Maandag 23/09/2019

reportage

Binnenkijken op kot: "Het is toch mijn eigen vuil?"

Studente architectuur Evelien Tempelaere op haar kot. Beeld Alexander Popelier

Van georganiseerde chaos tot gefermenteerde afwas: de student is niet bepaald de properste subspecies van de homo sapiens. Wij trokken op antropologisch onderzoek. Blijkt dat het soms meevalt en even vaak weer niet. 

Evelien Tempelaere (20), derde bachelor architectuur: “Op mijn kot slingeren vaak maquettes, tekeningen en tekengerief rond. Als ik op mijn taak focus, dan begin ik op de tafel en eindig ik op de grond, waardoor het vlug rommelig wordt. Dat is eigen aan architectuurstudenten denk ik. Ik stoor mij niet aan die rommel. Ik kan nog steeds alles perfect terugvinden. Er is een zekere organisatie.

“Ik heb ook best veel spullen. Ik verzamel schoenen, jassen en zonnebrillen. Er zijn hier amper kasten aanwezig omdat ik niet graag dingen wegstop achter een deurtje. Dan moet je je spullen steeds opnieuw opbergen en uithalen. Daarbij heb ik graag zicht op mijn spullen. Zeker voor kleding vind ik het belangrijk om alles te kunnen zien. Zo ben je meer geïnspireerd en anders zou je zelfs kunnen vergeten dat je bepaalde stuks hebt. Mijn collectie uitdunnen is echt geen optie. Dit zijn allemaal stuks die ik draag. Ik roteer vaak: ’s ochtends draag ik één jas, ’s middags een andere. (
lacht)

Beeld Alexander Popelier

“Het is hier vaak een rommeltje, maar dat komt bij het kotleven kijken. Dit is ook geen groot kot: achttien vierkante meter. Moest ik een groter kot hebben, dan zou ik gewoon meer rommel verspreiden. Ik heb ook geen behoefte aan meer ruimte. Ik heb een klein balkon waar nét mijn zetel op past. Ik vind het gezellig zo. Een vriend zei eens: ‘Dat is hier net een rommelmarkt. In ieder hoekje valt er wel wat te snuisteren’.” (lacht)

"Van nette koten moet ik niets weten"

Jelle Vandevyvere (20), derde bachelor bedrijfspsychologie: “Toen de fotograaf langskwam, viel de rommel nog wel mee. De dag ervoor waren er vrienden langsgekomen voor een feestje. Na zo’n avond ligt het hier vol afval en bierblikjes waardoor ik wel móét poetsen. Schoonmaken gebeurt in feite enkel na zo’n feest. Tenzij mijn vriendin langskomt. Zij is erg gesteld op netheid en kan het meestal niet laten om de afwas te doen. (lacht)

“Sinds dit jaar zit ik hier op kot, een studio van tweeëntwintig vierkante meter. Het is wat rommeliger dan op mijn vorige kot. Dat was een stuk kleiner. Ik moest dus wel iedere dag opruimen om plaats te maken.  
’s Ochtends verhuisden de kleren van het bureau naar het bed en ’s avonds andersom. Het was een soort cyclus.

Beeld Alexander Popelier

“Als mijn ouders langskomen, dan luidt het wel eens: ‘Godverdomme, de wc is smerig’. Ik merk dat niet. Het is mijn eigen vuil. Ik moet ook toegeven dat ik veel brol heb. Beetje bij beetje neem ik spullen mee van thuis om het hier gezellig te maken. Kleine, onnodige dingen: speelgoedgeld, iets wat op een lavalamp lijkt, onderdelen van een skateboard, en hier ook wat touw: geen idee waarom dat hier ligt. 

"Tja, van moderne, nette koten met witte muren moet ik niets weten. Daarin wonen wellicht mensen met een timing en structuur. Het lijkt wel een gevangenis, alsof er niet echt geleefd wordt. Er zijn zelfs koten waar je geen posters mag ophangen. Komaan! Als ik hier ben, dan voel ik me thuis.”

