Vrijdag 18/10/2019
Britt Van Marsenille.

Interview

Britt Van Marsenille: “Dat neerkijken op het alledaagse leven, ik snap dat niet”

Britt Van Marsenille. Beeld Jef Boes

In Voor hetzelfde geld leerde ze ons geld besparen, in Factcheckers controleert ze zogenaamde feiten op hun waarheidsgehalte. Britt Van Marsenille (38) lijkt zo’n vrouw die door het leven huppelt en die het Ketnet-sterretje nooit van zich heeft afgeschud. Maar ook lieve meisjes hebben verborgen kantjes.

Doe gerust de test in uw vrienden- of familiekring: Britt Van Marsenille is een van de weinige tv-figuren waar haast niemand een hekel aan heeft. En dat is wederzijds, want als er één rode draad is in haar leven en werk, is het dat ze de mensen graag ziet. Factcheckers vormt daar geen uitzondering op. Van Marsenille: “We hadden gerust nog een zesde en zevende seizoen van Voor hetzelfde geld kunnen maken. De kijkcijfers waren nog altijd goed. Maar het werd te gemakkelijk, we hadden zin in iets nieuws. De tijdgeest is ook veranderd. Voor hetzelfde geld kwam er na de bankencrisis: mensen waren teleurgesteld in het systeem en zochten manieren om geld te besparen. Vandaag is er een informatiecrisis. We worden overspoeld met duizenden filmpjes, nieuwsflashes en clickbait, maar we weten niet of we al die informatie nog moeten geloven.”

BIO

• geboren in Hoboken op 20 juni 1980
• studeerde dramatherapie in Nederland
• begon haar carrière als cliniclown
• was Ketnetwrapper van 2004 tot 2008
• werkte 5 jaar als modeontwerpster bij kledingmerk Who’s that girl
• maakte haar comeback op tv in het populaire consumentenprogramma Voor hetzelfde geld op Eén, dat ze samen presenteerde met Thomas Vanderveken en Jan Van Looveren
• werd in 2014 lid van De Madammen op Radio 2 en bleef dat tot eind vorig jaar
• is sinds 2015 meter van Make-A-Wish
• is het gezicht van Factcheckers

Mensen worden steeds kritischer tegenover politici, media, gerecht en zelfs wetenschappers. Baart dat je zorgen?

“Ik vind het vooral erg dat de nuance weg is. Alles wordt zwart-wit voorgesteld, de enorme grijze zone ertussen wordt weggevaagd. We hebben onmiddellijk een mening over iets, het liefst met tien uitroeptekens, ook al weten we amper waar we het over hebben.

“Ik heb heel vaak géén mening, omdat ik tijd nodig heb om er een te vormen. Daarom vind ik het ook moeilijk om interviews over mezelf te geven. Ik ben heel genuanceerd, maar op papier komen mijn woorden soms harder over. Je kunt nu eenmaal geen emoticon achter elke zin zetten. Het is ook een gek idee dat iemand ‘mij’ op een zaterdag­morgen bij een krakende croissant leest, waarna ik bij het oud papier beland.”

Wees gerust: de meeste lezers verzamelen onze magazines of hangen ze boven hun bed…

“… of leggen ze naast hun toilet.” (lacht)

Beeld Jef Boes

Belanden de geringschattende recensies over Factcheckers ook snel in je mentale prullenbak?

“Ja. Ik wou ze eigenlijk niet meer lezen, maar het was sterker dan mezelf. Journalisten beseffen niet altijd dat wij dat programma niet zomaar uit onze mouw schudden. Er zit een gans team achter, dat keihard werkt en elke beslissing zorgvuldig afweegt. Recensenten vergeten soms dat wij tv maken voor 900.000 primetime-kijkers op Eén, niet voor 200.000 meerwaardezoekers op Canvas. Al die negativiteit op papier. Zonde van de bomen.”

De kritiek luidt dat de feiten die jullie checken niet bijster relevant zijn: mag je gesloten mosselen eten, vermager je van tequila, is het ongezond om in een zwembad vol urine te zwemmen…

“Die onderwerpen zijn wat luchtiger, maar we toonden ook aan dat je de drie ingrediënten om de bom te maken die gebruikt werd voor de aanslagen op Zaventem, gewoon kunt kopen. Daar werd ik stil van. Als je een breed publiek wilt boeien, heb je onderwerpen nodig die iets aankaarten en waarmee je entertainende tv kunt maken. Mijn mama kijkt, maar mijn neefje van 17 ook. Ik ben er zeker van dat er in veel huiskamers gepraat werd over of je nu al dan niet gesloten mosselen mag eten. Dat neerkijken op het alledaagse leven van mensen, ik snap dat niet. Als het alleen over fake news van Trump of Poetin mag gaan, kijk je misschien beter naar Terzake.”

Britt Van Marsenille: “Wees gerust, ik heb ook buskruit in me.” Beeld Jef Boes

Hebben jullie zaken ontdekt waar je boos van werd?

“De reportage over die bom vond ik schokkend. Vooral omdat winkeliers verplicht zijn om de overheid in te lichten als iemand een verdachte hoeveelheid van die producten koopt. Maar de websites en telefoonnummers om dat te ­signaleren, bleken niet te werken. Na onze reportage hebben ze die weer geactiveerd. Hoe hard kun je het ­probleem verwaarlozen?

“Deze week hebben we ook aangetoond dat mensen met slechte bedoelingen bijna overal kunnen geraken door gewoon een geel hesje aan te trekken. Ook niet bepaald geruststellend.”

Verscheen er over jou ooit iets dat totaal uit de lucht gegrepen was?

“Jaren geleden kopte een roddelblad: ‘Acteur Marc Van Eeghem verlaat vrouw en kinderen voor 20 jaar jongere Ketnet-presentatrice’. Ik viel uit de lucht. Ten eerste was ik al een tijdje weg bij Ketnet. En ten tweede was Marc al gescheiden voor onze relatie begon. Dat artikel maakte van mij iemand die ik niet was. Een ­gewetenloze echtbreekster. Dat raakte me.”

Marc overleed eind 2017 aan kanker. In zijn laatste interview in Humo vertelde hij dat hij zelf aan jou had voorgesteld om uit elkaar te gaan, omdat jij twintig jaar jonger was en nog een heel leven voor je had. “Ik wou niet dat ze hulpeloos moest toekijken hoe haar impotente man langzaam aftakelde en zijn dood tegemoet ging.”

“We kende elkaar tien maanden toen hij de diagnose kreeg. Ik heb in alle liefde de hele rit met hem uitgezeten, van de bestralingen tot het einde. Marc en ik hadden de puurste vorm van vriendschap die er bestaat.”

Was je zelf akkoord om jullie liefdesrelatie stop te zetten en wat meer afstand te nemen?

“Zo zwart-wit was het niet. We hadden geen seksuele relatie meer, maar door de bestralingen deed dat er ook niet meer toe. Je belandt in een overlevingsfase. Ik was niet meer bezig met de vraag of we nog een koppel waren, ik wou hem gewoon nog zo lang mogelijk in mijn leven hebben. En hij gunde me iemand anders met wie ik wél nog een toekomst kon opbouwen. Maar we hebben elkaar nooit kunnen loslaten. En wat we na die ‘breuk’ als vrienden hebben opgebouwd, was misschien honderd keer mooier dan de relatie, omdat we zo goed voor elkaar zorgden. Ik zag hem bijna dagelijks, we woonden in dezelfde straat. Ik eet graag, hij kookte graag, dus ging ik heel vaak bij hem eten.” (lacht)

Kort voor zijn dood hertrouwde hij met de moeder van zijn kinderen, van wie hij eerder was gescheiden.

“Mooi, hè? Ze wilden dat hun twee geweldige zonen het na zijn dood zo goed mogelijk zouden hebben.”

Is die zware periode lang aan je blijven plakken?

“Ik moet dat nog altijd een plaats geven, hoewel er intussen vier seizoenen zijn gepasseerd. Vroeger dacht ik dat ik goed alleen kon zijn. Maar na Marcs dood heb ik pas echt gevoeld hoe vaak we samen waren. Soms overvalt me nog altijd een enorm gemis. Maar meestal overheerst de dankbaarheid dat ik hem in mijn leven heb gehad. Marc was mijn kompas, wij praatten over álles. Behalve over doodgaan.”

Waarom vermeden jullie dat?

“Ik denk dat we liever het leven vierden dan stil te staan bij de dood. We wilden het goed hebben zolang het kon. Ik wist dat hij zou wegvallen, maar toch heeft zijn dood me in snelheid gepakt. In augustus waren we nog samen met de bus naar Zuid-Frankrijk gegaan. Hij was wat vermoeider dan anders, maar verder ging dat nog prima. En toen was het ineens 14 december.”

Zijn er dingen die je hem nog had willen zeggen?

“Ik heb lang gedacht van wel, tot ik met mijn nieuw lief naar Parijs ging. Een halfjaar voor Marc stierf, leerde ik hem kennen. Ze waren twee handen op één buik. Er was totaal geen afgunst tussen hen, wat héél fijn was. Als ik bij Marc bleef slapen om over hem te waken, deed mijn lief daar geen seconde moeilijk over. Hij steunde dat zelfs. Zo evident is dat allemaal niet.

“Toen ik met hem voor het eerst naar Parijs ging, was ik nerveus. Parijs was mijn stad met Marc, we gingen er twee keer per jaar naartoe. Een van onze favoriete plekjes was een bank in een parkje, waar we altijd naar de magnolia’s zaten te kijken. Toen ik met mijn lief op datzelfde bankje zat, overviel me een immens verdriet. Mijn lief zei: ‘Stel dat hij hier nu naast je zat, wat zou je dan nog willen zeggen’? Ik kon niks bedenken. Blijkbaar had ik het toch allemaal gezegd. Ik denk dat ik gewoon nog niet klaar was om hem te verliezen. (
trots) Maar zo’n begripvol lief heb ik dus. Het is moeilijk om je geliefde door een rouwproces te zien gaan. Maar hij vangt elke traan op.”

In het verleden zei je altijd dat je een zondagskind bent. Vind je dat nu nog altijd?

“Ik probeer die zondag vooral zelf te creëren. (lacht) Die periode heeft me door elkaar geschud, maar dat hoeft niet negatief te zijn. Ik benader de dingen anders. Ik geniet intenser van het samenzijn met mensen die ik graag zie. Op reis gaan, lekker eten, glas wijn erbij. Sinds Marcs dood heeft dat genieten veel meer betekenis. Naast mijn koffiemachine staat een prachtige foto van Marc, genomen door Stephan Vanfleteren. Wij zongen altijd ‘Goeiemorgen, morgen’ van Nicole en Hugo. Dat doe ik nog altijd, als ik mijn eerste tas koffie zet. Alleen klote dat dat niet meer met hém kan.”

Britt Van Marsenille: “Ik had het gevoel dat het verhaal van De Madammen verteld was. Ik moet af en toe in een nieuw bad kunnen springen.” Beeld Jef Boes

Anderhalf jaar geleden won je de Jan Wauters Publieksprijs voor je heldere taalgebruik. Opmerkelijk, want als kind had je te kampen met dyslexie. Welke impact had dat?

“Vandaag weet iedereen wat dyslexie is, maar in die tijd betekende het dat je niet meekon in de klas. Ik heb me er lang wat dommig door gevoeld en had last van faalangst. Wellicht komt het daardoor dat ik nog altijd geen tafelspringer ben. Het ‘kijk eens wat ik allemaal kan’-gevoel is me vreemd.”

Beschouw je het BV-schap dan als een last?

“Ik werk graag voor tv, maar het publiek is eerder een noodzakelijk kwaad. Ik hoef niet per se gezien te worden. Je kunt net zo goed het verschil maken door in de luwte je ding te doen, zoals dokters, jeugdwerkers, verpleegsters of een bakker die geweldige patékes maakt.”

Is dat ook de reden waarom je destijds stopte bij Ketnet, terwijl de weg in de media toen al voor je openlag?

“Ik was klaar met de Ketnet-studio en kreeg de mogelijkheid om kleding te ontwerpen voor een Belgisch modelabel. Om nieuwe stoffen te ontdekken en collecties op te volgen, mocht ik voortdurend reizen. Onze productieafdeling zat in Istanboel, maar ik ben ook in Tokio, Shanghai, New York, San Francisco en L.A. geweest. Zalige job!”

Waarom ging je nadien dan toch weer voor radio en tv werken?

“Omdat ze me vroegen om een screentest te doen voor Voor hetzelfde geld. De avond voordien wou ik nog afbellen, omdat ik gelukkig was met hoe mijn leven liep. Marc zei: ‘Schoontje, ga daar nu gewoon naartoe, daarom hoef je dat programma nog niet te doen. Trouwens, zo laat nog afbellen is onbeleefd.’ Hij had gelijk. En die test met Thomas Vanderveken was eigenlijk echt leuk, we hadden meteen een klik. Vlak voor de tweede screentest, een paar weken later, zeiden ze dat Thomas en ik al geselecteerd waren. Die tweede ronde diende alleen om de derde presentator te testen. Toen kon ik nog moeilijk terug. Aanvankelijk wou ik die acht afleveringen met mijn job combineren, maar dat was niet haalbaar. Die opnames zijn heel intensief. En kijk, zes jaar later werk ik nog altijd voor tv en heb ik ook al vier jaar De Madammen gepresenteerd op Radio 2. Dat had ik toen niet gedacht. In dat opzicht ben ik heel nieuwsgierig naar wat de komende jaren gaan brengen.”

Begin dit jaar gaf je de fakkel bij De Madammen door aan Siska Schoeters.

“Ik had het gevoel dat het verhaal verteld was. Niet dat ik het beu was, maar ik moet af en toe in een nieuw bad kunnen springen. Ik leer graag bij. Je leeft maar één keer, hè?”

In het verleden ergerde je je aan de manier waarop er in de media naar De Madammen wordt gekeken.

“Zeg maar gerust: néérgekeken. Ik heb me in die vier jaar vaak moeten verdedigen, omdat ik ‘maar’ voor Radio 2 werkte. De perceptie is: Studio Brussel-presentatoren zijn cool, wie voor Radio 1 werkt is geweldig slim, en Radio 2, da’s het gewone volk. Dat hokjesdenken stoort me. Er luisterden 1 miljoen mensen naar ons, dat zijn veel Sportpaleizen bij elkaar. Vanaf dag één hebben de luisteraars mij omarmd. Wij probeerden moeilijke of gevoelige dingen bespreekbaar te maken en kregen daar veel appreciatie voor van ons publiek.”

Britt Van Marsenille: “Ik voetbalde liever met mijn zussen dan alleen met de poppen te spelen.” Beeld Jef Boes

Waarom stoort dat hokjesdenken je zo?

“Omdat het beperkend is, en omdat de realiteit nooit zo afgelijnd is als mensen graag denken. Ik krijg vaak te horen dat ik moeilijk te lezen ben. Prima! Ik wíl ook niet in een hokje passen.”

De perceptie over jou bouwt nog altijd voort op de Ketnet-presentatrice van vijftien jaar geleden: zacht, lief, empathisch, tikje naïef… Wat minder mensen weten, is dat je ook een stoere, mannelijke kant hebt.

“Wees gerust: ik heb ook buskruit in mij. Al vind ik ‘een tikje naïef’ wel een mooi compliment. Ik kan met de moto rijden en ben imker: is dat mannelijk of vrouwelijk? Wat maakt het uit? Belgen zijn vaak zo grijs. Mensen vinden blijkbaar ook dat bij elke leeftijd een bepaald gedrag past. Als volwassene moet je niet te speels zijn, een diploma halen, een ernstige job uitoefenen, een gezin stichten, een huis kopen en op je 65ste op pensioen gaan. Ik hoef zo’n afgelijnd pad niet, ik haal alles compleet door elkaar.

“Maar ik besef dat dat kan, omdat ik in België woon. Hier kun je beslissen om morgen een halfjaar naar Thailand te trekken, meubelmaker te worden of rechten te gaan studeren. Het zou stom zijn om daar geen gebruik van te maken. Ik heb al honderd verschillende dingen gedaan, een heel leven dezelfde job is niks voor mij. De oudere generaties vonden dat het hoogste goed, omdat het zekerheid bood. Jonge mensen willen dat veel minder.”

Is je verzet tegen hokjes ook het verhaal achter je korte kapsel, salopetten en overalls?

“Ik ben al heel mijn leven zo, het is geen strategie. Ik geniet ervan om mijn wimpers mooi lang en donker te maken en wat blush op te doen, maar in plaats van hoge hakken aan te trekken, kies ik voor een overall en sneakers. Niet omwille van een of ander imago, maar omdat ik dat het mooiste vind. Zo’n opgemaakte vrouw in een kokerjurk op hakken kan prachtig zijn, maar ik vraag me ook altijd af: ‘Hoe dóét die dat’? Ik ben anders. Ik zie er óók graag goed uit, maar hoef geen extensions, dure wimpers, gel­nagels en handtassen van grote merken. Zo’n typisch meisje-meisje ben ik nooit geweest. Er was ook altijd die avontuurlijke, jongensachtige kant: ik voetbalde liever met mijn zussen dan alleen met de poppen te spelen.”

Wat wou je als kind worden?

“Boerin. Mijn meter was een non en zij had familie in Vosselaar. Op hun boerderij heb ik een fantastische tijd gehad: met dieren omgaan, patatten rooien, op de hooizolder spelen.” (knipoogt)

Uiteindelijk koos je op je 18de voor dramatherapie.

“Mocht ik opnieuw kunnen kiezen, zou ik voor dierenarts gaan. Maar dramatherapie klopte ook wel met wie ik was. Ik ben mijn carrière begonnen als cliniclown op de kinderkankerafdeling van Gasthuisberg. Dat was te heftig. Misschien zou ik er nu wel tegen op­gewassen zijn, maar op mijn 23ste werd ik er heel triestig van. Stoppen was de enige optie.

“Sinds een paar jaar ben ik meter van Make-A-Wish, waarin ik ook met zwaar zieke kindjes in contact kom. Hoe moe ik daar soms ook aankom, het geeft me tonnen energie. De onuitputtelijke inzet van die vrijwilligers, de kracht van die ouders, de lichtjes in de ogen van die kinderen als hun wens wordt vervuld… Dat ontroert me. Het mooie is dat ook de broers en zussen van de patiëntjes betrokken worden. Zo’n ziekte ontwricht een heel gezin, maar op zo’n dag kunnen ze even zorgeloos kind zijn.

(denkt na) “Ik worstel soms met de vraag of mijn werk in de media nuttig genoeg is. Voorlopig sus ik me met de gedachte dat het voor een lach en een traan zorgt in de huiskamers, maar het knaagt soms.”

Jij blijft niet voor tv werken?

“Er zijn nog veel dingen die ik graag zou willen maken voor tv en radio. Maar ik verlang soms naar iets wat er echt toe doet, waarin ik het verschil kan maken voor mezelf en anderen. Als imker het belang van de bijen scanderen is al iets. Meter van Make-A-Wish ook, maar toch…”

Mag het leven ook niet gewoon plezant zijn?

“Absoluut. Ik doe het ook nog altijd dolgraag. Mocht ik een andere, zinvollere job kunnen combineren met tv, zou ik dat zeker overwegen. Er rijpt iets in mijn hoofd, maar het is te vroeg om daarover te praten.”

Heb je dat vernieuwingsgezinde ook op andere vlakken?

“Sinds mijn jeugd heb ik nog nooit drie jaar op dezelfde plek gewoond. Ik verhuis graag. Mensen vragen soms waar die onrust vandaan komt. Maar ik bén helemaal niet onrustig. Ik vind het gewoon leuk om nieuwe buurten te ontdekken en hou van lichte structuren. Als je geen drie monden te vullen hebt, kun je je projecten uitkiezen en regelmatig van omgeving veranderen. Met een gezin is dat moeilijker, maar ík hoef alleen mijn lief en mezelf te soigneren.”

Een gezin stichten is niks voor jou?

“Misschien. Ooit. Dingen kunnen doorgeven aan je kind moet fantastisch zijn, maar een leven zonder kinderen is net zo goed. Iedereen schrijft zijn eigen verhaal. Maar ik word onnozel van de vragen die ik daar de laatste tijd over krijg.”

Oeps.

(lacht) “Ook dat is blijkbaar zo’n verwachting waaraan je moet voldoen. Het lijkt erop dat een kind hebben het hoogste goed is. Dat zal ook wel eenmaal je kind er is. Maar ook zonder kind kan je ambitie in het leven even waardevol zijn lijkt me. Het is ook een vreemd gegeven dat ik, als vrouw, die vraag wekelijks krijg en mijn lief niet.”

Heb je je al afgevraagd waarom je die lichte structuren zo lekker vindt? Heeft dat te maken met de scheiding van je ouders?

“Dat kan. Ze gingen uit elkaar toen ik 17 was.”

Daarna heb je je vader tien jaar niet meer gezien. Zoiets neem je toch mee in je verdere leven?

“Je leert dat mensen die je graag ziet zomaar uit je leven kunnen vertrekken… Maar eigenlijk praat ik daar niet graag over, uit respect voor mijn ouders. Die scheiding is intussen al twintig jaar geleden. In die periode had ik het daar lastig mee, maar nu zit ik in een totaal andere flow en vind ik het allemaal wel oké. Ze hebben elk een nieuw leven opgebouwd en ik zie hen allebei heel graag. Dat is wat telt.”

Verwacht je minder van de liefde dan vroeger?

(gedecideerd) “Nee, ik word honderd jaar met mijn lief.”

Echt?

“Jot! Hij is het.”

Dat hoor je niet zo vaak meer.

“Ik had ook niet gedacht dat ik dat ooit nog zou zeggen. Maar hij is de schoonste mens die ik ken. O wee als hij me de rug toekeert! Dat zal zijn beste dag niet zijn.” (lacht)

Hij heeft Panamese roots, zie je je ooit naar ginds vertrekken?

“Ja, want hij heeft daar nog familie. Dat avontuur lonkt, maar zoiets beslis je niet impulsief. Ik wil daar iets omhanden hebben en volwaardig deel uitmaken van die maatschappij. Zolang dat niet kan, vertrek ik niet. Het leven is er waarschijnlijk niet beter. Maar ze hebben er wel palmbomen, zon en waanzinnig mooie natuur. En ik ben benieuwd naar die cultuur en naar een ander levenstempo.”

Steekt het jachtige Westen je soms tegen?

“Niet echt. Ik slaag erin om mijn balans te bewaken. Opnamedagen voor Factcheckers kunnen hectisch zijn, maar ik ben redelijk stressbestendig en vind een goeie balans in mijn agenda.”

Je bent 38. Veel van je leeftijdgenoten hebben het gevoel dat het nú moet gebeuren: carrière maken, financiële zekerheid, uitblinken in hobby’s…

“Heb ik geen last van. In mijn hoofd ben ik nog altijd 30. En ik vind dat ik best goed bezig ben voor iemand van die leeftijd.” (lacht)

Ben je niet bang dat je nu op een hoogtepunt zit en dat het ooit een pak minder zal zijn?

“Tja, wat is een hoogtepunt? Het heeft geen zin om je daar op voorhand zorgen over te maken. Over tien jaar ben ik wellicht een ander mens en wil ik andere dingen dan vandaag.

“Ik ben veel banger om de mensen te verliezen die ik graag zie. Daar heb ik nu even genoeg van. Gezondheid, dat is wat telt. Jobzekerheid, materiële welstand, dat vind ik minder belangrijk, zolang die mensen maar in mijn buurt blijven. Ik ben liever lid van een fijne caféploeg die elke week na de match samen pinten drinkt in de kantine, dan van de Rode Duivels met al hun sponsordeals en dure wagens. Het moet plezant zijn. Als ik sterf, wil ik een volle zaal met mensen die me graag zagen. Het zou zonde zijn als er dan maar tien man komt, omdat ik veel te hard heb gewerkt.”

Beeld Jef Boes

Factcheckers, woensdag om 20u40 uur op Eén

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234