Woensdag 13/11/2019

Getuigenis

Chantal Bonet: "Mijn kind laten sterven, was een bewijs van liefde"

Chantal Bonet, de moeder van Noémie. "Toen ze 16 was, zei ze al: als dit mijn leven is, dan hoeft het niet voor mij." Beeld Karoly Effenberger

‘Ik sta voor altijd naast je’, schreef Noémie Deschacht en een vriendin las dat voor op Noémies afscheids­dienst. Ze was 20 en het leven was te zwaar. Vorige week zou Noémie 21 geworden zijn en wat haar mama Chantal zegt, doet smelten en huilen. "Euthanasie kies je niet, je beslist het."

In Oostende eet je altijd al garnaalkroketten in Brasserie du Parc, maar nu is de stad voorgoed ook die van Noémie Deschacht. Van haar verhaal en haar leven in deze straat waar haar naam nog bij een deurbel staat: Sophie, Mieke, Yves en Noémie. Uit dit huis zal ze nooit verdwijnen.

Sophie, Mieke en Yves waren haar zussen en haar broer en zij was dus de jongste van Chantal Bonet en haar man Johan. “Je was onze laatste in de rij, om nog alles mooi af te sluiten. Een klein blond spring-in-’t-veldje”, lazen zij voor op de uitvaartdienst in Brugge. Het was 24 mei vorig jaar. Vijf dagen eerder, op 19 mei, had de dokter Noémie naar het einde begeleid. Op de rouwkaart stond een zin uit The Hunger Games: “Lay down your head, and close your eyes. And when they open, the sun will rise.”

11 februari 2016 was de eerste verjaardag die ze niet meer mét haar vierden. Kerst en Nieuwjaar passeerden al. Straks komt Chantals eerste moederdag zonder dat jongste meisje. En dan zal het op een dag een jaar geleden zijn dat ze stierf.

We kijken rond in deze woonkamer. Er staat een kistje met haar naam erop en een gekalligrafeerde spreuk: ‘C’est si peu dire que je t’aime’. Erin – “het schatkistje van Noémie” – haar eerste tandjes, een identiteitskaart, de letters van haar totem: kookaburra. Dat verhaal vertelt Chantal straks. De knuffel van Noémie zit er niet in. Chantal mocht die houden, maar ze moest beloven dat ze er zelf mee zou slapen. Die ligt dus boven in haar bed. Het bed waar Chantal en Johan elke nacht slapen. Het bed waarin Noémie stierf. Naast dat kistje de urne. Dit is Noémie.

En dit zijn Chantals woorden. Die ze niet zonder tranen kan vertellen, maar die schrijven we er niet tussen. Het verdriet is er vanzelf wel.

***

“Noémie was onze jongste, net voor haar kwam Yves. Yves heeft het syndroom van Down en ik heb altijd gezegd: ‘Ooit schrijf ik een boek over al mijn tegenslagen.’ Na de geboorte van Yves had ik al veel opgeschreven, Mieke kreeg op haar 13de de diagnose van reuma en bij Noémie viel die diagnose al toen ze 10 was. Wellicht kreeg ze zelfs al een opstoot toen ze nog maar in het derde kleuterklasje zat.

“Soms hoor je vreemde dingen. Toen ik 20 jaar geleden pleitte voor inclusief onderwijs voor Yves, zei de psycholoog: ‘Waarom kies je niet voor buitengewoon onderwijs? Daar gaat hij beter zijn.’ Maar dat advies wilde ik niet horen. Laat me mijn hoop, zei ik, neem me mijn hoop niet af. Een boek schrijven met je getuigenis is ook een antwoord aan Jan met de pet om iets duidelijk te maken. Zwijg beter, als je niks verstandigs kunt zeggen. ‘Je krijgt toch dubbel kindergeld’, hoorde ik, over Yves. En nu, acht maanden na de dood van Noémie, kan ik niet zeggen dat ik ongelukkig ben.

"Maar al na de begrafenis zeiden mensen: ‘Je hebt er toch nog drie andere.’ Alsof dat vierde niet belangrijk was? Mensen moeten ook best niet vragen hoe het met je gaat. Hoe gaat het met me, denk je?

“Wat had Noémie? Eigenlijk was haar lichaam voortdurend in ontstekings­modus. Ze had last van de nieren, haar hart, ze ontwikkelde spasmen. Na jaren van pijn en pijn­stilling kreeg ze de laatste twee jaar ook nog psychosen. Alle artsen verzekerden me dat ze niet thuishoorde in de psychiatrie. Maar ze bleef erg achteruitgaan. Toen ze 16 was, zei ze al: ‘Als dit mijn leven is, hoeft het niet voor mij.’ Toen al vroeg ze naar euthanasie. ‘Kan dat, mama?’ Dat kon niet. Maar toen ze 18 was, rakelde Noémie het opnieuw op. En wat doe je dan als mama? Ik beloofde er met haar naar te kijken. Ze had immers ook al een zelfmoordpoging ondernomen, alle pillen genomen die ze in huis kon vinden en drie dagen op intensive care gelegen. Ironisch genoeg redde haar reuma haar toen.

“Je kind elke nacht horen huilen van de pijn, is vreselijk. Noémie kon niks meer alleen. Niet in bad, niet buiten, een uitstap kon niet meer zonder rolstoel. Ze was in behandeling bij een psychiater en ze was op een lijst gezet voor een sociale woning, maar ze zei altijd zelf dat ze dat niet zou aankunnen. Zelf had ik nog altijd de hoop en natuurlijk twijfel je. Zeker als je mensen hoort zeggen: ‘Chantal, je doet te veel voor haar. Je moet strenger zijn.’ Je zit er zo middenin dat je het misschien niet meer ziet. Is het wel zo erg of misbruikt ze me toch? Die vragen. Ik heb haar psychiater gemaild en ik mocht een dag later op visite. Dat wilde ik alleen doen, zonder Noémie. Maar ik had haar wel beloofd eerlijk te vertellen wat hij me zei.

“Néén, Noémie speelde niet met mijn voeten. En neen, ze zou nooit alleen kunnen wonen. De psychiater was daar heel formeel in. Ik zei: ‘Ze spreekt over euthanasie.’ En hij antwoordde: ‘Als ze die aanvraag indient, zal ik haar steunen.’ Toen was ik zeker en toen ik haar dat vertelde, was Noémie zo gelukkig. Een week nadien kwam ze terug van de consultatie met een kaartje van de LEIF-artsen. Op 4 januari 2016 diende ze een aanvraag in. “Eindelijk voelde Noémie zich begrepen.”

***

“Sinds ze 10 was, was er elk jaar iets uitgevallen, waardoor Noémie altijd opnieuw met die ziekte werd geconfronteerd. De diagnose van reuma viel in het vijfde leerjaar. In het zesde miste ze al eens een week school. In het eerste middelbaar kreeg ze soms ‘Tijdelijk Onderwijs aan Huis’. Dan begon ze met Bednet. Maar jaar na jaar zag je dat dus veranderen en jaar na jaar ging haar sociale kring ook achteruit. Een kind van 14 dat op zaterdagavond niet naar de cinema durft, omdat het dan een dag later zeker niks meer waard zou zijn, dat is niet normaal.

“Het was altijd iets. De knie die uitviel. Haar duim die rood ging zwellen na drie uur schrijven. Alleen pijn­stilling bleef nog over, maar daar begon haar lichaam dan op te reageren. Ze kreeg nier­stenen. Regelmatig een hartslag van 120. Ze ging naar Akabe (de scoutswerking voor personen met een handicap, RVP), maar ook dat ging na een tijd steeds moeilijker. De laatste twee jaar moest ze stoppen met de muziekschool. Ze had in een koor in Brugge gezongen. Noémie kon ook prachtig tekenen, maar de laatste maand kon ze zelfs niet meer schrijven. Ze zat alleen nog thuis.

“Mieke heeft ook reuma, maar bij haar doet de medicatie wel haar werk. Ze is getrouwd en heeft een kindje. Soms moet ze weleens in een rolstoel, maar het gaat. Bij Noémie niet. En door die psychosen werd haar rugzak nog zwaarder. Er was alleen nog pijn.

“Toen ze 16 was en voor het eerst zei dat ze liever dood wilde, was ze alleen bij mij. Ik vergeet die dag niet. Ik durf niet te zeggen dat het een complete verrassing was, maar als moeder van je dochter horen dat ze liever wil sterven dan leven, is verschrikkelijk. Natuurlijk probeer je nog. ‘Komaan Noémie, ze vinden misschien nieuwe medicatie. En ze doen nog altijd onderzoek.’ Je wilt toch doorzetten. Als ze op Mars naar water kunnen zoeken, kunnen ze toch ook mijn dochter proberen te redden? Aan de andere kant dacht ik: wie ben ik om mijn kind te zeggen dat dit leven de moeite waard is? Ik probeerde me dat voor haar in te beelden. Wéét ik dat? Vóél ik dat? Stilaan besef je dat je kind niet meer kan.

“Wie Noémie de laatste twee jaar van haar leven leerde kennen, leerde niet Noémie kennen. Slechts af en toe was er nog een glimpje van wie ze was. Als ze zong. Dat kon reuma haar niet ontnemen. Op haar laatste avond heeft ze hier in de zetel nog ‘Breng me naar het water’ van Marco Borsato gezongen. Dat was het begrafenis­liedje dat ze had uitgekozen.”

***

“Op 4 januari deed ze haar aanvraag en ik dénk te mogen zeggen dat wat we toen deden, het bewijs van onze onvoorwaardelijke liefde was. Ik zou het heel erg gevonden hebben als ze had moeten weggaan met het gevoel dat iemand uit het gezin haar niet zou hebben gesteund. Het zou heel egoïstisch van me geweest zijn om te zeggen: ‘Je mag dat niet.’ Mijn kind laten sterven was het ultieme bewijs van mijn liefde voor mijn kind. Ook haar zussen en haar broer gunden het haar. Als een geschenk. Ze was 20 jaar geleden niet alleen aangekomen op de wereld en hoe keihard het ook zou zijn: ik kon vrede nemen met het idee mijn dochter te laten inslapen in mijn armen. Al deed het pijn om Noémie te horen zeggen: ‘Dit wordt wellicht onze laatste kerst en Nieuwjaar.’ En ook al was het verdriet er. Maar zij zei: ‘Sorry, ik zal niet verdrietig zijn.’

“Je moet heel veel moed hebben om te doen wat Noémie gedaan heeft. Fucking hell: ze heeft de dood recht in de ogen gekeken. Hoeveel pijn moet je hebben om dat te doen?

“Die vier maanden tussen de goedkeuring en de dag dat het gebeurde, waren zwaar. Aan de ene kant zag ik mijn dochter opleven: zij zag het einde van haar tunnel. Aan de andere kant was er dat constante knagen: het is niet gelukt, heb ik wel genoeg gedaan? Op 11 februari zei ze vrolijk: ‘Het is mijn laatste verjaardag!’ En zoiets zei ze ook op moederdag. ‘Ik weet het wel, Noémie’, zei ik dan, ‘maar je moet het toch niet te veel herhalen.’ Ik wist op dat moment niet of ik verdrietiger zou zijn door de euthanasie of door haar dagelijkse pijn. En ik had gedacht dat die vier maanden me zouden voorbereiden, maar dat is dikke bullshit.

“In april moesten we naar een arts in Brugge die ‘het’ zou doen. Die arts zette het licht definitief op groen en keek in zijn agenda: 19 mei was de vroegst mogelijke datum. ‘Oké’, zei Noémie. ‘19 mei dan.’ Dat is bijna niet te vatten, in je agenda zitten plannen wanneer je kind gaat sterven. We zijn daar vertrokken en onderweg in de Quick gaan eten. Zo wilde Noémie dit ‘vieren’. Voordien al had ze gezegd dat ze mei een mooie maand vond om te sterven. En ze vroeg: ‘Mama, gaan we dan samen shoppen bij de begrafenis­ondernemer?’ Ik was met mijn dochter van 20 liever naar de Kapellestraat (een winkel­straat in Oostende, RVP) getrokken, geloof me.”

“We zijn gaan shoppen. Noémie regelde alles zelf. De foto voor op haar prentje, de afscheidsdienst, een filmpje dat daar getoond moest worden, de kist en de urne. Daarop wilde ze een schilderij van een elfje en zo reed ik op een zaterdag, samen met mijn schoonzoon, met die urne en het deksel van zo’n kist naar een vrouw die dat daarop zou schilderen. Toen we ons dat realiseerden, lachten we. Maar vijf minuten later zaten we te snikken.

Foto van Noémie in het ouderlijk huis. Beeld Karoly Effenberger

“In februari deden we nog een weekend Center Parcs en we moesten Yves kunnen vertellen dat dat de laatste vakantie met zijn zus zou zijn. Dat was een moeilijke. Toen ik een psycholoog, die werkt met gasten met een mentale beperking zoals Yves, daarover belde, hoorde ik alleen: ‘Oei, mevrouw, we hebben een lange wachtlijst.’ De conclusie was: ‘U kent uw zoon het best.’ Daar was ik vet mee. Maar de tijd begon te dringen en er bestaan véél boeken voor kinderen over de dood, maar geen over euthanasie.

“Euthanasie betekent eigenlijk ‘goede dood’ en zo zijn we aan de slag gegaan. Hij wist dat zijn zusje ziek was en we hebben met Yves naar Inside Out gekeken, een Disney-film over emoties. Hij wist dat Noémie veel pijn had en stemmen hoorde. We hebben hem verteld dat ze aan het sterven was, maar dat de dokter daarvoor moest helpen. Yves heeft geen tijdsbesef, en dus stond op onze kalender in de keuken op 19 mei een spuitje getekend. Elke dag ernaartoe doorkruisten we.

“Noémie liet de hele familie komen om van haar afscheid te nemen. Negentien mei was een donderdag, de zaterdag ervoor was de laatste dag dat ze iemand wilde zien. De laatste vijf dagen waren voor haar gezin. Op woensdagmorgen zette ze haar gsm uit en ze vroeg Mieke om een paar uur na haar overlijden iets op Facebook te posten: ‘Today I leave it all behind, and all my loved ones here.’ Al gebruikte ze Facebook nooit om aandacht te trekken. De laatste vier maanden had ze wel dertig keer de film Tot altijd van Nic Balthazar bekeken en de laatste avond vroeg ze: ‘Mama, gaan we nog één keer kijken?’

“Die fameuze donderdag zou de arts om half­ elf komen. Noémie wilde dat haar zussen en broer en één vriendin er ’s morgens om 8 uur zouden zijn. Er was een fles champagne en een fles Kidibul. Ze kreeg nog de slappe lach, maar om kwart over 9 voelde ze zich niet goed en ze braakte alles onder. Dat maakte me kwaad op haar lichaam: kan het zelfs vandaag niet zonder moeite? Om twintig voor 10 maakten we een laatste groepsfoto. Dan legden we haar boven in ons bed. Dat wilde ze. Sophie, Mieke en Yves zijn elk apart nog bij haar geweest. Ze was niet bang, zei ze. Maar Noémie wilde niet dat zij erbij waren op het moment van het spuitje. Alleen mijn man en ik mochten daar bij zijn. Ze namen dankbaar afscheid van elkaar.

“Ik legde me naast Noémie in bed en de arts vroeg zeker twee keer: ‘Ben je zeker? Neen is ook goed.’ Ze was zeker. Ook toen de katheter geplaatst was, vroeg hij het nog eens. Noémie zei: ‘Papa, mama, ik zie jullie graag, maar ik kan niet meer.’ Aan de arts zei ze: ‘Doe maar.’ En toen ging het vlug. Halverwege de eerste inspuiting zei ze nog: ‘Mama, de pijn is eindelijk aan het weggaan. Ik ben zo moe.’”

***

De dood doet z’n werk snel. Tien seconden en alle leven is weg. Dat kermende lichaam, waarvan Chantal nog een filmpje toont dat zes dagen voordien werd gemaakt en waarop je Noémie huilend van de pijn hoort vragen ‘waarom het nog zes dagen moet duren’, krijgt in tien seconden rust voor eeuwig. Dag Noémie. ’s Avonds gingen Chantal en Johan slapen in het bed waar hun dochter ’s morgens voorgoed insliep.

“De zussen en Yves zaten beneden. Toen Noémie was ingeslapen, bleef mijn man bij haar. Ik ben naar de kinderen gegaan, maar heb het toch uitgeschreeuwd. Ook op de begrafenis heb ik dat een keer gedaan. Het was de oerschreeuw van een mama die haar kind verliest.

“Noémie was 20, maar of je je kind nu verliest als het 1 jaar is, of 10 of 50... ik denk dat dat geen verschil uitmaakt. Van het moment dat je van de dokter hoort dat de zwangerschapstest positief is tot het moment dat ik ooit mijn ogen sluit, is de bottomline dezelfde: je wilt je kind niet kwijt. Wat blijft, is leegte. Niemand kan die opvullen. Geen ander kind, geen kleinkind. Vergelijken is zinloos.

“Leven verdwijnt meteen. Op Noémies gezicht zag ik alleen opluchting. En ik ben nog altijd blij met haar laatste woorden: dit is wat ze echt wilde. Maar euthanasie is geen keuze, het is een beslissing. Toen de psychiater van het LEIF-team haar vroeg wat ze zou doen als ze een toverstokje had, zei Noémie níét dat ze wenste dat de euthanasie goed gebeurde. Ze zei: ‘Dan zou ik een normaal leven toveren.’ Alleen kon dat niet. Maar dus: euthanasie kies je niet, je beslist het.

“Zonder Facebook, Whats­App en Messenger zou Noémie de laatste jaren erg afgesloten geweest zijn van de wereld. Lola, die uiteindelijk The Voice won, had bij Noémie op de lagere school gezeten. De finale was op zaterdag en Noémie had haar nog een bericht gestuurd: ‘Ik hoop dat je wint, maar ik zal het niet meer meemaken.’

“Op haar verjaardag wilde ze geen cadeaus meer. Ze wilde alleen een schelletje foie gras eten. Ik dacht altijd dat van alles die laatste keer met haar pijnlijk zou zijn, maar nu vind ik alles de eerste keer zonder haar pijnlijker. We spraken met Noémie af dat we voor haar verjaardag vanaf nu elke eerste zaterdag na 11 februari met haar vijf laatst overgebleven vrienden gaan eten. Toevallig was 11 februari dit jaar nu zelf een zaterdag. Die brachten we met ons gezin door. Voor deze zaterdag (vandaag, RVP) reserveerden we met die vijf vrienden een tafel in ’t Zeezotje in Oostende. We zullen één stoel openlaten voor Noémie. Dat deden we ook op haar verjaardag en op kerst. Op haar plaats stond haar foto, met een ster en haar geboorteknuffel. Ze leek erbij te zijn.”

***

Op 24 mei 2016 werd in Brugge afscheid genomen van Noémie. In het boekje, dat ze zelf maakte, zie je de liedjes die ze koos. ‘If I Die Young’ van The Band Perry opende de dienst. Febe sprak de woorden van Noémie uit. “Ik mag eindelijk slapen, zonder pijn. Dank je wel”, zei ze. En: “Ik wens jullie een prachtig leven toe, elk wat hij verdient.” 

Er waren nog liedjes en nog sprekers, zelfs een boodschap van Nelle, kindje van Noémies zus Mieke. Haar ouders spraken over haar ziekte, een vriendin noemde die ziekte ‘den Johnny’: “Die kwam en bleef. Die heeft alle kamers van je lijf leeggeroofd en het pand onbewoonbaar gemaakt.” Sophie en Mieke zeiden iets en ook Yves deed dat in zijn woorden: “Ik zal je missen, omdat je veel lachte en ik dan ook moest lachen.” Er klonk nog een liedje van Céline Dion.

***

“Geloof ik? Ik kan er niet op antwoorden. Ik sta met de voeten op de grond. En ik geloof ook niet. Maar je kunt niet ontkennen dat er soms iets gebeurt.”

Dit. “Op een gesloten Facebook-groep waarin Mieke zit, zei iemand dat ze contact had met Noémie. Ze zei dat Noémie op haar mama wachtte op een bank bij een boom. Maar dat ze ook wist dat mama er nog niet klaar voor was. Goed, iets later zag ik de oproep van een fotografe uit Limburg die mensen met een tattoo en een verhaal zocht. Net voor haar dood had ik Noémie gezegd dat ik een tattoo zou laten zetten. Haar totem bij de scouts was kookaburra, dat is een Australische ijsvogel. Die liet ik op mijn linkerarm tekenen en ik nam contact op met die fotografe. Half september sprak ik met haar af. Blijkbaar woont ze in de Olmense Zoo. Ik vertelde haar mijn verhaal en toen bleken ze in de zoo zo’n kookaburra te hebben. In een heel grote volière met veel andere vogels. De verzorgers lachten met haar vraag of ze die konden pakken. Dat was onmogelijk.

"Of ik geloof? Ik kan daar niet op antwoorden. Ik sta met de voeten op de grond. En ik geloof ook niet. Maar je kunt niet ontkennen dat er soms iets gebeurt." Beeld Karoly Effenberger

“Maar plots zat die kookaburra op een takje en die bleef zitten. Ik kon erbij. Z’n hoofdje aaien. Zijn hele lijfje. Hij liet zich helemaal doen. En toen zag ik waar ik was: aan een bankje bij een boom. Ik had Noémie zo graag nog één keer kunnen vastpakken. Nog één keer aaien. En het leek of dat toen gebeurde. Maak ik daar mijn eigen verhaal van? Misschien. I don’t know. Maar laat het me. Het heeft me veel deugd gedaan.”

Om haar verhaal in boekvorm te laten verschijnen, deed Chantal Bonet een beroep op Storybox. Dit publishing platform, opgericht door journaliste Pascale Baelden, begeleidt mensen bij het schrijven van hun persoonlijke verhaal en de uitgave van hun boek.

Story of Chantal Bonet, 174 p., 25 euro, is verkrijgbaar op storybox.be.

Lezers van De Morgen  krijgen 5 euro korting als ze bij de bestelling de promocode 'Veerkracht' ingeven.

Chantal Bonet schenkt haar deel van de verkoop van het boek aan het hippotherapeutisch centrum 'Hippona' in Ichtegem.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234