij in Harvard binnen was geraakt nadat hij in zijn motivatiebrief had opgesomd wat er mis is met het systeem én met die universiteit. Dat kon en dat mocht. Dat vond ik zo graaf. Toen wist ik: dat is mijn universiteit.”

WANDELEND LIJK

Welke kinderdromen rijmen niet meer met wie jullie nu zijn?

Anuna: “Ik droomde er vroeger van een jurist bij een groot bedrijf te worden, een corporate lawyer (lachje). Elke dag in pak naar het werk. (Schamper) Toen dacht ik nog: die advocaten helpen mensen die het nodig hebben. Intussen weet ik: corporate lawyers helpen alleen grote bedrijven om hen nóg meer geld te laten verdienen. Degoutant. Sindsdien ben ik vooral geïnteresseerd in mensenrechten, dat is nog meer mijn ding dan de klimaatzaak. Dit jaar ben ik met nog te veel andere dingen bezig, maar volgend jaar wil ik Social Sciences studeren aan de VUB.”

Hannes, jij hebt nu een sabbatjaar. Je wilde dat gebruiken om op zoek te gaan naar je passie. Heb je daar al zicht op?

Hannes: “Ik weet nu dat ik vooral bijleer door te reizen. Eén van mijn beste ervaringen heb ik in Spanje gehad. Ik kwam er terecht bij twee Nederlanders die op een heuveltop, op minstens zes kilometer van elke vorm van beschaving, in een joert wonen. Ze bouwen er huizen met klei en ik heb hen een tijdje geholpen. Ik heb er enorm veel gewerkt, en bij momenten was het bijzonder hard. Maar tegelijk had ik al sinds mijn 10de niet meer zo weinig stress ervaren als daar en toen.

“Zoveel mensen studeren af op hun 23ste, ze beginnen te werken, kopen een huis en rijden zich helemaal vast. Het is interessant om te zien dat er ook ándere manieren van leven bestaan. In Frankrijk heb ik ook een tijdje geholpen bij de druivenoogst. Een middagmaal duurde daar dríé uur, met veel volk aan een grote tafel – en maar praten en genieten. We hoeven niet allemaal mee te gaan in de drukte en de stress van de westerse wereld. Je kunt ook een leven leiden dat beter bij je past, maar je moet er wel naar willen zoeken.”

Blijven jullie later in België wonen?

Hannes: “Ik denk het niet.”

Sarah: “Dat is niet het plan, maar zeg nooit nooit.”

Anuna: “Ik verhuis later sowieso naar IJsland. Da’s al beslist.”

Sarah: “Echt? Ik vond het daar eigenlijk niet zo tof.”

Hannes: “Mooi land, maar zo leeg! Ik weet ook niet of ik me daar ooit thuis zou kunnen voelen.”

Anuna: “Maar mannekes! Om te beginnen is IJsland het allermooiste land ter wereld. Het is er ook lekker koud, en dat komt goed uit, want zoals jullie weten: the world is burning. Alles is daar bovendien supermodern. En vooral: de Scandinavische landen staan mijlenver voor op de rest van de wereld. Op letterlijk élk vlak, van de klimaatzaak tot mensenrechten. Ik ben ook geobsedeerd door bergen. Toen ik onlangs in Colombia was, heb ik zelfs een kleine berg op mijn hand laten tatoeëren. Het is helaas een heel lelijk bergje, zoals je kunt zien. Tip: laat nóóit een tattoo in Colombia zetten (lachje).

“Het is daar in IJsland wel de helft van het jaar donker.”

Hannes: “Ik hoor het: ik zou daar redelijk snel opnieuw depressief worden.”

Sarah Bekambo: ‘Ik ben al op straat aan-gesproken door iemand die een foto met mij wilde. Ik was bijna gechoqueerd – de eerste aflevering was net op tv geweest, en daarin kwam ik amper voor.’Beeld Diego Franssens

Hannes, in ‘100 dagen’ komt de oorzaak van je depressie niet aan bod, maar het is begonnen toen je 16 was.

Hannes: “Tijdens de laatste examenperiode van het vierde middelbaar. Ik ben toen in het ziekenhuis beland met een klaplong. Omdat die maar niet open bleek te gaan, vermoedde men dat ik ook een longontsteking had. Waarna ik ben overgebracht naar het UZ Gent, waar ik vrijwel direct op de afdeling intensieve zorgen ben beland. Daar hebben ze ontdekt dat er een agressieve schimmel op mijn long zat. Een zeer zeldzame ziekte, en naar het schijnt ben ik één van de jongste patiënten die dat ooit in België heeft gehad.

”Ik kreeg te horen dat er maar één geneesmiddel voor bestond, met een waslijst aan mogelijke neveneffecten: je kon van dat medicijn eigenlijk elke andere ziekte krijgen. Ik heb het zes maanden genomen, en de eerste twee dagen was ik aan het hallucineren in mijn kamer: ik zag alles blauw. Voorts mocht ik tussen negen en elf uur, zowel ’s ochtends als ’s avonds, niets eten. En als ik buitenkwam en de zon scheen, had ik na een kwartier brandwonden van de tweede graad. Zelfs als ik me had ingesmeerd, raakte ik verbrand.”

Was er dan geen onschuldiger geneesmiddel voorhanden?

Hannes: “Ja, maar dat hebben ze me toen niet verteld. Ze hebben me volgespoten met dat vergif, terwijl ze maar al te goed wisten dat er ook een geneesmiddel bestond dat nauwelijks bijwerkingen veroorzaakt. Maar omdat dat duurder is voor de overheid, en daarom maar in heel uitzonderlijke omstandigheden voorgeschreven mag worden, hebben ze me voorgelogen. Pure maffia. Nochtans was het duidelijk dat het slecht met mij dreigde af te lopen.

“Het is die traumatische ervaring die me een eerste keer depressief heeft gemaakt, in de winter daarna. Ook al omdat mijn huid amper zonlicht zag. Het is daarna even beter gegaan, ook omdat ik naar een betere, minder strikte school ging. Maar vorige winter ging het weer bergaf en heb ik een paar weken doorgebracht in een instelling – nu ja, eerder een soort jeugdzorgtehuis. Daar heb ik wel rust gevonden en ben ik gaandeweg beter geworden.”

Hoe voel je je nu?

Hannes: “Goed. Ik was wel bang dat ik me deze winter opnieuw zo fucked ging voelen. Maar ’t gaat goed.”

Heb je je depressie overwonnen, denk je?

Hannes: “Ik heb ze weten te accepteren, dat is al veel. Ooit opnieuw 100 procent gelukkig zijn is moeilijk. Maar ik ben op weg.”

Hoor je vaak onzin over depressies?

Hannes: “Soms, en vooral van oudere mensen. Ze kunnen zoiets vaak geen plaats geven, omdat die aandoening vroeger vaak niet bij naam werd genoemd. Dat geldt ook voor burn-outs: vroeger was je gewoon oververmoeid en moest je je niet aanstellen.

“Veel mensen begrijpen niet dat je je niet zomaar slecht voelt als je een depressie hebt. Nee, je bent helemaal léég. Een wandelend lijk. Heel raar.”

Mochten jullie ooit kinderen krijgen, hoe anders zouden jullie die opvoeden?

Hannes: “Hélemaal anders. Ik zou met mijn kinderen veel meer reizen, en veel goedkoper. En als ze 18 zijn, zeg ik: ‘Fuck off, ga naar het buitenland, zoek je eigen weg!’ Maar ik weet niet of ik ooit kinderen wíl.”

Anuna: “Ik wil géén kinderen, daar ben ik 100 procent zeker van. Maar ik ben heel tevreden over mijn eigen opvoeding. Mijn ouders hebben veel met ons gereisd – bijvoorbeeld door Afrika. En níét om daar twee weken in een resort te zitten, hè. Ze hebben mijn tweelingzus, mijn grote zus en mezelf opgevoed tot kritische, ruimdenkende en superzelfstandige mensen.”

‘Vroeger voelde ik me niet begrepen door mijn ouders,’ zegt Sarah in ‘100 dagen’.

Hannes (citeert Sarah): “‘Als ik thuis zou zeggen: ‘Ik ben lesbisch’... The door!’ (lacht)

Sarah: “Mijn ouders zijn altijd van hun eigen visie uitgegaan. Ik was vroeger bijvoorbeeld zo’n kind dat niet kon stilzitten. Maar in plaats van me naar de dansles te sturen, zeiden ze: ‘Leer jij maar klassieke gitaar spelen.’ En: ‘Ha, Sarah is een teamspeler? Dan mag ze leren tennissen.’ Een sport waarbij je alles alleen doet. Dat is allemaal niet zo erg, en ik vind tennis en gitaar achteraf gezien wel super, maar er zijn wellicht andere disciplines waarin ik mijn talenten beter had kunnen ontwikkelen.”

Ik vond de scènes in ‘100 dagen’ met jou en je moeder wel erg liefdevol.

Sarah: “Ik hou van mijn ouders, hè. En ik zou mijn kinderen deels ook zo opvoeden. Niet alles was slecht. Ze waren streng, maar achteraf bekeken was dat dikwijls een goede zaak. Vroeger had ik een enorm grote mond, en als ze me daar niet constant op hadden gewezen, zou ik nog te pas en te onpas durven te vloeken: ‘Fuck! Shit!’ Ze hebben me geleerd hoe ik kan functioneren in de maatschappij.”

Anuna (tot Sarah): “Zijn je ouders ook open-minded?”

Sarah: “Ze zijn... conservatief. En dat is niet per se negatief. Ze hebben hun normen en waarden, en ze houden zich daaraan. Debatteren is bij mij thuis dé manier om over issues te praten. Eén van mijn vrienden is op een gegeven moment uit de kast gekomen. Toen ik dat thuis vertelde, was hun eerste reactie: ‘Die komt hier niet meer binnen.’ Ik had kunnen roepen: ‘Het is 2020! Jullie moeten met je tijd meegaan!’ Maar dat zou niets opgeleverd hebben. Ze luisteren wél naar goedgekozen, doordachte argumenten. Maar goed, elke mens is een mens en ze blijven gastvrij, hoor.”

Welke argumenten gebruik je dan?

Sarah: “Mijn ouders en broers zijn wetenschappers: dan gebruik ik quotes van Albert Einstein, Stephen Hawking en Bill Gates om mijn punt te maken. Wij zijn ook heel gelovig, dus pluk ik uitspraken uit de Bijbel. De discussies die wij bij het avondeten hebben! Je vraagt: ‘Hoe gaat het?’ En meteen daarna gaat het over Hitler, en Leopold II en Congo. Het is soms heel vermoeiend om bij mij thuis te wonen (lacht).”

GRAPPIGE DRIES

Wie, behalve Anuna, is weleens op een klimaatbetoging geweest?

Hannes: “Ik, op de allereerste. Daarna kon ik niet meer gaan door mijn depressie. Maar die eerste was cool: alle aanwezigen waren superalternatief en real. Ik zag in de verslagen van de latere betogingen wel dat er steeds meer mensen bij liepen die gewoon een dagje wilden spijbelen.”

Anuna: “Nee. Als je een dag wilt spijbelen, kun je zéggen dat je naar de mars gaat en toch iets anders gaan doen. Op het hoogtepunt waren er veertigduizend deelnemers: het is sowieso duidelijk dat superveel mensen verandering willen. Alles samen hebben we met honderdduizenden in heel België betoogd.”

Hannes: “Maar ik zou niet zeggen dat die allemaal standvastig achter de zaak staan.”

Anuna: “Het is net andersom. Er zijn veel méér mensen die erachter staan, maar ze komen niet allemaal op straat.

“We hebben intussen al zoveel bereikt. In Europa is er nu de Green New Deal, die er alleen is gekomen omdat er zo gigantisch veel klimaatbetogingen zijn geweest. Ik ben daar zo trots op! Intussen zijn onze marsen niet meer zo groot: de volgende is op 7 februari en ik zal het al leuk vinden als er vijfduizend mensen zijn. Maar dat boeit me niet, ik ben op het punt gekomen dat ik alleen nog naar mijn eigen rol kijk. Over tien jaar zal iederéén beseffen: ‘Fuck! We hadden veel vroeger in actie moeten komen!’ Maar ik zal dan tenminste geen last hebben van een schuldgevoel. Ik zal alles gedaan hebben wat ik had kunnen doen.”

Wat maakt jullie kwaad, behalve wat jullie op de middelbare school leren?

Anuna: “Onverschilligheid. Er zijn enorm veel mensen met problemen, de wereld heeft pijn. Zelf heb ik een goed gezin, een warme thuis, alles wat ik nodig heb – ik ben met andere woorden zo geprivilegieerd dat ik het als een verantwoordelijkheid zie om te knokken voor de mensen die niet dezelfde kansen gekregen hebben. Maar als ik dan praat met mensen die zeggen dat het hun allemaal niets kan schelen, word ik zot. Of mensen die op Facebook een artikel lezen over verhongerende kinderen in Jemen, reageren met een droevige emoji en dan denken dat ze hun deel gedaan hebben: daar word ik zo mottig van!”

Sarah: “En stereotypes! ‘Yo, je hebt kort haar. Wil dat dan zeggen dat je lesbisch bent?’ (kreunt)

Anuna: “Same! Same!

Nog iets?

Hannes: “Kapitalisme haat ik ook. Geld, en hoe ermee wordt omgegaan. En de fucking oneerlijke verdeling ervan. Zeven families bezitten de helft van al het geld in de wereld, en dat staat nog grotendeels ergens vast ook. Miljarden en miljarden die niet gebruikt worden.

“Ik denk dat wij de eerste generatie zijn die zo duidelijk begint in te zien hoe fucked up de wereld is.”

Toch blijkt uit onderzoek, enquêtes en exitpolls vaak dat de jeugd heel conservatief is.

Anuna: “Ja, maar dat komt vooral door al dat fake news. Ik heb met veel jongeren gepraat die op Vlaams Belang hebben gestemd. Vaak hoor je dan vertwijfeling: ‘Ik heb ook maar op Dries Van Langenhove gestemd omdat ik hem zo’n grappige gast vind.’ De democratie verkeert in chaos, niemand weet nog waar de partijen voor staan. Veel mensen en jongeren stemmen op een populistisch niveau: leuke quotes, memes, televisiebekendheid, die dingen. Maar dat betekent niet dat ze écht conservatief of extreemrechts denken.

“Volgens mij beseffen veel mensen niet hoe erg het allemaal is. Als ze die vluchtelingen echt zouden zien verdrinken in de oceaan, zouden ze daar op Facebook en Twitter geen grove commentaren op geven. Maar omdat het zo ver van ons bed is, en omdat er zoveel fake news is, doen mensen dat wel. (Stil) Ik hóóp dat het daaraan ligt.”

Op wie hebben jullie gestemd?

Sarah: “Ik ga eerlijk zijn: ik heb bij de laatste verkiezingen gestemd op de partij en de persoon die me het minst tegenstonden. Terwijl het eigenlijk de partij zou moeten zijn die ik de beste vind.

“Een vriendin van mij is tegen abortus. Dus wat doet ze? Ze stemt voor de enige partij die dat standpunt nog in haar programma heeft: Vlaams Belang. Ook al is ze het helemaal niet eens met hun standpunt over migratie, bijvoorbeeld. De mensen weten niet altijd voor wie of waarvoor ze stemmen.”

Anuna: “Mensen zeggen: ‘Ik ben de politiek beu.’ Ik snap dat. Maar politici bepalen wel het beleid, zij máken de maatschappij. Als we daar invloed op willen uitoefenen, moeten we ons engageren.”

In vergelijking daarmee een stuitend banale vraag, maar hebben jullie hobby’s?

Hannes: “Skateboarden, snowboarden, kunst, muziek maken, naar muziek luisteren, in de tuin werken en chillen.”

Anuna, hoe verdrijf je de dode momenten als je een paar maanden op een boot doorbrengt?

Anuna: “Ik heb vooral mijn kennis bijgespijkerd. Bijvoorbeeld door ‘Donuteconomie’ van Kate Raworth te lezen, waarin ze het economische systeem ter discussie stelt. En voor de rest heb ik superveel naar muziek geluisterd. Vooral naar NF, die fantastische nummers maakt.”

Sarah: “Wow, pluspunten voor Anuna! Ik vind NF ook geweldig, maar ik ken verder niemand die zijn muziek echt kent. Nochtans is hij echt lit.

Hannes: “Nooit van gehoord. Wat voor genre is dat?”

Sarah: “Emotional rap.”

Anuna: “Hij is ook depressief. Zijn mama is gestorven aan een verslaving, en daar rapt en zingt hij over. Altijd bijzonder herkenbaar, ook voor mensen die in een compleet andere situatie zitten.”

Hannes zegt in ‘100 dagen’ dat zijn vrienden enorm belangrijk voor hem zijn. Welke eisen stellen jullie aan de vriendschap?

Hannes: “Weet ik veel. (Kreunt) Dat zijn van die vragen die ze je op een godsdiensttoets voorschotelen: ‘Wanneer wordt kameraadschap vriendschap?’ en andere blabla. Maakt het uit welke eisen ik aan de vriendschap stel? Je gaat met mensen om, en in bepaalde periodes meer met de ene dan met de andere. Van de ene leer je dit, van de andere dat. Soms heb je meer nood om die te zien, dan weer om die te zien. Maar om daar een label op te plakken?

”Mag ik nog iets antwoorden op je vraag van daarnet? Ik denk namelijk dat de wereld nog méér naar de kloten is dan we nu al denken. Er zal nog iets ontploffen in het systeem, eerder vroeg dan laat.”

Anuna: “Maar er is nu toch al van alles aan het ontploffen? Half Australië staat in brand, de helft van het Amazonewoud, onze oceanen zijn compleet vervuild...”

Hannes: “Ik bedoel: nóg veel erger. Geen kernoorlog of zo, maar iets onvoorspelbaars, waarvan we ons het bestaan niet eens kunnen inbeelden.”

Kregen jullie al veel reacties op ‘100 dagen’?

Sarah: “Ik ben al op straat aangesproken door iemand die een foto met mij wilde. Heel vreemd. Ik was bijna gechoqueerd – de eerste aflevering was net op tv geweest, en daarin kwam ik amper voor.”

Hannes: “Ik krijg vooral reacties van vrienden en familie, maar af en toe zijn er ook berichtjes op Messenger of Instagram. Soms leuk, vaak raar. Zoals: ‘Ik vind je stijl superleuk.’ Of: ‘Ik heb een crush op je haar.’ (lachje) Ik zou niet weten wat ik daarmee moet doen, behalve negeren.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234