Zondag 20/09/2020

ColumnBregje Hofstede

Daar is hij weer. De ruggengraat van alles

Beeld Damon De Backer

Auteur Bregje Hofstede vertelt over haar leven.

Een jaar geleden, toen mijn vriend en ik nog op zoek waren naar een huis, besloten we neer te strijken op een camping in de Bourgogne, om van daaruit bezichtigingen te doen. De zomer was eigenlijk al voorbij, en na een dag in de auto kwamen we aan op een vergeelde, verlaten camping. We stalden onze spullen uit, pompten de matras op en zetten het verlepte bosje koriander dat was meegereisd in een glaasje water.

Terwijl mijn vriend de campingtafel en de klapstoeltjes opzette, vouwde ik het tentdoek uit en zocht mijn weg in het schematische huis met de twee kamers, dat plat op de grond lag uitgespreid.

“Heb jij de stokken gezien?”

Ik doorzocht de tenttas. Toen de auto. Geen stokken. De klassieke fout: een tent geleend, en niet gecheckt.

Gelukkig was de tent van een gangbaar merk. Misschien, zei mijn vriend, konden we hetzelfde model kopen, enkel de stokken gebruiken, en de nieuwe tent aan het einde van de week weer retourneren alsof er niets gebeurd was.

Terwijl hij heen en weer reed naar de dichtstbijzijnde buitensportwinkel, begon ik met koken. Traag sneed ik de groenten in blokjes, gezeten in de serre van het stoffen huis dat een dimensie miste. Een grote, rosse zwerfkat kwam op bezoek, trippelde door de kamers die geen kamers waren, en wond zich rond de dunne pootjes van de campingtafel, die vervaarlijk wiebelde.

Af en toe wierp ik een blik op mijn telefoon. Over het scherm slingerde een blauwe lijn, met daarop een bolletje, waarin de foto van mijn vriend traag over de kaart van midden-Frankrijk kroop. In zijn kofferbak had hij de stokken die dit pseudo-huishouden betekenis, samenhang, structuur gingen geven.

Nu is het een jaar later, bijna op de dag, en terwijl ik de zolder opruim, kom ik de tent tegen, die we uiteindelijk toch niet zijn gaan ruilen. Zoals aan alle dingen die maar zelden worden gebruikt, kleeft aan de zware polyester zak een specifieke herinnering. Net als het dorre gras van toen, is de sfeer van verwachting en weemoed nog niet afgeschud door een volgend gebruik. Net als toen, ben ik thuis en wacht op mijn vriend; en ook nu besef ik met een schok hoezeer mijn leven hier van hem afhankelijk is. Stel dat ik alleen in dit huis zou wonen, alleen in dit Franse gehucht; stel dat er niemand naar me onderweg was om de ruimtes te komen vullen met lucht en leven.

De pandemie en alle bijbehorende maatregelen maken dat mijn lief al maanden de enige tastbare mens is, de enige driedimensionale in een zee van pixels. Het idee dat hij ook weg zou kunnen vallen, beneemt me de adem. Terwijl ik met de tentzak in mijn handen sta, lijkt het even alsof ook dit huis zijn structuur verliest. Alles zou platvallen, alles zou instorten. Zelfs een zwerfkat zou er niet komen bedelen.

Beneden hoor ik de deur. Mijn vriend komt terug, luidruchtig van de hitte en de belevenissen die hij me nog moet vertellen, gekraak van verpakkingen, tassen met boodschappen worden op het aanrecht gezet. Daar is hij weer. De ruggengraat van alles. 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234