Woensdag 21/08/2019

Interview

Danseres Geneviève Lagravière na Fabre-gate: “Blijkbaar volstond talent niet en moest je ook je benen spreiden”

Geneviève Lagravière is opgelucht dat er een onderzoek naar Jan Fabre loopt. “Aan slacht­offers wil ik vooral zeggen: spreek. Schaam u niet. Je bent niet alleen.” Beeld Tine Schoemaker

Zeventien jaar lang sprak ze er enkel in intieme kring over. Sinds dit jaar, sinds #MeToo, besloot actrice en danseres Geneviève Lagravière ook openlijk te spreken over het seksueel grensoverschrijdende gedrag van haar voormalige baas Jan Fabre. “Kan het wel dat hij ereburger blijft?”

“Ik heb nu geen nachtmerries meer over hem.” Ze zegt het opgelucht. “Jarenlang droomde ik regelmatig dat ik voor Jan moest spelen. Hij was weer kwaad. Ik vergat een kraan dicht te doen, waardoor de hele loge en theaterzaal onderliepen. Ik probeerde tegen de richting te zwemmen om iedereen te redden. Dat lukte niet. Sinds enkele maanden is die ­nachtmerrie er niet meer. Dankjewel #MeToo!”, vertelt de Brusselse Geneviève Lagravière terwijl ze in haar huis verse koffiebonen maalt.

Haar lach klinkt diep en warm. En komt vaak terug in dit nochtans serieuze en pijnlijke gesprek. Wat nog veel terugkomt, zijn de zinnen: ‘Het is niet zwart-wit’ en ‘Dit is geen afrekening’. Want ze had het liever niet moeten doen, met naam en toenaam een open brief ondertekenen waarin een twintigtal voormalige (ex-)medewerkers bij het gezelschap Troubleyn Jan Fabre seksueel grensoverschrijdend gedrag en machts­misbruik aanwrijven. En vervolgens daarover in The New York Times getuigen.

“Ik had er helemaal geen zin in”, zegt ze. “Ik had geen zin in de aandacht op mij richten over een #MeToo-verhaal. Ik had ook geen zin om een Belgisch handels­merk te bekladden. Om de man van wie ik zoveel geleerd heb en die ik zo ­bewonderd heb aan de schandpaal te nagelen. Dat voelde heel pijnlijk aan want zijn gezelschap is het enige waar ik me ooit, tijdens de korte beginfase, echt thuis gevoeld heb. Ik had ook geen zin in voorspelbare reacties van mensen die ons niet zouden geloven.”

Maar ze deed het toch. Ze ondertekende die open brief die op 12 september in cultuurtijdschrift Rekto Verso verscheen en die ‘Fabre-gate’ deed losbarsten. En ze getuigde tegen hem in die grote internationale krant.

Waarom?

Geneviève Lagravière: “Omdat ik het op den duur wel mijn burgerplicht begon te vinden. Omdat ik hoop zo anderen aan te moedigen ook te spreken, want ik weet hoeveel schade zo iemand kan aanrichten en hoe het je opvreet als je ermee blijft zitten. Omdat ik had gezien hoe Jan het probleem ontkende in een interview met de VRT. Witgloeiend van woede was ik toen. Omdat ik door het onderzoek dat ­cultuur­minister Sven Gatz startte, ben gaan inzien dat ik niet alleen was met mijn verhaal. Omdat Fabre beweerde dat het om de nieuwe, ­overgevoelige generatie zou gaan, terwijl onder andere mijn verhaal toont dat dit al jaren aan de gang was.”

Wat heb je zelf meegemaakt?

“Aanvankelijk was het fantastisch. Toen ik in 2001 meedeed aan een auditie, ging er een wereld voor me open. De intense improvisatie­oefeningen, het aftasten van fysieke en mentale grenzen, de ­verstrengeling van dansen en acteren, ik vond het geweldig. En met Jan klikte het meteen op ­geestelijk vlak: van deze man kon ik iets leren. We leken op dezelfde golf­lengte te zitten.”

Je merkte toen niets dat in de richting van seksuele intimidatie ging?

“Toch wel. Ik zag meteen dat het een vleeskeuring was, maar dan enkel voor de vrouwen. Van cellulitis werd een probleem gemaakt. Ik zag ook hoe iedereen hem verafgoodde en nooit durfde tegen te spreken. Maar voor mij was het belangrijkste dat ik deel mocht uitmaken van dit uitzonderlijke gezelschap.”

Hoe liep het mis?

“Ik moest een jaar wachten op mijn eerste rol en in dat jaar stond Jan plots op mijn voice­mail. Of ik naar kamer nummer zoveel kon komen in hotel Métropole. Ik was stomverbaasd. Er was niets seksueels tussen ons, hij flirtte nooit met mij. En hij was toch mijn toekomstige gerenommeerde baas met wie ik een verheven artistieke band had? Ik ging er niet op in en deed dat ook de tweede keer dat ik zo’n boodschap kreeg niet.

“Maar toen in 2002 de repetities voor Parrots and Guinea Pigs startten, was hij erg hard met mij. Hij brulde, deed grillig. Omdat ik ook met muziek bezig was, had ik gevraagd mijn stem te sparen. Maar hij pikte mij er steevast uit voor extreme krijs­scènes. En een mannelijke collega moest in mijn benen bijten. Dat moest zo hard en vaak dat ik de trap niet meer op kon. Het voelde als een ­lijf­straf.

“Ik protesteerde wel wat, maar ik wist ook dat je dan werd afgestraft, uit scènes geknipt of vervangen. Bovendien was ik een jonge mama die werk op dit niveau zocht en liefst niet ver van huis. Hij was de enige in de Belgische danswereld met zo’n groot platform. Buitenstaanders die slachtoffers aanwrijven dat ze zich maar sneller hadden moeten verzetten, moeten zien hoe afhankelijk je soms bent van zo’n baas. In zo’n positie ben je makkelijk te manipuleren. En dat gaat stap voor stap. Het is niet zo dat vanaf dag één in mijn billen is gebeten.”

Waarom ben je na Parrots en Guinea Pigs op­gestapt?

“Op een avond op tournee spraken we met een paar collega’s af nog iets te drinken op Jans hotelkamer. Ik ging eerst nog even naar mijn kamer. Toen ik bij hem aankwam, zat hij daar alleen. We praatten wat terwijl ik op de anderen wachtte. Die zouden niet meer komen, zo zei hij. Ik dacht dat ik feedback ging krijgen, uitleg over waarom hij al maanden zo gemeen was tegen mij. Plots begon hij me te kussen terwijl hij dierengeluiden maakte. Hij trok mijn T-shirt uit. Ik protesteerde, maar het werd duidelijk dat hij daar en dan seks met me wilde als ik een solo wilde.”

Geneviève Lagravière: “Hij keek ostentatief naar het bed en zei: ‘Het is nu of nooit’. Ik antwoordde: ‘Dan nooit’.’” Beeld Tine Schoemaker

Heeft hij dat letterlijk zo gezegd?

“Ik vroeg of het dan toch waar was wat ze zeiden, dat je met hem naar bed moest gaan voor een solo. Hij antwoordde niet maar keek ostentatief naar het bed en zei: ‘Het is nu of nooit.’ Ik antwoordde: ‘Dan nooit’ en liep weg en belde huilend mijn vriend. Die tournee heb ik nog afgewerkt, maar mijn contract wilde ik niet verlengen. Ik had veel verdriet en voelde me onrechtvaardig behandeld. Hier had ik zo voor geleefd. Maar ik wist dat mijn ziel zou opbruisen als een aspirine mocht ik hierin verder gaan.”

Heeft dit je carrière gefnuikt?

“Ja en nee. Ja, want hij was de grootmeester met een soort monopolie in ons land. Ja omdat mijn stem onherroepelijk beschadigd raakte. Maar nee omdat ik een overlever ben. Ik liep later bovendien een blessure op, waardoor mijn dans­carrière toch even on hold werd gezet. En ik zag dit soort toestanden ook elders. Voor ik bij Fabre zat, had een andere choreograaf me na een auditie uitgenodigd om munt­thee te drinken bij zijn moeder. Die gastvrijheid durfde ik niet te weigeren. Maar hij nam me mee naar een rendez-vous­hotel. Ik wees zijn avances af en vreesde dat ik de job dus niet zou krijgen, maar ik kreeg die wel. Na Fabre heb ik elders nog aan een paar producties meegedaan en ook daar zag ik hoe een choreograaf een danseres stalkte voor seks. Of ik kreeg eens een piemel van een acteur tegen mijn billen geduwd en dan moest ik dat grappig vinden.

“Zulke situaties zetten een domper op je motivatie. Het verziekt ook relaties met collega’s. Wanneer een ander een solo krijgt, denkt iedereen meteen: ‘Zou zij dan wel…?’ En het knaagt aan je zelf­respect. Je schaamt je, laat je doen en denkt dat het aan jou ligt. ‘Ik zal wel te lastig of te uitdagend zijn geweest’, dacht ik. Blijkbaar volstond talent niet en moest je als vrouw ook je benen spreiden. Dat kan ik niet.

“Er zit bovendien ook een arbeidsrechtelijk luik aan dit verhaal. Bij Troubleyn gaven ze soms contracten per paar dagen. En moest je ook qua uren en organisatie al je grenzen overschrijden. Je had constant het gevoel dat je snel vervangen kon worden. Ook elders in de danswereld gebeurt dat. Gelukkig had ik een plan B. Ik combineer nu acteer­werk met een job als visagiste.”

Ben je niet bang om niet geloofd te worden?

“Ik kan mijn verhaal niet juridisch bewijzen en dat geldt voor de meesten van ons. Maar ik vertel dit wel al zeventien jaar aan mijn geliefden en ­collega’s en in de vele getuigenissen zit duidelijk een patroon. Er loopt ook een onderzoek bij het Antwerpse arbeids­auditoraat. Ik hoop dat de onderzoekers de rode draad in die vele verhalen zien. Ik weet dat ik recht in mijn schoenen sta en wil me niet laten leiden door angst. Als Fabre mij zwart wil maken, dan glijdt dat van me af. Ik heb trouwens nog geen negatieve reacties gekregen.”

Ook niemand die zegt: ‘Fysiek contact en grenzen verleggen horen toch bij de danswereld?’

“Nee, maar ik ken die reactie. Natuurlijk is het een fysieke bedoening en daar is niets mis mee. Toch ben ik verbaasd door zoveel onwetendheid. #MeToo gaat minder over seks dan over macht. Je baas die seks wil in ruil voor werk of die je fysiek zwaar doet afzien nadat je avances afwees, dat is vernietigend en heeft niets te maken met artistieke grenzen verleggen.”

Wat wil je hierover aan anderen meegeven?

“Aan slachtoffers wil ik vooral zeggen: spreek. Schaam u niet. Je bent niet alleen. Maak gebruik van het feit dat er nu, dankzij de media, dankzij #MeToo, wel eens geluisterd wordt naar ons. Ga naar de politie, ook al zijn de feiten verjaard, ook al lijkt het niet ernstig. Klop in verband met feiten over Fabre aan bij Tim Van Eester van de lokale recherche in Antwerpen, afdeling zeden. Elke getuige is een puzzel­stukje erbij dat de geloofwaardigheid van elke andere getuigenis versterkt. Het kan zijn dat je je er nog niet klaar voor voelt. Spreek dan eventueel met een psycholoog, slachtofferhulp en met de mensen die dicht bij je staan. Stap naar het Instituut voor de gelijkheid van mannen en vrouwen, ACOD Cultuur of naar het laagdrempelige Engagement Arts, dat zich inzet tegen seksisme in de cultuur­sector. Leer aanvaarden dat je slacht­offer was. Dat is heel moeilijk. Maar het is essentieel om jezelf niet te verliezen.

“Aan vrouwen die wel ingingen op zijn avances wil ik zeggen dat ik hen zeker niet veroordeel. Want misschien had ik dat zelf ook gedaan mocht ik een alleenstaande moeder geweest zijn met een hypotheek. Aan hen wil ik ook zeggen: vergeef jezelf.

“En aan mensen die ons niet geloven omdat ze zelf niets negatiefs meemaakten met Jan, wil ik zeggen dat het natuurlijk perfect mogelijk is dat andere vrouwen onproblematische affaires hadden met hem. Maar dat wil niet zeggen dat ons verhaal niet klopt.”

En wat wil je aan mannen zeggen?

(lacht hartelijk) “Dat het geen oorlog tussen de seksen is, zoals sommigen #MeToo invullen. Daar­voor ken ik te veel fantastische mannen die mij met veel eerbied en liefde behandelen. Het gaat meer over anti­sociale persoonlijkheden, mensen met een onvoldoende ontwikkeld gevoels­leven in combinatie met narcisme. Dat kunnen trouwens ook vrouwen zijn. Dat soort types en hun methodes moet je leren herkennen en zo kan je je ertegen beschermen. En hoewel het vaak mannen zijn en ik in mijn leven al veel met dat soort patsers en psychopaten in aanraking kwam, weiger ik om alle mannen over één kam te scheren. Bij dat andere gezelschap was het bijvoorbeeld ook een mannelijke collega die me in bescherming nam.”

‘Maar door #MeToo mogen we niet meer ­flirten’, hoor je nu.

(zucht) “Ik hoop dat we nu niet in een cultuur terechtkomen waarin mannen en vrouwen elkaar niet meer willen aanraken en een compleet verknipte relatie krijgen. Natuurlijk willen we nog altijd verleid worden. Maar niemand wil onrespectvol onder druk gezet worden en behandeld worden als een pop die je eerst op een troon zet en die je dan, als je het beu bent, weer weggooit. Niemand wil gereduceerd worden tot zijn of haar lichaam door oversten of wildvreemden. Dat spreekt toch voor zich? Zeker mensen in een machts­positie zouden daar eens diep en lang over moeten nadenken in plaats van bijvoorbeeld een vrouw die haar grenzen aangeeft weg te zetten als zeurkous zonder humor of zure feminist.”

Geneviève Lagravière: “Ik ben kwaad omdat er geen excuses komen.” Beeld Tine Schoemaker

Ben jij een feministe?

(lacht) “Ja, dat blijkt nu wel. Maar in dit verhaal wordt ‘feminist’ zeer gemakkelijk gebruikt om je in de hoek te duwen. Dus als een man voor zichzelf opkomt, is het een echte vent, maar als een vrouw dat doet, is er een label nodig? Ik ben toch gewoon maar een vrouw zoals een man een man is? Alleen maar omdat ik zeg: ‘Gedraag je gewoon beleefd en niet als een varken’ moet ik zo’n label krijgen? Ik vind dat eigenaardig.”

En nu?

“Ik ben dankbaar dat mijn verhaal eindelijk ge­hoord wordt. Ik voel me daardoor bevrijd. Dit was iets wat ik te lang had weggeduwd omdat ­niemand het ooit serieus nam. En zelfs al had ik geweten dat Fabre het arbeidsreglement overtrad, dan nog had ik het erg moeilijk gevonden om hem aan te geven omdat hij me jarenlang in zijn macht had.

“Nu heb ik veel zin om met jonge mensen te werken. Om te spreken in scholen en hen uit te leggen hoe zo’n manipulatie eruitziet. We krijgen dat niet mee. We leren beleefd te zijn en te pleasen, zeker als meisje. Ik wil hen laten inzien dat er sommige perverse figuren bestaan die moeilijk te ontmaskeren zijn omdat ze heel charmant zijn. Wij en ook het onderwijs moeten meer sensibiliseren, kin­deren er emo­tioneel wegwijs in maken. Dat zou minder slachtoffers en ook minder daders betekenen.”

Seksueel grens­overschrijdend gedrag is wel lastig uit te leggen.

“Ja, ik maak het al mijn hele leven mee en het blijft nog altijd moeilijk om er de vinger op te leggen. Een misverstand is alvast dat het dramatische vormen moet aannemen en per definitie seksueel getint is. Nee, het gaat om macht, om willen domineren en kleineren. Het is wanneer je intuïtief aanvoelt dat iemand jou via of met seksueel gedrag en emotionele chantage uit balans wil brengen en als je dan je grenzen aangeeft, ben jij de sfeer­bederver. Het ergste wat er kan gebeuren is dat je dat ook gelooft. Zo’n toxisch gedrag werkt ondermijnend. Volgens mij doen velen dat zonder erbij stil te staan en zijn er ook veel slachtoffers die niet beseffen dat ze het zijn.”

Hoe kijk je vandaag naar de zaak-Fabre?

“Ik ben opgelucht dat er een onderzoek loopt. Veel mensen hebben me bedankt. Blijkbaar was dit een spook dat al lang rondwaarde. Tegelijker­tijd ben ik kwaad dat er geen excuses komen en ­moeten we beseffen dat dit slechts één geval is. Ook in andere cultuur­huizen speelt dit, zo leer ik uit de vele verhalen die ik nu hoor.”

Wat vind je ervan dat Gatz Troubleyns ­subsidies van bijna één miljoen nu afhankelijk maakt van een ethische gedrags­code?

“Het gaat hier over ernstige zedenklachten en overtredingen van het arbeidsreglement, twintig jaar lang. Maar we leven in een democratische rechts­staat en de minister moet natuurlijk het onderzoek afwachten voor hij Fabres structurele subsidies ook zou kunnen afnemen. Met deze maatregelen nu wil hij streng zijn en dat is goed, net zoals de 60.000 euro die hij aan Engagement Arts gaf. Toch vrees ik dat het onvoldoende is. Want hoe waarschijnlijk is het dat iemand die twintig jaar dit soort gedrag vertoonde, door een vragenlijst in te vullen en een code op te stellen echt zal veranderen? Riskeren we niet dat hij vooral ­voorzichtiger en daardoor gevaarlijker wordt?

“Wat mij ook erg stoort, is dat hij nog altijd Groot­officier in de Kroon­orde en Commandeur in de orde van Leopold II is. Ik begrijp niet dat het konings­huis dat niet bevriest tot na het onderzoek. Waarom mag hij al die tijd ereburger ­blijven terwijl er zeer sterke aanwijzingen zijn dat hij tientallen gewone burgers beschadigd heeft? Wat vindt onze koningin daarvan? De troon­opvolgster mag nu voortaan een vrouw zijn, dus dat thema leeft blijkbaar ook in Laken. Is het geen tijd om de bevriende artiest eens op de vingers te tikken?”

Theater­gezelschap Troubleyn wenste niet te reageren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden