Dinsdag 25/06/2019

Interview

De mama van Xander De Rycke was een alcoholiste: "Ze heeft een gat in mijn hart nagelaten dat nooit meer op te vullen is"

Beeld Stefaan Temmerman

De Franse schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Twintig directe vragen, evenzoveel openhartige antwoorden. Vandaag: comedian Xander De Rycke (30). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten? 

1. Summertime sadness, kent u dat gevoel?

“Da’s een nummer van Lana Del Rey? Dat beladen gevoel ken ik wel, ja, want voor mij is de zomer de saaiste periode. Eén: er is geen theaterseizoen dus ik kan niets doen, en twee: ik moet een volledig nieuwe zaalshow schrijven tegen september. De zomer is één lange aanloop naar de voorstelling en dus zit ik hele dagen binnen te werken terwijl iedereen buiten met waterballonnen aan het smijten is. Voor mij is er maar één ding positief aan de zomer en dat is dat ik tijdens die paar honderd meter van mijn huis naar de Proxy Delhaize wat bruin. Voor de rest ga ik altijd op vakantie buiten het seizoen.

“In de zomer optreden, is trouwens niet leuk. Comedy werkt het beste in een theaterzaal, vind ik, en niemand wil in een theaterzaal gaan zitten met dit weer. Wat rest is openluchttheater, festivals en tenten, maar na een tijdje was ik daar klaar mee. Er is niets leuks aan, je bent constant in overdrive aan het spelen. Een show bijwonen van een comedian is werken. Je moet tijd investeren en aandacht geven. Maar wie kan dat nu in die zomerse sfeer? De show is gedaan om tien uur, het is nog licht. Een comedian verliest altijd van de zon.”

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Dat ik gedreven ben, denk ik. Ik blijf altijd voort­werken en geef niet op. Door die gedrevenheid heb ik nooit het gevoel dat ik mijn tijd aan het verdoen ben, of heb ik ook niet veel moeite met ouder worden. Mensen hebben vaak spijt dat ze niet genoeg gerealiseerd hebben in hun leven. Dat gevoel heb ik niet. Zodra het mogelijk was, ben ik beginnen doen wat ik wilde doen, tot vandaag. Ik hoop dat te kunnen blijven volhouden.”

3. Wat is uw passie?

“Comedy. Ik breng mensen heel graag aan het lachen. Al sinds de middelbare school. Maar de middelbare school is een heel andere wereld dan de echte wereld. Grappig zijn in de middelbare school is een nutteloze eigenschap. Daar gelden andere wetten. Je vrienden vinden dat leuk, maar daar stopt het. Want de meisjes vinden jou een onnozelaar. Wat je cool maakt, is je kledij, of je sigaretten rookt, of je al uitgaat. In hun ogen was ik niet cool. Comedy gaf me dus de vrijheid om te zijn wie ik ben. Je stapt op een podium, je zet je typetje neer. En niemand die denkt: die gast is niet zo cool. (lacht)

“Ik ben met comedy begonnen toen ik 18 was. Ik had wat tips gekregen van mijn leraar biologie, Henk Rijckaert, die ik instant de meest interessante figuur van de school vond.

“School is niet voor iedereen. Ik was er niet bepaald goed in. Ik heb twee keer een jaar overgedaan en ieder jaar dat je overdoet in de middelbare school, is een jaar te veel. Op je 18de moet je er weg zijn. Dan heb je de vrijheid van de unief nodig om jezelf te ontplooien.

“Maar dat was niets voor mij. Ik moest een creatieve richting uit. Mijn thuissituatie was niet goed, zowel emotioneel als financieel. Ik stond op de rand van de afgrond. Wat nu? Dus eigenlijk ben ik geen comedian geworden omdat ik zo zeker was van mijn stuk, maar omdat ik een sprong moest wagen. Het heeft ook iedereen rondom mij absoluut verbaasd. Omdat ik altijd een stille jongen ben geweest en mijn mond niet opendoe als er meer dan vijf man aan tafel zit.

“Voor mij is humor alles, het zit verweven in mijn DNA. Het is werk, het is passie, het is oprechte interesse. Ik lees er alles over, van essays tot biografieën. Het is ook kunst. Dat klinkt misschien heel pompeus, maar waarin verschilt comedy van theater?”

4. Wat is uw zwakte?

“Ik ben heel lichtgeraakt en heel rancuneus. Een gezonde combo van de twee. Wat niet goed is voor een comedian die op het einde van het jaar een conference opvoert waarin hij boel maakt met iedereen. Dat nekt mij, ja.” (lacht)

5. Wat is uw grootste angst?

“Doodgaan. Dat uit zich in een terugkerende paniekaanval, van kinds af aan al. Ik begrijp eigenlijk niet goed waarom, want je moet niet bang zijn om dood te gaan, iedereen kan het. Het is heel simpel naar het schijnt. Het is eerder dat eeuwige niets. Dat is zo’n beetje vies. Je kunt het niet vatten. Het is misschien gewoon dat. Ik bedoel: technisch gezien zijn we allemaal al dood geweest. We hebben allemaal al langer niet bestaan dan wel, dus eigenlijk hebben we er keiveel ervaring mee, maar we kunnen het niet vatten.”

Beeld Stefaan Temmerman

6. Hoe is de relatie met uw ouders?

“Slecht. Mijn vader ken ik niet. Allez, ik weet wie mijn vader is, maar hij was nooit in the picture. Als kind heb ik hem vier of vijf keer gezien, maar toen wist ik niet dat hij mijn vader was. Wat ik weet van hem, is dat het niet zo’n fijne mens is in het algemeen. Het is een pakket dat ik er niet wens bij te nemen. En ik heb ook nooit die behoefte gevoeld.

“De leegte van mijn vader is altijd opgevuld door een heleboel vaderfiguren. Eerst door mijn nonkel en mijn grootvader, en toen ik met comedy begon kreeg ik er ineens twintig nonkels en grootvaders bij die zich wat ontfermden over mij, omdat ik tenslotte nog altijd maar een achttienjarige, met behoorlijk wat naïviteit, was in het professionele comedycircuit.

“Mijn moeder was een zware alcoholiste. De drank maakte haar labiel, paranoïde, maar ook heel gemeen. Vilein. Daar kon ik niet mee om. Ik heb die band dus doorgeknipt op mijn 18. Twee, drie jaar geleden heeft ze een hersenbloeding gehad en ben ik haar gaan bezoeken in het ziekenhuis. Sindsdien heb ik weer contact met mijn moeder. Om de drie weken stuurt ze me een irritant bericht waar ik me druk om maak en dat is het ongeveer. Maar de haat is verdwenen.

“Toen ik wegging, heeft ze een gat in mijn hart nagelaten dat niet meer op te vullen is. Ze snapte me toen niet en ze snapt me nog altijd niet. Ik heb heel lang de drang gevoeld om mij te bewijzen tegenover haar. Maar na die hersenbloeding is ze een andere vrouw geworden. Ze drinkt niet meer. Ze is een oude gehandicapte vrouw nu. De duivel die in mijn hoofd ergens in Vlaanderen rondliep bestaat allang niet meer.

“Een van de eerste dingen die ze tegen mij zei toen ik haar na tien jaar terugzag, was: ‘Het gaat niet zo goed met je carrière, ik zie je niet vaak op tv’. Dat kan ik niet aan, hè. Het gesprek liep meteen dood.”

7. Wanneer heeft u het laatst gehuild?

(schiet in de lach) “Euhm. Er is een bepaalde scène nadat er een vulkaan ontploft in Jurassic World: Fallen Kingdom die mijn hart heeft gebroken. In de intussen vier keer dat ik die film al in de cinema gezien heb, heb ik telkens opnieuw geweend. Dit is echt de absolute waarheid: de laatste keer dat ik gehuild heb is – en nu volgt een spoiler alert – toen een cgi-dinosaurus is gestorven op een scherm.

“Ik ben een grote popcultuurhoer. Boeken, films, muziek werpen je terug in de tijd net zoals geuren, smaken en kleuren dat doen. Als kind heb ik leren lezen in boeken over dinosaurussen. Jurassic Park is mijn jeugd in een notendop. Die film werkt voor mij als een teletijdmachine.”

8. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Iedere week ambeteert er mij wel iets, maar door het lint gaan? Euhm. De laatste keer dat ik echt lastig was en dreigde verder te gaan dan gewoon eens mijn huis overhoop trekken of een kwade tweet sturen was naar aanleiding van Nieuwe buren, waarin James Cooke en Karen Damen eens een maand in armoede gingen leven. Dat programma was het meest onrespectvolle wat ik ooit gezien heb naar arme mensen toe, omdat ik zelf uit armoede kom. Het heeft me enorm gekwetst en geïrriteerd en daarom heb ik dat programma op de korrel genomen in mijn show. En dan waren er bepaalde kranten die ik niet ga noemen, maar ze rijmen op het ‘Laagste Nieuws’, die die bit uit de context hebben gehaald, zinnen verschoven en bewust verwrongen om James Cooke en mij tegen elkaar op te zetten.

“Iets wat ik echt haat, is dat mijn werk misbruikt wordt om clicks te halen. Een comedyshow is een comedyshow en geen persoonlijke vendetta tegen een dude die ik één keer ontmoet heb en met wie ik verder niets heb. Aan zo’n show wordt maanden gewerkt, dat zijn niet zomaar wat wilde emoties en gedachten. 

“Hoe kom je erbij om zoiets te doen, vroeg ik mij af? Ik wilde echt met die journalist gaan babbelen, want zoiets wil ik niet uitvechten op het internet. Maar mijn management heeft mij tegengehouden. Damage control. Want ik zou het waarschijnlijk niet beleefd hebben gehouden. (lacht)

“We leven in een tijd waarin je je constant moet verdedigen. Grappen maken kan niet meer.”

9. Waar schaamt u zich soms voor?

“Voor mijn uiterlijk. Ik ben altijd gepest geweest in het middelbaar voor mijn uiterlijk en dat is blijven hangen. Wat hypocriet is, want als comedian maak ik zelf moppen over mensen hun uiterlijk. Ik heb heel veel problemen met mijn zelfbeeld. Ik zie mezelf echt niet graag bezig. Je kunt mij daarop niet pakken, want degene die de grootste hekel heeft aan Xander De Rycke is Xander De Rycke zelf. Ik ben mijn grootste criticus.

“Er zijn zoveel dingen die mij irriteren aan mezelf. Mijn gebit staat scheef, ik glimlach dus nooit op foto’s. Ik mompel heel vaak omdat ik mijn mond niet wil opendoen. De eerste keer dat ik een tandarts heb bezocht, was na mijn 25ste. Nu wil ik geen beugel meer. Mijn job is spreken en ik wil niet met zever in m’n mond zitten. Maar dat gebit houdt mij keihard bezig. Waanzinnig.

“Ik schat mezelf veel lager in dan ik ben. Als iemand interesse toont, verrast mij dat wel, omdat ik in de middelbare school nooit aandacht van meisjes heb gekregen. Het is mijn vriendin die moet zeggen dat iemand met mij flirt. Omdat ik het niet ken. Ik zou niet weten hoe het werkt, ik hou het niet voor mogelijk.”

10. Hoe kijkt u naar uw lichaam?

“Niet graag dus.” (lacht)

11. Wat vindt u erotisch?

“Eén: vrouwelijk naakt vind ik heel opwindend. Ik zie graag een streepke vlees, ik jaag er niet op in Bart De Pauw-tijden (lacht), maar je snapt wat ik bedoel. Twee: wat ik heel erotisch vind, zijn gedreven vrouwen. Carrièrevrouwen, zoals mijn vriendin. Het gaat dus niet per se alleen om het uiterlijk, maar ook om wat ze uitstralen.”

12. Wat is uw goorste fantasie?

“Eigenlijk heb ik dat niet. Ik ben een brave jongen. Ik heb een goed seksleven, maar het is niet extreem of zot. Het is gewoon leuk. Ik heb nooit het gevoel: ik wil iets extra’s.”

13. Wat betekent liefde voor u?

“Aandacht, steun, begrip. Ik probeer ervoor te zorgen dat mijn lief altijd voorrang heeft op alles wat ik doe. Er zijn maar drie mensen met wie ik communiceer terwijl ik aan het schrijven ben, zij is sowieso nummer één. Ik schrijf thuis, wij wonen niet samen. Gisteren heb ik de hele dag niets gedaan, maar plots om halftwee ‘s nachts was er een doorbraak, heb ik één zin en één woord gevonden. En dan stuur ik haar een berichtje en steekt zij de loftrompet: goed bezig. Omdat ze weet dat ik het nodig heb. Onbewust steekt zij het vuur onder mijn gat.

“In mijn jeugd heb ik aandacht gemist. Mijn moeder liet mij heel vaak alleen thuis. Op het moment dat mijn persoonlijkheid en interesses zich begonnen te ontwikkelen, was ze er niet.”

14. Welk dier zou u willen zijn?

“Een kwal. Die hebben geen hersenen, dus die maken zich geen fuck zorgen, die dobberen maar voort. Er zijn kwallen die biologisch gezien eeuwig zouden blijven leven mochten ze geen natuurlijke vijanden hebben. Die recycleren gewoon zichzelf. Hoe mooi is dat!”

15. Hoe kijkt u naar religie?

“Als naar sprookjes met goedbedoelde boodschappen, zoals een verhaal van Harry Potter. Ik kijk niet echt neer op mensen die religieus zijn. Religie lokt vragen uit, maar er zijn geen antwoorden op die vragen. Iedereen heeft zo zijn eigen interpretatie.”

16. Heeft u ooit racistische gevoelens gehad?

“Waarschijnlijk wel, maar ik probeer ze ook meteen te relativeren. Ik woon in Antwerpen-Berchem, een gezonde mengelmoes van religies en huidskleuren. Als comedian heb ik natuurlijk een enorme observatiedrang, maar een bepaalde eigenschap verbinden aan een bepaalde huidskleur of een bepaalde religie, is misschien al een klein beetje racistisch an sich. Negen op de tien keer als ik iemand zie vallen met de fiets is het een jood, omdat die geen fuck aan het opletten is. Krankzinnig gewoon. Is die observatie dan per se antisemitisch? Ik weet het eigenlijk niet.” (lacht)

17. Wat is voor u de hel op aarde?

(schiet in de lach) “Euhm. Pfoe. Verveling. Verveling vind ik het afschuwelijkste wat er is. Soms betrap ik mezelf erop dat ik gewoon wat rondhang in de kamers van mijn huis. En dan sta ik in de badkamer en voor ik het weet, heb ik dertig minuten zitten prutsen op mijn telefoon, op de rand van mijn bad. Afschuwelijk. Waarom heb ik dat nu weer gedaan? Verveling zou niet mogen bestaan en toch creëer je die zelf op een of andere manier.”

18. Wat is uw vreselijkste vakantieherinnering?

“Toen ik met mijn allereerste vriendin een week naar Londen ben geweest, intussen al bijna tien jaar geleden. We hadden niet het geld om iets deftigs te boeken dus hebben we een kamer genomen van 25 euro per dag of zo, en dat was gewoon kut. De badkamer was gemeenschappelijk en de muren waren zo flinterdun dat je die ene dude telkens weer hoorde sterven in de kamer naast je. Zelfs de verse handdoeken waren smerig, er waren strepen op in een kleur die ik niet ga specifiëren. Het grappige: na die week is die relatie ook afgelopen.”

19. Wat betekent geld voor u?

“Comfort. Als je geld hebt, ben je op je gemak, dat is eigenlijk alles wat ik wil hoor. Je beseft de waarde van geld pas als je er geen gehad hebt. Mijn moeder was de meeste tijd werkloos en bovendien was ze zwaar verslaafd aan TMF-spelletjes. Ze had Proximus-rekeningen van duizenden en duizenden euro’s die ze niet kon betalen. We kregen deurwaarders aan huis. Ik weet dus wat het is om constant dat zwaard van Damocles boven het hoofd te hebben hangen. Ik weet wat het is om met een weekbudget van 100 frank naar den Aldi te gaan en alleen maar een brood en een paar plakken kaas te kunnen kopen. 

“Ik kom dus van nul en ben nu heel gelukkig dat ik op het einde van de rit mijn rekeningen kan betalen. Ik zit zelfs op het punt dat er weleens een verrassingsrekening kan komen zonder dat ik een paniekaanval hoef te krijgen. 

“Maar ik kan altijd een stap terugzetten, mocht dat nodig zijn. Het gemakkelijkste is thuisblijven, een filmpje kijken dat je al bekeken hebt, een boek lezen dat je al gelezen hebt, gewoon op jezelf bestaan. Dat kost niets.”

20. Aan wie zou u eens ongezouten uw mening willen zeggen?

“Eerlijk, er rest mij niemand meer. De meningen die ik heb, kan ik verkondigen op een podium. En als ik grappen maak over BV’s gaat dat over hun werk, ik viseer nooit de persoon zelf. Ik lach graag met Niels Destadsbader, bijvoorbeeld. Maar als ik hem tegenkom, gaan wij vriendschappelijk met elkaar om. Voor velen is dat een soort van verraad. Maar Niels is geen vijand hoor. Ik lach met Niels Destadsbader om de simpele reden dat je met iedereen moet kunnen lachen. En BV’s die ietsje te goed zijn in wat ze doen, vormen voor een comedian de grote uitdaging. Snap je?

“Een of ander blaadje heeft ooit eens geprobeerd om een vete uit te lokken. Maar de reactie van Niels was: ‘Ik ken Xander, dat is om te lachen hè, dat is een comedian.’ En het was afgelopen.”

Xander De Rycke. Beeld Stefaan Temmerman
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden