Zondag 19/01/2020

Reportage

De opa (98) van deze journaliste wordt bestolen in het verzorgingstehuis. Met een verborgen camera gaat ze achter de dader aan

Beeld Peter Hermanides

Als de opa (98) van journalist Rhijja Jansen in het verzorgingstehuis bestolen wordt, besluit ze op zoek te gaan naar de dader. Een verborgen camera moet uitsluitsel brengen.

Vreemde handen hebben in de portemonnee van mijn opa gegraaid. “Zie, helemaal leeg”, zegt mijn oom, terwijl hij de portemonnee geopend voor me houdt. Ik zie een paar euro aan muntstukken, waar een paar dagen ervoor nog briefjes van 20 zaten. “Misschien heeft hij de pedicure ervan betaald?”, probeer ik. Mijn oom schudt zijn hoofd. Geen pedicure, geen kapper en er is geen kleinkind langs geweest aan wie mijn opa een extraatje meegaf. Hij heeft het hele weekend niks gedaan, toch is er 40 euro uit zijn portemonnee.

Mijn opa is niet dement. Tot zijn 92ste woonde hij zelfstandig, eerst met mijn oma, na haar dood alleen. Tijdens het schillen van de aardappels verloor hij zijn evenwicht en viel hij achterover op de stenen plavuizen. De gebroken heup was niet te repareren, dus belandde mijn opa in een rolstoel en een verzorgingshuis. Dat is nu zes jaar geleden. Elke dinsdag kom ik bij hem lunchen. Vaak ga ik dan even met hem mee naar buiten voor een wandeling of een boodschap. Opa betaalt dan met geld uit zijn portemonnee, een van de weinige zelfstandige handelingen die hij nog kan doen. Maar de laatste tijd zit er geen cash meer in, en gebruik ik zijn bankkaart bij de kaasboer en de slagerij. Mijn oom slaat alarm: “Ik stop wekelijks 100 euro in zijn portemonnee, waar blijft dat geld?” Hij denkt dat de verdwijntruc al jaren aan de gang is, misschien zelfs sinds mijn opa in het verzorgings­tehuis woont. Mijn opa wil er geen ruchtbaarheid aan geven. Als je 98 jaar bent, heb je respect voor mensen met medische kennis, zoals de huisarts, maar ook voor de zorginstelling waarin je woont. Opa wil niet lastig zijn, of opschudding veroorzaken. Maar mijn oom is het zat: er wordt geld gestolen en dat moet stoppen.

Mijn oom en ik besluiten om bij mijn opa een verborgen camera te installeren. Ik voel hoe mijn aanvankelijke verbijstering over de diefstal omslaat in woede en strijdlust. Maar hoe kom je eigenlijk aan een verborgen camera? Ik plaats een oproepje op een durf-te-vragen-Facebookpagina, een handige vraagbaak over de meest uiteenlopende onderwerpen. Uit de reacties blijkt dat diefstal in de zorg geen zeldzaamheid is. Zo vertelt iemand dat van haar moeder in het verpleeghuis kleding en sieraden gestolen werden. Een ander zag dat de vermiste dure bloes van haar moeder door een vrijwilliger werd gedragen tijdens de herdenking van haar moeder. Mensen attenderen me erop dat een demente medebewoner de dader kan zijn, of dat mijn opa het geld misschien zelf uitgeeft of ­verstopt. Ook komen er suggesties om het geld beter op te bergen, of geen cash meer in zijn portemonnee te stoppen. Aan deze optie hebben wij ook gedacht, maar we willen dat mijn opa over zijn eigen geld kan beschikken. Hij heeft al zo weinig autonomie.

Opa wil niet lastig zijn, of opschudding veroorzaken. Maar mijn oom is het zat: er wordt geld gestolen en dat moet stoppen. Beeld Peter Hermanides

Gelukkig zijn er ook tips: ‘Een vriendin van me gebruikt deze camera bij de babysitter’, reageert een vrouw. Ik klik op de link, die me bij een webwinkel brengt. De camera is vermomd als gloeilamp, en kun je zelfs in een fitting draaien. Als je het licht aanknipt, begint de camera op te nemen. Zeer incognito dus en maar 50 euro. Ik bestel hem direct.

Camera met Chinees accent

Als ik een paar dagen later mijn ­detective-attribuut verheugd uitpak, barst mijn vriend in lachen uit. De gloeilamp is veel groter dan ik op de foto zag. De zwarte lens in het midden valt wel heel erg op bij een lamp die helemaal wit is, en die overigens geen licht geeft als ik hem aandoe. Wel gaat er een rood lampje branden als ik hem inschakel, en klinkt er een luide stem met Chinees accent: ‘System operating!’ Er is niets incognito aan deze verborgen camera, ik had net zo goed een cameraploeg in de kamer van mijn opa kunnen zetten.

We besluiten om het professioneler aan te pakken: op naar de Spyshop in Antwerpen. Even later staan we in de winkel, met tal van beeldschermen om ons heen. De verkoper vertelt ons dat hij regelmatig vragen krijgt over camera’s voor diefstal in de zorg. “In de thuiszorg gebeurt het ook vaak. Dan wordt er gestolen bij iemand thuis, en komt de familie hier langs voor een goede camera. Zodat ze de dader kunnen betrappen”, zegt hij. Binnen tien minuten staan we weer buiten: de goedkoopste camera in de shop kost 400 euro. Er zijn grenzen, we moeten het met onze Chinese bestelling doen.

Ik besluit mijn verborgen camera niet in een lamp te draaien, omdat hij daar met zijn bizarre uiterlijk veel te veel opvalt. In plaats daarvan leg ik hem naast de tv. Hier valt hij niet uit de toon; de camera zou zo kunnen doorgaan voor een hightech antenne of oplader. Via een app kan ik live meekijken met wat de camera filmt. Hij slaat alle beelden een week lang op. Samen met mijn whizzkid-broertje installeer ik het ding in de woonkamer van mijn opa. Na aarzelen heb ik hem ingelicht over de undercoveractie. Het is immers toch zijn privacy die geschonden wordt, ook al blijven zijn slaapkamer en badkamer – de plekken waar de zorgmomenten plaatsvinden – buiten beeld.

We besluiten een verborgen camera te installeren. Ik voel hoe mijn aanvankelijke verbijstering over de diefstal omslaat in woede en strijdlust. Beeld Peter Hermanides

Als ik de verborgen camera aan hem voorleg, wordt mijn opa’s blik een beetje donker. Het verdwijnen van zijn geld is niet zijn favoriete gespreksonderwerp. Maar hij vindt het goed dat we de camera installeren. Terwijl mijn broer met de camera worstelt, blokkeer ik het zicht voor eventueel binnenstormend personeel, zodat ze ons niet zien prutsen. Aan de ene kant voel ik me krachtig: deze missie moet slagen. Aan de andere kant ben ik als de dood om betrapt te worden, hoe praat ik me hier in vredesnaam uit?

Thuis open ik de app en ik zie de rug van mijn opa in zijn rolstoel. Hij ziet er breekbaar uit, met zijn in elkaar gezakte houding en het getik van de klok op de achtergrond. Hij zit op zijn vertrouwde plekje aan de eettafel, met alles wat hij nodig heeft binnen handbereik: de telefoon, zijn krant, de kalender, zijn post en het eten dat de verzorging voor hem klaarzet. Aan de stoel links van de eettafel hangt zijn tas met de portemonnee. Mijn opa neemt deze altijd mee als hij de deur uitgaat, maar als hij zijn middagdutje doet of ’s nachts slaapt, hangt de tas aan de stoel. Het voelt fout om mijn opa zo te begluren, want ik weet bijna zeker dat hij de camera allang vergeten is.

Uit respect voor zijn privacy besluit ik alleen de camerabeelden te checken van de momenten waarop hij slaapt, en zijn tas dus onbewaakt aan de stoel hangt. De camera neemt alles op, maar de app laat met rode gedeeltes in de gefilmde timeline zien waar er actie is. Oftewel: wanneer er beweging in het beeld is, of als er geluid te horen is.

Mijn hart slaat over als ik de camerabeelden tijdens zijn middagdutje bekijk. Een lieve zorgmedewerker, die altijd de soep rondbrengt en een praatje maakt, loopt door het beeld. Zonder soep. Ze doet het zonnescherm naar beneden en loopt vervolgens richting de stoel met de tas. En gaat dan, zonder de tas aan te raken, linea recta naar het keukenblok, waar ze de afwas voor mijn opa doet. Direct voel ik me ontzettend lullig en schuldig. Een gevoel dat zich de daaropvolgende weken regelmatig aandient. Ik ben de stiekeme getuige van de liefdevolle zorg die mijn opa krijgt als een verzorgende hem zingend wekt, een cateringmedewerker haar stem zo hard mogelijk verheft om tot de dove oren van mijn opa door te dringen, of een verzorgende hem liefdevol ­toespreekt als hij ’s nachts onrustig wakker wordt. Ondertussen hangt de tas onaangeraakt aan de stoel.

Mijn hart slaat over als ik de camerabeelden tijdens zijn middagdutje bekijk. Beeld Peter Hermanides

Ik heb een aantal mensen ingelicht over de diefstal. Zoals de vrijwilligster die mijn opa elke donderdag bezoekt en die we als familie beschouwen. Of een oude vriend, die wekelijks een wandeling met hem maakt. Nu er niks gebeurt, begin ik paranoïde te worden. Misschien bevindt de dader zich niet onder het zorgpersoneel, maar in de eigen gelederen.

Trillende vingers

Na een maand is er nog steeds niets gebeurd. De camerabeelden check ik amper meer, want het is een tijdrovende klus en ik voel me niet prettig in de rol van voyeur. Misschien hebben we ons toch vergist. Of heeft de dader er genoeg van gekregen.

En dan krijg ik op een maandag een berichtje van mijn moeder: ‘Er is 50 euro uit zijn portemonnee’. Het geld zat er vrijdag nog in, de dief moet afgelopen weekend hebben toegeslagen, mijn opa heeft met dat geld echt niet getrakteerd op café. Met trillende vingers open ik de camera-app. Samen met mijn vriend bekijk ik alleen de videobeelden van de momenten dat mijn opa slaapt. Er gebeurt niets. ‘Straks zien we opeens hoe hij zelf al het geld in een gaatje in de bank stopt’, grap ik nerveus. Rond middernacht geven we het op. De volgende ochtend bedenk ik dat ik alle camerabeelden minutieus zal moeten uitpluizen, als de dief zich niet tijdens de slaapmomenten laat zien.

Terwijl ik een cracker eet en met een schuin oog de zondagavond bij mijn opa bekijk, zie ik voor de zoveelste keer lichtschijnsel in zijn woonkamer. Waarschijnlijk heeft hij dorst, of een ongelukje in bed, en doet hij het licht aan vanuit zijn bed. Voordat ik me realiseer waar ik naar kijk, zie ik een schim rechts in beeld verschijnen, die zich regelrecht naar de tas van mijn opa beweegt. Het is een oudere vrouw, die zich vooroverbuigt naar de tas. Ze haalt́ in één beweging de ­portemonnee van mijn opa eruit, staat weer rechtop met haar gezicht naar de camera en rommelt wat in de ­portefeuille. Ik voel mijn gezicht warm worden en mijn hart in mijn slapen kloppen, alsof ik op dat moment live oog in oog met haar sta. Ze lijkt recht in de camera te kijken, en ook al is het schemerig, haar gezicht is duidelijk te zien. Ik heb deze zorgmedewerker nooit eerder gezien. Dit is iemand die mijn opa op het toilet helpt, zijn ­medicatie geeft en doucht. En nu graait ze in zijn portemonnee. Als ze de portemonnee terug in de tas stopt, kijkt ze even op als mijn opa in zijn slaap hoest. En dan, zo snel als ze gekomen is, verdwijnt ze uit beeld. Haar actie duurde één minuut.

“Ik heb haar!” roep ik in de telefoon naar mijn moeder: “Ze staat herkenbaar op beeld, ik heb haar!” Ook al wisten we bijna zeker dat mijn opa bestolen werd, het is bizar om het met eigen ogen te zien. We waren niet gek, deze dame die voor mijn opa moet zorgen, hem een veilig en geborgen gevoel moet geven in zijn laatste levensfase, graaide alle briefjes uit zijn portemonnee. Zonder ook maar iets achter te laten, voor de vorm. Onvoorzichtig, wellicht omdat ze hier al zo lang ongestraft mee wegkomt.

‘Ik heb haar!’ roep ik in de telefoon naar mijn moeder: ‘Ze staat herkenbaar op beeld, ik heb haar!’ Beeld Peter Hermanides

Een paar dagen later zit ik bij de leidinggevende van de zorgmedewerker. Ik laat haar de ­beelden zien. Ze reageert minder gechoqueerd dan ik had verwacht, of misschien wel gehoopt. Maar ze laat me een paar dagen later weten dat de zorgmedewerker op de camerabeelden is herkend en op staande voet is ontslagen.

Slachtofferhulp

Zelf ontkent de verzorgende de diefstal, ook al wordt haar verteld dat het door de camera gefilmd is. Ik doe ­aangifte bij de politie, die de beelden gebruikt als bewijsmateriaal. “Hoeveel geld denk je dat er in totaal gestolen is?”, vraagt de agent. Lastig te zeggen. Uit een overzicht dat mijn oom maakt, blijkt dat hij in sommige maanden 600 euro in de portemonnee heeft gestopt. Bedragen die mijn opa met zijn leefstijl nooit opmaakt.

Of mijn opa zijn geld terugkrijgt, maakt ons als familie niet veel meer uit. Mijn opa is niet arm, en het belangrijkste is dat ze betrapt is. We hebben ook grotere zorgen: wat als deze dame in een andere zorginstelling weer aan het werk kan? Iets wat in deze tijden van personeelsgebrek in de zorg geen vreemde gedachte is. Nieuwe zorgmedewerkers worden met open armen ontvangen, en om een uittreksel uit het strafregister (het vroegere bewijs van goed zedelijk ge­drag, red.) wordt niet altijd gevraagd. We worden door de politie en de dienst slachtofferhulp op de hoogte gehouden van de zaak. Het openbaar ministerie acht de diefstal voldoende bewezen en de zorgmedewerker ­verschijnt binnenkort voor de politierechter. “Heeft je opa behoefte aan een luisterend oor?”, vraagt de medewerker van Slachtofferhulp. Altijd, maar niet als het om de diefstal gaat.

“Ik was er wel een beetje door van slag”, zegt mijn opa. Hij vindt het ontslag van de medewerker terecht, maar verder wil hij het er niet over hebben. Toch lijkt er iets bij hem te zijn veranderd: de opa die geen gedoe wil, zit wat meer rechtop en zelfverzekerder in zijn rolstoel. Dan zegt hij: “Heb je die camera nog?” “Ja opa, maar ik heb hem weggehaald.” Hij knikt begrijpend. En zegt dan vastberaden: “Als er weer gestolen wordt, zetten we ’m terug.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234