Vrijdag 15/11/2019

Interview Familieklap

Dalilla en vader Rik Hermans: ‘Ik merk nu dat racisme ook mijn vader raakt’

Rik en Dalilla Hermans: ‘Dat iedereen aan het ­kroeshaar van je kinderen komt, lijkt plezant, maar ik zag niet dat het voor hen vervelend was.’ Beeld Bob Van Mol

De jongste is 33 jaar, columniste, en bracht als schrijfster haar eerste thriller uit: Black-out. De oudste is 65 jaar, ex-vakbondsafgevaardigde en kent nog een paar woorden Rwandees. Dalilla en Rik Hermans, dochter en vader.

DALILLA

“Ik weet al heel lang wie mijn moeder is en hoe haar karakter in elkaar steekt, maar pas sinds een paar jaar slaag ik er ook echt in om mijn vader te doorgronden. Zag ik hem vroeger als een heel rationele man met een heel rechtlijnig denkkader, zie ik nu – zeker sinds de geboorte van mijn kinderen – dat hij emotioneler is dan gedacht, net zoals ik dat ook ben. Als adoptiekind zijn de genen niet doorgegeven, maar onze karakters zijn de voorbije jaren steeds dichter naar elkaar toe gegroeid. Bij mijn moeder begon die toenadering vroeger, misschien omdat ze thuis bleef om voor de kinderen te zorgen en we haar meer zagen. Mijn moeder was zelfs een van mijn beste vriendinnen. Kwam ze me om 2 uur ’s nachts halen op een feestje, dan vroegen mijn vrienden haar mee binnen en gingen we samen om 5 uur naar huis.

“De rechtlijnigheid van vader leidde tot logische botsingen en discussies in mijn puberjaren. Dan ben je op drie weken na vijftien jaar, maar zorgt de ingevoerde leeftijdsgrens van vader ervoor dat je een fuif mist (hoewel ik thuis stiekem ontsnapte, hah!). Natuurlijk stort je wereld dan in. ‘Mijn ouders maken mijn leven kapot’, schreef ik in mijn dagboek. (lacht)

“Tot mijn veertiende was mijn jeugd zorgeloos, vrolijk en warm. Mijn zus en ik waren nagenoeg de enige zwarten van het dorp (Weelde, vlak bij de Nederlandse grens, red.) en dat maakte niks uit. Wij waren Vlamingen onder de Vlamingen. Ik ging naar de tekenacademie, naar de jeugdbeweging KSJ (Katholieke Studerende Jeugd), at thuis wafels op verjaardagsfeestjes – en mocht ook gooien met wafels, overigens – en trof een woonkamer vol speelgoed aan op 6 december. De open geest van mijn vader en moeder droeg daar toe bij.

‘Alle Rwandese kindjes die net waren geland droegen een trainingspakje en hadden kort haar, maar ik stapte recht op Dalilla en haar zus af.’ Beeld Bob Van Mol

“‘Wij zijn dankbaar voor jullie komst, niet omgekeerd’, prentten ze ons in. Dat zorgde voor een stevige basis. Mijn vader begreep zelfs dat ik Cooper, mijn zoon, ook de naam Kizito meegaf, vernoemd naar mijn biologische vader. Ik heb de man nooit gekend, hij is ook al lang overleden (Kizito maakte deel uit van het Rwandese rebellenleger van Paul Kagame en pleegde later suïcide, MD). Toen ik zijn dood vernam, was ik van de kaart, hoe moeilijk dat ook uit te leggen is. Maar mijn vader heeft altijd begripvol gereageerd.

“Mijn jeugd werd complexer na de verhuizing naar Turnhout. Daar zat op de eerste dag een hondendrol in de brievenbus. Ik wist van dan af dat de wereld er anders uitzag. Nogmaals: ik kan terugblikken op een heel mooie jeugd, maar er deden zich een paar sleutelmomenten voor die ik als traumatisch heb ervaren. Maar over dat persoonlijk racisme heb ik thuis nooit gesproken, ook niet met mijn vader. Omdat ik er zo graag bij wilde horen, bij dat gewone Vlaamse leven, hield ik de persoonlijke ervaringen voor mij, want wie zou begrijpen hoe ik me echt voelde?

“Met mijn vader sprak ik wel over racisme in het algemeen, aan tafel, we spraken ook over de doorbraak van het Vlaams Blok. Nooit had ik het gevoel dat mijn vader de impact van racisme onderschatte, maar toen hadden we beiden gewoon de tools niet om het te verwoorden. Ik durfde niet, en de tijdsgeest was er ook niet naar. Nu wel. Nu voer ik er gesprekken over met mijn vader, en ik merk hoezeer dat hem raakt.”

RIK

“Heb ik dat toen wel goed aangepakt? Dat vraag ik me soms nog af. Kon ik de impact van schijnbaar banale dingen goed genoeg inschatten? Dat iedereen aan het kroeshaar van je kinderen komt lijkt plezant, maar ik zag niet dat dat vervelend was voor hen. Als er miniparasolletjes op de ijstaart staan, en dat van de tien kinderen juist de twee zwarte meisjes die parasolletjes krijgen met de woorden: ‘Dat zullen jullie wel leuk vinden hè’, dan snap je pas later dat ook positieve discriminatie niet fijn is. Dus schrok ik enigszins bij het lezen van Brief aan Cooper en de wereld, Dalilla’s autobiografisch boek, vooral van de voorvallen waar ik niks van af wist. Niet dat wij van niks op de hoogte waren – ik haalde de hondendrol tenslotte zelf uit de brievenbus – maar toch.

“De adoptieprocedure ging toen zo vreselijk snel, dat je daar als ouders niet op voorbereid was, of toch niet zoals dat nu wel het geval is. Een maatschappij verandert snel. Ik was er begin jaren 1990 al ziek van, en na de verkiezingen in mei ben ik opnieuw ziek geweest van de uitslag. Bang ben ik niet, maar op den duur krijg je wel zin om te verhuizen.

Rik: ‘Na de verkiezingen in mei ben ik opnieuw ziek geweest van de uitslag. Bang ben ik niet, maar op den duur krijg je wel zin om te verhuizen.’ Beeld Bob Van Mol

“Ik ben niet religieus gelovig, maar geloof wel in een soort extra dimensie. Op kerstdag 1988, de dag dat Dalilla en haar zus aankwamen op Zaventem, had ik geen foto van hen. Andere adoptieouders wel, zij bekeken een foto en zochten hun kind in de groep Rwandese kindjes die net was geland. Allen droegen ze een trainingspakje en hadden ze kort haar. Ik kan niet uitleggen hoe het komt, maar ik stapte recht op Dalilla en haar zus af. Toen dat zusje in de auto op weg naar huis spontaan een Rwandees liedje zong, was het thuisgevoel meteen gecreëerd. Dat was een fantastisch moment.

“Het klopt dat Dalilla en ik naar elkaar toe zijn gegroeid. Dat vergt ook tijd, onze achtergrond is verschillend. Dalilla heeft een zuiders temperament, haar vader en moeder zijn noordelijker, dus moet je elkaar ergens in het midden zien te vinden. Het temperament van Dalilla is soms behoorlijk pittig (lacht), ook vroeger al had ze een eigen wil, maar dat kan niet op tegen haar ongebreidelde spontaniteit en positiviteit.

“Het is ook mooi om te zien hoe ze met haar kinderen omgaat. Dalilla is een fantastische moeder. Als grootouder en adoptieouder is een kleinkind extra speciaal, omdat je nooit een baby in handen hebt gehad, nooit zelf een pamper hebt ververst. Dat doet me wat, ja. Het geeft een extra dimensie aan het leven. Het klopt nog altijd: wat zijn mijn vrouw en ik dankbaar voor de komst van onze dochters, en nu ook voor die van de kleinkinderen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234