Zaterdag 14/12/2019

Interview Over het leven

‘De dood is de enige manier om te weten te komen hoeveel je van iemand houdt’: auteur Benno Barnard verloor zijn dochter Anna (18)

Benno Barnard: ‘De dood is de enige manier om te weten te komen hoeveel je van iemand houdt.’ Beeld chiara luxardo

Een ijselijk verkeersongeval. Zo verloor schrijver Benno Barnard (65) zijn dochter Anna, het ‘onbegrijpelijk gulle’ meisje dat hij veertien jaar eerder had geadopteerd. Het snijdt nog diep. Maar: ‘Het verdriet heeft me sterker gemaakt. Nee, rijker.’

In een reeks interviews praat columnist Mark Coenen over leven en overleven met mensen die onlangs met verlies werden geconfronteerd. Vandaag: schrijver Benno Barnard verloor zijn adoptiedochter Anna door een verkeersongeval.

Anna. Beeld chiara luxardo

“Ik haal meer uit het Nederlands dan erin zit”, zegt Benno Barnard een beetje grappend over zichzelf, maar het klopt. Ook zijn nieuwe, onovertrefbaar geformuleerde dagboek Zingen en creperen ligt al een tijdje op mijn nacht­kastje. Maar we gaan het dit keer niet over de schrijver hebben.

‘I’m going to blink and Christmas break is going to be done with. Just watch.

Dat schreef Anna Barnard, dochter van Benno Barnard, op 17 december 2016 op Twitter. Het werd een kerst zonder haar: Anna stierf de dag erna in een verkeers­ongeval in Goshen, Indiana, waar ze woonde bij haar grootouders.

‘De oostenwind collaboreerde met de natuurwetten. Gehoorzaam bewogen de watermoleculen steeds trager. Toen Anna met haar vriendin de plek bereikte, was die al bedekt met ijs. De onervaren vriendin reed. Ze waren op weg naar de stad, kerstcadeautjes kopen.’ Zo begint zijn in memoriam aan haar in Zingen en creperen.

BENNO BARNARD • geboren op 21 no­vember 1954 in Amsterdam • is schrijver en criticus en baat een B&B uit in Brede, East Sussex • is getrouwd met de Amerikaanse Deanne Lehman • heeft één zoon: Christopher; verloor zijn dochter Anna in 2016 in een ver­keers­ongeluk in Goshen, Indiana (VS) • zijn nieuwe boek, Zingen en creperen, verscheen onlangs bij Atlas Contact 

Ik ga samen met Benno op zoek naar het verhaal van Anna’s dood en hoe een mens daarmee moet leren leven. Er zit niets anders op.

“Ik heb mij niet ingehouden”, zei hij achteraf.

Wie dit interview leest, weet dat dat waar is.

In Een hiernamaals schreef je: ‘In 1995 stierf mijn moeder, twee jaar later gevolgd door mijn intiemste vriend, de dichter Herman de Coninck. Hun dood heeft mijn leven definitief in dat van mijzelf veranderd.’ Over Herman schreef je een in memoriam, over je moeder niet.

Benno Barnard: “Nee. Misschien omdat ze aan alzheimer leed. Ze is als een oude indiaan doodgegaan, of iemand in het oude Japan: die beklimmen een berg, om de gemeenschap niet tot last te zijn. Ze stierf op karakter, zou Herman gezegd hebben. Maar over alzheimer schrijven zoveel mensen.

“Mijn moeder was een kind van het interbellum, opgegroeid in een welgesteld maar ook kunstzinnig milieu. Een huis met twee Duitse dienstmeisjes, zes weken vakantie in Katwijk aan Zee, tennis, telefoon, dat soort dingen. En ook nog eens acht kinderen. Ze werd geboren ten tijde van het vredes­verdrag van Versailles, in 1919, ze werd meer­der­jarig een week voor Rotterdam door meneer Göring gebombardeerd werd.

“Mijn vader was dan weer afkomstig uit een heel ander milieu. Hij werd naar het gymnasium gestuurd, ‘want Willempje was slim’. De families kenden elkaar uit de kerk en protestanten prediken de gelijkwaardigheid van alle mensen, wat maakte dat de ouders van mijn moeder, die sowieso geen hooghartige mensen waren, hun relatie niet tegenhielden.

