Dinsdag 10/12/2019

Reportage

De remedie tegen de burn-outcrisis: weer lekker lui worden

Beeld Mellon

Middelmatigheid is onze vijand, dus we werken tot we volledig opgebrand zijn, terwijl we ons perfecte leven broadcasten op social media. Maar waar blijft die tegenbeweging? Het is de hoogste tijd voor de wederopstanding van de slacker, vindt Katrin Swartenbroux.

Het idee ontstond waar ieder goed idee zijn oorsprong kent: aan een kleverige cafétafel. Een kleverige cafétafel waar een vriend uitgeput zijn voorhoofd op laat rusten. “Een pil. Een pil die ervoor zorgt dat we gewoon, efkes, één dag, niet meer zouden geven om de dingen”, zegt hij terwijl de smartphone naast hem op tafel meedogenloos zijn krullen doet oplichten met ‘notificaties’. Het gezelschap op de krakkemikkige stoelen bromt instemmend. Onze agenda’s puilen uit, we houden er naast onze main hustle allemaal nog een passieprojectje en een bedrijfsnummer in bijberoep op na. Hobby’s hebben we niet. Niet écht. Wie loopt er nu immers gewoon een rondje in het park als je dat rondje ook kunt optimaliseren door het in een trainingsschema te gieten dat je op het einde een plak van de Ten Miles oplevert.

Alleen al deze afspraak inplannen heeft heel wat voeten in de aarde gehad. Ze kon enkel doorgaan omdat een meeting werd afgezegd en twee deadlines werden verplaatst. Het besef komt aan als een stomp in mijn met lauw bier gevulde maag: hoe zijn wij in godsnaam zo’n bende strevers geworden? Waren wij vroeger niet een béétje cool?

“Dit ís cool. Een job hebben die je graag doet is cool, je vrienden succes zien hebben, is cool.”

“Maar ik ben zo moe?”

“Dat. Ook cool.”

Mijn voorhoofd belandt eveneens op tafel. Als dit cool is, snak ik naar een tegencultuur. Het verheerlijken van het nietsdoen, of alleszins het niet-zo-hard-ons-best-doen. Meer Beavis en Butt-head, minder Bezos en Buffett. Minder streven, meer slacken.

Langharig werkschuw tuig

De term ‘slacker’ gaat al 200 jaar mee, maar werd vooral in de jaren 1990 gebruikt om een bepaald type jongeren te omschrijven. ‘Langharig werkschuw tuig’ dat luisterde naar grunge en shoegaze en liever rondhing op het skatepleintje of achter de videotheek met vrienden een jointje smoorde dan zich uit te sloven. Films als Reality Bites, The Big Lebowski of Clerks zetten de slacker centraal, maar de grootste ode aan de slacker kwam van regisseur Richard Linklater, die met de gelijknamige film uit 1990 de fundering legde voor de subcultuur.

The Dude: slacker par excellence. Beeld Mellon

“Iemand die lui is en maar wat rondhangt, dat is de meest kortzichtige definitie van een slacker”, zei Linklater in het tijdschrift Mondo 2000. “Ik wil die omschrijving veranderen naar: iemand die niet doet wat er van hem verwacht wordt. Iemand die een interessant leven probeert te leiden, en die er niet om geeft dat het even duurt om uit te vinden wat dat kan zijn.”

Je afzetten tegen de maatschappelijke verwachtingen is van alle tijden, maar het is niet verwonderlijk dat ik teruggrijp naar een term en een subcultuur uit de jaren 1990. De ninetiesrevival viert hoogtij in zowat ieder aspect van de populaire cultuur. Modeontwerpers als Marc Jacobs nemen grunge zelfs niet eens subtiel als inspiratiebron. Jonah Hill bracht een met nostalgie overgoten skatefilm uit met de toepasselijke titel Mid90s, terwijl skateboarden tegelijkertijd ook steeds meer zieltjes wint. Vorig jaar zijn er dubbel zoveel shoegaze-platen uitgebracht (of heruitgebracht) als in de hoogdagen van 1996, en een van de hipste songs van het moment is van Beabadoobee. “I sit at home crying to Pavement, I wish I was Stephen Malkmus”, zo brengt de 19-jarige Britse een muzikale ode aan dé slackerband bij uitstek. Pavement plant in de zomer van 2020 trouwens een veelbesproken comeback.

Dus waarom zou de slacker zelf geen comeback kunnen maken?

Toegegeven, ik ben niet de eerste die heil ziet in een slacker-revival. Ook de Amerikaanse psycholoog en burn-outexpert Josh Cohen poneert het idee in zijn boek Not Working: Why We Have to Stop, dat begin dit jaar verscheen. Hij lauwert (voor een deel) het je-m’en-foutisme van figuren als Homer Simpson, Garfield en Jeffrey ‘The Dude’ Lebowski.

Cohen ziet het slacken als een goede remedie tegen de burn-outepidemie, die niet uitsluitend, maar wel steeds meer twintigers en dertigers treft. Dat is niet zo toevallig, volgens Cohen, aangezien wij de generatie zijn die is opgegroeid in de neoliberale realiteit: dat alles maakbaar is, en dus ook dat alles onze eigen verantwoordelijkheid en schuld is. Als je maar hard genoeg werkt, als je je maar op de juiste manier ontspant, je huis op de Kondo-manier inricht en genoeg podcasts over mindfulness beluistert, is het leven een eitje. Toch?

Al van jongs af aan wordt ons geleerd hoe we de beste versie van onszelf kunnen zijn. We verveelden ons nooit, omdat we van de tekenles naar de karate werden gereden door onze ouders, die vastbesloten waren om van hun kinderen de gelukkigste, meest geslaagde wezens op aarde te maken, zo beschrijft Malcolm Harris in Kids These Days. Human Capital and the Making of Millennials.

Volgens de idee dat iedere generatie het beter moet doen dan de voorgaande, kunnen we niet gewoon tevreden zijn met een nine-to-fivejob, maar moeten we werk zoeken dat onze ouders trots maakt, waar onze vrienden van onder de indruk zijn én nauw aansluit bij onze passie. Want in een maatschappij waarin je vermoedelijk niet met pensioen kunt gaan, kun je maar beter van je hobby je beroep maken.

Burn-OutGeneratie

Spoiler alert: we doen het niet beter dan de voorgaande generatie. Sterker nog: we zijn de eerste generatie die het financieel mínder goed doet, zo blijkt onder andere uit een studie van internationaal adviesbureau McKinsey. ‘De meeste mensen die opgroeiden in ontwikkelde economieën na de Tweede Wereldoorlog konden ervan uitgaan dat ze het beter zouden hebben dan hun ouders. Dat is voorbij. Het economische herstel gaat zo traag dat het effect op het inkomen op langere termijn blijvend is, zeker nog tot 2025’, schrijft McKinsey-onderzoeker Richard Dobbs in het rapport Poorer Than Their Parents.

We doen nochtans écht ons best. Generatiegenoten doen er in Silicon Valley alles aan om ieder aspect van ons leven te optimaliseren. Of om het met de woorden van Malcolm Harris te schrijven: ‘Efficiëntie is ons hoofddoel geworden, we zijn pure lean mean production machines.’ Onze slaap wordt gemonitord zodat een app ons kan vertellen wanneer we het best naar bed gaan, en dankzij Skype en Google Hangout kunnen we zelfs vanuit dat bed conference calls houden met klanten over de hele wereld. We moeten niet meer naar de bank, niet meer naar de fysieke winkel en hoeven zelfs niet meer te koken als we dat niet willen – lees: er geen tijd voor hebben.

‘Dat is waarom de kritiek op millennials – dat we lui en bevoorrecht zijn – zo frustrerend is’, schrijft Anne Helen Petersen in haar ‘virale essay’ How Millennials Became The Burnout Generation. ‘We werken en streven zo hard dat we zelfs een manier hebben gevonden om geen tijd te verliezen met eten, en ontwikkelen apps die ervoor zorgen dat we geen minuut vroeger dan nodig ons bed in kruipen. Maar we worden wel verwend genoemd als we klagen over woningprijzen, eerlijke verloning of een pensioen. We ‘zeuren’ en ‘zijn niets meer gewoon’ als we zeggen hoe uitgeput we zijn, maar de omvang van de arbeid die nodig is om te slagen in de maatschappij van vandaag wordt geminimaliseerd of genegeerd’, aldus Petersen.

Overwerken wil vandaag zeggen dat we ’s ochtends vroeg en ’s avonds laat e-mails beantwoorden in bed. Je cv oppoetsen betekent dat we continu ons eigen merk op sociale media moeten promoten via interessante think pieces en spitsvondige tweets. En dat we meer werken voor minder geld is niet zichtbaar, omdat we er geen dikke auto’s of andere statussymbolen mee kunnen aanschaffen, dus worden er opiniestukken geschreven over hoe millennials ‘de diamantindustrie kapotmaken omdat ze geen juwelen meer kopen’.

Time is money

Het is dan ook niet verwonderlijk dat we met z’n allen snakken naar minder. Minder druk, minder presteren, minder doen. Maar is dat wel mogelijk? Auteur Jenny Odell vreest ervoor. In haar veelbesproken boek How To Do Nothing: Resisting the Attention Economy heeft ze het over ‘context collapse’ op social media, waar ieder aspect van ons leven belicht moet worden en al onze identiteiten in elkaar overlopen. ‘Wanneer je niet langer een werk-self, een friend-self en een family-self meer hebt, is het logisch dat je geen aparte werktijd, vriendentijd en familietijd hebt. Je hebt gewoon tijd. En al die tijd kan mogelijk geld opleveren. Dus je hecht er een bepaalde waarde aan, waardoor het je ‘geld kost’ om tijd voor jezelf te houden of om niets te doen’, aldus Odell. ‘We hebben de frase ‘tijd is geld’ zo vaak gehoord dat we tijd ook echt als geld zijn gaan zien. Niet enkel als waardevol. Maar als geld.’

Ook cultuursocioloog Janna Michael is van mening dat we de prestatiemaatschappij al te veel geïnternaliseerd hebben om er echt afstand van te kunnen nemen. “Ik vind het ‘slacken’ wel een interessant idee, maar ik denk niet dat we het echt als een grote tegenbeweging zullen zien. Voor bepaalde zogenaamde drop-outs is de term eventueel wel een manier om een identiteit te vinden, maar dat zijn dan vooral mensen die sowieso al niet veel kans maakten in de ratrace en zich daar dan van afkeren en daar een zekere trots uit halen. Maar dat is helemaal geen nieuw gegeven.”

Pedagoog Pedro De Bruyckere: ‘De slackers waren zonen en dochters van mensen uit de middenklasse, jongeren die de luxe hadden om niets te doen. Dat was juist zo ironisch.’ Beeld Illias Teirlinck

Pedagoog Pedro De Bruyckere ervaart de tegencultuur niet per se als iets wat generatiegebonden is. “Een aantal jaar geleden zag je bijvoorbeeld dat heel wat mensen zich begonnen af te sluiten van het nieuws, omdat ze niet meer constant op de hoogte wilden zijn, niet meer constant geprikkeld wilden worden. Dat had meer met persoonlijkheid, dan met leeftijd te maken”, zegt De Bruyckere. “Subculturen, zoals de slacker er eentje was, zijn in het algemeen meer een product van klasse. De slackers waren zonen en dochters van mensen uit de middenklasse, jongeren die de luxe hadden om niets te doen. Dat was juist zo ironisch”, lacht De Bruyckere.

De Bruyckere raakt een gevoelige snaar. Want zelfs wie in deze economische realiteit keihard zijn best doet, heeft moeite om rond te komen. Voluit slacken en het maar laten hangen ‘voor de lol’ zou anno 2019 een slag in het gezicht zijn van iedereen die er twee jobs op nahoudt en nog altijd moet kiezen tussen zijn kind op schoolreis sturen of de energiefactuur betalen.

Toch zijn er hoopvolle signalen dat we op zijn minst op bepaalde vlakken heel wat, weetwel, chiller zullen worden. Terwijl sommige beleidsmakers schreeuwen dat middelmatigheid onze vijand is, borrelt er aan de oppervlakte een drang naar meer ‘gewóón doen’.

De evolutie is vooral zichtbaar op social media. New York University-professor Laurence Scott, auteur van het boek Picnic Comma Lightning. In Search Of a New Reality ziet de slacker dan ook vooral als reactie op de Instagram-economie. “Ik denk dat de generatie na ons zal terugkijken op dit tijdperk en beschaamd zal zijn over hoe sommige mensen hun geld verdienden en hoe we onszelf voordeden, aldus Scott in de podcast Under The Skin. “Het is goed mogelijk dat hun afkeer een wederopstanding van de slacker zal teweegbrengen.”

Ook journaliste Rosie Spinks poneert op Quartz: “Op Instagram is niets nog heilig, wordt kunst vervangen door ‘content’ en is alles te koop. The age of the influencer has peaked. It’s time for the slacker to rise again.”

Waar ik vroeger door mijn Instagram-timeline scrolde en steeds dezelfde preset aan filters voor gekleurde muren en gemanicuurde handen zag, zie ik nu meer korrelige beelden. Meer niet of niet-conventioneel gemaquilleerde gezichten. Meer ketchupvlekken, minder avocado’s, minder eenheidsworst.

“Wat meer is: we zijn ook heel sceptisch geworden over de social-mediaplatformen die deze influencercultuur gevormd heeft”, redeneert Rosie Spinks op Quartz. “Vroeger zagen we deze kanalen als frivole, fijne plekken om onze vakantiefoto’s te posten en met onze vrienden te praten. Vandaag begrijpen we dat ze een verderfelijke rol (kunnen) spelen in sociale, politieke en economische verschuivingen, dat ze verre van de neutrale platformen zijn zoals ze zichzelf voordoen, en juist smullen van onze neiging om te oversharen.”

You and me and five bucks

“Ik denk wel dat onze druk-druk-drukmaatschappij een tegenbeweging mag verwachten, als die al niet ingezet is”, zegt trendwatcher Tom Palmaerts. “Niet alleen op social media, maar ook in de bedrijfswereld, waar steeds meer mensen hun prestigejobs inruilen voor werk dat het leven leefbaarder maakt en makkelijker te combineren valt met bijvoorbeeld een gezin. Al zou ik de term slacker niet in de mond nemen”, zegt Palmaerts.

“Niet vanwege de bijklank, maar vooral omdat het een subcultuur betreft. In de jaren 1990 kon je echt nog spreken van bepaalde scenes waar een volledige code aan opgehangen werd. Was je slacker, dan luisterde je naar dat soort muziek en kleedde je je op een bepaalde manier en had je een voorgeschreven vorm van vrijetijdsbesteding. Vandaag zijn er haast geen afgelijnde subculturen meer, alles is veel meer fluïde, waardoor je als individu jezelf sneller van de ene niche naar de andere kunt overhevelen. Maar dat wil juist zeggen dat we de positieve aspecten van de slacker perfect kunnen omarmen. Een start-upper die niet zo begaan is met zijn imago, bijvoorbeeld.”

Ook Laurence Scott ziet de revival niet als een ver doorgedreven gestructureerde tegenbeweging. “Misschien kunnen we al beginnen met terugkeren naar het idee dat het nogal gênant is om naar de pijpen te dansen van al die social-mediabedrijven. Een zekere vorm van artistieke vrijheid omarmen die niet gelinkt is aan geld verdienen. Of simpelweg: beseffen dat zo fucking hard je best doen gewoon niet meer cool is.”

Terwijl ik de laatste letters van dit artikel tik, trilt mijn smartphone met het bericht dat ik echt wel dringend de nieuwe ep van de Australische band Sly Withers moet checken. Ook cultuurbeleving is huiswerk geworden – want wie ben je zelfs als je het nieuwe seizoen van Peaky Blinders nog niet hebt gezien?

Ik klik gedwee mijn browser open, en YouTube toont me een bende kids met lang haar die op zetels hangen, meewarig naar een inhoudsloze voorraadkast kijken en met afgetrapte skateschoenen het pedaal van de basdrum induwen. “I’m happy with not having a lot. Just a couple iced coffees, a bag of Doritos and that smile that will last me till I fall asleep.”

De songregel doet denken aan de quote uit Reality Bites die al sinds jaar en dag mijn ijskast siert. “This is all we need. A couple smokes, a cup of coffee, and a little bit of conversation. You and me and five bucks.

Als het even kan?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234