Vrijdag 21/02/2020

Interview

De 10 waarheden van Philippe Herreweghe: "Bij een Bach-concert in Zuid-Korea werd ik onthaald door 300 gillende tieners"

Philippe Herreweghe.Beeld Karel Duerinckx/Gert van Goethem/ Lennert Gavel

In De Tien Waarheden stelt Stef Selfslagh een interessante sterveling de vraag: "Wat zijn de tien dingen die je in de loop van je leven hebt geleerd en die je als waarheden durft te verkondigen?" Het resultaat: bruikbare levenswijsheden, niet zelden verpakt in snedige oneliners. Deze keer: dirigent Philippe Herreweghe, die over twee weken zeventig wordt en dat een verbijsterende vaststelling vindt.

Vorige week dinsdagnamiddag. Philippe Herreweghe wenkt me van op het podium in de Blauwe Zaal van kunstencentrum deSingel. De muzikanten met wie hij zonet nog de Mattheüspassie van Bach repeteerde – 50 topmusici uit 17 landen –, bergen hun instrumenten op en verdwijnen een voor een naar de bar. Het is pauze, de handen en stembanden mogen na het gedemonstreerde meesterschap even verpozen.

Herreweghe wijst me op een cello die nonchalant tegen een orkeststoel leunt. “Dat is het instrument van mijn vrouw (celliste Ageet Zweistra, STS)”, zegt hij. “Als ik die cello hoor zingen, ben ik geneigd om te denken dat ook de materie een ziel heeft.” We kuieren samen richting tapkast. “Ik heb in dit gebouw al honderden keren gespeeld”, mijmert hij onderweg. “Ik hou van deze plek.”

Op 2 mei wordt hij 70. Dat wordt gevierd met een reeks verjaardagsconcerten van zijn eigen ensembles: het Orchestre des Champs-Elysées, het Collegium Vocale Gent en het Antwerp Symphony Orchestra. Dan wordt een mens 70, moet hij nog werken ook, zeg ik.

(lacht) “Ik vind die hele zeventigste verjaardag behoorlijk surrealistisch: ik voel me nog altijd 25. En ik ben nooit ziek. Het enige wat mij ooit is overkomen – ik spreek nu over vijf jaar geleden – is dat ik op een dag niet meer op mijn benen kon blijven staan. In het ziekenhuis constateerden ze een milde vorm van de ziekte van Ménière, een aandoening die gepaard kan gaan met evenwichtsstoornissen. Ik had een hersengezwel verwacht, dus die diagnose stemde me redelijk euforisch.”

“Dat neemt niet weg dat ouder worden soms hard is. Onlangs werkte ik samen met een jonge muzikante. Een mooi, fris kind. Het oog veroudert niet, weet u. Dat meisje zei: ‘Mijnheer Herreweghe, ik ken u zeer goed.’ Ik voelde me gevleid en vroeg: ‘Ah ja? Vanwaar?’ Ze antwoordde: ‘U hebt mijn grootmoeder nog gedirigeerd.’ Dat was pijnlijk.” (lacht)

Hij vertelt dat hij met een zekere schroom aan ons gesprek begint. “Ik praat het liefst over klassieke muziek: het enige onderwerp waar ik écht iets van af weet. Maar aangezien dit een levensbeschouwelijk interview is, zal ik me buiten mijn expertisegebied moeten begeven. En dat vind ik nu al gênant.

“In mijn persoonlijke leven heb ik – net zoals iedereen – geklungeld en gezwalpt. Ik ben dus niet zo goed geplaatst om uitspraken te doen over wat er belangrijk is in het leven. Ik zou zeggen: blijven ademen, dát is belangrijk. Niét dood zijn.” (lacht)

We trekken ons in zijn loge terug met koffie en rosé, en verzetten ons anderhalf uur lang succesvol tegen onze eindigheid.

Niets Boven Onder De Douche

“Ik verzin graag mijn eigen gezegden. Mijn vrienden weten dat. (lacht) ‘Oost west, mij best’ is zo’n zelfbedachte uitdrukking. Of: ‘Eensgezind, altijd gezind’. En dus ook: ‘Niets boven onder de douche’."

“Ons bewustzijn wordt geconditioneerd door de taal. Italianen zien de wereld anders dan wij omdat zíj Italiaans spreken en wíj Vlaams. Daarom speel ik zo graag met woorden. Ik probeer de taal wat minder onbuigzaam te maken. De realiteit een beetje naar mijn hand te zetten.”

Beeld Karel Duerinckx

Tijdens de repetities gaf hij zijn muzikanten aanwijzingen in het Frans, het Engels en het Duits. Ik vraag hem wie hij voor zijn talenknobbel mag bedanken. “Ik ben door de jezuïeten opgeleid”, zegt hij. “Daar kan ik zowel goeie als slechte dingen over vertellen. Dat ik onder hun hoede een grote liefde voor taal en literatuur heb ontwikkeld, is een van de goeie dingen. (lacht)

“Later heeft het leven mijn talenkennis verder aangescherpt. Ik spreek Frans omdat ik dertig jaar in Parijs heb gewoond, Spaans omdat ik vijf jaar met een Zuid-Amerikaanse vrouw heb samengeleefd en Italiaans omdat ik sinds enige tijd een huisje in Toscane heb. Dat helpt allemaal om een bescheiden polyglot te worden.

“Je moet minstens je eigen taal beheersen. Als je dat niét doet, zie je de realiteit door een smal gaatje. Want dan is ook je taal smal.”

De Rede Alleen Zal Ons Redden.

“Ik droom van een maatschappij waarin het verstand zegeviert. Ik weet wel: ook de rede heeft haar beperkingen. De wetenschap kan ons niet vertellen waarom we hier zijn en hoe we ons in ethisch opzicht moeten gedragen. Maar veel problemen kunnen wél met ons intellect worden opgelost. Ik denk dat we het Israëlisch-Palestijnse conflict relatief snel zouden kunnen beëindigen als we het louter rationeel zouden benaderen. Maar emoties en andere vormen van irrationaliteit nemen steeds weer de overhand."

“Vooral de redeloosheid van stuiptrekkende religies is de oorzaak van veel kwaad. En dan heb ik het niet alleen over de islam, maar ook over hardcore strekkingen binnen de katholieke kerk. Voltaire schreef ooit: ‘Een van de grootste zegeningen die wij de mensheid kunnen brengen, is bijgeloof en fanatisme uitroeien.’ Zover zijn we nog lang niet, vrees ik.”

Hoe kan een niet-gelovige dirigent de religieuze gevoeligheid van de muziek van Bach overbrengen, wil ik weten. “Ik ben weliswaar niet gelovig, maar ik ben ook niet anti­religieus. Ik hou van de verhalen die in de Bijbel staan: ze bevatten diepmenselijke wijsheden die ons kunnen voeden. Maar ik ben wel antiklerikaal: ik hou allerminst van de manier waarop de katholieke kerk de sagen van het christendom reduceert tot geboden en verboden. Gelukkig heeft de muziek van Bach daar weinig mee te maken. Bach liet zich inspireren door de verhalen, niet door de dogma’s.”

In een Humo-interview zei Herreweghe ooit: “Ik heb in mijn leven valse waarden meegekregen. Materialisme, carrièrisme, sociale op­gang: allemaal naast de kwestie.” Ik vraag of dat iets is dat hij zijn ouders aanrekent. “Het zou ongepast zijn om mijn ouders wat dan ook ten laste te leggen. Die lieve mensen hebben hun best gedaan. Alleen hadden ze de Tweede Wereld­oorlog hebben meegemaakt: ze hebben schaarste gekend en honger gehad. Na de oorlog waren hun belangrijkste doelen: nooit meer honger lijden, geld verdienen en de sociale ladder beklimmen. Dat heeft zich uiteraard weerspiegeld in mijn opvoeding: mijn ouders eisten dat hun kinderen presteerden, dat we er alles aan deden om materiële welstand te verwerven. Vandaag krijgen kinderen heel andere waarden mee: ze moeten doen wat ze graag doen en gelukkig worden. Maar toen waren dat geen prioriteiten.”

Zelf heeft hij geen kinderen. Vindt hij het jammer dat hij zich niet omringd heeft met een paar kleine Herreweghes? “Toch wel, ja. Maar het is nu eenmaal zo gelopen. Ik heb op seksueel gebied een haast castrerende opvoeding gehad. Als tegenreactie heb ik er in de jaren zeventig wild op los geleefd. Ik verbleef in communes en fladderde van de ene vrouw naar de andere. Een gezinnetje stichten en een huisje kopen: daar was mijn generatie niet mee bezig. Reizen en vrijen, dát wilden we. (lacht) Uiteindelijk ben ik pas op mijn 45ste getrouwd: wat laat om nog aan kinderen te beginnen. Maar gelukkig word ik als dirigent elke dag door fijne jonge mensen omringd.”

We Moeten Ons Verzetten Tegen Het Doemdenken

“Marine Le Pen en Geert Wilders hebben een deel van hun succes te danken aan het feit dat ze voortdurend roepen dat de wereld er vandaag slechter aan toe is dan vroeger. Terwijl dat aantoonbaar onjuist is. (neemt er het boek bij van de Zweed Johan Norberg: ‘Vooruitgang: tien redenen om naar de toekomst uit te kijken’) In dit boek wordt met cijfers en grafieken duidelijk gemaakt dat het op heel veel gebieden net béter gaat met de wereld. In 1969 was 29 procent van de wereldbevolking onder­voed, nu nog maar 11 procent. Honderd jaar geleden was de gemiddelde levensverwachting wereldwijd 31 jaar, vandaag maar liefst 71 jaar. In 1990 leefde 37 procent van alle mensen in extreme armoede, vandaag nauwelijks 10 procent. Enzovoort. We zijn er de voorbije millennia echt wel stevig op vooruitgegaan.

“Ik vind het jammer dat daar in de media nauwelijks over bericht wordt. Catastrofes verkopen blijkbaar beter dan wetenschappelijke doorbraken: journalisten schrijven haast uitsluitend over negatieve gebeurtenissen. Maar zo geven ze wel een compleet vertekend beeld van de realiteit. En spreiden ze bovendien het bedje van extreemrechtse populisten. In het Londen van de negentiende eeuw werden 17 keer méér misdaden gepleegd dan in het Londen van vandaag. En toch zeggen veel Londenaars op basis van wat ze in de media te zien krijgen: ‘Je kunt tegenwoordig niet meer buiten komen zonder overvallen te worden.’ Zonde is dat.”

Waarover Men Niet Spreken Kan, Daarover Moet Men Zwijgen. – Ludwig Wittgenstein, Oostenrijks-Brits filosoof

“Als ik in de krant een stuk lees waarin Karel De Gucht het heeft over het handelsakkoord tussen India en de Europese Unie, word ik blij. De Gucht weet daar alles over, ik kan veel van hem opsteken. Maar als een bekende Vlaming schrijft over het leven in het algemeen, haak ik af. Dan verkies ik een tekst van Dostojevski."

Beeld Karel Duerinckx/Gert van Goethem/ Lennert Gavel

“Steeds meer mensen doen uitspraken over onderwerpen waar ze nauwelijks iets van af weten. Het internet heeft kennis zo toegankelijk gemaakt dat sommige mensen denken dat ze overál experten in zijn."

“Ik ga na concerten vaak eten met sponsors. Ik ben die mensen bijzonder dankbaar voor hun steun, maar ik heb het soms moeilijk met hun statements over muziek. Ik heb liever dat ze me tijdens zo’n diner vragen stellen in plaats van allerlei meningen te ventileren. Of dat we over hún expertise praten, zodat ik iets van hén kan opsteken.”

Je Hoeft Geen Psychiatrie Te Studeren Om Dirigent Te Worden.

“Ik heb na mijn studies geneeskunde nog een opleiding psychiatrie gevolgd. Sommige mensen zien daarin een verklaring voor mijn succes: ze denken dat ik als gediplomeerd psychiater bedreven ben in het manipuleren van mijn muzikanten en daardoor een beter dirigent ben. Voor eens en voor altijd: dat klopt niet. (lacht) Mijn studies psychiatrie hebben me wél als mens verrijkt. Als psychiater in spe heb ik mensen en werelden leren kennen die mij als lid van een bourgeois­gezinnetje totaal onbekend waren.”

Eigenlijk was hij liever muziek gaan spelen in plaats van op de universiteitsbanken te gaan zitten. Maar zijn ouders waren bang dat hij als muzikant in de spreekwoordelijke goot zou eindigen en dus behaalde hij op hun verzoek een universitair diploma. Ik vraag of hij zichzelf nooit verweten heeft dat hij destijds zo braaf naar hen geluisterd heeft. “Nee. Mijn ouders hebben mij ook nooit verbóden om muzikant te worden. Ze hebben het me alleen sterk afgeraden. (lacht) Mijn plan was: psychiater worden en daarnaast – bij wijze van hobby – dirigeren. Dat is enigszins anders gelopen omdat ik een góéd dirigent bleek te zijn én het geluk heb gehad om met geweldige muzikanten te mogen werken."

“Had ik beter een opleiding tot dirigent gevolgd in plaats van naar de universiteit te gaan? Ja en nee. Ja, omdat ik bij gebrek aan scholing wat techniek mis: slagtechnisch ben ik nog altijd geen hoogvlieger. En nee, omdat je aan de universiteit gestructureerd leert nadenken en in contact komt met intelligente mensen. Mocht ik mijn leven kunnen herdoen, ik zou vermoedelijk opnieuw voor de universiteit kiezen. Al zou ik dan wel rechten of geschiedenis doen in plaats van geneeskunde.”

Ons Bewustzijn Is Ons Hoogste Goed.

“Ons bewustzijn onderscheidt ons van de andere dieren op deze planeet. Ik vind het dan ook belangrijk dat we het voortdurend doen groeien. Dat we ons blikveld verruimen, geestelijk hongerig blijven, onze nieuwsgierigheid niet verliezen. Ik ben enorm graag in het gezelschap van mensen die verwonderd in het leven staan. Hun curiositeit wakkert de mijne aan en omgekeerd. Dat is heerlijk.”

Een Vaag Begrip Van Menselijkheid Is Te Verkiezen Boven Om Het Even Welke Ideologie.

“Hoe hoog ik de rede en de wetenschap ook in het vaandel draag: ons brein heeft maar greep op 7 procent van de realiteit. We begrijpen maar een fractie van wat ons overkomt. Om ook in de resterende 93 procent van de werkelijkheid niet verloren te lopen, moeten we vertrouwen op het begrip menselijkheid. Dat is een moeilijk te definiëren concept, maar niettemin een uitstekend ethisch kompas."

“Er zijn in de loop van de geschiedenis mensen geweest die de complexe realiteit hebben gereduceerd tot simplistische schema’s. De grondleggers van het nazisme en het marxisme, bijvoorbeeld. Maar ideologieën – welke dan ook – slagen er nooit in de gelaagde werkelijkheid volledig te omvatten. Ze zijn gedoemd om zich tegen ons te keren. Daarom kunnen we ons gedrag beter laten sturen door het gegeven 'menselijkheid': wat is humaan en wat niet? Anders gezegd: leve Brassens, dood aan Marx, dood aan Sartre."

"Omwille van het nazisme heb ik lange tijd gemengde gevoelens gehad over Duitsland. Mijn vader heeft nog in het verzet gezeten, heel wat van zijn collega-verzetsstrijders zijn zelfs gefusilleerd. Maar met het ouder worden ben ik het land steeds meer gaan waarderen. Na de oorlog zijn de Duitsers in een soort van morele ground zero wakker geworden: ze hebben hun normen en waarden volledig moeten herdenken. Dat heeft hen in staat gesteld om zich uit hun verleden los te rukken en resoluut naar de toekomst te kijken. Op moreel gebied hebben de Duitsers vandaag onmiskenbaar een voorsprong op de rest van Europa.”

Gnoothie Seauton. – Oudgrieks aforisme: Ken Uzelf.

“‘Ken uzelf’ betekent voor mij: ken je plaats in het leven. Als dirigent ben ik allesbehalve een held. Ik ben een curator van de muziek. Samen met de Belgische concertorganisatoren ben ik een van de actoren die bepalen wat het publiek in dit land qua klassieke muziek te horen krijgt. Die opdracht neem ik au sérieux en vervul ik met een zekere nederigheid. Zoals een meubelmaker stoelen maakt en in zijn etalage zet, haal ik klassieke muziekwerken van de zolder en stel ik ze voor aan het publiek. Mijn doel is niet om daarmee geld te verdienen of roem te verwerven. Het enige wat ik wil, is de muziek doorgeven waarover ik zelf enthousiast ben.”

Curator zijn van de muziek, betekent dat ook: ervoor zorgen dat er voor klassieke muziek ook in de toekomst nog een publiek is? “Dat is vooral de verantwoordelijkheid van de organisatoren. Wij, als muzikanten, kunnen alleen maar fris en enthousiast spelen."

“Dat het publiek voor klassieke muziek vergrijst, is overigens vooral een West-Europees fenomeen. Ik heb onlangs een Bach-concert gedirigeerd in Zuid-Korea. Toen ik bij het concertgebouw aankwam, werd ik onthaald door zo’n 300 gillende tieners. Ik heb nog even nagevraagd of ze mij niet verwarden met een of ander popidool, maar dat was niet het geval.” (lacht)

Ars Longa, Vita Brevis. – Het Leven Is Kort, Maar De Kunst Leeft Eeuwig.

“Hoe langer ik dirigeer, hoe meer inzicht ik krijg in de muziek die ik vertolk. Ik denk dat geen dirigent al vaker de Mattheüspassie heeft gedirigeerd dan ik. Maar pas nu besef ik dat ik eigenlijk nóg meer over dat werk zou moeten weten om het echt goed te kunnen brengen. Alleen: ik ben bijna 70, er is nau­welijks nog tijd om te doen wat ik nog allemaal zou wíllen doen. Dat is een beetje frustrerend.”

Een andere optie, zeg ik, is rustig uitbollen en wat vaker genieten van zijn huis in de Italiaanse Crete Senesi. Hij glimlacht en zegt: “Tom Boonen is gestopt op zijn 36ste. Dat is logisch: als wielrenner verlies je gaandeweg aan kracht en explosiviteit. Maar als dirigent word je net béter naarmate je ouder wordt. Ik kan tegenwoordig in de best denkbare omstandigheden werken. Ik word omringd door fantastische muzikanten, krijg subsidies en word als gastdirigent gevraagd door de beste orkesten. Prachtig. Dus als ik mag kiezen tussen muziek maken of aan mijn zwembad in Toscane liggen, kies ik voor de muziek. Dirigeren is mijn passie, mijn leven."

Beeld Karel Duerinckx/Gert van Goethem/ Lennert Gavel

“Het enige wat me soms zwaar valt, is het reizen. Vorige week waren we in Rotterdam en Glasgow, volgende week gaan we naar Sevilla, Madrid, München, Londen en Parijs. Dat doen we onszelf aan, dat weet ik, maar het kan haast niet anders. Als we met honderd muzikanten op tournee zijn, kunnen we het ons niet veroorloven om een dag niét te spelen: dat kost ons 200.000 euro aan lonen, hotels en verblijfskosten. Om aan een tournee iets te verdienen, móéten we dus wel bijna elke dag spelen.”

Politici Moeten Voor Hun Vak Worden Opgeleid

“Stel je voor dat de passagiers van een Boeing 747 onder elkaar zouden mogen uitmaken wie van hen het vliegtuig gaat besturen. Dat zou belachelijk zijn, niet? En toch is dat precies wat we in de politiek doen: we verkiezen politici, maar ze zijn hoogst zelden voorbereid om aan politiek te doen."

"De democratie is van alle staatsvormen wellicht de minst slechte. Maar onze politici zouden voor hun vak moeten worden opgeleid. Op economisch, ethisch én juridisch gebied. En na hun studies moeten ze allemaal verplicht de wereld rondreizen. Pas dan zouden we politieke programma’s krijgen waarin een mensbeeld vervat zit, en een toekomstproject voor onze maatschappij. Vandaag mis ik dat. Partijprogramma’s zijn vaak niets meer dan een optelsom van allerlei kleine maatregelen."

“Noteer wel dat ik dit allemaal met de grootst mogelijke terughoudendheid zeg Politiek is niet mijn specialiteit. Misschien zijn er tegen een beroepsopleiding voor politici wel tal van praktische en conceptuele bezwaren te maken. Zoals ik al zei: waarover men niet spreken kan, moet men zwijgen. Of in mijn geval: proberen te zwijgen.” (lacht)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234