“Mijn vader kon niet praten over de oorlog. Ik vroeg hem eens: wat herinner je je nu nog van Rotterdam na het bombardement? Niets, zei hij, behalve die ontzaglijke stank, dat miljoenvoudige kampvuur.

“En Herman, die trouwens bevriend raakte met mijn vader... Toen hij stierf, was ik, achteraf gezien, eigenlijk nog heel jong. Ik was 42.”

Dat vinden wij zestigers nu heel jong, dus.

“Wat alleen maar bewijst wat voor oude zakken we zijn.

“Het jaar daarna, in 1998, werd Christopher (de zoon van Benno Barnard, red.) geboren. Ik was zeer intiem bevriend met Herman, al waren we wat uit elkaar aan het groeien. Mijn terugkeer naar het christendom: dat viel niet goed, bij hem niet en bij menigeen van die generatie niet, die daar nogal intolerant in was.

‘Ik wil de YouTube-beelden van Anna niet zien. Een bewegende Anna? Een schijn­levende Anna? Dat is alsof ze dan nog eens dood moet.’ Beeld chiara luxardo

“Lieve Coppens, Hermans tweede vrouw met wie we altijd bevriend zijn gebleven, was hier toen we Anna begroeven. ‘Wat is dat toch een gepruts bij ons in Aula Chrysant’, zei ze. ‘Wat we daar zelf in elkaar draaien... Dit is zoals het moet.’

“Maar Herman zou dat nooit uit zijn bek gekregen hebben, die had zijn katholieke jeugd met zoveel kracht van zich afgeworpen dat die in een baan rond de aarde terechtkwam.

“Hij stierf totaal onverwacht. Dat was choquerend. Ik was totáál van de kaart. Mijn moeder was mijn eerste dode, maar bij haar zat er nog iets troostrijks in, die vreselijke alzheimer maakte haar diep ongelukkig.

“Herman die stierf: dat was een ongelooflijke draai rond mijn oren. Maar het jaar nadien werd Christopher geboren, en toen kreeg het allemaal een heel andere betekenis.”

De geboorte van je zoon was een kanteling in het universum, schrijf je.

“De reeks over en voor hem in mijn bundel Het trouw­servies is mijn beste dichtwerk, denk ik. Die reeks drukt de ervaring van een revolutie uit: alles draaide in en om mij. En nee, atheïstische lolbroeken, ik was niet dronken.

“Ik kon zo’n kind toch niet zonder ritueel de wereld in sturen? Dat was ondenkbaar gezien mijn traditie. Deanne (de echtgenote van Barnard, red.) vond dat prima, al worden in haar Amerikaanse traditie de volwassenen gedoopt, niet de kinderen. (lacht) We hebben ons toen aangesloten bij de anglicaanse kerk in Antwerpen. Tot beleefd afgrijzen van veel vrienden. Een paar hebben ook de vriendschap opgezegd. We vonden dat hatch, match and dispatch, de kerk enkel voor dopen, trouwen en begraven, de kerk als romantische ruimte dus, slap en half­slachtig was.

“Hoe dan ook, het was toch een soort thuis­komen. Met de Engelse ritus als mijn eigen Kerk­latijn.”

Ik herinner mij dat ik bij mijn oudste dochter na een week dacht: oei, zij gaat nu nooit meer weg. Ik was daar eerlijk gezegd niet op voor­bereid, op mijn dertigste.

“Het wrange is als je kind wél weggaat, natuurlijk. Dat hebben wij dan weer meegemaakt.

(stilte) “Een vriendin zei bij de geboorte van Chris­topher: ‘Nu ben je voorgoed kwetsbaar.’ En dat bleek ook zo te zijn. Het is wat ik schrijf over Anna in Zingen en creperen: ‘De dood is de enige manier om te weten te komen hoeveel je van iemand houdt.’”

Hoe kwamen jullie er bij om na Christopher een dochter te adopteren?

“Christopher was prenataal al eigenwijs en liet op zich wachten, waardoor Deanne al 37 was toen hij geboren werd. En toen we net een beetje aan hem gewend waren en aan een tweede kind dachten, belde mijn schoonmoeder, die als arts in India werkte en weeshuizen bezocht. In een dependance van het weeshuis van Moeder Teresa had ze Anna ontmoet, die toen drie was.

“Anna was op haar afgerend en had haar oma genoemd, in het Hindi dan. Mijn schoonmoeder was helemaal vertederd. Ze belde mij voor mijn verjaardag en zei: ‘Ik heb hier een schattig kind ontmoet, ze is net twee weken jonger dan Chris­topher. Maar voel je nergens toe verplicht.’

“Nu, dat was alsof je de voordeur opendeed en er stond een mandje met een kind erin.

“De figuur van Moeder Teresa was in onze vriendenkring stof voor discussie, dat was een hysterische non die tegen abortus was gekant. Het hele katholieke-frustratie­mechanisme leverde vol­automatisch correcte meningen. Maar wij hadden daar schijt aan. Zonder Moeder Teresa zou Anna de vier niet gehaald hebben: ze was erg ziek toen ze in het weeshuis werd achtergelaten. Leve Moeder Teresa dus en gelieve op te rotten met uw modieuze meningen. Nee, niet jij. (lacht)

“Dankzij de praktisch ingestelde nonnen in India en wat roepies hier en daar mochten mijn schoon­ouders Anna meteen meenemen, wat wilde zeggen dat ze, toen ze acht maanden later bij ons kwam wonen, al redelijk Engels sprak.

‘Ja, ik gruw van psychologen. God verhoede dat ik tegen betaling bij zo’n gediplomeerde ouwehoer mijn hart moet uitstorten.’ Beeld chiara luxardo

“We moesten een cursus volgen, gegeven door een psychologe van 25 die zelf geen kinderen had. Nooit heeft Deanne mij vaker onder de tafel geschopt. Mijn sarcasme zag er blauw van. Maar ik heb dus niet gezegd: ‘Echt waar juffrouw? Goh, wat weet u veel van kinderen.’

“Als ik nu een cursus zou moeten geven, dan zou ik bijvoorbeeld vertellen dat een kind uit een ander nest, en zeker als het een ander dieet heeft gekend, ook anders ruikt. Een Indiaas kind, dat drie jaar lang niets anders dan rijst heeft gegeten, ruikt anders. En we merkten tot onze diepe schaamte dat we het aanvankelijk een beetje onbehaaglijk vonden als ze ’s ochtends bij ons in bed kroop. Je reageert op het niveau van feromonen, of hoe heten die dingen. Maar dat veranderde, de cultuur haalde de natuur in. Dat was heerlijk. Tot de puberteit begon.

“De puberteit kwam heel vroeg bij haar. Ze was elf. Zodra het geweld van de hormonen toesloeg, kregen we te maken met alle problemen die je in de literatuur over adoptiekinderen vindt. Het is een vreemd patroon. Dat kind wéét dat het is weggegeven door de moeder. Jij en ik kunnen ons niet voorstellen hoe verschrikkelijk dat moet voelen.

“Vervolgens begon zij aan het eindeloze testen van haar adoptieouders: zien jullie mij eigenlijk wel graag?

“Dat begon met stelen: elektronica, vooral, die ze dan weggaf aan vriendjes op school. Ze is altijd heel gul geweest. We hebben eindeloos geprobeerd daar iets aan te doen, de gekste dingen. En natuurlijk komt de onvermijdelijke psycholoog eraan te pas.

“‘Hoe kom je nou aan die laptop?’ Honderd keer moest ik dat vragen, nadat ik haar betrapt had met het pistool nog rokend in haar hand.

“Dan werd haar hele gezicht donker: verschrikkelijk. Ze was haast vier jaar lang opgegroeid in een schaamte­cultuur, waar gezichtsverlies even erg is als de overtreding. Voor ons, producten van de schuld­cultuur, was dat vreselijk moeilijk. Pas na verloop van veel tijd leerde ze ‘Het spijt me’ zeggen, dat kind met haar gouden hart. Het was een slopend experiment met nature and nurture.

“Enfin, het stelen werd gevolgd door weglopen. Eerst een dag, later een dag en een nacht.”

Jullie moesten blijven oefenen op van haar houden, schrijf je.

“Dat weglopen maakte het onverdraaglijk. Met haar bus­pas ging ze naar Brussel of Antwerpen. “De tweede keer was ze opgepikt door een immorele klootzak die haar misbruikt heeft. Ik wilde een klacht indienen wegens aanranding. Toen hij hoorde dat Anna 15 was, zei de politie­agent, zelf nauwelijks 25: ‘Maar mijnheer, dat is toch geen aanranding?’ Dat klonk in mijn oren als de implosie van de ethiek. We hebben veel incompetente en gedesinteresseerde politie meegemaakt, vrees ik.

“Toen ze de derde keer was weggelopen, kregen we een brief van de procureur: dat ze misschien wel geplaatst zou worden bij een pleeggezin.

(cynisch) “Nou, dát zou de oplossing zijn.

“Anna moest bij de politie ook gaan praten met een mevrouw die de kinder­psychologe uithing, terwijl ze eigenlijk criminologe was.

“Wij waren de falende ouders. En we waren ten einde raad. Toen hebben we besloten om haar naar familie in Amerika te sturen.”

“Wat opmerkelijk was: toen Herman stierf, kwam Christopher, en toen Anna stierf, kwam Hayley. Zij is de verloofde van Christopher en was bevriend met Anna toen Anna stierf. Ze heeft duizend kilometer gereisd om Christopher bij te staan op de begrafenis, wetende dat ze ons daar voor het eerst zou ontmoeten. Il faut le faire, als zeventienjarige.

“Toen hoorde ik ook dat Anna had gezegd: ‘Chris is very lucky if he can get Hayley.

“Hayley is geheel uit vlasgoud en zonlicht geweven en Botticelli draait zich om in zijn graf dat hij haar niet heeft kunnen schilderen. Door haar aanwezigheid, door haar liefde voor Christopher heeft ze mij bij de afgrond weggetrokken: zonlicht, leven, toekomst.”

Dat is mooi, toch? De symboliek die hierin zit, is toch ook een soort van troost?

“Zeker, en op het gevaar af dat ik zit te verliteraturen: het is ook vreemd en mythisch. Het is een onbegrijpelijke sensatie dat een donker kind verdwijnt en dat er een blond kind verschijnt, als het ware met de groeten van dat dode kind.”

Je gruwt van psychologie en psycholo­gi­seren.

“Ja, daar is het leven veel te complex voor. Mijn schoonvader, die ik heel hoog heb, is kinderpsycholoog. Ik zeg tegen hem: ‘Jim, je bent gewoon een wijze oude man. Het is ondanks de psychologie dat ik je zo bewonder.’

“Het laatste jaar van haar leven woonde Anna bij hem en mijn schoonmoeder. Maar om Emil Cioran te citeren: eeuwen van bloedvergieten leidden tot de renaissance; één eeuw psychologie en de westerse beschaving staat aan de rand van de afgrond.

“Ik snap natuurlijk wel dat mensen steun nodig hebben, maar het zegt ook iets over het uiteenvallen van onze maatschappij. Als ik mij slecht voel, dan ga ik toch gewoon met de meest in aanmerking komende vriend een pint drinken? Stel, mijn vrouw bedriegt me, dan kies ik de vriend die door zijn vrouw in de steek is gelaten. Hij zal me wel begrijpen. God verhoede dat ik tegen betaling bij zo’n gediplomeerde ouwehoer mijn hart moet uitstorten.” (lacht)

Jouw kritiek is ook dat veel van die thera­peu­ten eigenlijk geen levenservaring hebben.

“Daar begint het mee. Alles komt uit het boekje. Maar er is meer. Een van de grote bedreigingen van onze cultuur is het narcisme: je bent je eigen ultieme project. Het absolute individu staat boven de gemeenschap, boven het gezin. Je wordt je eigen kunstwerk.

“Wees toch verdomme niet altijd met jezelf bezig, help eens iemand anders, wie weet helpt dat jou ook. Iets wat ik van mijn moeder heb geleerd.

“Natuurlijk zijn er mensen die in een vreselijke depressie zitten, die hebben iets aan een zenuw­arts, zoals mijn vader dat noemde, die trouwens ook aan depressies leed. Een goeie psycholoog is iemand met levenswijsheid. Maar de meeste psychologen zijn slechte substituten van de priester.

“Ik had ooit een buurvrouw die mij altijd vroeg: ‘Hoe is het nou met je?’ Ik zei dan steevast: ‘Weet ik veel, daar let ik nooit op, alleen maar als ik hoofdpijn heb.’”

Het bruuske, het veel te vroege maakt de dood van Anna ook erger dan die van anderen.

“Herman stierf ook te vroeg, maar hij was 53 en heeft iets achtergelaten. Anna, dat was zeven decennia te vroeg. En het ging net veel beter met haar, ze voelde zich thuis in Amerika op haar nieuwe school. Ze liet zelfs zo’n adoptie­tatoeage plaatsen: een driehoek verweven met een hart. De driehoek vertegenwoordigt het kind, de biologische ouders en de adoptie­ouders. Ze vroeg onze mening daarover, niet meer dan weken voor haar dood. She wanted our blessing.”

Dat geeft een beetje troost, vermoed ik. Maar ook maar een beetje.

“Wat ook meespeelt bij ouders van een dood kind: ofwel gaat het huwelijk naar de knoppen, ofwel kom je nader tot elkaar. Dat tweede is bij ons gebeurd.

“Ik heb een nogal mythische kijk op het leven en voor mij is de verticale verbondenheid tussen doden, levenden en ongeborenen belangrijker dan een soort vage horizontale verbondenheid met de hele wereld, met iedereen en niemand dus. Ik ben verbonden met iedereen die mij is voorafgegaan.

‘Die afscheids­dienst in Amerika vond ik verschrik­ke­lijk. In een tot kerk verbouwde Walmart. Dat kan al niet, een kerk moet duizend jaar oud zijn.’ Beeld chiara luxardo

“Die verbondenheid uit zich ook in het ritueel van het afscheid. Anna heeft er twee gekregen: een in Amerika en een hier in Brede. Dat afscheid in Amerika vond ik vreselijk. In een tot kerk verbouwde Walmart. Dat kan al niet, een kerk moet duizend jaar oud zijn. Met veel te veel banale muziek. En de hele tijd stond er wel iemand te kakelen over Anna, een zogenaamde eulogie, allemaal uit het hart, maar mijn hart versteende. Het ergste waren de eindeloze projecties van foto’s op een groot scherm, een stoet van levende Anna’s. Ik kromp ineen. Hayley zat naast me en greep mijn hand. Ik kende haar twee dagen. Misschien ben ik toen niet in die afgrond gevallen.

“Anna is gecremeerd in Amerika en hierheen gebracht en toen hebben we de priester die we in Brussel goed kenden, gevraagd naar Brede te komen. Jack McDonald, een theoloog uit Cambridge. Die celebreerde samen met onze dorps­priester. Een anglicaanse priester, lieve ex-katholieke lezers, dat is iemand met wie je gesprekken kunt voeren die écht ergens over gaan.

“Die dienst was een bevestiging van de band tussen de levenden en de doden. Teksten uit vele eeuwen, liederen uit die fantastische Engelse liederen­schat, chants... En de hele kerk was enkel met kaarsen verlicht. Vijf uur ’s middags. Duisternis, kaarsen. Het halve dorp was er en daarnaast zeventig mensen van over de hele wereld.

“Ik had van tevoren tegen Jack gezegd: ‘Je mag iets zeggen, maar niet langer dan vijf minuten.’ Schitterende preek. Dermate indrukwekkend dat Rob Schouten, mijn vriend de schrijver, een agnost die vaak poseert als cynicus, na afloop zei: ‘Waar kan ik tekenen om anglicaan te worden?’ En dat was maar half een grap.”

Onze ongelovige generatie maakt natuurlijk meer de Walmart-versie mee. Ik vind dat de twee kunnen.

“Dat jou hetzelfde lot is beschoren als iedereen. Maar je moet wel gevoelig zijn voor ritueel, voor poëzie.

“Haar begrafenis hier, Mark, je moet je dat voorstellen: al die mensen die daar waren, allemaal met een kaars, voorafgegaan door Jack die de urne droeg, die bij dat romantische lichtjes­geflakker in de omringende duisternis van een dorp zonder straatverlichting naar het kerkhof loopt. En uit moest kijken dat hij niet struikelde.

“Anna zou het prachtig gevonden hebben. En daarna de pub! Eten, maar ook drinken. Het vloeide over in die pub, zoals het moest zijn en goed was.”

Was Anna bezig met geloof?

“Zij ging met ons mee naar de kerk, daar waren veel kinderen en dat vonden de mijne altijd prachtig. In Amerika was het meer evangelical, en ze wist dat ik het daar niet op had. ‘Je vindt het zeker erg dat het met gitaren is’, zei ze dan. Het ging mij niet over de gitaren, maar over de sfeer van letterlijkheid. Voor je het weet zit je bij het creationisme. Maar ach, daar was ze wel weer uit te voorschijn geëmancipeerd.

“Na haar dood werd ze opgebaard in een open kist, in het stadje van mijn schoon­ouders. Christopher en ik wilden daar niet heen. Deanne wel. Daar zijn die middag zeshonderd mensen geweest, van wie we velen niet kenden. Met allerlei verhalen. Een vrouw en haar dochtertje vertelden dat ze ooit in een snoepwinkel stonden toen bleek dat ze geen geld bij zich hadden. Geen probleem, had Anna gezegd, ik betaal dat wel. Anna was geniaal met kinderen, die achter haar aan liepen, soms letterlijk, alsof ze de rattenvanger van Hamelen was. En onbegrijpelijk gul. We ontdekten toen dat ze al haar babysit­geld naar Oeganda stuurde, naar een kindje daar.

“Na haar dood organiseerde Christopher een inzameling, die 10.000 pond opbracht, waarmee er een compleet slaaphuis voor oudere meisjes in een weeshuis in Kenia is gebouwd.

“We hoorden allerlei dingen over haar, ze was ongelooflijk geliefd.

“Ze was gaan voetballen, dat had ze afgekeken van haar broer, en ze was er heel goed in. Ze had aanbiedingen van wel vijf colleges om daar met een beurs te gaan studeren. Ze wilde trainer worden voor kleine meisjes.”

Ik babbelde daarnet na de kerkdienst even met vrienden van je. ‘Pas maar op, want het zit nog diep.’ Dat snap ik. Ik heb dertig jaar na de dood van mijn zus nog een boekje over haar gemaakt. Ik ben ook een beetje in dat verdriet gebleven. Wat totaal tegen de tijd is, natuurlijk.

“De tijd is: die hele verwerkings­industrie. Ik ben ervan overtuigd dat het verdriet mij sterker heeft gemaakt. Nee: rijker. Alleen zelf dood gaan hebben we nu nog niet meegemaakt.”

‘Wij branden elke zondag een kaars voor haar. Een kaars is een van de sterkste symbolen die de mensheid heeft: de onzekerheid van de vlam, de zekerheid dat die kaars zal opbranden, de warmte.’ Beeld chiara luxardo

Er zijn nog vele sporen van Anna op het internet. Er zijn zelfs beelden van haar als ze aan het voetballen is, op YouTube.

“Ik wil dat niet zien. Ik heb er ook niet naar gezocht. Al die foto’s bij de rouwdienst in Amerika, ik werd daar alleen maar nog bedroefder van. En dat waren dan nog maar foto’s. Maar bewegende beelden, mijn God. Een bewegende Anna? Een schijn­levende Anna? Ik zou die alleen kunnen zien als het mij onverschillig liet.”

Ik heb vorig jaar ook een schilderij laten maken van mijn zus. Dat hangt nu prominent in de woonkamer. Alsof ze er weer is.

“Dat soort van vereeuwiging snap ik. Maar filmpjes, dat is alsof ze dan nog eens dood moet. Het is een soort valse eeuwigheid.

“Wij branden elke zondag een kaars voor haar. Een kaars is een van de sterkste symbolen die de mensheid heeft: de onzekerheid van de vlam, de zekerheid dat die kaars zal opbranden, de warmte. Dat heeft een soort cyclische eeuwigheidswaarde.”

Over haar schrijven gaat nog niet.

“Ik heb een in memoriam geschreven in Zingen en creperen. Dat was aarts­moeilijk, het mocht geen suikerwater worden. Ik weet wat ik zou willen schrijven voor haar: misschien een heel proza­boek, zeker gedichten. Maar ik kan het nog niet. Ik hoop wel dat ik het ga doen.

“Je moet in staat zijn om van iemand materiaal te maken. Om met de wreedheid van de schrijver te werk te gaan. Dat kan ik nog niet.”

Benno Barnard, Zingen en creperen. Dagboek 2014-2017, Atlas Contact, 214 p., 21,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234