Woensdag 13/11/2019

Lust & liefde

‘De eerste barst in onze relatie kwam toen ik de afwasmachine verkeerd inlaadde’

Beeld Thinkstock

Josefien (59) leerde hem kennen in het zwembad. Hij was vriendelijk en had mooie donkerblauwe ogen. Na anderhalf jaar wist ze het zeker: ze zouden nog lang en gelukkig leven. En dus trok ze bij hem in.

“Mijn boodschap is eenvoudig: liefde maakt blind, je moet ontzettend uitkijken hoe je het zakelijk regelt, want bij het scheiden van de markt leert men de kooplui kennen. Zie hier twee vaststellingen die niet voor niets clichés geworden zijn. Ik had als maatschappelijk werker beter moeten weten. Blijkbaar waande ik me als expert onschendbaar. Ik leerde hem tien jaar geleden kennen in het zwembad waar ik drie keer in de week kwam. Mijn duikbrilletje moet erg beslagen zijn geweest toen ik voor die aantrekkelijke man viel die toevallig iedere keer tegelijk met mij het bad uitkwam en zich aan de rand ­aankleedde. Prachtig halflang sluik haar, goed gebouwd, vriendelijk, mooie donkerblauwe ogen. Al snel vroeg ik me op weg naar het zwembad af: zou hij er zijn vandaag? Dan maakten we een praatje. Eerst over de temperatuur van het water, maar al snel gingen we koffiedrinken en viel het me op hoe geïnteresseerd hij was in mij.

“Niet dat we ons halsoverkop in een verhouding stortten, sterker, het begon allemaal heel voorzichtig. Hij was 59 en ik 49, van die eerste ontmoetingen herinner ik me vooral dat we elkaar lang zwijgend aankeken. Om te peilen: is dit het? Het begin van een grote liefde? We maakten wandelingen langs de zee, door de weilanden, met mijn oude hond. Nu ik erover praat, zie ik de eerste kus weer voor me: in een hotel langs zo’n langeafstandsroute. Toen was ik verkocht, want hij rook nog lekker ook.”

Lang en gelukkig

“Na anderhalf jaar gingen we samenwonen. Hij had een kolossaal pand in de binnenstad. Ik gaf vol goede moed mijn sociale huurwoning op met vier kamers in hartje centrum. Alles liet ik achter en trok bij hem in. Ik had het volste vertrouwen dat wij tot de dood elkaars grote liefde zouden blijven. We gaven een groot feest voor alle vrienden en familie en mijn volwassen kinderen, onder het motto: lang en gelukkig. Ik nam alleen wat dozen met persoonlijke bezittingen mee. Al mijn meubelen heb ik verkocht of weggegeven, want mijn vriend was ontwerper en wat niet van staal of beton was, werd in huis niet geduld. Toen mijn oude hond de metalen trap van traanplaat niet meer af kon en ik er een matje op wilde leggen, hield hij mij tegen. Maar dat was later pas.

“De eerste barst was een incident, zo hevig en tegelijk zo klein dat het zich makkelijk liet wegduwen. We woonden nog geen paar maanden samen, toen ik de afwasmachine inlaadde op een manier die hem niet zinde. De borden zullen scheef hebben gestaan, misschien had ik een glas niet rechtgezet waardoor er water in bleef staan, misschien had ik de ruimte in de rekjes niet voor honderd procent benut. Hij werd razend, witheet van woede. Hij begon te schreeuwen en te vloeken. En ik, ik schaamde me en hield mijn mond. Ik voelde als het ware achter mijn ribben een hek neergaan, maar wilde maar een ding: dat dit niet waar was. Ik begreep: als ik weerwoord bied, zou dit afwasmachine-incident weleens het einde van ons sprookje kunnen inluiden. Het incident zou geen incident meer zijn, er zou misschien een beerput opengaan.”

Domheid

“Ja, dat was het: ik wilde het gebeurde niet ‘waar’ hebben. Lang en gelukkig betekent iets, maar kort en gelukkig, dat is domheid. Dus hield ik vol. Acht jaar. Het ging niet goed met zijn bedrijf. Hij werd 65, maar als ooit gezaghebbend ontwerper wilde hij niet opgeven. Opdrachten bleven uit, zijn personeel moest hij ontslaan: hij was als een kapitein op een groot schip dat met dikke kabels aan wal lag. Hij begon te blowen, meer te drinken, ging ’s avonds op café, waar er nog meer drank inging.

“Inmiddels had hij de bovenste verdiepingen van zijn pand verhuurd en woonden we samen in een open ruimte, want als ontwerper hield hij niet van deuren. Als hij ’s nachts begon te snurken, kon ik me nergens terugtrekken. En alles was mijn schuld. Toen ik succes kreeg in mijn werk en bladen over me begonnen te schrijven, wilde hij dat ik me zo liet fotograferen dat zijn huis met al zijn ontwerpen zichtbaar zou zijn. Toen ik een perceeltje kon huren in Frankrijk, wilde hij zijn naam op het huur­contract. Hij zette er een huisje neer als bouwpakket dat diende als showmodel: een nieuw project waarmee hij geld wilde verdienen. Er is nooit een huisje verkocht en die beeldschone plek heeft hij mij later bij de rechter op een slinkse manier afgetroggeld.

“Het wonderlijke is, voor cliënten weet ik precies wat ze moeten doen, maar zelf heb ik alles laten gebeuren in de hoop met toegeeflijkheid het tij te keren. Nu ben ik, behalve mijn illusies, mijn huurhuis, mijn plek bij hem en mijn Franse huisje kwijt. Ik moest verhuizen naar een flat buiten de stad, allemaal omdat hij een sombere man was geworden die niet kon verdragen dat zijn status veranderde. Hij verloor de grip en reageerde dat af op mij. Een keer aten we bij vrienden en gaf hij me een stomp toen ik het woord nam. De tranen sprongen in mijn ogen. Hij was onmachtig en ontgoocheld op een manier die alle levenssferen beïnvloedde. Hoe kon ik zo stom zijn te denken dat ik hem kende. Je kent iemand nooit, nooit.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234