Maandag 19/08/2019

Ergens onderweg

Cath Luyten: "Vlaanderen vakantieland leerde me meer dan de unief"

‘Ergens onderweg’, zong Frank Vander linden en dat zijn we allemaal: ergens in de wereld, onderweg in het leven. Op die plekken ontmoet journalist Rik Van Puymbroeck interessante mensen en stelt hen vragen over leven en werk.

Cath Luyten op de Midsland van Harlingen op weg naar Vlieland. Beeld Kees van de Veen

Vandaag: reportagemaakster Cath Luyten in Vlieland, Nederland.

Met Stef Bos vraagt Cath Luyten (39) het zich weleens af: ‘Is dit nu later?’ Wat is dat, leven als je 40 wordt? 24 uur op het Nederlandse Vlieland geeft niet op alles een antwoord. Maar soms zeggen haar eigen vragen genoeg.

Thuis in Antwerpen zou haar man deze morgen zeggen: “Sint-Anneke zit zonder water.” Maar hier, op Vlieland, mag Cath Luyten douchen zolang ze wil. De kans dat ze de Waddenzee én de Noordzee in haar 25 minuten durend ochtendritueel leegpompt, is niet zo groot. “’s Morgens is mijn douche mijn beste vriend”, zegt ze, zich verontschuldigend omdat we wat later ontbijten.

Maar waarom excuses? Een paar uur later rolt de Vliehors Expres over het strand en in het zand laat zijn achterste band deze woorden achter: ‘Heen en weer rollen de golven, spel van natte zoen, brekend schuim fluistert bevlogen, leef nu want nu wordt toen.’ Toen was die douche nu.

Honderdenvijf minuten deed de Midsland van Harlingen naar het eiland er gisteren over naar wat vuurtorenpachter (die -p in plaats van -w is geen fout, dat lezen we straks) Germ Veenstra zal beschrijven als het eilandgevoel. Toen we de kade opstapten, ging Cath Luyten voorop. Langs het huisje Vrijland, langs de Drumbandschuur en restaurant Plezant. We liepen door een oude Hollandse film. Door een dorp zonder auto’s. Op het water had ze al gezegd: “Als ik van de boot stap, laat ik alles achter. Plots moet niéts meer en dat is heerlijk. Ik leg mezelf zoveel op: moeten, moeten, moeten. Op Vlieland heb ik het gevoel dat niemand greep op me heeft. Dat ik zelf baas ben over mijn beslissingen en gedachten. Wars van autoriteiten noemt Germ het. En dat is het. Eigenlijk ben ik op Vlieland het gelukkigst.”

Een avond eerder was Buurman, wat doet u nu? op het scherm en Jan Jaap van der Wal had haar hier mee naartoe genomen. Maar dat was niet Caths kennismaking met dit eiland, 36 vierkante kilometer groot, amper duizend inwoners. Ze was 17 en fietste met haar ‘toen-hartsvriendinnetje’ van Koewacht naar boven in Nederland. In Harlingen namen ze de boot. “Als reisreporter (Cath deed jaren reportages voor ‘Vlaanderen vakantieland’, RVP) had ik last van het volledigheidssyndroom. ‘Hebben we alles gezien?’ Op zo’n eiland ben je op een bepaald moment rond. En dan komt er een soort rust. Als alle grenzen bijna letterlijk afgetast zijn. Dat kan hier. Tegelijk moet je ook hier: eerst flink wandelen, dán pas mag je bitterballen eten. Of pannenkoeken. Niks kan je zomaar in de schoot geworpen worden.”

Dit verhaal gaat over Cath Luyten, zeker. Maar dit verhaal gaat ook over dit eiland. Het eiland van Jan Jacob Slauerhoff – dichter, schrijver, scheepsarts – die begin vorige eeuw zijn jeugdzomers doorbracht bij de zuster van zijn moeder. Bekendst is deze regel: ‘Alleen in mijn gedichten kan ik wonen.’ Het eiland van Liesbeth List, straf verhaal: haar vader en stiefmoeder (met wie het niet klikte) lieten de kleine Liesbeth achter bij de vuurtorenwachter. Later zou ze zingen en al die pijn werd hier geboren. Het eiland van Bojan Bajic ook.

“Bojan.” Zijn naam viel al vroeg en amper ingecheckt, steken we de Dorpsstraat over en zijn ijssalon/theaterzaal binnen. Ooit geboren in Knin, een oude stad in Kroatië, maar daar moest hij weg. Tussen 14 en 18, zijn leeftijd, maakte Bojan er zijn Grote Oorlog mee. Net als 300.000 andere Serviërs vluchtte het gezin Bajic naar Belgrado. Tot de oorlog hen daar inhaalde. In 2000 vluchtte Bojan naar Nederland. Eerst naar Breda. Dan naar Terschelling. Dan naar Vlieland. “Als je me nu zou vragen te tekenen dat ik tien jaar niet van het eiland mag, dan teken ik”, zei hij onlangs in een interview met Trouw.

Het is niet zo moeilijk om van Bojan te houden. “En de liefde van Bojan voor dit eiland is voor mij gevaarlijk”, glimlacht Cath. “Hij zegt alles wat Vlieland mij geeft. Hij geniet van elke windstoot. Veel mensen hebben een theorie over geluk, wel, dit is zijn poort ernaartoe. Hij zei me eens: ‘Sinds de dag dat ik Joegoslavië verliet, vind ik elke dag schoon.’ Ik denk dat het dat is. Zodra je kunt onthecht zijn van bezit, kun je gelukkig zijn. Zover ben ik zelf nog lang niet. Ik heb een mooi appartement in Antwerpen en ik ben er heel blij mee. Maar soms vloek ik. Omdat ik op vakantie niks nodig heb en terug thuis denk: ‘De kleur van die zetel past niet bij de andere.’ Terwijl ik drie dagen eerder nog met mijn gat in het zand zat en daar heel blij mee was.”

Bojan is een filosoof. Een gelovige man, een oermens, niet-bij-de-pakken-blijven-zitter, een kachel waar je je aan warmt, er staat meteen een glas Poire Williams voor je neus. “Op de eerste dag schiep God Cath”, glimlacht hij. “En op de zevende dag rustte hij uit. Toen werd ik geboren.” Zo liggen hun verjaardagen (en dus geboortedagen) inderdaad uit elkaar: zij 18 juni 1977, hij 25 juni 1977. “Niemand zegt het zo mooi”, zegt zij.

Vlieland, Nederland. ‘Misschien wil ik ooit schrijven. Er zit van alles in mijn hoofd, maar voorlopig alleen daar.’ Beeld Kees van de Veen

“Het is goed voor je ego om in je leven verplaatst te worden. Je hebt toch niks in handen. Zo blijf je met de voeten op de grond. Toen ik hier kwam, had ik niks. Maar er was vrede. En nu voel ik me de koning van het eiland. Een koning zonder onderdanen. Ik wilde altijd graag bij de zee wonen, dat trok me aan: zee en bloed hebben voor 90 procent dezelfde samenstelling. En de Vlielanders waren vriendelijk. Toen in 1997 het asielzoekerscentrum werd geopend, was er verzet. Maar toen het zes jaar later sloot en iedereen – wij dus ook – op de boot naar het land werd gezet, stonden alle Vlielanders te huilen op de kade.”

“Bojan trok het zich niet aan”, zegt Cath. “Toen ze aan land waren, nam hij met zijn gezin de eerste boot terug naar Vlieland. Jan Jaap (Van der Wal dus, RVP) die me hem leerde kennen. Jan Jaap trad in Bojans theatertje op. Hij had ooit ook eens voorstelling in ex-Joegoslavië en testte daar hoe ver je in humor kunt gaan. Want iedereen herinnerde zich Srebrenica (het drama van 1995 waarbij duizenden moslimmannen, officieel onder bescherming van een VN-bataljon met Nederlandse militairen, gedood werden, RVP). Jan Jaap zei: “Ik ben wellicht de enige Nederlander die z’n werk hier goed doet.” Die milliseconde tussen grap en reactie van het publiek duurde een eeuwigheid, maar toen begon iedereen te lachen.”

Deze Bojan moet je de kracht van humor niet uitleggen. Hij trekt zijn kleren uit, een gebreide jurk aan, we stappen in zijn rode Defender uit 1963 waar op de zijkant ‘Brandweer Vlieland’ staat, we gooien de tank vol (‘hij verbruikt 30 liter op 60 kilometer’) en uit de loods waar in de winter zijn ‘Hartjesmuseum’ staat (een oude Citroën-camionette met binnen een hangmat en tegen de wand enkel foto’s met daarop hartjes) en waar hij straks een eigen Vlielandse brouwerij wil beginnen, haalt hij een pallet en wat hout op. Voor een strandvuur. “Alleen de politie en de brandweer mogen met de auto op het strand. Wel. Wat staat er op mijn auto?”

De avond op het strand wordt zo’n avond die je niet vergeet. Bojan doet wat hij elke avond doet, ook in de winter, en gaat zwemmen. Hij zei daarnet dat hij een asielzoeker was, maar even begrepen we: zeezoeker. “Dat ook. Ik spreek graag met de zee. Als je beseft dat niks van jou is, verdwijnt de angst om iets te verliezen. En dan blijft alleen liefde over. Een ego, dat zit maar vol stront en daar krijg je diarree van. Vaak wordt je hart vanachter genomen door je hersenen. Je moet niet strijden met anderen. Je moet alleen strijden met jezelf.”

Is Cath een zeezoeker? Ze voelt in ieder geval wat Bojan zegt: mensen komen naar Vlieland, laten hier hun zorgen achter, en vertrekken dan terug naar het vasteland. “En al die kwade zorgen, verbrand ik”, zegt hij.

“Ik zou in Antwerpen niet in een groezelig appartement kunnen leven”, zegt zij dan, “maar ik zou het wel aan de andere kant van de wereld kunnen. Of hier. Waarom is dat? Daar wil ik graag een antwoord op en liever nu dan over twintig jaar.”

Zijn dat vragen die je je stelt als je bijna 40 wordt?

“Als kind in de lagere school, dacht ik: ‘Neen, dit is het niet, het middelbaar, dát wordt het.’ Tot ik daar zat en ik dacht dat het echte leven aan de universiteit zou beginnen. Of dan op kot in Brussel. Uiteindelijk voelde ik pas écht een beetje wat het leven was op mijn eerste werkdag. Ik stond op mijn eigen benen en dacht dat ik eindelijk het ultieme geluk zou bereiken. Maar nu word ik 40 en denk ik: toch niet. En de klok tikt verder.”

Een goeie vriendin, misschien wel haar beste, Kat Steppe schreef dit over Cath: ‘Ze is de meest warme vrouw die ik ken. Ze is tegelijk ook de meest introverte extravert die ik ooit al heb ontmoet. Ik ken niemand die zo gul en zo ruim en zo hardop haar meest spontane gedachten kan uiten tegen volslagen vreemden als zij. Maar ze combineert dat met een onverwachte geslotenheid waar het haar eigen zorgen betreft.’

Cath: “Ik herken het en het is helaas ook waar. Ik wil de ander nooit tot last zijn. Rondom mij zie ik zo veel vrienden strugglen, daar wil ik mijn eigen kleine zorgen niet bovenop gooien. Maar ik ben natuurlijk met een man (voetbalcommentator Frank Raes, RVP) die 23 jaar ouder is. Als je aan zo’n relatie begint, zeggen mensen wel: denk na. Al ben ik mijn ouders heel dankbaar dat zij dat niet deden. En ook Franks mama, iemand die dan nog een generatie ouder was, nam me met open armen op. Zonder vooroordelen.

Met goede vriend Bojan Bajic op het strand. De Servische vluchteling vond een nieuwe thuis
op het eiland. ‘Hier vergeet ik al mijn kwade zorgen.’
Beeld Kees van de Veen

“Maar nu ga je jezelf zorgen maken. Frank is fysiek en mentaal zeer goed, alleen komt misschien het moment dichter waarop je gaat denken over wat als er zorg nodig zal zijn. De realiteit haalt de zorgeloosheid in. Over twee jaar is hij 65 en dan moet Frank op pensioen. Ik zei altijd: dan trekken we een jaar de wereld rond. Maar Bill (hun zoontje van 8, RVP) zal dan bijna naar het middelbaar moeten. Kun je dat kind daar zomaar wegtrekken? Als dingen ver genoeg weg liggen, lijkt alles haalbaar. Nu zie ik meer de obstakels.

“Ik kan lang blijven hangen bij verlies. Twee jaar geleden overleed Franks mama, een vrouw met veel humor die veel gereisd had, en tot de laatste dag Humo las. Maar toen takelde ze af. Ik haalde mee haar huis leeg en zo stapte ik ook in het verleden van mijn man binnen. Na een zwaar ongeval had zijn mama moeten revalideren en in de kast vond ik nog een schriftje waarin Frank en zijn broer Jan woordjes hadden geschreven die zij opnieuw moest leren. Heel eenvoudige dingen: eierdooier, bijvoorbeeld. Vroeger was ze pianiste geweest, nu moest ze zelfs opnieuw leren schrijven. Dat vond ik confronterend.

“De laatste dagen van haar leven zag je de klok tikken. En zo ging ik toch weer meer nadenken over dat leeftijdsverschil tussen ons. Al blijf ik pal achter mijn keuze staan en ben ik daar nog altijd heel gelukkig over. Maar de ouders van mijn vriendinnen zijn gewoon een generatie jonger dan de ouders van Frank.

“Uit haar huis nam ik nog wat spullen mee. Een huishoudrol, bijvoorbeeld, en toen ik die zonder nadenken opgebruikte, zei Frank: ‘Dat is het laatste velletje.’ Het doosje Union Match-lucifers, uit 1996, is nu nog halfvol. Het zou me pijn doen als ook dat nog opgeraakte. Ik ben er voorzichtig mee.”

Het woord midlifecrisis valt, maar twee dagen later corrigeert ze dat in een mail: “Mijn gemoed is zeker niet zwaar. Soms was het de voorbije jaren anders. Iets draaide anders uit dan gehoopt of ik zag relaties van vriendinnen stukgaan. Ik moest aan mijn kind uitleggen dat de wereld geen zorgeloze plek is, waar ik zo graag had willen aan vasthouden. Maar midlifecrisis is niet het juiste woord. Het is volwassen worden.”

WhatsAppend stuurt ze die vriendinnen vaak moed: “Alles komt altijd goed.” Maar ze beseft zelf het cliché. “Stuk voor stuk vallen dingen soms weg en ik besef steeds meer dat we niet altijd alles in de hand hebben.” Is het dan Stef Bos’ liedje dat soms in haar hoofd speelt? Is dit nu later? “Nog meer dan de tekst is het de schurende melodie in dat nummer die me raakt.

“Er moeten momenten zijn waarop Bojan denkt: ‘Zie me hier zitten op mijn eiland, dat is toch ook maar een lap grond.’ Dus misschien geeft dat eiland me nu, een dag of een paar dagen, een vrij gevoel omdat ik weet dat er een paar dagen later weer van af kan. En dat ik dan weer iets kan doen voor tv. Anderzijds ben ik de clichévragen beu. ‘Wil je niet ooit je eigen talkshow?’ Alsof dat het hoogste goed is. Ik hád ’m wel vorige week met Cath en gasten. Ik vond het heerlijk om te doen en het voelde alsof de cirkel helemaal rond was. Nadat Sonja Barend die avond aan mijn tafel zat, dacht ik: als ze me nu morgen zeggen dat er niks meer voor me is op tv, dan zou dat oké zijn voor me. Dat gaf me rust. Ik kan volgende week compleet iets anders doen. Misschien wil ik ooit schrijven. Er zit van alles in mijn hoofd, maar voorlopig enkel daar. Ik vind het wel een prettige gedachte: wat je schrijft, is jouw wapenfeit. Als het goed is, heb je dat enkel aan jou te danken. Als het slecht is ook.

“Alles kunnen zeggen, lijkt me het hoogste goed. Maar dat gaat niet altijd omdat je mensen onnodig kwetst. Voor Feeling ging ik ooit op bezoek bij Ilja Leonard Pfeijffer. Ik ben zot van zijn La Superba. Als geen ander kan Pfeijffer zijn donkerste gedachten neerschrijven, ongecensureerd. Hij is niet de enige die fictie verweeft met werkelijkheid, maar hij beheerst het wel het allerbeste. Dat lijkt me geweldig. Je kunt je altijd verstoppen achter ‘wat is fictie, wat is waar?’’’

Maar hoelang hield je dat gevoel na Sonja Barend vast en hoe snel zou je die job op tv missen?

(lacht) “Het geluk was van korte duur. De volgende dag stond in De Standaard een slechte recensie. Ik heb ze zelf niet willen lezen en ik zal dat ook niet doen. Maar ik weet wat erin staat. Als Lieven Van Gils een schooljongen is, is Cath Luyten een kleuterjuf. Ik vond het seksistisch en hij gaf ook kritiek op mijn accent. Kijk, ik kan perfect AN en dat gebruik ik ook. Maar ik ben empathisch en heb de neiging het accent van mijn geïnterviewde over te nemen. Ik aanvaard dat dat niet oké is. Maar lees je dat ooit over Erik Van Looy? Tussen woensdagavond (dat gesprek met Sonja Barend) en donderdagochtend (die recensie) ontdekte ik bij mezelf toch een bewijsdrang waarvan ik niet wist dat ik die had.”

Beeld Kees van de Veen

Wat ze bedoelt, is dit: “Stel nu eens dat er bij de slager, boven zijn hoofd, zo’n lichtkrant hangt en daar komen allemaal tweets gepasseerd die zeggen: ‘Uw saucissen trekken op niks. #rotworsten.’ Daar zou ik toch de stekker willen uittrekken. “

Toch is er dit: een mail, na de uitzending van Buurman, wat doet u nu? , van Jeroen Krabbé die schrijft dat hij reuzegelukkig was met de uitzending. Sonja Barend zelf dan, die Buurman niet wilde doen, maar na afloop van Cath en gasten zei: ‘Je hebt dat goed gedaan. En je mag me bellen voor Buurman.’ Er zijn Frank, familie, beste vrienden: “Daar urenlange gesprekken mee voeren. Je lost er geen wereldproblemen mee op. Maar je eigen kleine en grote verdriet wordt er wel draaglijker door.

“Michelle Obama sprak onlangs van de voorbeeldfunctie van de president. Als een kind valt, kijkt het eerst naar zijn ouders om te zien of het mag huilen. Dat is de functie van de president: het volk moet durven vertrouwen in die man. In tijden van crisis moet hij rustig blijven. En zo vind ik dat media ook moeten zijn. Het is niet door paniek en haat in de koppen van kranten te gooien, dat je opbouwt. Mensen spiegelen zich. Dat betekent niet dat journalisten niet kritisch moeten zijn. Maar ze moeten wel verantwoordelijk zijn.”

In Vlieland is de avond rustig, tenzij een farmaceutische firma vanop de wal net jouw avond en jouw hotel heeft uitgekozen voor een teambuilding. We horen André Hazes en Danny de Munk en dit is niet de rust van het eiland. Wat schreef Slauerhoff? ‘Ik wou dat ik lag op ’t verlaten strand/Waar alleen een meeuw mij nog vindt.’ Misschien ligt Bojan er wel, al hoop je dat niet: de nacht brengt veel regen.

Ze vertelde gisteren nog een verhaal dat ’s nachts bleef hangen. In 2011 waren Cath en Frank op vakantie in Mauritius. In hetzelfde hotel, twee kamers verder, verbleven John McAreavey (een in Ierland bekende Gaelic Football-speler) en zijn vrouw Michaela Harte. Dit was hun huwelijksreis. “Op een ochtend, toen we naar het strand zouden gaan, zagen we politie aan hun kamerdeur.” ’s Avonds, terug van het strand, bleek waarom: de jonge vrouw was dood in bad aangetroffen. “Terwijl ze op het strand waren, wilde zij in de hotelkamer wat thee halen. Maar ze betrapte er drie personeelsleden op diefstal en die doodden haar. Drie dagen eerder had ik zelf drie mensen van het personeel aan onze kamerdeur bezig gezien. Dat zorgde voor een schuldgevoel: als ik toen naar de receptie was gaan klagen, hadden ze misschien ingegrepen. En had zij nog geleefd.

“Dat schuldgevoel moet toch iets katholieks zijn. Frank werd zo niet opgevoed, hij heeft dat minder”, zegt ze en met een lang, tragisch familieverhaal over de dood van een opa dat ze liever niet in de krant wil, illustreert ze hoe moeilijk praten soms is. “We zijn een hechte familie, maar laten we het vooral gezellig houden. Onlangs zag ik een oud filmpje vanop skivakantie. Je hoort Alain Souchon zingen, mama brengt spaghetti op tafel en iedereen zegt na de eerste hap: ‘Mmm, mama, lekker.’ (lacht) Dat typeert ons: we zijn een ‘mmm’-familie.”

Bij het hotel wordt een laatste flipboard van het farmaceutisch bedrijf opgehaald, het is ochtend, elders slaapt Ciske de Rat zijn roes uit.

Wij halen fotograaf Kees – hij komt uit Groningen – aan de boot op en dan stappen we naar de zee. In haar hand heeft Cath een citroen, meegebracht van thuis. Ook Bojan gaat mee, met z’n oestermes. Bij eb liggen ze vers te wachten. “Je proeft een slokje zee”, zegt de zeezoeker. “Ze liggen hier gewoon”, zegt Cath. “Vreemd genoeg kun je ze in geen enkel restaurant op Vlieland eten.”

Beeld Kees van de Veen

Sinds haar jeugd was ze een keer of vijf op dit eiland dat haar, zegt ze, toch naar die kinderjaren brengt. Ook daar was het water. Ook daar werd gewandeld voor je pannenkoeken kreeg. Ook daar verlegden ze de grens. En dat doen wij. Via de trappen naar de eerst nog gesloten vuurtoren, langs het pad door het bos, op zoek naar een open plek in het natuurgebied dat de helft van Vlieland is, stappen we door begroeiing en duinen, tot de zee in zicht is. “Dit mistroostige voorjaarsgevoel brengt me in Koewacht, maar het maakt me niet mistroostig.”

Dit is de vrouw over wie je in élk stuk leest over haar eeuwige lach. Als Kees vraagt om ingetogen te kijken, zegt ze: “Dat is zo moeilijk. Bij mijn bevalling kwam de gynaecoloog even de kamer binnen. Of het ging? Brede smile natuurlijk meteen: ‘Jaja, natuurlijk.’ Zijn conclusie was snel gemaakt. Het kon nog niet voor nu zijn. ‘Je lacht nog te hard.’ Maar ik had dus écht al uren afgezien en die man was nog geen minuut buiten, toen Bill geboren werd.” Bill Raes is 8, Frank had al drie volwassen zonen uit een eerste huwelijk, en hij heeft ook twee kleinkinderen. Wat zeggen die tegen Cath? Jawel: “Bomma.” Die ingetogen foto kan Kees vergeten.

Stel dat je hier in een tent slaapt en je trekt die ‘s morgens open: welke buurman is, op vakantie, dan de ergste nachtmerrie?

“Je gaat het niet graag horen, maar eigenlijk niemand. Zelfs als Theo Francken naast mij zijn tent opentrekt, zou ik daar mee om kunnen. (lacht) Ook met de recensent van De Standaard. Ik ben te curieus naar iedereen en in zo’n omgeving zou ik willen kijken of mijn vooroordelen kloppen. Hoe erg en verwerpelijk ik de terroristische aanslagen van 22 maart ook vond, dezelfde dag nog vroeg ik me af wie die jongens waren. Wat er fout gelopen was in hun jeugd. Wat het kantelmoment was. Zo waren ze in ieder geval niet geboren.

“Ik denk dat empathie zorgt voor wie ik ben. En door het reizen heb ik veel geleerd. Tien jaar heb ik door Vlaanderen vakantieland erg veel gereisd, maar ook privé deden we dat. Door de komst van Bill en het wegvallen van dat programma is dat geminderd. Dat is jammer. Door Vlaanderen vakantieland leerde ik meer dan in vier jaar op de universiteit. Hoe met mensen om te gaan en over dingen die niemand je vertelt. Voor een reportage was ik in Noorwegen en daar vertelde iemand bijvoorbeeld over het Lebensborn-project van de nazi’s. Daar had ik op school nooit over geleerd.”

‘Wat de diepste indruk maakt, werd door water aangeraakt.

Door geen mens gestoord, neemt de zee het laatste woord.’

“Hoe meer ik rijd, hoe liever het strand wordt”, zegt Maarten, chauffeur van de Vliehors Expres. ‘Sinds 1986’, zegt de postkaart, voert deze toeristencamion mensen het strand rond. Slogan: ‘Ga mee naar de Sahara van het Noorden.’ In de twee achterste banden zijn letters zo gekerfd dat één rondje goed is voor het achterlaten van een gedicht. “Dat zijn 5,5 miljoen afdrukken per jaar. Dan spreek je wél van een oplage, hoor.”

Dat is de eilandhumor, dezelfde als van Germ Veenstra, de vuurtorenpachter. Hij doet dit al 27 jaar, maar dus met die -p: om vuurtorenwachter te zijn, had hij hier of in het huisje beneden (waar Liesbeth List door vuurtorenwachter Jacob List werd opgevangen) moeten wonen. “Nederland heeft één koning en één vuurtorenpachter, en die laatste, dat ben ik.”

De reporter in Cath Luyten wordt wakker, je ziet dat ze het jammer vindt dat er geen cameraploeg bij haar is. In zijn ‘kotje’ (woord waar Germ hard moet mee lachen, “een kotje, dat is nou Belgisch”) net onder het licht betaal je 3 euro voor het uitzicht en voor zijn verhalen. Germ zit hier al 27 jaar, maar was ook ambulancier, brandweerman, gemeenteraadslid. En vader. “Mijn vrouw is mijn linkerhand. Als ik er niet was, nam ze over.” Maar hij was er vaakst wel. “Hooguit vier keer per jaar ga ik van het eiland af.”

Beeld Kees van de Veen

Anekdotes zat. Over losgeslagen containers en hoe de strandjuttende Vlielanders massaal naar de oogst gaan kijken. Onlangs: een container vol ijshockeykledij. Of ooit die vol sigaretten. “Wie niet rookte, begon die dag te roken. Ik gaf tweehonderd pakjes aan bij de politie, de rest verstopte ik onder mijn garage. Hebben mijn dochters meer dan twee jaar van gerookt. Nou, die politie kan niet veel. Ze zijn met drie. Die moeten ook met ons samenleven, snap je? Niemand draagt hier een gordel in de auto.”

De zee is wild, de spiegel van gisteren is weg en we stappen terug naar de boot. Langs het kerkhof waar Betzy Akersloot (‘zeeschilderes’, staat op haar graf), Marttrienus Cupido en Pietje Groendijk liggen. Pietje was een vrouw: “Dat is niet gewoon hier”, zegt fotograaf Kees. Bojan schenkt nog een koffie, het is echt waar, net dan zingt Bob Dylan ‘One More Cup of Coffee’ door zijn boxen.

Dan blaast de hoorn en 105 minuten later is in Harlingen het eiland toen geworden. Op de Afsluitdijk valt Cath Luyten stil. En tijdens die lange rit naar Antwerpen zie je het geheim van die eeuwige glimlach. Ze slaapt er zelfs mee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden