Woensdag 13/11/2019

Reportage

De jobs die niemand anders wil doen: ‘Je werkt elke dag met dode ­lichamen, daar moet je tegen kunnen’

Parkeerwachter Sonic: ‘Je moet natuurlijk de ­wetgeving kennen, maar vooral met mensen kunnen omgaan.’ Beeld SISKA VANDECASTEELE

Misschien wilden ze als kind wel brandweerman, bakker of piloot worden. Toch werd hun job er een die minder tot de verbeelding spreekt. Zouden ze willen ruilen?

Sonic (24) gaat als parkeerwachter elke dag de straat op

“Ik had een paar vrienden die als parkeerwachter werkten. Dat leek me ook wel een toffe job. En zo liep ik op een gegeven moment zelf met een scanner door de straten. Ik doe het graag: je bent een hele dag buiten, het werk is afwisselend en je hebt een grote autonomie. Als ik op ronde ben, ben ik mijn eigen baas. Die verantwoordelijkheid vind ik ­belangrijk.

“Een parkeerwachter is geen ­politieagent. Wij delen ook geen ­boetes uit, maar retributies. Het gaat daarbij over parkeerovertredingen die geen gevaar of hinder opleveren, zoals niet of onvoldoende betalen in een zone waar betalend parkeren geldt, geen parkeerschijf leggen in een blauwe zone, de maximale parkeer­termijn overschrijden…

“Als parkeerwachter moet je de ­wetgeving kennen, maar vooral met mensen kunnen omgaan. We krijgen jaarlijks een assertiviteitstraining die ons moet helpen in moeilijke situaties. Kalm en beleefd blijven, dat zijn de sleutelwoorden. En zo weinig mogelijk in discussie gaan. Soms komen ­mensen op heel agressieve toon ­vragen waarom ze een retributie ­hebben gekregen. Als je dan rustig ­uitlegt waarom, kalmeren ze meestal wel. Ze zijn misschien nog kwaad, maar dan vooral op zichzelf. (lacht)

“Ik blijf altijd menselijk. Als ik iemand wil opschrijven die nét komt aangelopen, durf ik dat soms door de vingers te zien. Ik ben geen parkeerwachter geworden om mensen te ­kunnen pesten. We staan echt niet ergens in een hoekje te wachten tot iemand iets fout doet, om die dan snel te kunnen pakken. Zo werkt het niet. Is je ­parkeerticket verlopen op het moment dat ik passeer, dan heb je gewoon pech. Ik werk trouwens ook niet op commissie. Of ik nu twee of twintig retributies ­uitschrijf, mijn loon blijft precies hetzelfde. Mij maakt het ook niet uit: ik wil gewoon mijn job goed doen.

“Verbale agressie is geen dagelijkse kost, maar het hoort er wel bij. Ik krijg weleens scheldwoorden naar mijn hoofd geslingerd. ‘Smeerlap’, ‘bruine’ of ze zeggen ‘ge doet dit ­precies wel graag’. Ik reageer daar niet op. Hoe meer aandacht je dat soort mensen geeft, hoe meer je ze aanmoedigt. Negeren is de beste keuze. Fysiek geweld heb ik nog niet meegemaakt, gelukkig. Als dat je als parkeerwachter overkomt, kan ik me inbeelden dat het moeilijk wordt om nog de straat op te gaan.

“Voorbijgangers zeggen soms luidop dat ze mijn job nooit zouden ­willen doen, of vragen me of ik dit nu écht leuk vind. Het antwoord is: ja. Voor mij is dit de perfecte job. Ik heb een liefde voor auto’s, vooral voor sport- en luxewagens. Mooi meegenomen dus dat ik een hele dag naar auto’s mag kijken. Maar een dure Maserati of Mercedes zwier ik evengoed op de bon – al zal ik misschien iets langer door het raampje piepen.”

Ingeborg: ‘Ik werk hier nu anderhalf jaar, en het is nog steeds een boeiende ontdekkingsreis. Ons lichaam zit prachtig in elkaar. Het is een ­voorrecht om dat elke dag te zien.’ Beeld SISKA VANDECASTEELE

Ingeborg (28) maakt dode lichamen klaar voor dissectie

“Prosector betekent letterlijk ‘voorsnijder’, een ontleder van lichamen. Ik omschrijf het ­liever als ‘zorgen voor’. We zorgen voor de mensen die hun lichaam aan de wetenschap schenken. Op vraag van docenten en artsen maken we anatomische preparaten voor lessen anatomie, wetenschappelijk onderzoek en chirurgische trainingen. We dissecteren het lichaam, of een stuk ervan, zodat de onderliggende anatomische structuren bloot komen te liggen. Dat vraagt uren, soms dagen tijd. Het is een delicaat werk dat handvaardigheid en geduld vereist, en dat we altijd met het ­grootste respect proberen te doen.

“We zijn de mensen die hun lichaam aan de wetenschap schenken ontzettend dankbaar. Wat zij doen, is heel waardevol én noodzakelijk. Zonder hen kunnen studenten geen écht lichaam leren kennen, of ­chirurgen geen nieuwe ingrepen ­uitproberen. De gedachte dat mijn werk daadwerkelijk iets betekent, geeft enorm veel voldoening.

“Ik kan me perfect inbeelden dat mijn job niet voor iedereen weggelegd is. Je werkt elke dag met dode ­lichamen, daar moet je tegen kunnen. Het blijven mensen. Soms vraag ik me af wat voor man of vrouw iemand geweest is, of wat voor leven hij of zij geleid zou hebben. Maar emotioneel word ik er niet van. Als je die klik niet kan maken, kun je je werk niet doen, en kunnen ook studenten en ­wetenschappers niet verder.

“Mijn parcours is misschien wat ongewoon. Ik heb beeldende kunst gestudeerd, maar de dood en het menselijk lichaam hebben me altijd geïnteresseerd. Tijdens mijn master heb ik in avondschool cursussen gevolgd om in een mortuarium te kunnen werken, wat ik daarna ook gedaan heb. Het beroep van prosector was me onbekend, tot ik toevallig een vacature zag. Ik wist meteen: dit wil ik doen. Je hebt geen medische achtergrond of universitair diploma nodig om prosector te worden. Er bestaat in België zelfs geen opleiding voor. Ik heb alles al doende geleerd van mijn collega – en uit anatomische atlassen.”

Kris: ‘Ik zou iedereen ervan willen ­overtuigen dat een slachthuis niet is wat veel mensen denken. Ik ben trots op mijn beroep, altijd al geweest. En dat hoop ik zo te houden.’ Beeld SISKA VANDECASTEELE

Kris (49) begon op zijn achttiende in een slachthuis

Ik ben slachter, mijn vrouw is ­dierenarts. Veel mensen vinden dat een vreemde combinatie. (lacht) We hebben elkaar ontmoet in het slachthuis waar ik werkte en zij als controleur aan de slag was. We doen een heel andere job, maar we zijn allebei dierenliefhebbers. Elk beest dat hier binnenkomt, behandel ik met respect. Dat moet ook: wie als een beul te werk gaat, vliegt hier al snel buiten. Een goede slachter werkt voorzichtig en precies. Het duurt jaren voor je alle handelingen perfect onder controle hebt.

“Slachten is intensief werk: het is bloederig, vettig en vuil, maar dat heeft me nooit afgeschrikt. Toen ik als 18-jarige van de beenhouwersschool kwam, heb ik me meteen bij een slachthuis aangeboden. Als slachter kon je in die tijd goed je brood ­verdienen, en dat zag ik als jonge gast wel zitten. Ik heb altijd hard gewerkt, soms twaalf uur aan een stuk. Nu draai ik kortere dagen, maar ik doe mijn job nog altijd even graag.

“Mijn liefde voor het vak is groot. Ik zou mijn kennis graag doorgeven aan de volgende generatie, maar het is moeilijk om jongeren te vinden die dit nog willen doen. De meeste mensen die hier werken, zijn van mijn leeftijd. Verschillende collega’s komen uit Roemenië of Bulgarije: hier verdienen ze drie keer zoveel als in hun ­thuisland – en de vacatures geraken toch niet ingevuld. Als het zo ­doorgaat, is slachter binnenkort een uitstervend beroep.

“Natuurlijk krijg ik soms negatieve reacties. Mensen vinden het een ­gruwelijk idee dat wij dieren doden, maar iemand moet het doen – toch als we vlees willen blijven eten. Die steaks en hamburgers op restaurant komen niet uit de lucht gevallen.

“Slachthuizen zijn de laatste jaren vaak negatief in de pers gekomen. Ik ga niet beweren dat er nooit iets fout gebeurt of gebeurd is – in elk slachthuis is weleens iets voorgevallen dat geen al te fraaie beelden zou opleveren – maar dat soort toestanden is echt geen schering en inslag. Er is meer aandacht dan ooit voor ­dierenwelzijn op de slachtvloer, en dat is maar goed ook. Onze beesten worden niet meer met een koord om hun nek naar de slachtbank gesleurd, zoals dertig jaar geleden. Er wordt vandaag veel strenger op toegekeken dan vroeger, en terecht.

Linsey: ‘Het is monotoon werk, maar dat stoort me niet. Ik hou van regelmaat. Laat mij maar elke dag hetzelfde doen’.’ Beeld SISKA VANDECASTEELE

LInsey (43) is al 24 jaar bandwerker

“Ik was amper een paar maanden van de schoolbanken af toen ik hier ben beginnen werken. Een jonge interimmer aan de band. Ik had ­secretariaat-talen gestudeerd, maar iedereen die mij een beetje kende, wist dat dat eigenlijk niets voor mij was. Ik moet bezig zijn. Hoe harder ik kan ­werken, hoe liever.

“Ik vond bij Cartamundi in Turnhout een job en ben nooit meer weggegaan. Meer dan twintig jaar lang heb ik pakjes speelkaarten in doosjes gestoken aan de flowpack. Het is monotoon werk, maar dat stoort me niet. Ik hou van ­regelmaat. Mijn partner zou hier gek worden, zegt hij, maar ik ben een gewoontebeestje. Laat mij maar elke dag hetzelfde doen.

“Ik heb mijn werk nooit als saai of nutteloos ervaren, integendeel. Ik ben fier op wat ik doe. Elk doosje dat we vullen, maakt een klant blij. Daar gaat het om. We maken natuurlijk een uniek product. Cartamundi is de enige fabriek in België die speelkaarten maakt, en is wereldwijd bekend. Je zou voor minder trots zijn. Hoewel, ik ken ook mensen die doosjes voor Happy Meals maken, en daar even enthousiast over vertellen.

“We staan hier niet als robots aan de band, wat veel mensen denken. We ­luisteren naar de radio, maken plezier. De teamgeest is prima. Naast doosjes vullen doen we ook kwaliteitscontroles: zit de folie rond de pakjes correct, is de tekst op de verpakking goed leesbaar? Die afwisseling houdt je bij de pinken.

“Onlangs mocht ik voor het eerst mee naar Japan op werkbezoek, samen met iemand van het management. Haar gsm stond nooit stil, ’s avonds zat ze nog uren achter de computer. Dat lijkt me zó vermoeiend. Laat mij dan maar aan de band staan. Als ik na mijn shift uittik, ben ik ook écht klaar. En ik verdien heus niet slecht. Toen ik jonger was, zei ik soms niet graag dat ik ‘maar’ fabrieksarbeider was. Nu weet ik: als je een goed product wil maken, heb je iedereen in de ketting even hard nodig.

“Mijn dochter studeert sociaal werk en heeft hier al vakantiewerk gedaan. Ik zou het jammer vinden mocht ze later niets met haar diploma doen, maar als ze hier wil blijven werken, zou ik daar ook geen drama van maken. Als ze maar iets doet wat ze graag doet, zoals ik.”

tekst: Lien Lammar

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234