Donderdag 17/10/2019

lust & liefde

“Dat heerlijke los van elkaar zijn en wel van elkaar houden, bleek dus toch te bestaan”

Beeld Thinkstock

Hannes (58) ontmoette haar in de cursus. Een getrouwde vrouw. Na vijftig berichten heen en weer op één dag vond hij dat het genoeg geweest was. Ze spraken af, voor een ontbijt in Ikea.

“Tijdens de les legde ze haar arm tegen de mijne en bleef strak voor zich uit kijken. Een beetje verlegen en om te zien of ik me de opzettelijkheid van haar aanraking ­verbeeld had, schoof ik mijn arm wat opzij. Zij reageerde onmiddellijk door de hare mee te schuiven. Het was absurd. We waren een man en een vrouw van middelbare leeftijd die elkaar nog maar een paar weken eerder hadden leren kennen in ­ditzelfde klaslokaal. Zo stiekem en spannend had ik het zelfs in mijn jongensjaren op de middelbare school niet meegemaakt, en nu ik volwassen was en een serieuze training deed met rollenspelen en alles erop en eraan, leek het of ik in brand stond. Later, op weg naar huis, in de file op de snelweg, appte ik een beetje onhandig ­misschien, omdat ik de taal van het verleiden niet meer beheers: ‘Het is maar goed dat ik geen gloeilamp vasthield, die was beslist gaan branden’”.

“Ik was overdonderd. Haar toenadering was een paar weken eerder plotsklaps begonnen, tijdens de eerste ­cursusmiddag na de kerstvakantie. Ze kwam met open armen op me af en vroeg: ‘Hoe was je kerst?’ Haar grote blauwe ogen straalden. Ik heb het haar nooit gevraagd, maar ik ­vermoed dat ik voor haar de ­personificatie van de vrijheid was. In mijn gezelschap vond ze wat ze als moeder en echtgenote onderweg was kwijtgeraakt: de mogelijkheid zelf te beschikken over je tijd. ‘Ik heb gewoon een strandwandeling gemaakt en daarna boerenkool met worst gegeten met vrienden’, ­antwoordde ik naar waarheid.”

“Ik was naïef, of gewoon ­onbevangen. We stuurden elkaar berichten, eerst over de cursus, maar toen we een persoonlijk ­verhaal moesten schrijven over onze drijfveren en ik dat een beetje ­angsthazerig in de derde persoon had gedaan, lachte ze me vriendelijk uit en bood aan te helpen met ­herschrijven. Ik herkende de tekenen niet, want ik was nergens op uit, ik zat daar in dat opleidingsinstituut op dat bedrijventerrein voor die cursus. Maar tegen de tijd dat we elkaar ­vijftig berichten op een dag stuurden, vond ook ik dat het tijd werd eens af te spreken, los van school.”

“Het werd het restaurant van Ikea op datzelfde bedrijventerrein, heel praktisch, en zo kwam het dat ik op een maandagochtend begin 2016 voor aanvang van de cursus om kwart over negen het parkeerdek daar opreed. ‘Ik ben er’, appte ik. ‘Ik ook’, schreef ze terug. Ik schoof naast haar in het restaurant. We vielen elkaar in de armen, zoenden onmiddellijk. Alsof er niet meer nagedacht hoeft te worden als aantrekkingskracht aan de orde is. Alsof bepaalde sensoren, als gevoel voor decorum en schaamte, onklaar worden gemaakt als het zover is dat je iemand echt, echt leuk vindt.”

“Iedereen om ons heen zat aan het spotgoedkope Ikea-ontbijt, maar niemand viel me op, behalve de oudere man in de hoek die zijn duim opstak. Ik lachte terug en zoende verder. En ineens zei ze: ‘Ik ben getrouwd. Zolang de kinderen thuis wonen ga ik niet weg bij mijn man.’”

“Mijn reactie was kalm. Ik kon me heel goed in haar keuze verplaatsen, want ik ben ook getrouwd geweest. Ze zei: ‘Ik wil dit heel graag. Maar zodra onze cursus is afgelopen, is het klaar tussen ons.’ Hier had ik meteen vrede mee. Deze liefde zou een episode zijn. Natuurlijk. Het is zeer onverstandig meteen van de ene in de andere verhouding te rollen. Als je al toe bent aan een volgende zet, zal je eerst je huwelijk moeten ­ontwennen en de gewoonte van het getrouwd zijn moeten zien kwijt te raken. Het stond voor ons beiden al snel vast dat we in elkaar iets groots hadden gevonden, toch zouden we elkaar aan het eind van deze periode een brief schrijven en elkaar daarna nooit meer te zien.”

“Intussen werden we, zonder dat te benoemen, steeds verliefder. We raakten verstrengeld, deelden zelfs kleinigheden met elkaar. Als ik pizza wilde maken voor mijn ­kinderen, appte ik haar in de supermarkt: koop ik belegen kaas of jonge? Naarmate 3 april, de datum van het ­definitieve afscheid, dichterbij kwam, zeiden mijn vrienden: ‘Dat kan jij niet, hiermee ­stoppen’. Maar ik antwoordde: ‘Dat kan ik best’. Deze wonderlijke afbakening in tijd en dus in betekenis had voordelen. In plaats van elkaar te begrenzen, iets waar zelfs de beste ­stellen niet aan ontkomen, gidsten we elkaar als het ware, een soort betrokken sturen. Iedere speculatie over de  ­toekomst vermeden we, en als die wel ter sprake kwam was het met dat bijna sprookjesachtige woord: ooit. ‘Ooit zal ik je wakker zien worden’, zei ik dan. Dat heerlijke los van elkaar zijn en wel van elkaar houden, waarvan ik tijdens mijn eigen huwelijk altijd dacht dat het een illusie was, bleek dus toch te bestaan. Ik stimuleerde haar een manier te vinden om weer vrede te ­hebben met haar man en gezin, zij op haar beurt stimuleerde mij een vrouw te zoeken.”

“Op de dag van 3 april liepen we als een blij stel de hele dag hand in hand door de stad. En alles was precies zoals de eerste ontmoeting en alle keren erna in Ikea: we konden niet van elkaar afblijven en waren nieuwsgierig naar ieder woord dat uit onze monden rolde.”

“’s Middags liepen we naar onze auto’s, waar we elkaar de brieven gaven. Het was een afscheid zonder tranen, want voorzien. ‘Je bent me ­dierbaar en ik houd van je’, had ik geschreven. En zij schreef: ‘Geen afwijzing, wel afscheid’.”

“Natuurlijk had ik graag wat langer in haar buurt verbleven, maar verdrietig ben ik niet. Eigenlijk ben ik, ook nu nog, vooral blij. Blij een vrouw te hebben gekend die, voor de tijd dat we samen waren, niet vroeg me aan te passen. Bij wie ik kon zijn wie ik wilde en was.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234