Beeld Alexander Popelier

"Soms moet ik echt over de rommel kruipen"

Beeld Alexander Popelier

Mirco Buyls (20), derde bachelor communicatiewetenschappen: “Ik ga eerlijk zijn, toen de fotograaf me opbelde om langs te komen ontwaakte ik net na een stevig feestje. Gelukkig was mijn kot niet héél rommelig. Vaak is het er slechter aan toe. Er zijn zelfs momenten dat ik echt over de rommel moet kruipen.

“Ik ben nooit de properste geweest, dat is een feit. De afwas blijft een probleem maar daar probeer ik meer op te letten: het kan immers beginnen stinken. Ik laat vooral spullen rondslingeren. Enerzijds komt dat door mijn luiheid, anderzijds zijn er praktische redenen: ik weet in mijn rommel perfect waar alles ligt. Toen mijn ouders thuis mijn spullen opruimden, vond ik bepaalde zaken niet meer terug. Dit is dus een gecontroleerde chaos. En ja, ik weet dat het niet zo mooi oogt om mijn zakdoeken op de chauffage te leggen, maar zo weet ik die wel te vinden.

“Ik denk er altijd zo over: als ik erin kan leven en alles binnen handbereik ligt dan is het oké voor mij. Ik begrijp tegelijkertijd ook dat mensen dit rommelig vinden. Daarbij ben ik een beetje een verzamelaar. In mijn kast heb ik veel memorabilia van feestjes. Een muts van St. Patrick’s Day slingert hier ook nog rond. Dat zijn overbodige spullen maar ook mooie herinneringen.

Je hebt van die mensen die alles sorteren. Maar dan ben je toch meer bezig met opruimen dan van de rust te genieten die een opgeruimde kamer zou bieden? Perfectionistisch zijn is sowieso niet rustgevend. Gecontroleerde chaos is in dat opzicht veel aangenamer.” 

Beeld Alexander Popelier

"Welk meisje heeft nu geen onnodige spullen in huis?"

Camille Botten (19), eerste bach communicatiemanagement: "Mijn kot valt op het gebied van properheid best goed mee. Het is een beperkte ruimte van twintig vierkante meter, waardoor ik het niet echt vuil kan achterlaten of toch niet langer dan maximaal twee dagen. De afwas laat ik zelden of nooit liggen. Vuile afwas is iets wat ik niet kan uitstaan voor het slapengaan.

“Spullen laat ik dan weer wel eens graag rondslingeren. Het gaat vooral om kleren, juwelen, make-up: dat soort zaken. Ik geef toe dat ik inderdaad ‘voldoende’ kleren heb en best wel wat spullen, maar ja, welk meisje heeft nu geen onnodige rommel in huis?

Beeld Alexander Popelier

“Ik probeer de rommel wel wat onder controle te houden. Als hier alles overhoop ligt, vind ik het niet meer gezellig en word ik echt gek. Wat meer ruimte zou het wat aangenamer en gemakkelijker maken, omdat mijn spullen dan wat meer verspreid kunnen worden en het minder druk zou ogen. Maar om eerlijk te zijn zit ik hier eigenlijk best wel graag. Ik heb de ruimte dan ook naar mijn hand gezet en mijn favoriete kleuren in huis gehaald: wit, goud en roze.

“Ik moet toegeven dat ik thuis rommeliger ben dan op kot. Als ik in het weekend bij mijn ouders aankom, dan maak ik mijn grote zak leeg en blijft de rommel daar gewoon liggen, zelfs nadat ik op zondagavond een nieuwe tas gemaakt heb om opnieuw op kot te vertrekken. Bij deze: sorry mama! Het is echt opvallend dat ik hier op kot veel meer opruim dan thuis. Dat komt omdat dit echt ‘mijn huisje’ is.” 

Beeld Alexander Popelier
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234