Donderdag 20/02/2020

Gent

De Krook-architecten: "Als een icoon iets moet zijn waarbij je ‘wow’ zegt, dan bouw ik het niet"

Ralf Coussée en Klaas Goris op het water aan De Krook met rechts de nieuwe stadsbibliotheek. Beeld Jef Boes

Door het zichzelf moeilijk te maken hebben architecten Ralf Coussée en Klaas Goris het zich gemakkelijk gemaakt. In plaats van het stedelijke landschap te willen domineren, lieten ze zich erdoor leiden. Het resultaat is de nieuwe Gentse stadsbibliotheek aan De Krook, een brok nederigheid die zijn voet onverzettelijk in de stad plaatst.

In een oksel van de Schelde kon een stadskanker decennia­lang woekeren, maar op vrijdag 10 maart wordt De (voorheen Waalse) Krook officieel genezen verklaard. Dan maakt Gent kennis met een innovatief vlaggenschip waaraan een nieuw stuk stad hangt, pleinen en wandelbruggen inbegrepen. Naast de Gentse hoofdbibliotheek wordt het ook de thuis voor imec (het vroegere iMinds), radiozender Urgent.fm en UGent. Van die laatste verhuizen het Instituut voor Psychoacustica en Elektronische Muziek (IPEM), de onderzoeksgroepen Media en ICT (MICT) en Cultuur en Educatie, IDLaB (Internet Technology and Data Science Lab) naar De Krook.

Een hele opluchting, want het ontwerp van het Gentse architectenbureau Coussée & Goris werd al geopenbaard in 2010. Gerechtelijke procedures van een misnoegde projectontwikkelaar dwarsboomden het bouwproces, maar de Krook stáát er. Ralf Coussée (57): “Voor veel mensen lijkt het gebouw af, maar binnen moeten er nog duizenden dingen gebeuren. Je mag er niet naar kijken of...” (blaast)

“Niemand gaat dat zien”, sust Klaas Goris (56). “De aanleg van de kasseien is nog niet rond, er ligt nog maar een van de drie bruggen en het beeld van Michaël Borremans moet er nog komen, maar ik denk dat velen uitkijken naar de opening.”

Coussée is de gestrenge West-Vlaming die de volzinnen er niet altijd even vlot uitflapt. In al zijn enthousiasme durft Goris, een Brusselaar die in Gent verzeilde, hem al eens te onderbreken – nooit om hem tegen te spreken, wel om zijn betoog aan te vullen.

Al van in het begin zeiden jullie: dit is een droom die uitkomt. Doet het zoveel deugd om zo’n project te realiseren in de stad waar je werkt?

Klaas Goris: “Als je graag in een stad woont, is het normaal dat je daar iets toe wilt bijdragen. Hier iets mogen doen, geeft een grotere waarde omdat je er zelf elke dag kunt voorbijlopen. De potenties van die plek hebben ons altijd gefascineerd. Het was een van de weinige plekken waar je de stad nog een wezenlijke impuls kon geven.”

Ralf Coussée: “Vroeger was er geen enkele ambitie om iets te doen met die hoek. Er stonden enkele fabrieken en een sportcentrum, de straten liepen dood, er was vuil, graffiti en vandalisme. Alles was volgekoekt. Onze bedoeling was die plek te optimaliseren. Het gaat niet alleen om ons gebouw, maar over het hele gebeuren errond. We hebben het water erbij betrokken, maar ook het Wintercircus en de Minard.”

Goris: “Een stad functioneert altijd met trajecten. Mensen lopen het liefst in lussen, ze keren niet graag terug op hun passen. Met dit project hebben we een nieuw traject in de stad verwezenlijkt, een nieuwe manier om de stad te lezen. Door iets architecturaals te realiseren, verander je de manier waarop mensen door de stad lopen.”

Coussée: “Er ontstaat een parcours langs stukken stad waar je anders nooit komt, een nieuwe beweging die niets te maken heeft met de straten waar auto’s rijden. Dat zie je nu al: doe de hekken open en het volk stroomt meteen op het plein, helemaal tot aan het uiteinde. Waarop je ze weer moet wegjagen.” (lacht)

Jullie hebben geen bibliotheek ontworpen, maar een stedelijke omgeving?

Goris: “Ik ben blij dat u dat zegt. Binnen twintig jaar mag De Krook evengoed een heel andere functie hebben. Wij noemen het een openbaar stapelhuis, dat je op verschillende manieren kunt gebruiken. Het is een gestapeld platform, een balkon op de stad. Dit gebouw gaat je tonen welke stad Gent is. Het geeft iets aan de stad en als je er binnen staat, geeft de stad iets terug. Dat is een wisselwerking.”

Coussée: “Het is een erg open gebouw, je ziet overal de stad. Zo creëer je mogelijkheden om andere dingen te doen dan boeken te stapelen.”

Goris: “De trappen zijn geplooide pleinen die verdiepingen verbinden. Dat heeft niets formeels, je kunt het vergelijken met de oever van de Graslei waar tijdens de zomer zoveel mensen gaan zitten. We hebben ons geïnspireerd op het idee van een Griekse agora, een plein waar mensen elkaar ontmoeten en van alles doen. Het is geen gebouw met een zeer dwingende structuur.”

Klaas Goris en Ralf Coussée. Beeld Jef Boes

Coussée: (wijst op de plannen) “Dit pleintje lijkt een stuk stedelijk weefsel, maar daaronder zit al een zaal. De grens is niet duidelijk. We hebben ook maar één deur, voor de rest is alles open.”

Goris: “In een landschap zijn er geen deuren. Ons gebouw is geen interieurruimte, maar een stadsruimte. Een plein waar mensen verzamelen of boeken lezen. Het idee is dat je er kunt komen doen wat je wilt.”

Jullie hebben altijd gezegd dat jullie geen monument of icoon wilden bouwen. Onderschatten jullie daarmee niet jullie eigen ontwerp?

Goris: “Wij wilden dat ons gebouw alles bijeenbracht. Het is een van de weinige plekken van waaruit je een enorm panorama op de stad hebt, terwijl het zich net op een van de laagste punten van Gent bevindt. We hebben vooral lucht gecreëerd. Lucht is een soort ­fluïdum, je kunt dat niet vastgrijpen, maar het is een fundamenteel element van ons werk.”

Coussée: “Je voelt dat als je mensen meeneemt: ze willen voortdurend naar de ramen. Je ziet weinig grote gebouwen, maar veel achterkanten, een verfijning van het weefsel aan de waterkant.”

Goris: “Die fijne korrel is typisch aan de Vlaamse steden. Wij Vlamingen beschouwen onze rijwoningen soms als iets prutserigs, maar in het buitenland appreciëren ze die menselijke schaal.”

Jullie klinken heel nederig.

Goris: “Is dat nederigheid? Ik weet dat niet. Al zit de nederigheid er misschien in dat we van De Krook geen icoon wilden maken dat op zichzelf staat. We wilden het inschrijven in zijn context, het laten meeglijden in de stad. Hoewel ons crematorium (in Holsbeek, TVDM) en het natuurcentrum in het Zwin iets geslotener zijn, krijg je ook daar nooit het gevoel dat het autonome blokken zijn die zich totaal niets aantrekken van het landschap errond. Als een icoon iets moet zijn waarbij je ‘wow’ zegt, dan bouw ik het niet. Dat zijn meestal dingen die vlug gaan vervelen.”

Nochtans ontlokte jullie bibliotheek Gent al een hoop wow’s.

Goris: “Het blijft natuurlijk een indrukwekkend gebouw.”

Coussée: “Maar het is niet iets dat – baf! – alle aandacht opzuigt.”

Goris: “Als je op straat staat, valt het op als groot volume, maar toch steekt het niet uit boven de horizon van Gent. Dat is die nederigheid.”

Is het ook daarom dat jullie ontwerpen zo vaak horizontale lijnen bevatten?

Coussée: “Dat was mij nog niet opgevallen.”

Goris: “Dat is geen karakteristiek. Ook in De Krook vormen de vele kolommen een serieuze tegenhanger voor de kilometers lamellen aan de buitenkant.”

Coussée: “7,9 kilometer!”

