Dinsdag 23/07/2019

Interview

Dave Sinardet over leven als homo: “Een dickpic is soms the new hello”

Dave Sinardet. Beeld Stefaan Temmerman

De Franse schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Dertig directe vragen, ­evenzoveel openhartige antwoorden. Vandaag: politicoloog Dave Sinardet (42). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Het is misschien beroeps­misvorming en ik wil niet al van de eerste vraag lastig doen, maar ik zou toch de premisse van die vraag ter discussie willen stellen. Je kunt je blij voelen, ­melancholisch, optimistisch, what­ever, maar hoe kun je je nu 35, 45 of 55 voelen? Dat zou impliceren dat er bij elke leeftijd bepaalde eigenschappen horen, die duidelijk gedefinieerd zijn.

“Er wordt te veel belang gehecht aan leeftijd in onze cultuur. Alsof leeftijd an sich een criterium zou zijn. ‘Ah, jij bent 35, dus nu weten we eigenlijk alles over jou. Dat betekent dat je in die fase zit, en je je waarschijnlijk zo voelt.’ Ik vind dat een ­simplificatie van de realiteit.

“Los daarvan voel ik me nu misschien wel jonger dan vroeger. Door moeilijke omstandigheden thuis heb ik in mijn jeugd wel een zekere onstuimigheid en zorgeloos­heid gemist. Ik was wat serieuzer, matuurder ook dan mijn leeftijd­genoten. En nu probeer ik dat voor een stuk in te halen.” (
lacht)

Wie is Dave Sinardet?

* geboren in Antwerpen, op 6 oktober 1975

* professor politieke wetenschappen aan de VUB en de Université Saint-Louis Bruxelles

* publiceerde talrijke bijdragen in acade­mische tijdschriften en boeken over o.a. nationalisme en federalisme

* columnist voor verschillende kranten sinds 2007

* vaste commentator bij de BBC World Service

* woont al heel zijn leven in Antwerpen, van waaruit hij o.a. de Antwerpse politiek en samenleving op de voet volgt  

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Ik heb aan een paar vrienden gevraagd wat zij een belangrijke eigenschap van mij vinden. Blijkbaar ben ik empathisch, en dat klopt misschien wel, want ik vind het belangrijk om mensen te proberen te begrijpen zonder meteen te oordelen. Ik ben ook een sociaal dier. Wat niet zo vanzelfsprekend is, want tijdens mijn adolescentie was ik vrij geïsoleerd. Ik heb mijn sociale leven dus helemaal moeten opbouwen. Maar intussen kan ik in heel verschillende contexten, heel verschillende werelden opereren en leg ik makkelijk contacten. Zo voel ik me zowel thuis in een bruine volks­kroeg als op een chique receptie met diplomaten. Ik leer ook heel graag nieuwe mensen kennen. Wat mensen drijft, interesseert mij.”

3. Wat is uw passie?

“Weten en begrijpen. Neem nu kiezers­onderzoek. Dat is au fond proberen te begrijpen waarom mensen stemmen voor een bepaalde partij, zelfs al heeft ze standpunten die misschien niet stroken met die van henzelf, of verdedigt ze economisch of maatschappelijk hun belangen niet. Het begrijpen van menselijk gedrag is ook essentieel in politieke analyses. Waarom heeft die politicus nu dit beslist met alle gevolgen van dien, die soms heel nefast uitdraaien voor de persoon in kwestie of voor de partij? Waarom zitten we nu in die situatie? Waarom is die beslissing ooit genomen? Op het eerste gezicht kan ze compleet irrationeel lijken, maar als je je erin gaat verdiepen, zie je een kluwen van allerlei factoren en belangen.

“Analyseren vind ik ook veel interessanter dan voor­spellen. Ze vragen mij vaak wie de verkiezingen gaat winnen. Ik zeg dan altijd: ‘A week is a long time in politics’, een uitspraak van de voormalige Britse premier Harold Wilson die nog altijd pertinent is. In korte tijd kan alles een andere wending nemen.”

4. Waarvoor wilt u vechten?

“Voor een aantal liberale vrijheden, zoals vrijheid van menings­uiting, vrijheid om jezelf te kunnen zijn, vrijheid van godsdienst, vrijheid om je seksuele voorkeur te kunnen ­beleven... die nu voor een stuk onder druk komen te staan door opkomend religieus fundamentalisme enerzijds en de reactie daartegen anderzijds. In een poging om die waarden te verdedigen tegen wie ze bekampt, gaan we ze zelf uithollen, en dat is gevaarlijk. In dat opzicht moeten we dus heel ­waakzaam zijn. Daarom vind ik het ook belangrijk om als publiek figuur open te zijn over mijn homo­seksualiteit.”

5. Wat vindt u uw grootste prestatie?

“Dat het mij toch gelukt is om een intellectuele carrière uit te bouwen ondanks het niet-geprivilegieerde sociale milieu waar ik vandaan kom, ook al is dat niet enkel mijn eigen prestatie. Ik was helemaal niet voorbestemd om professor te worden, integendeel. Ik kom uit een arbeiders­milieu en wist heel lang niet wat ik precies wilde doen. Die periode was voor mij een zoektocht, op vele vlakken, ook seksueel.

“Via studie­beurzen heb ik toch kunnen studeren. Ik ben begonnen met toe­gepaste economische weten­schappen (TEW), maar kreeg vrij vlug door dat conserven­blikjes ­verkopen of grotere winsten behalen voor de banken toch niet echt mijn ding was. (lacht)

“Maar gelukkig kregen we twee uur per week inleiding tot de filosofie van Jaap Kruithof. Mijn mede­studenten vonden hem een weirdo, een zot. Boekhouden was tenminste duidelijk, maar wat was dit? Zijn lessen waren voor de helft filosofie en voor de helft een maatschappij­kritisch cabaret, wat ik nu net interessant vond. Zo ben ik beginnen inzien dat ik toch beter iets maatschappelijk relevants zou doen en daarom ben ik overgestapt naar politieke en sociale wetenschappen. Ik ben dus echt wel wat zoekende geweest. En daar ben ik ook heel dankbaar om, dat iedereen de mogelijkheid krijgt om te studeren, ook jongeren uit ­achter­gestelde milieus.”

6. Wat wilde u worden als kind?

“In tegen­stelling tot andere kinderen wist ik niet wat ik echt graag wilde worden. Wat ik wel wist, was dat ik niet in de wieg was gelegd om piloot, brandweerman of politie­man te worden, dat was al ­duidelijk.” (lacht)

7. Wat was voor u een moment van groot geluk?

“Toen ik uiteindelijk een richting vond waarmee ik me kon ­identificeren, waarin ik iets van mezelf kwijt kon, waar ik ook een zeker talent voor had, was dat voor mij toch een stap naar ­bewust­wording.

“Na mijn studies ben ik gedoctoreerd op de rol van de media in de communautaire problematiek. We hebben een federaal land met twee taal­gemeen­schappen, met media die volledig opgesplitst zijn. Welk beeld geven de media in het ene landsdeel van het andere? Wat is de politieke impact daarvan? Hoe gaan ze om met communautaire conflicten? Hoe objectief zijn ze daarin? Toen was dat nog een exotisch thema, niemand was daar eigenlijk mee bezig. Tot een paar maanden voor mijn doctoraats­verdediging de RTBF een fake­journaal op de wereld losliet: Bye bye, Belgium (december 2006, red.). Plots was dat thema hot. Aan beide kanten van de taalgrens werd ik uitgenodigd om erover te spreken. Het einde van België was de start van mijn carrière, zo zou je het kunnen stellen, ja.” (lacht)

8. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Een compliment, een blijk van appreciatie, een vriendelijk gebaar. Zoals bij iedereen schuilt er wel een zekere onzekerheid in mij. De meeste politici die ik ken, zijn ook vrij onzeker, maar in de politiek mag je dat vooral niet laten blijken. Zelf­verzekerde mensen zijn ofwel leugenaars, ofwel oninteressant.”

9. Wat is uw zwakte?

“Ik ben heel slecht in oriëntatie. Zelfs in Antwerpen, waar ik al heel mijn leven woon, slaag ik er soms niet in om te voet de kortste weg tussen twee punten te nemen. Soms nam ik ergens een taxi, en bleek het gewoon om de hoek te zijn. (lacht) Gelukkig is er nu de smartphone met gps.”

10. Waar hebt u spijt van?

“Ik vind het jammer dat ik niet op kot ben gegaan. Een aantal typische dingen die je in je jeugd doet, heb ik gemist.”

11. Wat is uw grootste angst?

“Angst is een slechte raadgever, om het met een cliché te zeggen. Het enige waar we angst voor moeten hebben, is de angst zelf. Angst kan heel destructief zijn, maar is tegelijk een menselijke emotie waar moeilijk aan te ontkomen valt.

“Fundamenteel bang ben ik wel voor lichamelijke of ­mentale aftakeling, temeer omdat mijn moeder toen ik jong was, heel ernstig ziek is geweest. Op een bepaald moment was het echt kantje boord. Ik ben me dus wel sterk bewust van het belang van een goede gezondheid.”

12. Wanneer hebt u voor het laatst gehuild?

“Wel, ik huil niet zo gemakkelijk, veel minder gemakkelijk dan vroeger. Maar de laatste keer dat ik een bijna-huil­ervaring had, was tijdens Call Me by Your Name (film over een homo­seksuele vakantie­liefde, red.). Vanaf het ogenblik dat beide jongemannen afscheid moeten nemen, wordt het zeer ontroerend. Bij de scène waarin Elio bij zijn moeder in de auto zit, gehuld in een stilzwijgen waaruit een algehele ontreddering spreekt, kreeg ik het moeilijk.

“Maar vooral het moment waarop de vader zijn begrip uitspreekt en aan zijn zoon de raad geeft om die liefdes­pijn te koesteren en zich niet af te sluiten van zijn gevoelens, is een heel mooie scène. Heel menselijk, lichtvoetig en gewichtig tegelijk. ‘Ik benijd jou’, zei de vader, vanuit spijt over zijn eigen gemiste kansen.”

Dave Sinardet: "Zelf­verzekerde mensen zijn ofwel leugenaars, ofwel oninteressant." Beeld Stefaan Temmerman

13. Wat kan u plots uit uw humeur halen?

“Het openbaar vervoer. Helaas is het niet wat het zou moeten zijn en dat kan danig op mijn zenuwen werken. In een klein land als het onze, waar de auto op zijn limieten botst, kun je toch niet begrijpen dat dat systeem zo deficiënt is.

“Wat me soms ook uit mijn humeur haalt, zijn mensen op het openbaar vervoer die het nodig vinden om via de onder­maatse geluids­kwaliteit van hun iPhone heel het treinstel te laten ­meegenieten van het laatste r&b-nummer. Ik vind de trein sociaal interessant, je komt mensen tegen, maar er zit ook een minder kantje aan.” (
lacht)

14. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Wel, ik gooi weleens met muizen en toetsenborden. Ik kan nogal slecht om met technologie die haar eigen wil ontwikkelt.” (lacht)

15. Wat is het decadentste wat u ooit hebt meegemaakt?

“Toen ik nog maar pas op de unief werkte, had ik het voorrecht om te kunnen deelnemen aan het World Congress of Sociology in Australië. Maar uiteindelijk bleek dat we allemaal maar acht minuten kregen om onze paper te presenteren. En wij waren dan nog met twee, mijn promotor en ik. Voor acht minuten presentatie en twee minuten discussie naar Australië vliegen, dat vond ik toch wel redelijk decadent ja.”

16. Welke kunstvorm beroert u het meest?

“Eigenlijk heb ik een probleem met die vraag, in die zin dat ik voor heel veel kunstvormen open­sta. Het zijn eerder individuele ­kunstenaars of kunst­werken die mij kunnen beroeren.”

17. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Religieus in de strikte zin van het woord niet echt. Ik ben een agnostische atheïst. Agnostisch in de zin van: wie ben ik om met alle stelligheid te beweren dat er geen God bestaat. Ik vind niet dat ik over de juiste kennis beschik om daar een gegronde uitspraak over te doen. Ik geloof zelf niet dat er een God bestaat, maar ik laat de mogelijkheid open dat ik me vergis en heb respect voor iedereen voor wie religie wel belangrijk is.

“Het probleem ontstaat natuurlijk wel wanneer mensen die religie proberen op te leggen aan anderen. En die religie ook als basis willen nemen voor maatschappelijke normering. Als religieuze regels haaks staan op bepaalde maatschappelijke normen, als er met andere woorden een conflict ontstaat tussen godsdienst­vrijheid aan de ene kant en andere verworven ­vrijheden aan de andere kant, ben ik toch geneigd voorrang te geven aan die laatste.”

18. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Toen ik jonger was, vond ik in al mijn naïviteit uiterlijkheden niet zo belangrijk. Uiteindelijk telt toch het innerlijk. Zowel professioneel als privé gaat het toch om de vraag of je iets interessants te vertellen hebt of niet. Dat idee heb ik een tijdlang gekoesterd, maar zo werkt het natuurlijk niet in onze cultuur. 

“Gaandeweg heb ik meer interesse en gevoel voor esthetiek ontwikkeld. Kleding vond ik ooit een absolute bijzaak. Als ik nu op tv kom, krijg ik soms achteraf de reactie: ‘Ah, je had een mooi pak aan’. Dan denk ik: ah merci, maar heb je ook gehoord wat ik gezegd heb? (
lacht)

“Als je een boodschap wilt doen overkomen, moet je toch voor een stuk oog hebben voor je ­voorkomen, dat weten ook politici maar al te best.”

19. Wat vindt u erotisch?

“Een blik. Een uitwisseling van blikken. Ja, dat staat een beetje haaks op de cultuur binnen bepaalde apps, waar een dickpic soms the new hello is. (lacht) Dat is niet mijn definitie van erotiek. Bij mij werkt dat soms eerder averechts.

“Ik zou natuurlijk ook kunnen antwoorden: die filmpjes van de trainingen van Schild & Vrienden. Maar goed, het is geen politiek interview, dus laten we het daar niet over hebben.” (hilariteit)

20. Wat is uw goorste fantasie?

La grande bouffe. Als je dan toch ergens van moet sterven, waarom dan niet van een dertig­gangen­menu met aangepaste wijnen. (lacht)

(richt zich tot Fernand) “Seksuele gore fantasieën behoud ik voor andere publicaties. Dus mocht je nog freelancen voor een of ander gay boekske, dan euh, kun je mij misschien nog eens ­polsen.” (lacht)

21. Welk dier zou u willen zijn?

“Een kat. Het ultieme mindfulness­dier. Ik ben zelf een piekeraar en bewonder het talent van katten om urenlang voor de open haard te liggen spinnen of op te gaan in een bolletje wol.”

22. Hoe was de relatie met uw ouders?

“Mijn ouders zijn gescheiden toen ik elf was. Daarvoor viel hun relatie al niet echt harmonieus te noemen. Het was de laatste periode van de Koude Oorlog en die sfeer werd thuis resoluut doorgetrokken. Met mijn vader had ik nooit veel contact gehad en na de scheiding heb ik hem nooit meer terug­gezien.

“Ik had wel een hechte band met mijn moeder, maar zij is zwaar ziek geworden, waardoor ze in zekere zin afhankelijk van mij werd. Ik was haar enige kind en enige steun, en het was dus ­bijzonder moeilijk voor haar om mij los te laten. Ik voelde me plichts­bewust tegen­over mijn moeder, de weg naar zelf­standig­heid heb ik pas later ontdekt.

Dave Sinardet: "De politiek is te veel bezig met harde thema’s." Beeld Stefaan Temmerman

“Wat ik natuurlijk wel gemist heb, is het gezins­aspect, het concept van familie, ergens een broer of zus. Ik heb een heel beperkte ­familie, mijn moeder is eigenlijk de enige met wie ik contact heb. Familie­feesten ken ik niet, maar dat is misschien ook niet zo’n drama als ik de verhalen van anderen hoor.” (lacht)

23. Hoe definieert u liefde?

“In het Frans hebben ze een mooi woord: complicité. Letterlijk ­vertaald is dat medeplichtigheid, maar dat doet misschien te veel denken aan Bonnie & Clyde. (lacht) Naar de geest betekent het dat liefde een soort van geheime of impliciete verstand­houding is die je met elkaar hebt.”

24. Hoe wilt u bemind worden?

“Ik vind dat je elkaar moet vrijlaten, maar elkaar ook onvoorwaardelijk moet steunen.”

25. Hoe zou u willen sterven?

“Liefst zonder pijn, zonder aftakeling, met berusting.”

26. Welk maatschappelijk probleem raakt u?

“De politiek is te veel bezig met harde thema’s. Problemen die meer te maken hebben met welzijn dan welvaart zijn onderbelicht in het publieke en politieke debat. Ik denk bijvoorbeeld aan zelfmoord. België is een van de landen met de hoogste zelfmoord­cijfers. Er zou veel meer aandacht moeten gaan naar psychisch welzijn.”

27. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Ik liep eens door de Brusselse Konings­straat toen een groepje allochtone jongeren mijn richting uit kwam. Ze wezen geagiteerd naar mij en stootten elkaar aan. Ik dacht meteen: fuck! Ik wou ­oversteken maar in die brede straat onder een auto terecht­komen was niet meteen een aantrekkelijk alternatief. Dus dan maar ­doorlopen en oogcontact vermijden. Maar ze hielden me tegen. ‘Hé, t’es pas le gars qu’on voit souvent à la télé, sur RTL? Sur la ­politique? T’es génial, mec, on t’aime beaucoup!’ En toen volgden wat high fives. Vervolgens liep ik met een warm gevoel, maar ook enigszins beschaamd, verder naar mijn bestemming.”

28. Wat betekent geld voor u?

“Vrijheid lijkt mij het belangrijkste dat je met geld kunt kopen.”

29. Wat zoekt u op reis?

“Wel, om toch Proust eens te citeren: de enige echte reis is niet naar nieuwe landschappen trekken, maar met andere ogen kijken. Kortom: een nieuwe blik op je eigen context is ook reizen. Daar zit veel waarheid in, maar ik zou eraan toevoegen dat fysiek reizen daar net bij kan helpen. En dat is ook deels wat ik daarin zoek: andere inzichten, op de wereld en op mezelf.

“Maar ook ontspanning, natuurlijk. Als stads­mens ontdek ik graag nieuwe steden, maar ik trek mij ook graag terug in de natuur, in the middle of nowhere, weg van alle gedoe, om tot rust te komen, te lezen, te denken en te schrijven.”

30. Hoe werkt u mee aan een betere wereld?

“Ik vind het belangrijk om mij als academicus te engageren in het publieke debat. Door inzicht te bieden in hoe de politiek werkt. Maar ook door uitwassen aan te klagen en voorstellen te doen om de democratie en de samen­leving te verbeteren, als het aan mijn expertise raakt. Ook dat is mijn plicht als professor.

“Een particratie heeft mensen nodig die vanuit een niet-partij­politieke invals­hoek het debat mee vorm­geven. Ik heb dat ook altijd consequent aan beide kanten van de taalgrens gedaan.

“Ik zou niet gelukkig zijn als ivoren-toren­professor die de ­maatschappij bestudeert op een veilige afstand en de resultaten enkel deelt op buitenlandse congressen. Maar ook niet als reporter die moet meedraaien in een dynamiek van dagjes­politiek met ­weinig ruimte voor afstand en diepgang. De combinatie academisch-maatschappelijk raakt aan de essentie van een universiteit. Helaas wordt de maatschappelijke rol in het huidige academische systeem niet echt gestimuleerd, waardoor je eigenlijk twee aparte carrières moet managen. Wat niet altijd makkelijk is.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden