Vrijdag 15/11/2019

Anorexia

De dochter van Koos Neuvel overleed aan anorexia: ‘Het dunste meisje van de kliniek stond het hoogst in aanzien’

De dochter van Koos Neuvel overleed drie jaar geleden aan anorexia, net als vier andere meisjes van rond de 18 uit dezelfde kliniek in Nederland. De schrijver en journalist heeft nu een boek geschreven om te proberen begrijpen wat er is gebeurd. ‘Het dunste meisje van de kliniek stond het hoogst in aanzien.’

Deze week bestaat alleen maar uit dagen die hem terugwerpen in de tijd, naar die oktoberweek toen Koos Neuvels dochter Nora haar laatste dagen doormaakte en, net 18 jaar oud, overleed aan de gevolgen van anorexia. ‘Van iedere dag weet ik nog precies wat er gebeurde en hoe ik me voelde’, vertelt hij. Het was de laatste fase van een ziekte die ze na een lijdensweg van ruim drie jaar niet meer te boven kwam.

‘Wat is er gebeurd?’ Dat was de vraag die Koos Neuvel na de uitvaart van zijn dochter niet meer uit zijn hoofd kreeg. Deze maand komt Nora & co. uit, waarin hij antwoorden probeert te formuleren, maar zijn boek omvat veel meer dan alleen haar levensgeschiedenis. Het gaat over zeven meisjes met anorexia die elkaar kenden uit de eetstoorniskliniek waar ze een tijdlang verbleven, en van wie er vijf rond hun 18de overleden. ‘De dood van Nora was niet een op zichzelf staande tragedie, er was meer aan de hand’, concludeert hij.

Beeld Linelle Deunk

Een aanklacht wil Neuvel zijn verhaal niet noemen, daarvoor waren de therapeuten te toegewijd, en te veel van slag door het overlijden van al die meisjes. ‘Ik hoop dat mijn boek een aanzet biedt om te overdenken waarom de ziekte zo lastig te behandelen is, en wat eraan gedaan kan worden om dat te verbeteren.’

In zijn dijkwoning in Amsterdam-Noord, met een jeugdfoto van een lachende Nora op tafel, doet Neuvel zijn verhaal. Naast de bank ligt labrador Luna, de hond die het gezin ooit ‘met een strategische gedachte’ in huis haalde, in de hoop dat de zorg voor een dier het herstel van hun dochter zou bevorderen.

Jullie lieten Nora in augustus 2013 in een kliniek opnemen. Wat gebeurde er toen?

“Ze stopte volledig met eten en had sondevoeding nodig. Al snel kregen we door dat er in de kliniek een soort besmettingsgevaar bestond: de meisjes kopieerden elkaars gedrag. Acht meisjes in een groep, waar alles in het teken staat van eten: dan ontspint zich een hopeloze, ziekmakende dynamiek. Als je niet een keer in het ziekenhuis had gelegen of sondevoeding had gehad, dan telde je niet mee. Het dunste meisje stond het hoogst in aanzien.”

Patiënten met psychiatrische stoornissen worden vaker in groepen behandeld. Waarom zou dat bij anorexia niet kunnen?

“Anorexia is de enige psychiatrische ziekte waarbij competitiedrang een rol speelt. Hoe fanatieker het lijnen, hoe zieker patiënten worden, hoe beter ze zich voelen. Aan het afvallen ontlenen ze hun zelfvertrouwen, ze hebben het gevoel dat ze daarin uitblinken. Dat patroon is lastig te doorbreken. Dan is het gevaarlijk om ze bij elkaar te zetten.”

Er zijn toch ook meisjes die opknappen in een kliniek?

“Hoe definieer je herstel? Als ze een redelijk gezond gewicht bereiken, zijn ze dan hersteld? Ik heb twijfels over de hoge succespercentages die worden genoemd. Als ik sommige vriendinnen van Nora zie, merk ik dat ze zich staande houden, maar met veel moeite. We weten ook niet hoeveel patiënten door anorexia overlijden. Lang niet altijd wordt de ziekte als doodsoorzaak genoteerd.”

Anorexia is een levensbedreigende aandoening, kun je de behandeling dan verantwoordelijk houden als het fout gaat?

“Ik hoor vaak zeggen: ‘Het gaat toch meestal goed?’ Maar als er in korte tijd op een kruising een aantal automobilisten verongelukken, dan zeggen we dat toch ook niet? Nee, dan onderzoeken we wat de risico’s zijn en of we iets aan die kruising kunnen veranderen.”

Nora kreeg last van wat u ‘geestelijke uitzaaiingen’ noemt. Wat bedoelt u daarmee?

“Met al die meisjes was meer aan de hand, hun eetstoornis was het prangendste symptoom van hun geestelijke problemen. Nora kreeg last van angst- en dwanggedachten die zich uitbreidden, en daar wilde ze wél voor behandeld worden. Maar nee, dat kon alleen als ze van haar eetstoornis af was. Dat is de manier waarop de geestelijke gezondheidszorg is georganiseerd, het was om razend van te worden. Als meisjes niet voor hun eetstoornis behandeld willen worden, dan lukt het mogelijk via een omweg, met een therapie waarvoor ze wél gemotiveerd zijn. Maar dan moet je voorbij die hokjesgeest.”

Hebt u uw bevindingen voorgelegd aan de kliniek waar Nora werd behandeld?

“Na haar dood heb ik met één van haar therapeuten gesproken. Ze hebben de werkwijze een beetje aangepast. Maar dat maakt van de kliniek niet opeens een heilzame plek, de meisjes zitten er nog altijd in een groep, loerend naar elkaar.”

Hebt u kunnen achterhalen waarom er in ruim een jaar zoveel meisjes aan anorexia overleden?

“Na de dood van Nora las ik op haar Facebook-pagina een bericht van een ander meisje: ‘Als jij het al niet meer kunt, hoe moet ik het dan nog volhouden?’ Al die meisjes kenden elkaar, ze waren voortdurend aan het vechten tegen hun zucht naar hongeren. Als iemand uit de groep het dan opgeeft, kan dat leiden tot verzwakking van de levenswil. Een soort besmetting, maar dan vaak op onbewust niveau.”

Zou u, terugkijkend, dingen anders hebben gedaan?

“Ik zou ouders aanraden om goed na te denken voor ze hun kind in een kliniek laten opnemen. Ze moeten zich bewust zijn van de bijwerkingen. Wij, ouders en behandelaars, nemen alle verantwoordelijkheid voor het eetgedrag bij die meisjes weg en ik ben ervan overtuigd dat daarmee hun eetstoornis wordt versterkt. Er worden eetlijsten opgesteld die ouders moeten controleren, patiënten krijgen sondevoeding, desnoods dwangvoeding. Daar zou ik nu niet meer in meegaan. Maak patiënten zelf verantwoordelijk, hoe moeilijk dat ook is.

“Met de kennis van nu had ik veel dingen anders gedaan, maar ik weet natuurlijk niet of ze daardoor in leven was gebleven.”

Sociale media

Eric van Furth, bijzonder hoogleraar eetstoornissen aan het Leiden University Medical Center en directeur van GGZ Rivierduinen Eetstoornissen Ursula (niet de kliniek van Nora), vindt het idee dat patiënten klinisch behandeld moeten worden, eigenlijk ouderwets.

Eric van Furth: “Niet voor niets hebben we het aantal bedden in ons centrum verminderd. Een kliniek is een kunstmatige omgeving: patiënten kunnen er veel bereiken, maar als ze terug thuis zijn, zien we nogal eens een terugval. Wat we steeds meer doen, is ouders helpen om hun kinderen te helpen. In de ideale wereld sporen we de meisjes met een eetstoornis zo vroeg mogelijk op, zodat er meer kans is op herstel. 95 procent van de patiënten wordt trouwens ambulant behandeld.

“De onderlinge competitie is herkenbaar, maar die speelt lang niet bij alle patiënten. Veel meisjes schrikken juist van de magere patiënten om hen heen en beseffen: zo wil ik niet worden. En beïnvloeding kan overal plaatsvinden, ook via sociale media en websites. Het is aan de therapeuten om de dynamiek in een groep in de gaten te houden en in te grijpen als die de verkeerde kant opgaat. Wij vinden dat groepsbehandeling ook voordelen heeft. Vaak genoeg zien we dat meisjes elkaar er juist bovenop helpen.”

Koos Neuvel, Nora & co. Zeven meisjes in een eetstoornistragedie, Uitgeverij Podium

Zit je met vragen? Zoek je hulp? Misschien kan de website van Geestelijk gezond Vlaanderen helpen. 

Beeld RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234