Woensdag 23/10/2019

Interview

Charlotte Anne Bongaerts (Gent-West): "Ik ben een echte millennial: verward door alle keuzemogelijkheden"

Beeld Jef Boes

Charlotte Anne Bongaerts (28) beleeft haar doorbraak in de gevangenisserie Gent-West op VIER. Ze zet de lekker vilaine prison bitch Sam Beckers neer. "Voltijds actrice? Ik weet niet of ik dat wil. Ik heb constant andere uitdagingen nodig." Model spelen voor ons, gekleed in Belgische mode, bijvoorbeeld.

Ze is opgewekt nerveus voor haar eerste grote interview met de krant die ze zelf leest. “Ik praat niet graag over mezelf. Ben ik wel interessant genoeg voor jullie lezers?” Wees gerust, dat is ze. Maar een Antwerpse die zichzelf relativeert: kom dat tegen. Al dekt ‘Antwerpenaar’ niet echt haar lading, wereldburger is juister. Charlotte komt uit een gezin van expats. Op haar vierde verhuisde ze naar Chili, op haar achtste naar Zweden, op haar dertiende keerde ze met dikke tegenzin terug naar België. Haar groengrijze ogen stralen kracht en onthechting uit, het besef dat ze overal ter wereld op haar pootjes terecht kan komen, zoals ze dat nu ook als actrice lijkt te doen.

Hoop je dat ‘Gent-West’ je doorbraak betekent?
“Die hoofdrol was een cadeau waar ik heel lang naar heb verlangd. Eindelijk mocht ik eens maanden aan een stuk mijn tanden zetten in een hoofdpersonage. Voordien kreeg ik vooral bijrollen.”

Beeld Jef Boes

Hoe heb je je voorbereid?

“Door maniakaal te fitnessen. Sam is gevaarlijk, ze moest kracht, fitheid en sexiness uitstralen. Ik had sport nodig om dat te kunnen dragen. Na een paar weken stond ik fysiek en mentaal steviger op mijn benen.

We hebben met de ploeg ook de mannengevangenis van Oudenaarde bezocht. Toen de gevangenen merkten dat er een troep vrouwen binnen zat, was het hek van de dam. Ze begonnen te roepen en op de ramen te bonken. Heel eng. Ik had me wéken ingeprent dat ik een stoere griet was die iedereen bang maakte, maar dáár voelde ik me nog zó klein. (houdt duim en wijsvinger vlakbij elkaar)

“De cipiers waren blij dat ze in een mannengevangenis werkten. De vrouwengevangenis is erger: een eindeloos web van vetes en manipulatieve spelletjes. Ze maken elkaar en de cipiers het leven zuur. Sommigen verlenen seksuele diensten om dingen gedaan te krijgen, en elk incident blijft hangen. Onze reeks sluit nauw aan bij de realiteit.”

Kun je je inbeelden dat je in zo’n gevaarlijke biotoop moet overleven?

“Ik weet niet of ik dat zou aankunnen. Sinds ons bezoek stel ik me grote vragen over ons gevangenissysteem. Je belandt daar omdat je heftige dingen hebt meegemaakt in je leven. Dingen die je moet verwerken. Maar dan gooien ze je tussen een troep vrouwen die meteen op je kop beginnen te pikken. Het is een overlevingsstrijd, je moet voortdurend over je schouder kijken. Waar haal je dan nog de energie om te helen en aan je problemen te werken?”

Sam Beckers is gewelddadig en seksueel manipulatief. Heb je diep moeten graven om haar te vinden?

(lacht) “Ik ben in het dagelijks leven niet zo, maar dat kantje zit wel ergens in mij. Ik ben geen agressieve, maar als ik voel dat me onrecht wordt aangedaan, verdedig ik me met volle overgave.

“Een tijd geleden zag ik op de Antwerpse Singel hoe de bestuurder voor me een vol blikje uit z’n raam gooide. Het spatte uit elkaar op het voetpad en raakte enkele auto’s. Ik nam een foto van zijn nummerplaat. Aan het volgende verkeerslicht ging ik naast hem staan en riep dat ik zijn nummerplaat aan de politie zou doorgeven. Hij ontplofte. Ik gaf gas, maar hij kwam achter me aan. Aan de volgende lichten kwam hij naast mij staan en gooide een tweede blikje keihard tegen mijn auto. Op het proces was het woord tegen woord. Ik heb de kosten aan mijn auto zelf moeten betalen.”

Weinig mensen durven nog te reageren op zulk asociaal gedrag.

“Jammer, toch? We zouden wat beter voor elkaar moeten zorgen. Ik ben ook eens tussengekomen toen een man op straat tegen zijn vrouw stond te brullen. Hij klopte op haar auto en niemand deed iets. Ik kóókte en belde de politie, waarop die man zich tegen mij keerde. Gelukkig waren mijn ouders er ook bij. Hij sloeg op de vlucht en ik ging achter hem aan. (lacht) Uiteindelijk kon de politie hem klem zetten en oppakken.”

Jouw leven is een film!

“Op YouTube zie ik wel vaker filmpjes van mensen die opkomen voor anderen. Misschien willen we in tijden van terrorisme niet meer met ons laten sollen?”

Vergeef me, maar het is tijd voor de obligate vraag.

“Mijn naaktscènes?” (lacht)

Yep. Is het een dag als een andere, als je weet dat je naakt met Tatyana Beloy in bed moet kruipen om aan elkaars borsten te frunniken?

“Nee. De avond voordien heb ik me netjes geschoren en mijn benen ingesmeerd. Ik ben ook gaan joggen, om er extra strak uit te zien. Maar ik heb geen problemen met zulke scènes. Op theater heb ik ook al halfnaakt gestaan. Ik ben niet preuts, maar wel gesteld op mijn intimiteit, ik heb bijvoorbeeld nog maar twee lieven gehad. Zo’n scène heeft niks te maken met mijn integriteit. Het paste bij deze rol. Je kunt moeilijk een gevangenisserie maken zonder ­gevangenen te tonen onder de douche.”

Klopt het dat er ijsblokjes aan te pas zijn gekomen?

“Ja, dat hebben Tatyana en ik samen bedacht! We ­wilden dat onze tepels mooi rechtop zouden staan.” (lacht)

Heb je dat thuis moeten uitleggen?

“Ik had vooral schrik voor de reactie van mijn vader. Die bedekte vroeger altijd mijn ogen als er seks op tv was. In zijn bijzijn zou ik nooit monokini durven liggen. Maar nu verschijnen de foto’s van die scènes in sommige boekskes en op ‘gespecialiseerde’ websites. Ingezoomd! Daar heb ik moeite mee. Als je de context weghaalt, wordt het respectloos en vulgair. Gelukkig hebben mijn ouders er goed op gereageerd. ‘Ach schatteke’, zei mijn vader, ‘je hebt een mooi lijf, wees er fier op.’

“Ik ben wel geschrokken van hoe hard er op naakt wordt gefocust. Zijn we echt zo puriteins? Al die heisa over een paar tetjes.”

Het was je eerste hoofdrol op tv. Hoe nerveus was je?

“In het begin was ik heel onzeker. Ik speelde een scène met Ruth Becquart waarin we brutaal tegen elkaar moesten doen, en ik kon alleen maar denken: ‘Wat zou zij nu van mij vinden?’ In haar ogen las ik dat ze me niet kon uitstaan, maar zij zat gewoon in haar rol. Erg verwarrend. Het lukte me niet om rustig in haar ogen te kijken en die woorden te zeggen. Ruth zei: ‘Charlotte, jij doet dat goed. Zég het gewoon.’ Dat hielp. Na die scène voelde ik me aanvaard. Ik was niet meer het onwennige bleuke dat mocht meespelen met de grote madammen, we waren nu collega’s. Toch blijf ik het raar vinden om mezelf actrice te noemen.”

Je koos een onzeker beroep.

“Ja, ik ben al zo vaak afgewezen. Er zijn dagen waarop je dat kunt plaatsen, maar soms denk je ook: ik ben niet goed genoeg. Als je uiterlijk, stem en karakter je werkinstrumenten zijn, is het moeilijk om een afwijzing niet persoonlijk te nemen. Ik heb me vaak afgevraagd of ik moest doorgaan met acteren. Daardoor ga ik door deze rol ook niet zweven.

Mijn vriendinnen genieten er meer van dan ik. Ze halen magazines boven waar ik in sta en willen cava gaan drinken ‘op onze nieuwe BV’. Heel grappig. Zelf blijf ik liever voorzichtig. Ik ben vorige maand beginnen werken in een bank, als kredietonderzoeker. Mijn lief en ik hebben een huis verbouwd en ik heb geld nodig.”

Beeld Jef Boes

Kun je in België dan niet voltijds actrice zijn?

“Vijf procent van de acteurs kan ervan leven, de rest kan tussendoor gaan doppen. Maar ik word knettergek als ik op mijn gat moet zitten. Ik wil me nuttig voelen. Daarom doe ik veel tijdelijke jobs en heb ik het voorbije jaar een huis gekocht en gerenoveerd: muren uitkappen, vloeren, schilderen, verwarming en elektriciteit leggen… Het is nu een mooi huis dat veel meer waard is dan wat wij ervoor hebben gegeven. Dat was mijn project, en zelfs nu het klaar is, sta ik mezelf niet toe om een maand te gaan feesten. Ik wil voortdurend nieuwe dingen doen. Onlangs heb ik een opleiding als yogainstructrice gevolgd en nu overweeg ik om een cursus meubelmaker te doen. Al die ervaringen beschouw ik als onderzoek voor latere rollen.”

Wil je dan niet bij die vijf procent behoren?

“Ik weet niet of ik uitsluitend met acteren bezig wil zijn. Ik word creatiever als ik af en toe uit die cocon kan stappen.”

Kun je goed omgaan met het gegeven dat je nooit weet wat je over een half jaar zult doen?

“Ja. De meeste mensen willen zekerheid, maar ik vind dat overroepen. Mijn zekerheid is dat ik altijd wel érgens terecht zal kunnen. Desnoods ga ik in de Wibra werken of met honden wandelen. Als je wílt werken, kan het. Geld is ook niet zo belangrijk. Ik wil alleen elk jaar een verre reis kunnen maken, dat is een soort natuurlijke behoefte ­geworden. Ik heb nooit anders gekend.

“Op mijn vierde zijn we naar Chili vertrokken, mijn vader kon er aan de slag bij een bedrijf. We kregen een groot huis met een zwembad, een Spaanstalige nanny en toegang tot een internationale school. Vier jaar later verhuisden we naar het ijskoude Zweden. Het was putje winter en ik werd in een nieuwe school gedropt? ‘Hello everybody, this is Charlotte, she is from Belgium.’ Gelukkig zat er in die klas nog een Belgisch meisje, uit Schoten. Ze is nog altijd mijn beste vriendin.

“Mijn jeugd was een constante oefening in opnieuw beginnen. Telkens kwamen er vrienden bij en verdwenen anderen weer uit mijn leven. Door dat gezwerf heb ik niet het gevoel dat ik een vaste thuis heb. Mijn thuis, dat ben ik, en mijn gezin. De wetenschap dat je je altijd kunt aanpassen aan nieuwe situaties en mensen, is een prachtig geschenk. Als je omgeving voortdurend verandert, ontdek je sneller wie je bent. Ooit hoop ik mijn ­kinderen dat ook te kunnen geven. Ik zie mezelf geen vijftien jaar op dezelfde plaats wonen. Na mijn ­studies heb ik al eens zes maanden in Singapore gewoond, bij mijn lief die commercieel manager is.”

Op je dertiende keerden jullie terug naar België. Had je het daar moeilijk mee?

“Ik heb me daartegen verzet, ja. Wat wil je? Ik zat in mijn puberteit, Zweden was een stuk van mijn ­identiteit, en plots viel dat weg. Mijn ouders wilden dat ik naar een Belgische middelbare school ging, omdat ons onderwijs zo goed is. Ik heb het altijd jammer gevonden dat ik mijn jeugd in Zweden niet heb mogen afmaken. Misschien romantiseer ik het te veel, maar mijn hart lag bij dat land, bij het expat­leven met vrienden vanuit alle windrichtingen. Ooit hoop ik in Zweden te ­sterven. De mensen zijn er rustig en positief, en ik hou van hun Allemannsretten-principe: het idee dat het land van iedereen is. Je mag daar in alle bossen wandelen en overal kamperen, ook in de tuin van vreemden. Elk jaar verschijnt er een dik boek waarin het salaris van iedereen vermeld staat. Daar zijn ze heel open over, geen bullshit. Heel ­aangenaam.”

Klopt het dat je ook in een weeshuis in Kenia hebt gewerkt?

“Daar ben ik heel fier op. Samen met enkele vriendinnen steun ik het Kebene-weeshuis al jaren. Het is opgericht voor weesjes en kinderen uit moeilijke gezinnen, en draait volledig op vrijwilligers. Elk jaar lopen we de Ten Miles om geld in te zamelen en sturen we kleren op. Twee jaar geleden ben ik er een maand gaan helpen: kinderen aankleden, ­liedjes aanleren, spelletjes spelen, zorgen dat ze hun ­huiswerk maakten…

“We zijn allemaal te hard met onszelf bezig. Het is ­verfrissend om je eens belangeloos in te zetten voor andere mensen. En Kebene is heel concreet: ik weet perfect waar ons geld naartoe gaat.”

In welke omstandigheden leefde je daar?

“Als vrijwilliger lig je in de betere hutten. De kinderen slapen in een grote zaal. Ze vormen een afgesloten gemeenschap in de brousse. Er is maar één straat en die leidt naar het dorp, waar sommige van hun ouders nog wonen. Die zien hun kinderen elke dag voorbijkomen, op weg naar school, maar ze kunnen niet voor hen zorgen, omdat ze arm of verslaafd zijn.

“De oprichters van Kebene proberen een familiegevoel te creëren. Elke avond gaan ze met de kinderen samen­zitten om liedjes te zingen en de dag te bespreken. Daarna mag iedereen gaan slapen. Een heel mooi ritueel, mooier dan voor Netflix ploffen, alleszins.”

Kon je goed tegen de ellende?

“Ja. Wij bekijken dat door een westerse bril en denken dat die kinderen in de miserie zitten. Sommigen hebben natuurlijk trauma’s opgelopen, maar de meesten zijn gelukkiger dan veel PlayStation-kinderen in België. Veel vrijer. Ze kénnen geen internet, files, sociale media en gsm’s. Hun leven is trager en stresslozer.

“Wij dénken dat we vrij zijn, maar te veel vrijheid kan ook verstikkend zijn. Ik ben een echte millennial: verward door alle keuzemogelijkheden. Je kunt alles worden wat je maar wilt, maar daardoor heb je bij elke keuze het gevoel dat je verliest. Ik wil meer eenvoud in mijn leven, en minder apps, prikkels en opties. In Kenia werd ik daar heel rustig van. Je weet dat de zon elke dag opkomt, dat je moet eten en er het beste van maken met de mensen die er zijn. Meer is er niet. Heerlijk.”

Beeld Jef Boes

Veel westerlingen zullen dat saai en leeg vinden.

“Ik zou graag eens volledig leeg willen leven. Ik droom ervan om, zoals Tom Hanks in Cast Away, een paar weken alleen op een onbewoond eiland te zitten, om te genieten van de stilte en leegte. Ik kan ook erg uitkijken naar een avondje met mezelf. Maar de maatschappij dringt zich voortdurend op. Ik vind het zalig om een geplande afspraak lastminute af te zeggen, waardoor ik die avond helemaal op mijn gemak ben.”

Wel vervelend voor de ander...

“Ik zeg meestal dat ik me niet goed voel. Zelf vind ik het ook niet zo erg als iemand afbelt. Dan staat er plots niets meer gepland: zalig! (lacht) Wij, millennials plannen onze hele week vol, omdat we zoveel leuke dingen kunnen doen. Maar op den duur zijn we zo aan het hollen dat zelfs die leuke dingen verplichtingen worden. Ik kan helemaal ­opgedraaid zijn, als ik ’s avonds uiteten ga en besef dat ik op tijd moet zijn.”

Moet je soms vechten om alleen te kunnen zijn? Een partner begrijpt dat niet altijd: ‘Hoe? Ben je dan niet graag bij mij’?

“Mijn lief begrijpt dat. Ik kan hem gewoon zeggen dat ik graag een avond voor mezelf wil. Je moet elkaar dat gunnen. Dat betekent toch niet dat je jezelf niet kunt zijn bij elkaar? Ik geniet ervan om ’s avonds een half uur in bad te liggen, in stilte. Niet lezen, niet bellen. Gewoon: ogen dicht en genieten. Overdag wandel ik graag in de natuur, om te luisteren en mijn gedachten te laten waaien.

“Mijn reizen zijn ook een vorm van ­escapisme. In Singapore duurde het soms een paar dagen voor ik berichtjes beantwoordde. Als je dat hier doet, voelen mensen zich ­beledigd. Je wordt geacht constant aanwezig en beschikbaar te zijn. Maar op reis heb je een excuus. Daar word je opnieuw jezelf, zonder alles wat je er in je leven hebt bijgepakt: je job, je vrienden, je huis. Dan kun je ademen en ontdekken wie je echt bent. Je neemt afstand en denkt na: waar sta ik? Wat maakt me gelukkig?”

Op Instagram staat een foto van jou in Colombia met hashtag ‘thetoplesstour’. Leg dát eens uit!

(lacht) “Dat is een Instagramaccount waarop mensen op reis foto’s insturen van zichzelf op een mooie plek, zonder beha, als teken van ultieme vrijheid. De beste foto’s worden op die account getoond, met het verhaal erbij. Jammer genoeg werd de mijne niet weerhouden. We namen die foto in de Tatacoa-woestijn, die op een kleinere versie van de Grand Canyon lijkt. Een fenomenale reis was dat. Dit jaar gaan we met een jeep door Namibië cruisen, de wildernis in. ’s Avonds zullen we de tent moeten opstellen op het dak van de auto. Wie op de grond slaapt, loopt het risico om aangevallen te worden door beesten.”

Gezellig.

“In Kenia zag ik al een leeuw. Het besef dat dat beest vrij rondliep deed me beven van emotie. Ik voelde de kracht van de natuur en besefte weer wat een minuscuul wezen ik ben in het grotere geheel. Bij ons bestaat dat niet meer. De ­kranten staan al vol als er één wolf is gesignaleerd.”

Je lijkt heel bewust te leven en stil te staan bij je gevoelsleven. Is dat typisch voor acteurs?

“Acteurs zijn sponsen die hun receptoren graag wijd ­openzetten. Die ervaringen kunnen we gebruiken in onze job, net zoals een schrijver de wereld in zich opzuigt om daar iets creatiefs mee te doen.”

Je zei eerder al: ‘Een partner die even emotioneel is als ik, dat zou moeilijk zijn’.

“Mijn gevoelswereld is stormachtig en uitbundig. Ik beleef op een dag duizend-en-een gevoelens en dat moet allemaal een plaats krijgen. Mijn lief helpt me om dat te zuiveren en te relativeren, zodat ik er niet helemaal in opga. Hij brengt me tot rust.”

Beeld Jef Boes

Op je Instagram stond ook het boek ‘Liefde, een onmogelijk verlangen?’ van Dirk De Wachter. Is die titel waar?

“De boodschap van boeken zoals dat van De Wachter is dat we onze verwachtingen te hoog stellen. Wie kramp­achtig geluk en succes najaagt, zal het nooit vinden. Geluk schuilt vaak in eenvoud, in ­dingen laten zijn wat ze zijn.

“Liefde ís een onmogelijk verlangen. Daarom is het zo interessant. Het is een eeuwige zoektocht naar elkaar, samen leven en elkaar leren aanvoelen. Je zit met verlangens die de ander nooit helemaal kan invullen en hij zit met andere onvervulde verlangens. Toch maakt dat verlangen het de moeite waard. Als je niet verlangt en droomt, wat blijft er dan nog over? Verveling en routine. Ik geloof in de eeuwige uitdaging, in altijd ­blijven zoeken en groeien. De valkuil is dat je jezelf vastzet in een bepaald denkpatroon. Dat probeer ik te vermijden door mezelf constant uit te dagen. En daarom zou ik zo graag eens op een eiland leven met niets. Het probleem is dat je zo vervlochten raakt met je omgeving dat het moeilijker wordt om je los te maken.”

Wat vind je vriend daarvan?

“Dat vragen veel mensen. Ik vind dat raar. Waarom zou je elkaar daar niet in steunen? Zo’n ervaring is toch ­interessant voor ons allebei? Ik zal dat doen met hem in mijn achterhoofd en nadien kan ik het met hem delen. Dan krijgt hij een verrijkte partner terug.”

Het vraagt van hem wel een rotsvast vertrouwen. Je kunt hem op dat eiland in vraag stellen of ontdekken dat je liever alleen leeft.

“Ja. Maar ik ben liever samen met iemand die mij oprecht graag ziet dan met iemand die me nooit meer wil loslaten. Je mag elkaar niet te veel afremmen in het leven. Helaas gebeurt dat vaak, omdat mensen vastzitten in patronen: huis gekocht, kinderen, het loon dat er elke maand moet liggen om de hypotheek af te betalen. Ik besef dat ik nooit naar dat eiland kan als mijn lief niet in ons huis blijft wonen en de rekeningen betaalt. En ondertussen lig ik daar in mijn blootje op blaadjes te kauwen. Maar daarna mag hij dat doen. Ik zou dat heel sexy vinden.” (lacht)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234