Maandag 16/12/2019

fenomenen

Charlotte De Cock: "Ik hang liever een hertengewei dan een kunstwerk aan de muur"

Charlotte De Cock. Beeld Wouter Van Vooren

Ze is amper 29, maar schilderde al zes tentoonstellingen bij elkaar. Grootheden als Luc Tuymans en Koen van den Broek zijn fan. Haar werk is steevast in een mum van tijd uitverkocht. En ondertussen reist ze met haar kunst de wereld rond, want "stilzitten is een beetje doodgaan".

Ik heb met Charlotte De Cock afgesproken in haar atelier in Tremelo, in vogelvlucht nog geen kilometer verwijderd van de residentie Selfslagh-Wachters. Een mens kan al eens geluk hebben qua woon-werkverkeer. Het kunstenaarsdomicilie van De Cock is zo'n honderd jaar oud, een aan de bewoonde wereld onttrokken kasteel dat ze voor een sympathiek bedrag mag huren van een vastgoedbedrijf dat het pand wil beschermen tegen krakers. Althans: tot de nieuwe eigenaars er hun intrek nemen, dan moet ze er weer uit.

Villa des Brochets, heet het pand officieel. Maar Knack Weekend herdoopte het eerder dit jaar tot Château Charlotte. En daar valt iets voor te zeggen: met de hulp van haar mama - decoratrice Kris Caluwe - heeft De Cock het interieur van haar kasteel verbohemiend dat het een aard heeft. Op de kasten staan geen zilveren kandelaars, maar opgezette eenden; aan de muren hangen geen 19de-eeuwse schilderijen, maar indianenpluimen; en op de vloeren liggen geen Perzische tapijten, maar schapenvellen. De boomstronken die als salontafels dienstdoen ondersteunen overvolle asbakken, en de buitentrap die als opslagplaats voor leeggoed bijklust, staat vol inhoudsloze flessen cava. Richard Florida voorspelde het jaren geleden al in The Rise of the Creative Class: op een dag nemen artiesten de wereld over.

"Je lijkt op Peter Fonda", zegt Kris Caluwe zodra ze me in de gaten krijgt. "De Peter Fonda van Easy Rider, bedoel ik dan. Het ligt aan je haar, denk ik."

Caluwe heeft haar dochter geholpen met de repatriëring van een aantal decorstukken van Barefoot, de Antwerpse versie van het Burning Man-festival die De Cock elk jaar organiseert, en is in het kasteel blijven hangen. Ik vraag of ze zo goed wil zijn om haar nageslacht in een paar goed gemikte zinnen te typeren. "Charlotte doet altijd wat ze wil", zegt ze. "In dat opzicht is ze een kind gebleven. De meeste ouders willen dat hun kinderen zo snel mogelijk volwassen worden. Ik vind het net leuk dat Charlotte dat nog altijd niét is. Ze heeft een groot je-m'en-fousgehalte. Maar ze bereikt altijd haar doel."

Een kwartier later zit ik met het kind in kwestie in het salon van het kasteel. Er knallen pompende tribalbeats uit de boxen, overal zijn sporen van artistieke bedrijvigheid zichtbaar. De Cock steekt de eerste van vele sigaretten op. "Mijn leven is momenteel één grote chaos", zegt ze. "Herman Selleslags is een fotoboek over mij aan het maken. Hij gaat mij een heel jaar volgen. Maar het is de laatste maanden zo druk geweest dat we nog niet één keer hebben kunnen afspreken."

Dat komt ervan als je behalve schilder ook dj, festivalorganisator en parttime model bent. Staat schilderen in de hiërarchie der dingen nog altijd op nummer één?

Charlotte De Cock: "Ja, alhoewel schilderen en muziek maken voor mij stilaan even belangrijk worden. Ik draai niet langer enkel andermans muziek, ik ga binnenkort ook zelf een plaat maken. Onder de naam Daoud, naar het woestijnkind uit Lawrence of Arabia. Het wordt geen techno, maar een mix van tribal en oriental music."

Als schilder debuteerde De Cock in 2009 met Marie-Antoinette: een reeks portretten van de gelijknamige Franse koningin, losjes gebaseerd op de eveneens gelijknamige film van Sofia Coppola. Nadien volgden onder meer Feathers, een serie schilderijen waarmee ze haar liefde voor de Native American-cultuur tot uitdrukking bracht en Thirteen Masters, een fel gemediatiseerde verzameling portretten van dertien Antwerpse kunstenaars, onder wie Fred Bervoets, Luc Tuymans, Damiaan De Schrijver en Guillaume Bijl. Dit jaar pakte ze uit met de erg mooie expo My California: negen beelden gebaseerd op foto's die ze maakte tijdens een avontuurlijke roadtrip door Californië.

Charlotte De Cock. Beeld Wouter Van Vooren

Toen ze eind 2014 haar Thirteen Masters voorstelde, werd ze gechaperonneerd door Luc Tuymans, die op de vernissage uitgebreid kwam speechen. Dat leverde haar in de pers de hardnekkige kwalificatie 'de nieuwe Luc Tuymans' op. Ik vraag haar of ze weet welke journalist die omschrijving op zijn geweten heeft. "Geen idee", zegt ze. "En ik weet ook niet of ik er wel zo blij mee moet zijn. Dat zinnetje is natuurlijk bedoeld als een compliment, maar het klopt gewoon niet. Mijn werk lijkt helemaal niet op dat van Tuymans en hij staat als kunstenaar uiteraard ook veel verder dan ik."

Ach. Beter dat ze je de nieuwe Tuymans noemen dan de nieuwe ...

"... daar ga ik geen naam op plakken. Daar zou ik alleen maar mensen mee beledigen." (lacht)

Je bent jong, blond, mooi en je weigert je tot één artistieke discipline te beperken. Het kan haast niet anders of dat wordt in de kunstwereld op argwaan onthaald.

"Er wordt vaak over mij geroddeld, ja. Toen ik mijn Thirteen Masters voorstelde, zeiden sommigen: 'Ouwe zakken misbruiken om bekend te worden: die De Cock maakt het zichzelf wel héél gemakkelijk'. En een andere klassieker in de categorie achterklap: 'De Cock heeft haar succes enkel aan haar uiterlijk te danken'. Whatever. Ik luister alleen nog naar kritiek die onderbouwd is."

Je zegt nu wel 'whatever', maar onverschillig zullen die opmerkingen je niet laten.

"Tuurlijk niet. Ik hou er het gevoel aan over dat al die kunstenaars mij niet moeten. Gelukkig zijn er uitzonderingen. Vorige maandag zag ik Luc Tuymans nog eens op café. Hij keek mij recht in de ogen en zei, met zijn typische accent: 'Respect, Charlotte. Gij doet wat ge moet doen en ge doet dat goed. Gij zijt nen echte entrepreneur, gij. Iedereen kakt op u, maar gij trekt u gene zak aan van wat de mensen denken. Ik vind dat de max.' Ik moest bijna blèten van geluk. Hij bleef maar zeggen dat hij echt houdt van wat ik doe. Een welgekomen egoboostje." (glimlacht)

San Berdoo Sunburn, uit de recente reeks My California (2016). Beeld Charlotte De Cock, NAAM KUNSTWERK EN JAAR, photo: Fabian Battistella

Een paar jaar geleden heb je aan Tuymans gevraagd om je werk eens te evalueren. Waarom precies aan hem?

"Omdat ik heel hard naar hem opkijk en ook wel omdat we altijd in dezelfde cafés komen. Dat scheelt. (lacht) Op een nacht is hij meegegaan naar mijn atelier, heeft hij mijn werk bekeken en eerlijk zijn gedacht gezegd."

En?

"Je moet niet denken dat hij voor beginnende kunstenaars extra lief is of zo. Hij was vrij direct. Maar niet veel later is hij komen speechen op de voorstelling van Thirteen Masters. Dat was dan weer een groot compliment."

Neemt Tuymans je vandaag nog onder zijn artistieke vleugels?

"Niet echt, nee. Zijn speech van twee jaar geleden was natuurlijk een serieuze duw in de rug. Maar nu doe ik het liever allemaal zelf."

Zeg dat wel. Je hebt zelfs geen galerist.

"Voorlopig niet, nee. Ik ben met heel veel dingen tegelijk bezig. Het is beter dat ik de regie in eigen handen hou."

Volg je wat er in de kunstwereld gebeurt? Ken je het werk van andere kunstenaars?

"Ik ben een grote fan van Rinus Van de Velde, Michaël Borremans, Koen van den Broek en Luc Tuymans. Maar eigenlijk ken ik niet zo heel veel van kunst. Ik heb ook niet het gevoel dat ik tot de kunstwereld behoor. Daarvoor heb ik als kunstenares toch een iets te apart profiel, denk ik."

Koop je zelf kunstwerken?

"Ik heb ooit een werk van Jeff Blind gekocht. Uit de Base-Alpha Gallery hier in Antwerpen. Maar dat staat nu ergens te verkommeren in een depot. Ik hang zelf eigenlijk liever hertengeweien dan kunstwerken aan de muren." (lacht)

Hoe bepaal je de prijzen van je werken?

"Een kunstwerk is waard wat de mensen ervoor willen geven. Als ik merk dat ik een reeks schilderijen vlot uitverkoop, weet ik dat de volgende werken weer wat duurder mogen zijn. Mijn Thirteen Masters waren in twee weken allemaal de deur uit. Voor de schilderijen van My California heb ik dus wat meer gevraagd. Al overdrijf ik niet: het prijsverschil tussen beide reeksen is niet schandalig groot."

Vind je het belangrijk om te weten wie je klanten zijn?

"Ja. Ik ga mijn schilderijen altijd zelf aan huis leveren. Meestal blijf ik dan ook nog een cava'ke drinken. Sommigen van mijn klanten zijn vrienden geworden."

Een paar jaar geleden gaf je je toenmalige huisbaas twee van je schilderijen omdat je de huur niet kon betalen. Je mocht ze van hem later wel terugkopen voor het bedrag van je huurachterstand. Heb je dat al gedaan?

"Compleet vergeten. (lacht) Het waren twee portretten uit de Thirteen Masters-reeks."

"Ik heb er eigenlijk nooit meer aan gedacht. Ik ben niet fanatiek met geld bezig, in tegenstelling tot andere mensen in de kunstwereld. Naar het schijnt zijn er galeries die werken bij particulieren terugkopen om ze later voor nog meer geld opnieuw van de hand te doen. Dat gaat wel heel ver, vind ik."

Tijdens haar research voor My California trok ze naar een aantal wastelands in de Amerikaanse woestijn: een verlaten vakantieoord (Bombay Beach), een gekraakte legerbasis (Slab City), een spookstadje met één inwoner (Ballarat) en een oud mijndorpje (Darwin). 'The last free places on earth', noemt De Cock ze in de conceptuele duiding van haar expo: plaatsen die in geen enkele toeristische gids staan en waar alleen maar oude hippies, voormalige mijnwerkers, gepensioneerde militairen en andere vrijheidsjagers wonen. Eén ding hebben ze gemeen: ze willen ontsnappen aan de druk van de maatschappij en bouwen daarom hun eigen community.

Charlotte De Cock. Beeld Wouter Van Vooren

De Cock bezocht de woestijnbewoners, fotografeerde ze en maakte eenmaal terug in België negen grote schilderijen over hen. Acht werken zijn inmiddels verkocht, op het negende is een optie genomen. Indien u óók graag een Californische De Cock in huis had gehaald, maar gewoon te lang gewacht heeft: dit najaar trekt ze opnieuw naar Death Valley en omstreken voor My California, the sequel.

"In 2017 wil ik knallen met een nog grotere tentoonstelling over hetzelfde thema. En ik wil samen met mijn vriend, die cameraman is, ook een documentaire maken over de Californische rustzoekers. Het zou zonde zijn om de verhalen van die mensen niét op een of andere manier vast te leggen."

Het thema van My California is 'vrijheid'. Wat versta jij onder die term?

"Kunnen doen wat ik wil. Heel veel mensen doen niét wat ze willen. En worden daar ongelukkig en zeurderig van. Ik denk dan altijd: stop met klagen. Ga doen wat je graag doet."

Het probleem is dat veel mensen gewoon niet wéten wat ze graag doen.

"Dat zou kunnen, maar dan nog kunnen ze van alles uitproberen, tot ze gevonden hebben wat hen gelukkig maakt. Veel mensen zijn zoekend, maar weinig mensen zijn proberend, als je begrijpt wat ik bedoel. Bijna niemand durft risico's te nemen. Dat snap ik niet."

"Met je kop tegen de muur lopen, is echt niet zo erg. Daar leer je van bij. Ik heb ook lange tijd maar wat aangemodderd. Ik denk dat ik tijdens mijn puberteit om de week een andere hobby had. Mijn moeder werd er zot van. Maar toch gaf ze me de kans om mezelf te ontdekken."

Zie je jezelf ooit doen wat je Californiërs hebben gedaan? In het gezelschap van een paar gelijkgestemde zielen je dagen gaan slijten op een verre en verlaten woestijnplek?

"Om me vrij te voelen, hoef ík niet te doen wat zij gedaan hebben. Ik kan ook binnen de maatschappij doen wat ik wil. Misschien ga ik hen nog ooit achterna als ik oud en versleten ben."

"Maar eerst wil ik de wereld zien. Ik zou nu niet op dezelfde plek kunnen blijven wonen. Dat kasteel hier, dat is wel tof, maar dan vooral omdat het tijdelijk is: ik moet er straks weer uit en dus geniet ik er elke dag van. En daarna komt er wel weer iets nieuws. Ik hou nogal van de renaissancegedachte: elk einde is het begin van iets nieuws. Stilzitten is een beetje doodgaan."

Je associeert vrijheid heel hard met de woestijn. Wat is er zo aantrekkelijk aan de desolate leegte van Death Valley?

"De desolate leegte zélf. (lacht) Er is daar helemaal niks, alleen licht en ruimte. Dat maakt me rustig. In de woestijn zijn er weinig opties; je kunt er niet elke dag iets anders doen."

Heb je soms het gevoel dat je op de verkeerde plek geboren bent?

"Nee. Ik ben er trots op dat ik een Antwerpse ben. Antwerpen is geen stad waarvoor je je moet schamen. Ik kan er alleen niet te lang blijven. Ik moet bewegen, reizen."

In je vorige interview met De Morgen zei je: 'Vastzitten in een welomlijnd plan is mijn ergste nachtmerrie'. Een relatie is ook een welomlijnd plan. Kun jij je binden aan je vriend?

"We zullen zien, hè. (lacht) We kennen elkaar drie maanden. We hebben al tegen elkaar gezegd: 'Als het niet blijft duren tussen ons, hebben we samen toch iets moois beleefd.' Niet dat we nu al bezig zijn met het einde van onze relatie. Maar we zetten onszelf niet onder druk. Het helpt enorm dat hij me vrij laat."

"Ik ben deze zomer in mijn eentje naar Burning Man gegaan, een evenement in de Black Rock Desert in Nevada. Daar maakte hij totaal geen probleem van, dat vond ik straf. Je hebt daar geen gsm-ontvangst, er lopen geweldige mensen rond, je bent er zeven dagen helemaal van de wereld, dus wie weet wat er allemaal kan gebeuren? En toch zei hij: 'Amuseer je en laat je gaan.' Dat hebben mijn vorige lieven nooit tegen mij gezegd."

Het portret van Luc Tuymans, een van de Thirteen Masters (2014). Beeld Charlotte De Cock

Waarom is Burning Man zo'n fantastisch festival?

"Het wordt vaak een festival genoemd, maar dat is het eigenlijk niet. Het is meer een experimentele vorm van samenleven. Je vormt samen met de andere deelnemers een tijdelijke gemeenschap waarin het is toegestaan om jezelf op de meest radicale manier te uiten: in je kleding, in de kunst die je maakt, in de manier waarop je met anderen omgaat. Tijdens Burning Man ontmoet je creatievelingen die met heel grave dingen bezig zijn. Mensen uit alle windhoeken en werelddelen. En daar kun je zeven dagen lang een bangelijk feestje mee bouwen. Dat is uniek."

Onder een van haar Instagramfoto's staat een citaat van de Amerikaanse schrijver Hunter S. Thompson, bekend van onder meer Fear and Loathing in Las Vegas: 'Sleep late, have fun, get wild, drink whiskey and drive fast on empty streets with nothing in mind but falling in love and not getting arrested.' Het is een citaat dat haar op het lijf geschreven is. Gisteren was het 25 jaar geleden dat haar vader zelfmoord pleegde. Dat herdacht ze niet door thuis op een yogakussen te zitten en in stilte kaarsjes voor hem te branden, maar door tot in de late uren het Antwerpse uitgaansleven in te duiken en hartstochtelijk op het leven te drinken.

Charlotte De Cock. Beeld Wouter Van Vooren

'Freedom is something that dies, unless it's used', om het met een andere quote van Hunter S. Thompson te zeggen.

Ze toont me een medaillon waar een miniscule cactus in zit. Het is een aandenken aan haar vader, die de bijnaam Cactus had. "Toen mijn vader jong was, heeft hij aan de universiteit verschillende studierichtingen gevolgd: architectuur, psychologie, noem maar op. Maar hij voerde geen klap uit. Dat vonden zijn ouders niet zo leuk en dus is hij na een tijdje alleen gaan wonen in Antwerpen. Op een dag was hij op straat met zijn gitaar een liedje aan het spelen. Er liep een schoon madam voorbij. Ze bleef even luisteren en zei toen tegen mijn vader: 'Tu es comme une fleur de cactus.' Vanaf dat moment is hij zichzelf Cactus gaan noemen."

Ze kijkt naar haar medaillon en zegt: "Mijn cactusje. Hij is er altijd en overal bij. Ik was vier toen mijn papa stierf. Hij zou vandaag 75 zijn."

Hoe oud was je toen je te weten bent gekomen dat je vader zelfmoord heeft gepleegd?

"Ook vier. Ik heb dat altijd al geweten. Of ik het ook altijd heb beseft, is iets anders."

Ben je kwaad op hem?

"Soms. Zelfmoord plegen is laf. Maar ook moedig. Je moet het maar kunnen, hè."

Lijk je op je vader?

"Ze zeggen weleens dat ik de impulsiviteit en de creativiteit van mijn papa heb, en het doorzettingsvermogen van mijn mama. Dat is geen slechte combinatie."

Weet je waarom hij niet meer wilde leven?

"Hij was op, denk ik. Hij zat in de gevangenis, mijn moeder wilde bij hem weggaan, hij had drank- en drugsissues, ik denk dat hij geen uitweg meer zag."

Je omschreef je vader ooit als 'een fantastische mens en een bandiet'.

"Een charmante bandiet, zeg maar. Mijn vader was een heel wispelturige, onrustige man. Hij deed van alles fout, maar hij was geen klootzak. Als hij iets ging stelen, dan waren het steaks uit de Carrefour, dat soort dingen." (lacht)

Duikt hij op een of andere manier op in je werk? Ik las ergens: 'Charlotte De Cock schildert met elke man die ze portretteert de vaderfiguur die ze gemist heeft.' De nagel op de kop of amateurpsychologie van kunstrecensenten?

"Ik weet het niet. Toen ik twee jaar geleden in Reyers laat zat, zei kinderpsychiater Peter Adriaenssens ook al dat ik veel meer mannen dan vrouwen schilder. Dat klopt, maar om daar nu allerlei freudiaanse verklaringen achter te zoeken..."

"Ik ga binnenkort wel een film over mijn papa maken: Cactus. Het wordt een ode aan hem, gebaseerd op het boek dat hij in de gevangenis speciaal voor mij en mijn mama geschreven heeft. Er zitten veel brieven en tekeningen in."

"Afgaande op zijn boek zaten er toen heel wat speciale figuren in de gevangenis. Jean-Pierre Van Rossem bijvoorbeeld, die zat in een cel vlak bij die van mijn vader. En nog een paar cellen verderop zat een advocaat die - voor hij werd opgesloten - altijd in speed werd betaald, vervolgens dagen aan een stuk ging feesten en dan in slaap viel in de rechtszaal, meestal op het moment dat hij moest beginnen te pleiten. Goeie stuff voor een film." (lacht)

Je was 22 toen je de Marie-Antoinette-reeks maakte. Hoe hard ben je sindsdien als kunstenares veranderd?

"Mijn werk is vooral thematisch geëvolueerd. Ik maak nu schilderijen over de dingen die mij écht interesseren. Vroeger hield ik de onderwerpen die mij raakten nog een beetje op afstand omdat ik voelde dat ik nog moest groeien. Die gêne heb ik volledig van mij afgeworpen. My California is helemaal wat ik op dit moment wil maken."

Waar droom je van?

"Om met mijn kunst de wereld te veroveren. Dat klinkt een beetje fout, maar ik bedoel het letterlijk. Ik wil elk kwartaal naar een ander deel van de wereld reizen. Op elke plek wil ik drie maanden leven, werken en exposeren. En dan ben ik weer weg, op naar nieuwe oorden. Zo'n leven, dat lijkt mij op dit moment ideaal."

Lees hier alle afleveringen van Fenomenen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234