Vrijdag 24/05/2019

interview

Catherine Van Eylen (VRT): "De machocultuur zit bij de sportredactie in de muren"

Catherine Van Eylen: "Een vrouw die wielercommentaar levert? Dat is ondenkbaar. Laat staan dat een vrouw te horen zou zijn bij het mannenvoetbal." Beeld Stefaan Temmerman

Als je televisiegezicht en radiostem Catherine Van Eylen vraagt zichzelf te omschrijven, zegt ze: "De vraag is eigenlijk wat ik mezelf  wijsmaak". Hoogtes en laagtes zijn er, maar ze zoekt ze niet op. De vlakte kan namelijk ook mooi en weids zijn. Een beeld van de vrouw in beeld.

“Ik heb veel geluk gehad”, zegt ze. Het is ondertussen al vijfentwintig jaar geleden dat Catherine bij de televisie en radio belandde. Een verhaal van een jong meisje dat deelnam aan welsprekendheidswedstrijden, dat Germaanse ging studeren en dat op aanraden van een prof een stemtest bij de VRT ging doen, waar Radio Donna net werd opgestart.

“Ze zochten een stem die jong en vrouwelijk klonk.”

Catherine was jong en vrouwelijk. En haar stem klonk net zo. Geluk.

Ze presenteerde het Canvas-programma Histories, maakte een zijsprong naar radio Sporza en ging mee toen Sporza een zender werd.

“Ze zochten een vrouw die kon presenteren en iets van sport kende.”

Catherine was een vrouw die kon presenteren en iets van sport kende. Geluk.

Het is ook een verhaal waar haar toenmalig lief slash huidige man Wouter Vandenhaute een rol in speelt. “Onze eerste kennismaking was een sollicitatiegesprek.” Geluk.

Wie is Catherine Van Eylen?

* Geboren in 1971 in Leuven

* Studeerde Germaanse filologie en startte al in haar licentiejaren als presentatrice bij Radio Donna

* Passeerde even als omroepster bij Filmnet en als nieuwslezeres bij VTM, maar is sinds 1998 een vaste waarde bij de VRT

* sportanker voor het VRT Journaal en presenteert sportprogramma’s op Radio 1 en Sporza

* Getrouwd met Wouter Vandenhaute, voorzitter van de raad van bestuur van mediaholding De Vijver Media

“Hij was sportfan en destijds sportjournalist. En eigenlijk ben ik via hem in dat sportwereldje beland.” Toeval.

Ook daar is geluk mee gemoeid.

“Als ik zeg dat ik geluk heb gehad, is dat geen ­bescheidenheid. Het is gewoon niet anders. Maar ik moet me ook niet achter dat geluk blijven verstoppen. Op een bepaald moment moet je wel durven te zeggen en beseffen dat je iets kunt. Ondertussen heb ik dat ­zelfvertrouwen, maar het is een val waarin ik vrouwen vaker zie trappen dan mannen.” En het is een val die daarom ook niet enkel uitgezet is in de sportjournalistiek, daar zijn namelijk maar weinig vrouwen te vinden. Nog steeds. Op haar eigen sportredactie lopen er nog drie rond. Steffy Merlevelde, Hermien Vanbeveren en Inge Van Meensel. Die vier vrouwen kunnen iets, maar als er wordt gesproken over de macho’s van de ­sportredactie gaat het vast niet over hen.

“De machocultuur zit bij ons in de muren. Het gaat over generaties heen en op een of andere manier wordt dat altijd versterkt. Met een mannelijke meerderheid wordt er ook in dat kader gedacht. Een vrouw die wielercommentaar levert? Dat is ondenkbaar. Laat staan dat een vrouw te horen zou zijn bij het mannenvoetbal. Het gaat zelfs niet om de kwaliteit, het past gewoon niet in de mal. Toen Stef Wijnants vorig jaar verdween bij Sportweekend heb ik me kandidaat gesteld om hem te vervangen. Om dus niet te blijven steken waar ik nu zit, ook al is het er leuk. Voor mij was die kandidatuur ­vanzelfsprekend, terwijl mijn bazen bijna van hun stoel vielen. Ze hebben uiteindelijk beslist om me een ­coachingtraject te laten volgen. Zo kan ik er uiteindelijk wel naartoe groeien.”

Geen verontwaardiging op haar gezicht. Geen zenuwachtig gefriemel. Niks. Toch, of misschien net daarom, rijst de vraag: is zo’n coachingtraject dan geen belediging voor iemand met haar staat van dienst?

“Het is gewoon wat het is. Zij beslissen en ik leg me erbij neer. Ik kijk gewoon wat op me afkomt, met de bereidheid om bij te leren.” Dus niet eens een beetje frustratie? “Zo snel geraak ik niet gefrustreerd. Al betekent dat niet dat ik dingen zomaar naast me neerleg, dat het lijkt alsof het me niet boeit. Ik aanvaard het gewoon.”

Het is wat het is. Alweer. “Het helpt om dingen te aanvaarden als je er met humor naar kijkt. Ik kan niet ­zeggen of ik daarin gegroeid ben, of dat ik dat heb ­moeten leren. Dat is gewoon hoe ik in het leven sta. Neem nu die grote ego’s op de sportredactie. Ik kan dat van een afstand bekijken en de humor ervan inzien. Ik gedraag mezelf niet zoals zij, maar ik ben daarom ook niet beter of slechter. Net zomin als zij dat zijn. Voor mij is dat verschil helemaal prima, op voorwaarde dat ze trouw zijn aan zichzelf en hun gedrag authentiek is. Ik vind het leuk dat er mensen zijn die helemaal het ­tegenovergestelde van mij zijn. Dat is boeiend. Soms ­vergelijk ik mezelf met anderen en het resultaat daarvan hoeft niet slecht te zijn. Als je het op een goede manier aanpakt, kun je beter worden van een vergelijking. Vaak denk ik dan: ‘ah, zo kan het ook, maar zo heb ik het niet gedaan’. En ofwel ben ik daar dan blij om, ofwel doe ik er iets aan. Als ik een keuze maak, sta ik daar ook achter. Zonder twijfelen of terugkijken. Ik deal met dingen. Want je moet toch verder.”

Catherine Van Eylen: "Tijdens het fietsen heb ik een les geleerd die me al een paar keer van pas is gekomen: nooit afstappen op het steilste stuk." Beeld Stefaan Temmerman

Het is een regel die logisch klinkt en perfect toepasbaar is in de rand van het leven. Net daarom is het soms niet eens moeilijk om hem te volgen. Maar daar waar het leven genadeloos toeslaat, buigt die regel sneller door. Bij de meesten. Niet bij iedereen. Niet altijd. “Ook met ­verschrikkelijke dingen moet je verder. Vorig jaar heb ik een vriendin verloren aan borstkanker. Dat is vreselijk. Punt. Kun je daar meer over zeggen? Je moet verder. Ook al draag je verlies en verdriet mee in je rugzak.”

Het zijn lessen die een mens moet leren, hoe dan ook. Misschien moet je het jezelf net daarom alsnog zo ­aangenaam mogelijk te maken, met je haren in de wind, bijvoorbeeld.

“Ik fiets zelf veel en graag en tijdens het fietsen heb ik een les geleerd die me al een paar keer van pas is gekomen: nooit afstappen op het steilste stuk. Ook al is het belachelijk steil, duw door. Stop pas nadat je dat stuk overwonnen hebt. En adem dan. Ik heb ook geleerd dat de kopman het altijd het zwaarst heeft. En dat je als groep vaak meer bereikt dan alleen. Ik probeer sport als een soort metafoor voor het leven te bekijken, zodat ik er uit kan leren.”

Bijzaak

Als sportanker zit Catherine naast het nieuwsanker, letterlijk. Net zoals sport naast het nieuws staat. Sport is geen nieuws. Niet echt. Het is de belangrijkste bijzaak ter wereld. Maar is het ook een vlucht van de ­realiteit? Een kwestie van ‘over naar jou, Catherine’, en hup, weg wereld?

“Het is geen vlucht, ik kan het nieuws verdragen. Het is eerder een soort bubbel. We zitten naast de realiteit in die zin dat sport gaat over de grote emoties, de heroïsche ­verhalen. De man die de ene week aan de kant van de weg ligt, is de andere week de grote held. In de sport is alles uitvergroot en met winnaars en ­verliezers zijn er altijd tegengestelden.”

Exact wat ook haar boeit bij mensen. Tegengestelden zijn per definitie uitersten. Het is zwart tegenover wit. Warm tegenover koud. De hoogte tegenover de laagte. En Catherine zit er graag bij en kijkt ernaar. Ze presenteert het zelfs. Maar wat zichzelf betreft, houdt ze het liever op grijs, lauw en vlak. En dat hoeft niet negatief te zijn.

“Ik weet niet hoe emotioneel ik zelf ben, wat houdt dat zelfs in? De emoties die sporters voelen, staan heel ver van mij. Ik kan me niet eens voorstellen wat het is om te winnen op het allerhoogste niveau in de sport. Dat moet een soort voldoening geven die jij en ik niet voelen. De manier waarop die sporters soms jarenlang naar één moment toeleven is zo uniek. Het is één moment, alles of niks. Daarin zit een soort absoluutheid die ik in mijn eigen leven niet heb. Ik ben meer van het principe dat het nooit zo goed is als je denkt, maar dat het ook nooit zo slecht is als je denkt. Hoogtes en laagtes zijn uitersten, maar je kunt ook te hoog en te laag gaan. En ‘te’ is nooit goed. Sporters krijgen het vaak moeilijk na hun carrière omdat ze dat soort uitvergrote emoties niet meer ­mee­maken in het gewone leven. Daar is het ‘te’ voor. Gedreven door passie wordt het al snel ‘te’. Maar dat maakt het waarschijnlijk ook zo mooi om te zien.

“Er zijn een paar topsporters die massa’s geld ­verdienen, maar voor elk van hen zijn er zoveel anderen die ernaast grijpen, die blessures krijgen, die tegenslagen moeten verwerken. En toch gaan ze door. Toch gaan ze voor hun verhaal. Je mag mislukken, maar je moet er wel voor gaan. Dat moedig ik graag aan.”

Het is de reden waarom Catherine bij het ­supporteren als enige nog in de berm staat, wachtend tot de laatste gepasseerd is. Op haar spandoek staat dan eens te meer: veel geluk.

“Succes wordt vaak gedefinieerd als iets wat je zelf in de hand hebt. Maar dat is volgens mij niet zo. Er is die geluksfactor. Je moet geluk hebben. Al is er volgens mij eigenlijk één ding dat nog belangrijker is: je mag vooral geen ongeluk hebben. Een detail, een stomme samenloop van ­omstandigheden kan je parten spelen, in positieve of negatieve zin. Je opent een ­restaurant en de week nadien zijn er ­wegenwerken in je straat. Niemand geraakt nog in je restaurant.

“Op dat moment heb je dan toch gewoon brute pech? Dat is shit. En shit happens. En dan moet je je verantwoordelijkheid nemen. Leg je de boeken neer of zoek je een andere plek voor je restaurant.”

Iemand anders zou misschien een ander voorbeeld geven. Je gaat op zomervakantie en het regent. Je haast je naar de winkel en die is gesloten. Misschien kiest Catherine haar voorbeeld omdat ze samen met haar man eigenaar is van een restaurant. Hoe dan ook zijn voorbeelden vaak meer uit het leven dan uit de lucht gegrepen. Maar geen enkel voorbeeld is slecht gekozen als het punt ermee gemaakt kan worden.
If you have to eat shit, don’t nibble it. Ze kent de uitdrukking niet, maar begrijpt hem wel. Mits een kanttekening. “Je kunt je passie wel volgen en er volledig voor willen gaan, maar niet iedereen heeft de mogelijkheden om opnieuw te beginnen.”

Catherine Van Eylen: "Ik ben een matig persoon. Schrijf dat maar op. Ik ben echt een matig persoon." Beeld Stefaan Temmerman

In hoeverre ze zelf naar een passie handelt, kan ze niet zeggen. “Als ik iets doe, ga ik er volledig voor. Maakt dat me passioneel?” Het maakt haar een doorbijter. Zoals die keer dat ze de Alpe d’Huez beklom. “In de krant las ik dat Sheryl Crow het gedaan had. Zij was op dat moment de vriendin van Lance Armstrong. Zij kon het en ik wou het ook kunnen. En ik wou een betere tijd neerzetten. Eén keer wou ik alles geven. En daarna heb ik gezworen het nooit meer te doen. Het moet een van de weinige keren geweest zijn dat ik heb toegegeven aan een soort van competitiedrang met mezelf. Ik hoef niet zonodig op mijn grenzen te botsen. Ik weet meestal niet hoeveel kilometer ik gereden heb en als ik een goede tijd rijd, is dat eerder een vaststelling dan een behaald doel.”

Ter info: haar tijd was beter dan die van Sheryl.

Wat hebben ze haar nu weer aangestoken!

“Mei Plasticvrij! – Ook Catherine draagt het initiatief een warm hart toe in deze volledig biologisch afbreekbare ­lijkzak met korte mouwen die de aflijvige, ook met deze zomerse temperaturen, extra lang fris houdt. Verkrijgbaar in het betere uitvaartcentrum en bij de Action. Knibbel-Knabbel-Kapsel: een zwerm buxusmotten tijdens de ­jaarlijkse Sporza-barbecue.”

Bovenstaande quote is te lezen op de Facebook-pagina van ene Paul Beelaerts, zelfverklaard ­persoonlijke moderecensent van Catherine. Op die pagina deelt hij foto’s van Catherine, met als onderschrift zulke geinigheid. Catherine droeg in dit geval UCWHY, ontworpen door Belgisch modeontwerper Wim Bruynooghe.

“Radio 2 heeft Paul eens opgebeld terwijl ik erbij zat in de studio. Misschien hadden mensen verwacht dat ik daar boos om zou zijn, maar integendeel. Ik kan daar echt mee lachen. Dat is toch grappig? Het zijn uiteindelijk ook máár kleren, het is máár haar.”

Toch wordt er gemiddeld twee keer week vanuit een Vlaamse huiskamer geroepen: wat hebben ze Catherine nu weer ­aangestoken? Maar niemand trekt Catherine iets aan. Catherine trekt dat zelf aan!

“Als mensen een gekke blouse zien, zie ik dat niet zo. Ik draag toch geen gekke ­ dingen? Voor mij is dat een blouse met een verhaal en in mijn ogen draag ik dat verhaal. Al jaren kies ik heel bewust enkel voor Belgische mode omdat ik vind dat die Belgische mode gezien en gewaardeerd mag worden. We zijn echt goed in wat we doen.”

Ook daar komt die passie weer terug. Een topsporter verschilt niet gek veel van een modeontwerper. “Ik heb al veel labels zien komen en gaan, die niet overeind kunnen blijven ondanks het feit dat ze alles wat ze hebben en kunnen in hun werk steken. Er zit een ziel in en dat verdient aandacht. Bovendien zijn het eerlijke kleren, die eerlijk geproduceerd worden. Als ik de keuze kan maken om die kleren te dragen, wil ik dat ook wel doen.”

Fashionista tante Bertha

Die interesse voor mode heeft ze van geen vreemde. Tante Bertha was de fashionista van de familie en Catherines moeder naaide bij gelegenheid zelf de kleren rond haar kind.

“In de familie gaat nog steeds het verhaal dat mijn moeder een jurkje voor me probeerde te maken, maar dat ik meteen bij het passen zei: ikke niet aandoen.” (lacht) Een kleuter die bewuste vestimentaire keuzes durfde te maken. En er is meer. Haar communiekleed was geel en zij was de enige die daar niet van opkeek. Onder haar nieuwsdesk draagt ze overigens nooit een jogging, ook al zou niemand het zien. “Dat is misschien truttig, maar het mag niet vloeken. Dan voelt het gewoon niet goed.”

Onder tafel heeft ze net haar schoentjes uitgetrapt.

Ze durft zichzelf ijdel te noemen, ze is bezig met haar uiterlijk. Niet omdat ze op televisie komt, wel omdat ze het maar normaal vindt om begaan te zijn met haar voorkomen. “Toen ik mijn eerste grijze haar ontdekte wou ik er meteen meer. Ik zie graag een grijs kapsel, daarom verf ik mijn haar niet meer. Ik ben nuchter genoeg om te aanvaarden dat ik ouder word, ook al ben ik ijdel. Ik verzorg me graag en ik wil er goed uitzien. Maar die ijdelheid stopt waar het pijn begint te doen. Als anderen willen spuiten en snijden is dat hun goed recht, maar voor mij hoeft dat voorlopig niet. Ik zit nu nog in de fase dat ik al die veranderingen met enige fascinatie onderga. Ik ontken niet dat het tien jaar geleden beter was, maar als het goed is zijn er wel andere dingen in de plaats gekomen. Zelfrelativering. En ervaring. In dat opzicht ben ik blij dat ik ouder mag worden. Met ouder worden is het net zoals met alle andere dingen in dit leven: je moet kunnen meegaan met de seizoenen. Op een manier waarmee je zelf tevreden bent.”

Zelfrelativering

Over ouder worden op het scherm maakt ze zich niet druk, ook al worden sommige vrouwen genadeloos van het scherm geplukt zodra ze de veertig passeren. “Dat was en is nog steeds zo. Maar dat moet niet zo blijven. De kans bestaat dat ik op een dag vervangen word door iemand anders, iemand jonger. Maar dat is niet iets waar ik mee bezig ben. Ik weet dat ik met die zelfrelativering en ervaring wel wat gewicht in de schaal kan leggen.”

Catherine is willens nillens ‘de vrouw van’. Hij ‘de man van’. Wouter Vandenhaute heeft een lange staat van dienst en krijgt vandaag deze trefwoorden mee: gewezen sportjournalist, tegenwoordig voorzitter van de raad van bestuur van mediaholding De Vijver Media en organisator van Flanders Classics. Hij is de man met wie ze haar leven deelt, geen hoofdonderwerp. Daarom weigert ze interviews die enkel over hem moeten gaan. Haar leven is méér, ook met hem.

“Wouter doet zijn ding, maar daarnaast doe ik evengoed mijn ding. Die onafhankelijkheid heb ik nodig.”

Al is het wel zo dat er soms raakpunten zijn in wat ze doen. Zoals die keer dat Wouter voetbalclub Anderlecht wilde kopen. Of die keer dat hij Lance Armstrong naar de Ronde van Vlaanderen wilde halen. Dat is nieuws, ook al gaat het over sport. En dat wil Catherine liever niet zelf brengen.

“Als ik op voorhand weet dat er nieuws zit aan te komen waar Wouter bij betrokken is, neem ik verlof of laat ik me vervangen door een collega. Soms voel ik dat zelf zo aan, soms beslist mijn hoofdredacteur daarover. Maar nooit maak ik daar een probleem van. We willen gewoon geen inmenging.”

Misschien is het voor anderen moeilijker dan voor hen. Voor journalisten is het altijd zoeken naar een betrouwbare bron en in dit geval zit die naast hen op een bureaustoel. Maar ze mag niets zeggen. Ze wíl niets ­zeggen! Je zou in die sportredactie een Huis van Wantrouwen kunnen vermoeden, maar dat is het niet. Ook daarin is ze stellig. “Als ze op de redactie iets willen weten van Wouter, kunnen ze hem bellen, ik zet mezelf daarbuiten. Ik wil gewoon de controverse voor zijn. Het is misschien een nadeel, maar tegelijk heb ik wel het voordeel om samen te leven met een man die sport van de andere kant beleeft. Dat is boeiend. Sport is een ­business, die gerund moet worden. Ik merk dat ­sportjournalisten daar weinig bij stilstaan, of dat er in het algemeen een fout beeld bestaat van wat die organisatorische kant inhoudt.”

Het spreekt natuurlijk tot de verbeelding. Ten huize Vandenhaute-Van Eylen gaat het aan de keukentafel niet enkel over het boodschappenlijstje en de vuilzakken die buitengezet moeten worden. “Maar daar gaat het óók over! Door ons werk is het nu eenmaal zo dat er evengoed andere onderwerpen aan die keukentafel aan bod komen. Als Wouter overweegt een voetbalclub te kopen, betrekt hij mij. Net zoals hij ook anderen betrekt, al was het maar om te ventileren. Andere ­koppels praten toch ook over hun werk? Wij worden zogezegd een powerkoppel genoemd omdat we een publieke job hebben. Hebben andere koppels dan geen power, gewoon omdat niet heel Vlaanderen meekijkt?”

Hun power zit niet in wat ze als job doen, des te meer in wie ze zijn en wat ze net daarom doen. In hun ­gezamenlijke interesses, die sport, het fietsen. In samen onderweg zijn. In samen zijn. Of in het feit dat zij op Valentijn kiest voor een romantische avond met voetbal op televisie. Catherine schudt na 22 jaar alsnog haar hoofd terwijl ze haar schouders optrekt. “Een geheim hebben we niet. Welk recht heb ik om te zeggen hoe het moet? Ook daar moet ik volgens mij terugkomen op de basiskwestie: je hebt wat geluk nodig.”

Bovengemiddeld

Wie ze is, vooral dat wilden we weten. Een beeld vormen van de vrouw in beeld. En Catherine valt wel degelijk te doorgronden, nog het meest door zichzelf. Maar het hoeft allemaal niet in de krant te staan.

“Ik ben een matig persoon. Schrijf dat maar op. Ik ben echt een matig persoon. Ik kan hier wel beweren dat ik emotioneel ben, of passioneel. Ik kan het over mijn grenzen hebben en uitleggen hoe ik daar wel of net niet op bots. Ik kan zeggen welk beeld ik van mezelf heb, maar hoe correct is dat beeld? De vraag is niet hoe ­emotioneel of passioneel ik ben, niet wie ik ben. De vraag is eigenlijk wat ik mezelf wijsmaak. Volgens mij kunnen anderen beter zeggen wat voor mens ik ben.”

Welaan.

Catherine Van Eylen weidt wat zichzelf betreft niet uit over de hoogtes en laagtes, ze houdt zich liever op de vlakte. Misschien is dat ook haar definitie van matigheid. Toch valt ze in uitersten te omschrijven: hoogstens ­voorzichtig, minstens bovengemiddeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.