Woensdag 11/12/2019

"De Rode Duivels worden zo sterk afgeschermd dat je het zelfs als journalist opgeeft"

Beeld Noortje Palmers

Op korte tijd is Ruben Van Gucht de kroonprins van Sporza geworden. Zijn CV van het afgelopen jaar spreekt boekdelen: presentator van Extra Time Koers, bedenker van de docureeks De Kleedkamer, sportanker bij De Zevende Dag en De Afspraak, .... En dan is de echte sportzomer nog maar net begonnen, met het EK voetbal en de Olympische Spelen - fingers crossed - als dubbel hoogtepunt. Hallo, Ruben tijd voor een babbel met Goesting?

Ruben Van Gucht: "Als je opeens vaak op televisie te zien bent, lijkt het voor de mensen alsof je vanuit het niets komt. Maar voor mij voelt dat toch anders aan: ik werk al zeven jaar als sportjournalist. Bij mijn eerste werkgever, een regionale tv-zender, deed ik ook al regelmatig presentaties. Het komt dus niet zomaar uit de lucht vallen."

Dat is waar, maar je was het afgelopen jaar wel óveral.
"Mijn excuses daarvoor. (lacht) Het zijn wel veel programma's bij elkaar, ja. Maar ik weet hoe ik in elkaar zit en welke ambities ik heb. Een jaar geleden heb ik de Rijzende Ster gewonnen op de Nacht van de Vlaamse Televisiesterren: heel leuk, maar ik wil geen eeuwige belofte zijn zoals je ze soms tegenkomt in de sport. Toen ik die ster kreeg, was ik al lang bezig met nieuwe programma's. Ik ben continu op zoek naar de volgende uitdaging."

Je brandt van ambitie, dat is zowat de rode draad in je carrière.
"Dat is zo, ja. Al wil ik dat nooit te hard uitspreken. Sommige mensen vinden ambitie nu eenmaal een vies woord. Gewoon is al goed genoeg, zeggen ze dan. En ik bén ook een supergewone gast van de boerenbuiten. Maar die ambitie zit er al in van toen ik klein was. Bij ons in de familie heeft iedereen een soort van koppigheid of gedrevenheid in zich."

Bordjes in de lucht

Voel je soms wat wrevel bij collega's omdat je pad zo steil omhoog gaat?
"Af en toe hoor ik zoiets waaien, maar ik word nooit zelf geconfronteerd met jaloerse reacties. Dat komt omdat ik aan bordendraaierij doe. Ik ga naar de ene redactie om een bordje in de lucht te houden, en dan vertrek ik naar de volgende redactie voor een ander bordje. Ik zit nooit een hele dag op dezelfde plek."

Af en toe hoor je iets waaien, zeg je. Wat bedoel je daarmee?
"Als je ter plaatse verslag mag uitbrengen op het EK voetbal of de Olympische Spelen, is er iemand anders die dat niet mag. De plaatsjes zijn beperkt, wat altijd voor lichte beroering zal zorgen. Al zou ik mij dat omgekeerd niet zo hard aantrekken, denk ik. Jammer van de gemiste kans, maar dan begin ik meteen aan een nieuw project."

Beeld Noortje Palmers

Bankrekening

Ondertussen is het EK gestart. Twee jaar geleden was je er ook al bij op het WK in Brazilië. Ken jij de Rode Duivels persoonlijk, of blijft jullie relatie louter professioneel?
"Het laatste. In het wielrennen ken ik de Belgische toppers allemaal: ik sms weleens met Tom Boonen of Greg Van Avermaet. In het voetbal is dat totaal niet zo. De Rode Duivels worden zo sterk afgeschermd, dat je als journalist op den duur denkt: 'bon, ik geef het op'. We zien ze enkel na de match voor een gesprekje, en dan zijn ze weer weg. Ik vind dat jammer, ja. Hopelijk komt er ooit weer meer toenadering tussen voetballers en journalisten, zoals met de Rode Duivels van vroeger."

Onze coureurs zijn sterren, onze voetballers zijn supersterren.
"Dat is een feit. Kijk alleen al naar hun bankrekening, of de media-aandacht waarmee ze te maken krijgen: het is van een ander niveau. Tom Boonen wordt druk bevraagd, maar als je alle media zou loslaten op Vincent Kompany verbleekt Tom daarbij. Al denk ik niet dat hij dat erg vindt. 'Doe maar gerust jongens, ik heb het al druk genoeg', zou hij zeggen." (lacht)

Hoe ziet de rest van jouw sportzomer eruit?
"Tijdens de Tour de France neem ik vakantie... in Frankrijk. Ik ga ter plaatse kijken naar een paar ritten in de Alpen, als ontspanning weliswaar. Eind juli vertrek ik dan naar Rio de Janeiro voor de Olympische Spelen. Ook daar zal ik verslag uitbrengen en interviews afnemen met atleten." Je krijgt heel veel kansen en maakt die ook waar.

Zal je binnen tien jaar wel nog professionele dromen hebben?
"Goh, ik denk niet dat ik de sportverslaggeving snel beu zal raken. Het mooie aan livesport zijn de emoties die ermee gepaard gaan. Onlangs stond ik in de piste van Roubaix toen Boonen als tweede over de streep kwam. Wat een thriller was dat! Dat blijft uniek om mee te maken, ook binnen tien jaar. En de dag dat ik mijn job beu ben, ga ik gewoon iets anders doen. Ik zie mezelf ooit nog wel ondernemer worden. Vandaag heb ik de tijd noch het kapitaal om te investeren, maar binnen enkele jaren zou ik dat wel aandurven. Hier en daar borrelen er zelfs al wat kleine ideetjes op."

Je wordt in november dertig. Vind je dat een belangrijke mijlpaal? "Niet echt. Dertig worden is de officiële afsluiter van een bepaalde periode in je leven, maar bij mij is die omwenteling al een jaar of twee bezig: ik ben getrouwd en heb gebouwd. (lacht) Ik heb al mijn hele leven last van het concept 'ouder worden'. Want dat betekent ook: afgeven. Je moet afscheid nemen van je dierbaren, van je fysieke conditie... Als jong manneke kreeg ik zelfs angstaanvallen van de gedachte dat ik ooit verder zou moeten zonder mijn ouders. Het besef dat de dood onherroepelijk is, vond ik heel ingrijpend. Nu gaat dat wel beter, maar ik leef nog altijd met de gedachte dat elke verjaardag weer een jaartje dichter is bij het einde."

Is dat de reden waarom je zo gezond leeft? Je zet al tien jaar geen voet in de frituur, hebt jarenlang geen druppel alcohol gedronken en gaat elke dag vijftien kilometer lopen.
"Ik leef voor mijn werk, maar ook voor mijn sport. Ik loop en fiets enorm graag. Soms vragen mensen me of ik graag topsporter was geworden. Ik geef toe: dat was inderdaad wel een droom van mij. Als ik al de rest opzij had kunnen zetten en de juiste begeleiding kon krijgen, had ik geen twee keer moeten nadenken om profwielrenner te worden. Fysiek schoot ik misschien iets te kort, maar op mentaal vlak had ik daar zeker de kwaliteiten voor. Dat merk ik ook als ik een sportieve uitdaging aanga zoals een ultraloop. Ik heb er dan geen enkele moeite mee om elke dag keihard te trainen, door weer en wind."

Ruben Van Gught: "Als ik al de rest opzij had kunnen zetten en de juiste begeleiding kon krijgen, had ik geen twee keer moeten nadenken om profwielrenner te worden." Beeld Noortje Palmers

Heb je je ermee verzoend dat je nooit profwielrenner zal zijn?
"Een paar jaar geleden nam mijn liefde voor die sport extreme vormen aan. Intussen ga ik er al wat gematigder mee om. Ik heb me er nu wel bij neergelegd, denk ik. Ik word dit jaar dertig en het zal er dus niet meer van komen. Het heeft geen zin om daar ongelukkig bij te blijven. Maar soms denk ik wel: je hebt maar één leven en die kans op topsport is voorgoed verkeken. Voor journalistiek heb ik nog dertig jaar de tijd. Ach, vaak gaat het om keuzes die je al op je vijftiende moest maken. Op dat moment wist ik niet wat ik nu weet."

Wat zou jij nu tegen je vijftienjarige zelf zeggen?
"'Probeer het eens. Spring die koersfiets op en doe mee aan een wedstrijd.' Ik had twee neven die koersten, en na schooltijd fietsten we altijd om ter snelst naar huis. Maar van thuis uit waren we voetballers. Mijn broers en ik gingen drie keer in de week naar de voetbaltraining. Voor mijn ouders, die allebei voltijds werkten, was dat al moeilijk genoeg. Eén keer heb ik eens laten vallen dat ik wilde gaan koersen, maar dat hebben ze snel uit mijn hoofd gepraat. Het was voor hen een veel te ingewikkelde puzzel om te leggen - iets waar ik alle begrip voor heb."

Is het niet frusterend om vandaag continu wielrenners te interviewen die wel van hun passie hun beroep konden maken?
"Nee, zo heb ik dat nooit aangevoeld. Als kind droomde ik er trouwens van om wielercommentator te worden. Ik heb mijn jeugddroom dus waargemaakt. (lacht) In het voorjaar kan ik wel bewonderend kijken naar wielrenners die maanden als een pater hebben geleefd en perfect zijn afgetraind. Hun lichaam is een machine op dat moment. Ik heb zelf getraind om marathons te kunnen lopen en het is zalig als je dan, op de dag van de waarheid, van je lichaam kan vragen wat je wil."

Wie is Ruben Van Gught?

- Geboren op 26 november 1986, als middelste van drie broers.
- Studeerde communicatiewetenschappen aan de VUB.
- Begon zijn carrière in 2009 bij de regionale zender RTV en sportzender EXQI. Sinds januari 2012 is hij voltijds sportverslaggever bij de VRT.
- Is niet meer weg te denken van het sportscherm, met wapenfeiten als Extra Time Koers, De Zevende Dag, De Afspraak, De Kleedkamer en De Weekwatchers op Radio 2.
- Vindt tussendoor nog tijd om boeken en theatershows over sport te schrijven.
- Is sinds 2014 getrouwd met Laurence Van Tongerloo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234