Zaterdag 04/04/2020

Mei '68

De nieuwe rebellen: vijf wereldverbeteraars aan het woord

Beeld Jef Boes

Lang voor het woord ‘bottom-up’ bestond, schopten in mei ’68 Parijse studenten de gevestigde orde tegen de schenen. Krak 50 jaar later is de spirit van de soixante-huitards nog niet verdwenen. Wij ontmoetten vijf rebellen die de boel van onderuit veranderen.

Tom Kestens zette statiegeld voor plastic flessen op de Mechelse politieke agenda

Je kent Tom Kestens (44) misschien van zijn band Lalalover of als (ex-)toetsenist van Das Pop. In het dagelijkse leven breekt hij potten als Groen-gemeenteraadslid van Mechelen. Of liever gezegd: plastic flessen. Hij is namelijk de voortrekker van een wet op statiegeld in de strijd tegen zwerfvuil. “Al jaren ga ik op vakantie naar Fez. Sinds de Marokkaanse koning op 1 juli 2016 plastic zakken verbood, zag de stad er nog nooit zo schoon uit. Ze lieten bovendien mooie herbruikbare zakken maken. Een sterk staaltje citybranding.”

Beeld Jef Boes

Vorige maand slaagde hij erin om Mechelen toe te laten treden tot de statiegeld­alliantie. “Helaas kan Mechelen niet in zijn eentje beslissen om statiegeld in te voeren. Dat is een Vlaamse bevoegdheid, maar via de alliantie zetten we wél druk om zo’n beslissing af te dwingen. Ook politici die zowel lokaal als op Vlaams niveau actief zijn, kunnen hier een rol in spelen. Bottom-up bewegingen verzetten soms bakens, ook in Mechelen. Ze bundelen expertise en sturen meer dan vroeger het publieke debat. Een goeie evolutie”, meent Kestens. Sociale media zijn zonder twijfel hun sterkste wapen. “Door je digitaal te groeperen, kun je een sterk signaal uitsturen dat de politiek niet meer kan negeren. Kijk maar naar de Plastic Attack, een actie waarbij supermarktklanten alle verpakkingsplastic achterlaten in de winkel. Dat succes kwam grotendeels dankzij Facebook. Op 2 juni wordt er trouwens eentje georganiseerd in Mechelen”, vertelt Kestens.

“Ik merk dat het draagvlak voor plastic­reductie heel groot is en het overstijgt verschillende generaties en politieke strekkingen. Wellicht omdat eigenlijk iedereen dagelijks wordt geconfronteerd met de negatieve neveneffecten, zoals zwerfvuil. Statiegeld is een heel eenvoudige en effectieve oplossing voor dat concrete probleem. Het is ook al een oud systeem – vroeger gaf iedereen zijn lege flessen mee aan de melkboer. Het is maar sinds Coca-Cola in de jaren vijftig met wegwerpblikjes kwam – in plaats van recycleerbare glazen flessen – dat deze trend zich als een olievlek verspreidde. Met alle desastreuze gevolgen van dien.”

Kestens kan zijn verleden als adviseur bij Unizo gebruiken om ook aan de ondernemerskant te lobbyen voor plasticreductie, zoals het niet langer uitdelen van plastic zakken. “Mechelen heeft het ideale formaat. Het is niet al te groot waardoor je snel kunt schakelen”, analyseert hij. “Ik zou graag een Mechelse upcyclinglijn opzetten: goed ontworpen producten door lokale designers, gemaakt van afval opgehaald in onze eigen stad.”

Ilona Lodewijckx en Aurike Quintelier: het duo achter het magazine Fille Folle zit vol cut the crap-feminisme en rebellie

Dieettips, celebritynieuws en make-up­ideeën: wie als tienermeisje vandaag magazines koopt, leest niet meer dan dat. Schandalig, vinden Ilona Lodewijckx (26) en Aurike Quintelier (26). “Best leuk voor af en toe. Maar helaas zijn er geen alternatieve stemmen die dit onrealistische en oppervlakkige beeld counteren.” En dus startte het duo in augustus 2016 Fille Folle: een tweewekelijkse nieuwsbrief die steeds een ander thema behandelt. In de eerste editie, over sport, las je geen tips over een bikinilijf. Wel een verhaal over de Syrische zwemster Yusra Mardini, die een jaar voor haar deelname in Rio nog een twintigtal mensen redde toen haar vluchtelingenbootje in open zee stilviel.

Beeld Jef Boes

Naast inspirerende rolmodellen vindt de lezer verhalen over empowerment, body positivity en inclusiviteit die dieper en breder gaan. Sinds een halfjaar ligt ook hun boek in de winkel: een taboevrije levensgids met recht-voor-de-raap-feminisme op tienermaat. Aurike: “Ons doel: breken met het beeld dat meisjes al heel hun leven ingepeperd krijgen: je moet de ander pleasen. Toen een vriendin laatst een onenightstand had, vroeg ze zich af of ze wel goed was, omdat de jongen daar niks over zei. Dat maakte me boos. De eerste vraag moet zijn: vond ik het zelf goed?”

Ilona en Aurike mikken op 13- tot 17-jarigen: een generatie met veel vragen, maar evenveel gêne om erover te praten. Fille Folle kan zijn als een grote zus. Al zijn de onderwerpen ook relevant voor wie 25, 35 of 55 is. Want elke vrouw twijfelt wel eens over haar lichaam, relatie of over seks. Ilona: “We merken dat ook moeders en leraren het lezen. Fijn, want zij kunnen die boodschap doorgeven.” Waarom eigenlijk beginnen met een tienerblad als ze zelf die kritieke jaren toch al lang voorbij zijn? Ilona: “Ik las als tiener veel onzin. Zoals over de ‘Angels’ (modellen, red.) van Victoria’s Secret en de oefeningen die ze doen opdat niets zou wiebelen als ze op de catwalk wandelen. Dat idee is jarenlang bij mij blijven plakken. Bij mij wiebelde er altijd wel ergens iets. Daar wil Fille Folle tienermeisjes voor behoeden.”

Van het woord feminisme hebben ze geen schrik. “De strikte definitie van feminisme is dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn. Hoe kun je daar nu tegen zijn? We zien zeker ook veel vooroordelen. Zo zijn sommigen verbaasd dat wij geen mannenhatende, kort­harige, salopetdragende vrouwen zijn. Wij vinden zulke types veel te radicaal om het embleem feminisme te dragen.”

fillefollemagazine.com@fillefollemagazine

Helena Gheeraert maakt dips met afgedankt voedsel

Ga je vanavond aperitieven en moet je nog naar de winkel? Sla dan wat Wonky-dips in bij de Colruyt. Die worden namelijk gemaakt van groente die anders weggegooid wordt. Wist je dat maar liefst 45 percent van de geproduceerde groenten en fruit niet opgegeten wordt? Toen Helena Gheeraert (26) dat hoorde, schoot ze in actie. “Ik begon zelf groentedips te maken waarmee ik op markten stond. Iedereen hield van mijn verhaal, maar minder van de smaak”, lacht ze. “Dus nam ik een professionele producent onder de arm die lekkere dips maakt van de verspilde groente.” In december 2016 lagen de eerste potjes Wonky in een handvol Belgische delicatessenwinkels.

Beeld Jef Boes

Hoe ideologisch Helena’s idee ook is, ze mixt haar idealen met businessknowhow die ze opdeed tijdens een jaar Vlerick. “Met een sympathiek verhaal alleen kom je er niet. In het begin moest ik vierenhalve euro vragen, omdat mijn productiekosten hoog waren door de kleine oplages. Mensen kopen dat één keer uit idealisme, maar op lange termijn is dat niet houdbaar. Nu werk ik samen met een grote partner en verkoop ik bij Colruyt aan 2,79 euro. Met zo’n concurrentiële prijs maakt Wonky wél een kans om een succes te worden”, denkt Helena.

“Sommige mensen zien hun eigen bedrijf als een baby die ze niet uit handen willen geven. Ik hang liever mijn kar aan een grote speler. Hoe groter Wonky wordt, hoe meer groente ik kan redden. Veel meer dan ik in mijn eentje ooit zou kunnen. Al let ik ook op in mijn eigen keuken dat ik niet te veel wegsmijt. Van brocollistronken bijvoorbeeld maak ik soep.”

Toen Helena in februari meedeed aan het VIER-programma Leeuwenkuil bood de jury aan in Wonky te investeren. In plaats daarvan ging ze met een van haar productiepartners in zee: een verpakkingsfirma met een groot winkelnetwerk in heel Europa. Daardoor ligt Wonky nu bij Colruyt en binnenkort volgen Nederland, Frankrijk en Duitsland. “Qua productie is het veel moeilijker – en dus ook duurder – om te werken met afgekeurde groente dan met gewone. Gelukkig groeit ook bij de groothandel het besef dat het zonde is om kromme wortels linea recta richting veevoeder te sturen. Maar het vraagt van hen ook serieuze investeringen, zoals extra koeling voor de afgekeurde partijen.” Een jaar lang runde Helena Wonky helemaal alleen. Maar nu neemt haar partner veel van haar over. “Ik doe enkel nog de marketing, branding en storytelling. Zelf hield ik een minderheidsaandeel, dus ik heb ook nog altijd mijn zeg in waar Wonky naartoe gaat.”

wonkyfood.be@wonkyfood

Pepijn Kennis: leegstand bestaat niet meer als het ligt aan de Brusselse vzw Toestand

6,5 miljoen: zoveel vierkante meter staat er leeg in Brussel. En dat terwijl de woningnood piekt. Ook jonge gasten die iets willen organiseren, vinden geen plaats. “Bestaande zalen zijn te duur, leegstaande panden illegaal wegens onveilig”, aldus Pepijn Kennis (29).

Beeld Jef Boes

Als een van de bezielers van vzw Toestand stelt hij leegstaande panden open voor burgerinitiatieven in een gebied dat ze ‘spontane actie-zone’ noemen. In Allee Du Kaai bijvoorbeeld vinden 30 organisaties onderdak. Kennis: “Molenbeekse gamins komen hier rondhangen. Net als Roma-kinderen en vluchtelingen. Maar er is ook een boksclub, een skatepark, een minibioscoop in een oude MIVB-bus, kunstenaarsateliers en een dagcentrum voor psychisch kwetsbare jongeren. Omdat we écht willen dat al die verschillende groepen met elkaar in contact komen, heeft niemand zijn eigen ruimte. Iedereen moet delen en samenwerken.”

Dat daardoor soms ook conflicten ontstaan, vindt hij niet erg. “Wie samenleeft, botst soms. Dat is menselijk. Alles beter dan op je eigen eiland blijven zitten waar je vervreemdt van de rest.”

Het basisidee: iedereen heeft recht op de stad, niet alleen diegenen die geld hebben om die ruimte te kopen. Hun agenda is dan ook heel anders dan die van antikraakbedrijven, zoals Lancelot of Entrakt. Die creëren enkel meerwaarde voor de eigenaar (die leegstandstaksen ontwijkt) en de huurder (die weinig betaalt voor heel veel oppervlakte). Kennis: “Wij willen leegstand niet privatiseren, maar juist teruggeven aan de gemeenschap.”

Toestand is een nomadische organisatie met verschillende projecten die tegelijkertijd lopen. Elke zomer knappen ze ook een leegstand pand op in het buitenland. Na Kosovo, Oekraïne, Duitsland en Spanje trekken ze dit jaar naar Macedonië met 40 vrijwilligers. De oprichters geven ook regelmatig lezingen over hun ervaring met tijdelijk gebruik. En op 8 mei presenteren ze hun boek Leegstond, dat dient als handleiding. Kennis: “We evolueren richting een adviserende rol. Zo zaten we al aan tafel met de kabinetschef van de Brusselse minister-president. Door tegelijkertijd bottom-up en top-down te werken, kunnen we echt iets veranderen.”

Zaterdag is het opendeurdag in Allee Du Kaai, Havenlaan 53 in Brussel, vanaf 14u, alledukaai.beHet boek kost 15 euro en wordt gepresenteerd op 8 mei, hou voor de locatie leegstond.be in de gaten.

Joppe De Campeneere creëerde als jonge queer een onlineplatform waar alles kan en mag

Als het even kan, zou hij graag alle grenzen en hokjes uit de wereld zien verdwijnen. “Er bestaan nu enorm veel labels die op mensen worden geplakt. Erg jammer vind ik. In mijn ideale wereld verdwijnen die en kan iedereen zijn wie hij is zónder etiket”, vertelt student Joppe De Campeneere (20). “In mijn vriendengroep is de sfeer heel open. Of ik nu naar een feestje kom in een hemd of op hakken: niemand gaat me erop aanspreken. Maar ik besef ook dat hokjesdenken op grote schaal moeilijk te doorbreken is en dat het veel tijd vraagt. Ik wil meehelpen om het proces in gang te zetten.”

Beeld Jef Boes

Daarom start hij met Sparkel: een onlineplatform waar die hokjes niet bestaan en waar alles kan en mag. Joppe heeft al sinds 2012 zijn blog ‘Start To Fashion’. “Eerst schreef ik vooral over mode, later kwam daar ook beauty bij, omdat ik heel erg hou van make-up. En ook meer maatschappelijke stukken. Maar die passen niet echt op een modeblog. Zo rees mijn plan voor een nieuw platform dat betere kwaliteit biedt en een breder scala aan onderwerpen aanboort.”

Als we de tagline – ‘Not for the faint of heart’ – mogen geloven, wordt Sparkel een platform met ballen. “Het is niet mijn doel om te choqueren, maar ik kan me inbeelden dat er mensen zijn die het aanstootgevend vinden. Zo wil ik ook schrijven over seks en relaties. In magazines vind je die onderwerpen wel voor hetero’s, maar niet voor homoseksuelen. Ik wil mijn seksleven niet te grabbel gooien. Mijn ouders lezen mee. Maar ik wil wel op een persoonlijke manier tonen dat ook queer people seks en relaties hebben. Als niemand het doet, dan doe ik het wel.”

“Ik vind dat dit verhaal verteld moet worden”, klinkt hij beslist. “Ik wil op Sparkel ook de nodige fun aan bod laten komen. Als er genderkwesties in de media komen, zijn dat doorgaans zware verhalen. Logisch, er gaan heel wat problemen mee gepaard. Maar ik wil tonen dat je ook heel gelukkig kunt zijn als queer.”

Hoewel hij wars is van labels, noemt Joppe zichzelf homoseksueel en queer. Een term met ook heel wat negatieve connotaties. “Iedereen heeft zijn eigen definitie van queer. Voor mij doelt het begrip op iedereen die tot de ‘LGBTQ+’-community (van Lesbian, Gay, Bisexual, Transgender, Questioning en + als referentie naar andere seksuele identiteiten, red.) behoort. Zelf vind ik queer een fijne term omdat het iets rebelser en stouter klinkt dan LGBTQ+.”

Al heel zijn leven experimenteert Joppe met kleren, maar de laatste jaren komt hij daar ook echt mee naar buiten, bijvoorbeeld via Instagram. “Soms krijg ik berichtjes van mensen die zich door mij gesterkt voelen om ook met hun genderidentiteit naar buiten te komen. Daar doe ik het voor.”

sparkel.eu@joppe_dc

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234