Dinsdag 22/10/2019

Reizen

Bollywood en kitsch zijn passé: Mumbai, stad van duizend-en-één dromen

Ministry of New: volgens Forbes de op één na mooiste coworkingspace ter wereld. Beeld stef selfslagh

Je kunt Mumbai – Bombay voor de nostalgici – al lang niet meer reduceren tot Bollywoodfilms, sloppenwijken en heilige koeien. Anno 2017 geven creatieve en ondernemende Indiërs de stad een grondige make-over. Een verslag vanuit de grootste stad van India. 

Een park in de schaduw van het Shivaji Maharaj Museum in downtown Mumbai. Er staat een boom, gemaakt van papier-maché. Aan de takken van de boom hangen kaartjes waarop de leerlingen van een lagere school hun toekomstwensen hebben genoteerd.

I want to be successful and help my country’, laat Krish weten. ‘I want to open a chain of bakeries around the world’, rapporteert Tisha. ‘I want to get an iPhone as soon as possible’, schrijft Tanaya, in net iets grotere letters dan haar leeftijdsgenoten.

De jeugdige verlanglijstjes zijn tekenend voor de zelfverzekerde sfeer in het Mumbai van vandaag. Mumbaiers die fantaseren over een groots en meeslepend leven, wijken niet langer uit naar Londen of New York. Ze doen hun ding vanuit hun zinderende hometown en nemen de rest van India – en bij uitbreiding Azië – mee op sleeptouw. Meer dan de helft van alle Indiërs is jonger dan 27 jaar. Het maakt van India een land dat wordt voortgestuwd door een ongeziene gretigheid. En van Mumbai een stad van duizend-en-één dromen.

Beeld Natalie Lycops

Santa Monica-gevoel

“Deze stad verandert in een tempo dat je niet voor mogelijk houdt”, zegt Satyen Kothari, CEO en oprichter van Cube Customer Services, een financiële start-up. Ik bevind me in zijn kantoor in Juhu, de Mumbaiversie van Santa Monica: mooie stranden, hippe bars en een vastgoedaanbod op maat van Bollywoodsterren.

Kothari, een serie-ondernemer met een verleden in Silicon Valley, looft het arbeidsethos in zijn stad. “Leven in Mumbai is niet gemakkelijk: het is hier hectisch, heet en duur. We leven met 22 miljoen mensen op een oppervlakte die nog geen derde bedraagt van die van Londen. Bovendien heeft Mumbai niet de mooie natuur van Goa of het aangename winterklimaat van Bangalore. Wie naar hier komt, maakt dus een keuze: ik ga iets van mijn leven maken én ik ben bereid om daarvoor af te zien.”

In films en documentaires nemen kantoren in Mumbai vaak de vorm aan van gigantische werkvloeren, opgedeeld in kleine hokjes waarin zwetende Indiërs voor callcenter spelen. Geen krachtiger ­antidotum voor dat visuele archetype dan een bezoekje aan Ministry of New, een prachtige coworkingspace in een koloniaal gebouw in het Fort-district. Ministry of New, opgericht door de Nederlandse inwijkelingen Marlies Bloemendaal en Natascha Chadha, werd door het zakentijdschrift Forbes uitgeroepen tot de op één na mooiste coworkingspace ter wereld. De hoge muren zijn er in rustgevend wit geschilderd, het licht gutst er in deugddoende hoeveelheden naar binnen en overal staan grote houten tafels, sierlijke planten en designmeubelen.

Boetiek Obataimu in Fort.  Beeld Natalie Lycops

Echte problemen

Terwijl ik in de Ministry-bar aan een cappuccino van Italiaans niveau sip, praat ik met Ben Musgrave, een Engelsman die samen met Indiër Yeshwant Holkar het digitaal reisplatform Umoja oprichtte. Umoja is een Tripadvisor voor mensen met een beperking: het platform brengt in kaart welke hotel­accommodaties in India toegankelijk zijn voor invaliden. “Dit land telt meer dan 26 miljoen mensen met een handicap”, zegt Musgrave. “Dankzij de economische heropleving reizen ook zij steeds vaker. Wij willen dat ze dat zorgeloos kunnen doen.”

Een start-up die een reëel maatschappelijk probleem wil oplossen: het is eens wat anders dan een techbedrijf dat alleen maar is opgericht om nog sneller pizza's te bezorgen. Het doet me denken aan wat Satyen Kothari me eerder op de dag vertelde: “Dit land heeft nog échte problemen. Hier kan ik technologie op een veel zinvollere manier inzetten dan in Silicon Valley."

Keken de Indiërs lang met open mond naar alles wat uit het Westen kwam, dan volgen ze vandaag gedecideerd hun eigen pad. Dat doet ook de jonge ontwerpster Farzin Adenwalla, oprichtster van designbedrijf Bombay Atelier. Adenwalla maakt objecten die in om het even welk modern interieur passen, maar verwerkt er Indiase ­culturele referenties in. Zo is haar Namaste Chair een strak vormgegeven stoel waarvan de poten het traditionele Namaste-gebaar maken: het handgebaar waarmee Indiërs elkaar begroeten. Twee van haar ontwerpen werden opgenomen in het boek The Essence of Indian Design. Het bewijst dat India op design­gebied meer te bieden heeft dan de met tierlantijnen versierde aromalampen die in de wereldwinkel op het schap staan.

Tijdens een tochtje in Colaba, dé culturele hub van Mumbai, spring ik binnen bij Design Temple, een winkel die onder de noemer ‘urban Indian design’ zowel kunstwerken als thuisaccessoires verkoopt. Een van de blikvangers in Design Temple is een collectie van twaalf kunstwerken die evenveel standjes van de Kamasutra herinterpreteren. De werken katapulteren de eeuwenoude seksuele handleiding van filosoof Vatsyayana overtuigend naar het heden: ze tonen behalve heteroduo’s ook same sex-koppels en ogen eigentijdser dan een mural in het Londense Shoreditch. De kitsch waarmee mijn ­westerse brein de woorden ‘Indiaas design’ associeert, is ver weg.

Muurschildering in Old Bandra. Beeld Natalie Lycops

Volgens Divya Thakur, de oprichtster van Design Temple, beleven Indiase designers heerlijke tijden. “Tot tien jaar geleden kon het de Indiërs weinig schelen hoe dingen eruitzagen. Ze hadden wel wat anders aan hun hoofd. De economische bloei heeft dat veranderd. We hebben meer zelfvertrouwen gekregen. Onze ontwerpen drukken nu uit wie we zijn.”

Ook in de toonaan­gevende modewinkels van Mumbai krijgen Indiase ­thema’s en symbolen een hedendaagse invulling. Obataimu (in hipsterwijk Kala Ghoda), Bungalow 8 (in het Wankhede Stadium in Colaba) en Payal Khandwala (in Bandra): ze specialiseren zich allemaal in eigentijdse versies van traditionele ontwerpen. Het levert minimalistische collecties op die niet zelden zwart, wit en donkerblauw kleuren: in India behoorlijke atypische tinten.

Culturele renaissance

In Sequel, een glutenvrije bistro in Bandra – een van de meest residentiële wijken van Mumbai – heb ik afgesproken met filmmaker Ashim Ahluwalia. Ahluwalia is een exponent van de new wave of Indian cinema: hij situeert zich nadrukkelijk buiten het Bollywooduniversum en maakt films die de grenzen tussen documentaire en fictie dynamiteren.

“De onafhankelijke film scene in Mumbai is huge”, zegt hij. “In de bioscopen zie je nog overwegend Bollywoodfilms. Maar op Netflix en Amazon zie je geëngageerde documentaires en kwalitatieve auteursfilms. En die bereiken ondertussen een veel groter publiek dan de films in de bioscopen.

“Bollywood is in vrije val. De mensen zijn die rommel beu. Zelfs Bollywoodsterren schamen zich voor wat ze doen. Je ziet hen steeds vaker opduiken in edgy films waarin ze hun acteertalent kunnen demonstreren."

Openluchtkapper in Bandra. Beeld Natalie Lycops

Wie in Mumbai een arthouse film wil zien en tegelijkertijd een authentieke Indiase bioscoopervaring wil beleven, rept zich naar de Barathmata Cinema in Lower Parel: een van de oudste ­bio­scopen van Mumbai, waar de bezoekers ruimdenkend en de filmtickets net niet ­gratis zijn. Je moet er wel bij nemen dat de zetels niet al te vast op hun schroeven staan en dat de soundtrack van de film nu en dan wordt aangelengd met verkeersgeluiden van buitenaf.

Volgens Ahluwalia beleeft Mumbai op cultureel gebied een renaissance. “Vijftien jaar geleden luisterde iedereen hier nog naar Bryan Adams. Vandaag hebben we een geweldige electronische muziekscene. Het internet heeft alles veranderd: Indiase jongeren hebben nog altijd geen geld om te reizen, maar kennen nu wel de laatste muziektrends in Zuid-Korea. Amerika is niet langer het stichtende voorbeeld. We halen onze invloeden van overal en maken er onze eigen culturele brouwsels mee."

Oud en nieuw

‘Contrastrijk’ is en blijft met voorsprong het meest geschikte woord voor een karakterschets van Mumbai. Moderne Uber-taxi’s rijden er naast opgefokte rickshaws. Voor de etalages van luxe­retailers spuwen tabak ­kauwende mannen rode stralen speeksel op de grond. Achter sloppenwijken staan rijzige wolkenkrabbers te glimmen alsof ze in Manhattan staan. Er zijn biologische bistro’s met wereldstad-allure – zoals The Village Shop in Bandra – en krap bemeten eethuisjes met een traditionele menukaart – zoals Taste of Kerala in Fort.

Als een kermisattractie slingert Mumbai je heen en weer tussen arm en rijk, proper en vuil, mooi en lelijk en oud en nieuw. In een hypergeconnecteerde wereld is de stad meer dan ooit een opwindende mengeling van mensen, invloeden en gebruiken.

Bombay Atelier-designer Farzin Adenwalla. Beeld Natalie Lycops

Dat die botsing van levensstijlen nu en dan tot conflicten leidt, is even onvermijdelijk als de reünie van Get Ready. Zo heeft de globalisering duidelijk een mentaal kloofje geslagen tussen de oudere en jongere bewoners van Mumbai. Dat blijkt onder meer uit het boek Painful People, waarin reclameman Cyrus Daruwala en designer Kudrat Pardiwala op doorleefde wijze afrekenen met ‘the dysfunctional characters of urban India’. Zoals daar zijn: corrupte ambtenaren (“You take with both hands and give back nothing but the middle finger”), chronische spuwers (“The world is your spittoon and you never seem to miss a spot”) en kwijlende vrouwenstaarders (“You are a dying race and no one is in any hurry to save you”). Jong India is duidelijk niet van plan om gebruiken waarvan de houdbaarheidsdatum ­verstreken is nog langer te tolereren.

Niets wordt iets

Ik besluit om de hipsterwijken te verlaten en nog even te gaan ronddwalen in Dharavi: de grootse sloppenwijk van Mumbai, waar een deel van de film Slumdog Millionaire werd opgenomen. Mijn ­gelegenheidsgids is Suresh Kumar: een dertiger die als chauffeur werkt en samen met zijn vrouw en twee zonen in een barak van ­ongeveer vijftien vierkante meter woont.

In Dharavi leven meer dan één miljoen mensen op een oppervlakte van nauwelijks tweehonderd hectare. Ik verwacht dat ik door stank­walmen zal moeten ploeteren en over wegterende kreupelen zal moeten stappen. Maar algauw wordt duidelijk dat ook Dharavi weigert te beantwoorden aan het clichébeeld dat ik ervan heb. In plaats van ellende tref ik er een enorme bedrijvigheid. Onder de golfplaten daken bevinden zich naaiateliers, pottenbakkerijen, recyclagecentra, leerlooierijen, restaurants, winkels, cafés, kappers en apothekers. Ik zie zelfs een hotel, al zal de naam ervan – Kuthoop – Nederlandstalige toeristen niet meteen tot een verblijf aanzetten.

In een van de honderden bedrijfjes in Dharavi worden onderdelen van geiten gerecycleerd: van hun blazen worden recipiënten gemaakt, van hun penissen honden­eten. Ook van niets kun je iets maken, lijkt hier het devies. Ondernemingszin in het kwadraat. Want wie toont zich het vindingrijkst: hoogopgeleiden die investeerders vinden om een start-up uit de grond te stampen of Dharavi-bewoners die zelfs in een ­geitenpenis een businessplan zien?

In Dharavi heerst dezelfde strijdbaarheid als in de rest van Mumbai: kansen moet je bij de ballen grijpen en geen wet kan je verbieden om groot te dromen. Is het niet voor jezelf, dan wel voor je nageslacht. Suresh beaamt. “For me, life is over”, zegt hij. “But I still can give my kids a future.

Menselijke wervelwind

Ik eindig mijn bezoek aan Mumbai met een wandeling op de Bandstand Promenade in Bandra: een 1,2 kilometer lange wandeldreef langs de Indische Oceaan. Het is een van de weinige plekken waar Mumbai op adem komt. Joggers gooien er hun spieren los, koppels fluisteren elkaar in het licht van de ondergaande zon poëtische woorden toe en loonslaven laten zich na een lange, hete werkdag verfrissen door de zeebries.

Huis aan het einde van de Colaba Causeway. Beeld Natalie Lycops

Mijn pas vertraagt, mijn hart schakelt een versnelling lager, mijn oren genieten van de tijdelijke afwezigheid van claxonnerende auto’s. Pas in de relatieve rust van deze plek besef ik wat een menselijke wervelwind Mumbai is. Correctie: wat een gewéldige menselijke wervelwind Mumbai is. De hyperstad heeft me dagenlang gebombardeerd met geuren, kleuren en geluiden. Vandaag zwaai ik de witte vlag: vooruit dan, Mumbai, ik hou van je.

In de taxi op weg naar de luchthaven vraag ik de taxichauffeur naar zijn favoriete film van het jaar. Je weet maar nooit dat zijn smaak compatibel is met het inflight entertainment-programma van Etihad Airways. “My own life is a movie”, zegt hij. “I don’t need to go to the movies.”

Ik begrijp precies wat hij bedoelt. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234