Goris: “Een gebouw van 18.000 vierkante meter kan een enorm blok worden, maar Gent is geen grote stad. Het is erg gevaarlijk om een gebouw te maken dat qua vloeroppervlakte groter is dan de kathedraal. Vandaar dat er een knik in zit. Zo krijg je de bibliotheek nooit in zijn volledige lengte te zien en wordt het gebouw nooit als een mastodont in je gezicht gesmeten. Die knik is niet zomaar een, hoe zal ik het zeggen…”

De eerste kennismaking voor de Gentenaars met de nieuwe stadsbib: de winnende maquette van Coussée en Goris.Beeld Yann Bertrand

Coussée: “Een spielerei.”

Goris: “Ja. In de Sint-Hubertusgalerijen in Brussel heb je die ook. Dat is van wereldklasse. Toen wisten ze al: als je een stad geweldig wilt ervaren, moet je straten niet recht maken, maar ze laten knikken en draaien, zodat je op je eigen gevels kijkt. Dat is wat wij gedaan hebben. Ons gebouw vaart mee met de oever van de rivier, en vanbinnen doen we hetzelfde.”

Jullie beweerden dat jullie De Krook nergens anders ter wereld hadden kunnen zetten.

Goris: “Het is echt gemaakt voor die plek. Onze gebouwen groeien naar hun omgeving zoals bomen naar het licht. We analyseren een plek en het programma, en bekijken wat wij daar kunnen doen. Architectuur is een creatieve oefening: er zit iets in je, hoe krijg je dat eruit?

Coussée: “Je moet daar fysiek gaan staan om zo’n plek te begrijpen, om aan te voelen hoe mensen gaan lopen, wat het probleem is.”

Goris: “Wij reageren op de impulsen die rondom ons ontstaan.”

Het valt op dat De Krook minder gecontesteerd wordt dan de Stadshal van Robbrecht en Daem. Hoe komt dat?

Goris: “Misschien net dankzij die Stadshal? Tegenwoordig hoor je steeds minder mensen die daartegen zijn. Er was heel veel tegenkanting en zo’n discussie is positief, maar je kunt niet zeggen dat de Stadshal niet gebruikt wordt. Mogelijk denken mensen nu: die hedendaagse architectuur is nog zo slecht niet. Het was een ongelooflijk moedige beslissing van de stad om de Stadshal te blijven steunen, in veel andere steden was zoiets allang afgevoerd. Ons ontwerp kun je mooi vinden of niet, maar de vraag is: is het een wezenlijke bijdrage aan hoe de stad functioneert?”

Zijn jullie nieuwsgierig naar hoe mensen jullie bibliotheek gaan gebruiken?

Goris: “Natuurlijk. Soms verrast het ons hoe een gebouw wordt gebruikt, helaas vaak in slechte zin. Er worden veel gebouwen mismeesterd in België. De renovatie van het Vleeshuis in Gent was een van onze eerste projecten, maar ze hebben het om zeep geholpen. De zuiverheid is eraf. Gelukkig kan een groot gebouw als De Krook tegen een stootje.”

Coussée: “Dat gebouw is één grote machine. De las­naden moeten goed zijn, maar als er eentje niet helemaal perfect is, is dat niet erg.”

Goris: “Wij vragen van iedereen een attitude van perfectie, maar tegelijk willen we dat de mensenhand herkenbaar blijft. Anders zou een machine het evengoed gemaakt kunnen hebben. Het is mooi om te zien dat er af en toe iets fout gaat. Dat is deel van het verhaal.”

Coussée: “Niet alles moet tot in de puntjes ­geësthetiseerd zijn.”

Het ontwerp van Toyo Ito. Beeld Toyo Ito & Associates

Een van de andere ontwerpen voor De Krook kwam van de wereldbefaamde Toyo Ito. Werkt dat verlammend of net inspirerend?

Goris: “Dat is een uitdaging. (lacht) Je weet dat je het onderste uit de kan moet halen als je tegen grote bureaus komt te staan. Voor ons is dat geen nadeel. Dat motiveert je om diep te graven in je eigen mogelijkheden. Wij hebben enorm veel respect voor sommige andere architecten, hoewel we soms een andere visie hebben. Het stoort ons vooral wanneer een visie mankeert – en zeker wanneer zoiets dan wint. Maar verliezen van iemand met een grote visie? Dat is niet aangenaam, maar je accepteert dat. Voor De Krook denk ik dat ons concept standhoudt. Ik heb nog altijd niet kunnen bedenken hoe we het beter hadden kunnen doen. Het zou wel erg zijn als je vandaag moet zeggen: we hadden het beter zus of zo gedaan.”

U voorspelde dat De Krook het Centre Pompidou van Gent zou worden.

Goris: “Het Centre Pompidou heeft een hele buurt opgekrikt. Het werd een sociale ontmoetingsplaats. Ook ons gebouw gaat niet over een pak stenen die je op elkaar zet, maar over een plaats die door heel veel mensen bezocht zal worden. Op topdagen spreken we van 7.000 man. Dat is enorm.”

Coussée: “Het is een erg publiek gebouw, waarmee je heel veel mensen kunt bereiken.”

Wat moet De Krook teweegbrengen?

Goris: “Dat de stad weer cement wordt tussen de mensen. In de jaren 70 wilden de mensen de stad uit, maar nu geloven ze weer in de stad. Steden zijn het antwoord geworden – en in zekere zin is dat ook de redding voor de kleine restjes buitengebied die er nog zijn. Vroeger gingen mensen naar de buiten voor de goeie lucht, nu ligt daar om de drie kilometer een grote weg met veel lawaai. In het centrum van de stad is het veel stiller, het is daar dat je de vogeltjes hoort fluiten.”

Wat is jullie persoonlijke band met Gent?

Coussée: “Ik woon in Brugge, maar ik ben altijd graag in Gent geweest. Het zijn twee verschillende steden. Het centrum van Brugge, dat is 22.000 mensen. Dat is niets. Een dorp. Brugge is te beperkt om ’s avonds te leven. De toeristen zitten dan in hun hotel en komen niet meer buiten.”

Goris: “Gent telt 250.000 inwoners en dat is het grote geluk. Dat is de mooiste schaal die er is. Gent heeft ook een van de meest gecondenseerde centra die er bestaan. Zo is het centrum altijd dichtbij. Dat is redelijk uniek, veel steden zijn veel meer uit elkaar gegroeid.

“Ik ben een Brusselse Vlaming, maar mijn vrouw is van Gent en intussen woon ik hier ook al lang. Wij zijn bij wijze van spreken immigranten, maar dat is ons nooit kwalijk genomen. Gent heeft ons altijd omarmd en daar ben ik de stad heel dankbaar voor. Gent is een open stad en dat is fantastisch. Gent heeft veel geloof in wat mensen die het goed voorhebben met de stad willen creëren. In Brussel is het veel meer ons kent ons.”

Beeld Jef Boes

De jongste jaren zijn er in Gent een hoop nieuwe landmarks verschenen. Alsof de stad eindelijk de 21ste eeuw is binnengetreden.

Goris: “Ja, maar dat is geen argument om alles toe te laten, want dan kun je de bal gigantisch misslaan. Hier en daar een heel straf statement plaatsen, is voldoende om een stad geweldig te doen bougeren. Je hoeft de stad geen andere aanschijn te geven, maar je moet mensen de stad net laten ontdekken.

“Wat Gent meer heeft dan andere steden, is een amalgaam van de tijd. Het stratenplan is middeleeuws, maar er is geen originele middeleeuwse stad meer. De architectuur is een mix van alle eeuwen. Dat is complex, maar dat maakt het boeiend.

“Gent zit nog vol ontdekkingen: je moet die niet creëren, maar blootleggen. Architecten moeten mensen veel meer leren hoe je een stad kunt lezen, ze moeten tonen wat haar kwaliteiten zijn.”

De Krook, Miriam Makebaplein 1, Gent, opent in het weekend van 10, 11 en 12 maart officieel de deuren. Meer info via opening.dekrook.be

Morgen, zaterdag lees je in het Gent-dossier in DM Magazine wat de stad allemaal te bieden heeft. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234