Zondag 17/11/2019

Binnenkijken

Binnenkijken: de ondergrondse grot in de Sierra Nevada van kunstenaar Louis De Cordier

Je kan er alleen op handen en knieën naartoe: de betonnen Biblioteca van kunstenaar Louis De Cordier in Zuid-Spanje.  Beeld Kevin Faingnaert

Diep in de Sierra Nevada bouwt de Belgische kunstenaar Louis De Cordier aan een ondergrondse betonnen grot waarin hij zaden en boeken bewaart. Wil hij met zijn Biblioteca Del Sol een fossiel voor de toekomst maken? ‘Ik zie mijn bibliotheek meer als een denktank dan als een back-up van de beschaving.’

Alpujarras betekent letterlijk: ‘de Alpjes’. Klinkt schattiger dan het is. In dit ruwe stuk Sierra Nevada in Andalusië verschanste Salman Rushdie zich toen ten tijde van De duivelsverzen een prijs op zijn schrijverskop stond. In 1492, toen de Moren door de christenen verjaagd werden uit Granada, verscholen ze zich maar liefst 150 jaar lang in de Alpujarras. Na de Spaanse Burgeroorlog bleven rebellen in diezelfde bergen nog jarenlang doorvechten tegen de Guardia Civil van dictator Franco. Quasi oninneembaar is het gebied in de Sierra Nevada. Quasi onbereikbaar ook, quasi onbewoonbaar, quasi on-van alles en nog wat.

“Sinds de jaren 60 trekt het verlaten gebied veel stiltezoekers, kunstenaars, spirituele mensen, alternatieve denkers en bewoners van ecodorpen. Mijn buren hebben redelijk wacko profielen. De een is een racedronebouwer. De ander was de rechterhand van Richard Branson bij Virgin en de oprichter van de Britse winkelketen Game”, vertelt artiest Louis De Cordier, alias Cosco en zoon van kunstenaar Thierry De Cordier. Sinds 2011 woont en werkt hij in Zuid-Spanje, op 2.000 meter hoogte: ver van vulkanen, ver van kerncentrales, ver van de stijgende zeespiegel. 

Ver van de Belgische kunstwereld ook, waar hij op dat moment al behoorlijk wat succes had. “Ik wilde eerst niks meer met de kunstwereld te maken hebben. Het was te veel een kapitalistisch systeem geworden dat draait op geld, speculatie, productie en marketing. Mijn eerste idee was om een ecodorp op te starten in de Alpujarras. Ik had veel boeken gelezen over de klimaatverandering en voelde aan dat iets onafwendbaars in gang was gezet. Als een vliegtuig begint te crashen, moet je ook eerst jezelf redden, vooraleer je anderen helpt, zeggen stewards altijd. Daarom ben ik naar hier verhuisd: ik wilde hier eerst autonoom kunnen leven. En dan pas een duurzaam netwerk rondom mij uitbouwen. Als kunstenaar was mijn eerste reflex: ik moet iets doen rond het behoud van kennis en natuur. Vandaar het idee van de Biblioteca Del Sol: een betonnen grot als onverwoestbare bewaarplaats voor boeken en zaden, hoog in de bergen”, zegt hij.

Brand

Het is half zeven ’s morgens. We staan aan een tankstation in Cadiar, waar Louis De Cordier ons komt oppikken. “Van hieruit is het nog een uurtje rijden”, zegt hij. Tijd om aan de kou en de honger te denken hebben we niet, want in zijn 4x4 slaan we al meteen een kronkelend zandweggetje in. Vierhonderd meter en vijf putten verder zijn we blij dat we daarnet onze huurwagen aan de kant zetten. “Dit wegje ligt er nog maar sinds de jaren 90. Vroeger was hier helemaal niks”, vertelt hij. “Behalve wat boeren die vooral bonen en graan kweken, moet hier haast niemand passeren.”

Kunstenaar Louis De Cordier voor de ingang van zijn bunker. Beeld Kevin Faingnaert

Een bevriende Belgische mecenas die in Australië woont, kocht voor Louis De Cordier een terrein van 27 hectaren in de bergen. Eerst wilde die er zelf een ecodorp beginnen, maar uiteindelijk deed hij dat in Australië. En ook Louis’ plannen veranderden. “Simon (Dewulf, de mecenas, red.) is hier de laatste zeven jaar niet meer geweest”, zegt Louis. Op het perceel staat nog een 14de-eeuwse Moorse boerderij met stallingen. Die is Louis aan het renoveren tot afgelegen refuge met plaats voor acht mensen. “Alles was eigenlijk al klaar, tot een koppel vluchtelingen uit Patagonië kandideerde om er conciërge te worden. Ze waren bereid om er afgesneden van de buitenwereld, zonder elektriciteit, stromend water of gsm-netwerk te leven. Ze leken op het eerste gezicht zachtaardig, maar eisten plots geld, reden mijn auto kapot, spanden rechtszaken tegen mij aan en staken uiteindelijk het pand in brand. De schade in de refugio was enorm, maar gelukkig stortte het gebouw niet in.”

Beeld Kevin Faingnaert

Als we er binnenstappen, stinkt het inderdaad nog naar roet. Begrijpelijk dat Louis De Cordier door de tegenslag een serieuze mentale tik kreeg. “Nu woont hier niemand. Ik wil er een zen-retreat van maken, een plek voor meditatie, reflectie of geïsoleerde herbronning”, droomt hij. “Geen toeristische trekpleister, alleszins. Zelfs een bibliotheek­bezoek is moeilijk te organiseren, gezien ze zo afgelegen ligt. Ik open ze alleen voor vrienden of voor groepen.”

Joert van beton

De refugio, gemaakt van gestapelde rotsen, zie je al van ver liggen in de bergen. Maar de Biblioteca Del Sol, 100 meter verder, loop je zo voorbij. Enkel een ronde opening in de leistenen rotswand verraadt de hoofdingang. De boeken- en zadengrot is zo perfect in de natuur geïntegreerd dat ze een eeuwenoude ruïne lijkt. Maar het terrein is compleet afgegraven, om vijf ondergrondse volumes te realiseren in beton. Struiken en rotsen camoufleren het litteken in het landschap intussen al compleet. Moet ook, want De Cordier realiseerde zijn project, dat bijna een miljoen euro kostte, in een beschermd natuurgebied. Hij kreeg toch een vergunning, omdat het naadloos in de omgeving opgaat en een positieve impact heeft op de locals.

Louis neemt een zaklamp uit zijn rugzakje en kruipt op handen en voeten door een 10 meter lange tunnel. Achter in de schacht opent hij een deurtje. We klauteren mee in de tunnel en komen in een koepelvormige bunker terecht van zes meter breed en vier meter hoog. Kaarslicht danst op de wanden van massief beton. Vreemd: je zou hier een aanval van claustrofobie verwachten, maar we voelen ons net geborgen. “Dat komt door de proporties, geïnspireerd op een Mongoolse joert en de geodetische koepel van Richard Buckminster Fuller, een futuristische architect. Net een baarmoeder.”

De ‘refugio’ die Louis De Cordier opknapte, en - na een brandstichting – opnieuw renoveerde. Beeld Kevin Faingnaert

Er hangt een sacrale sfeer in de betonnen iglo. Het bouwwerk heeft iets universeels, alsof elke verwijzing naar tijd en ruimte is uitgewist. “Het is architectuur zonder architect, op het kruispunt van spiritualiteit, wetenschap en kunst”, zegt Louis. Beneden zijn vier onregelmatige ingangen uitgespaard naar achtergelegen ‘schatkamers’. Daarin bewaart De Cordier in grote tonnen een selectie genetisch ongemodificeerde zaden. Vooral van lokale gewassen, zoals bonen, tarwe en rijst.

In legerkisten zitten een aantal van de boeken die hij opgestuurd krijgt. Momenteel staat de teller op zo’n 10.000 titels, al is er volgens hem plaats voor het tienvoud. Als Louis een kist opent, zien we een Prisma-woordenboek Frans – Nederlands en een prentenboek over ‘Supervulkanen’: niet bepaald boeken die we het bewaren waardig vinden. “Het overgrote deel van wat ik opgestuurd krijg, komt van kunstenaars. Heel vriendelijk natuurlijk dat ze me hun catalogus bezorgen, maar dat is nu ook niet de bedoeling. Ook sommige uitgeverijen sturen me hun stock op. Maar met die palletten vol boeken ben ik natuurlijk niet zoveel. Bovendien heb ik al eens een diefstal gehad”, zegt hij. “Achthonderd Engelstalige boeken zijn toen verdwenen. Van andere boeken heb ik beseft dat ik ze misschien beter ter beschikking stel van de lokale bevolking hier. Een naslagwerk over bijen kweken bijvoorbeeld: iets wat veel mensen – mezelf incluis – hier doen. Het heeft geen zin om die kennis af te schermen voor later.”

Louis’ bibliotheek kan aardbevingen en zonnestormen doorstaan. Met wanden van 1,5 meter dik zou zelfs een brand of een bominslag zijn project niet tot puin herleiden. ‘Ver van vulkanen en kerncentrales moet deze bibliotheek dienen om de kennis te bewaren voor de volgende generaties, ook in geval van een wereldramp’, schreef Maarten Inghels in het boekje dat hij dit jaar maakte over de bibliotheek. Strikt gezien is de Biblioteca inderdaad een soort reservekopie van onze beschaving, voor mocht die ooit verdwijnen.

De kunstenaar tekent verder aan zijn ‘refugio’. Hij wil er een plek voor meditatie en herbronning van maken. Beeld Kevin Faingnaert

Maar De Cordier ziet het veel ruimer. “Ik vergelijk het liever met de Voyager Golden Record: een plaat die in de ruimte werd gestuurd, waarop geluiden en documenten over het leven op aarde staan. Die gegevens zullen wellicht nooit een buitenaardse beschaving bereiken, maar het deed ons wel nadenken over wie we zijn en wat we betekenen in het heelal. Mijn bibliotheek fungeert als een klooster, dat eeuwenlang de uitgelezen plaats was waar kennis werd gekopieerd en doorgegeven. Er is ook een belangrijke link met de regio, want Andalusië was voor de Moren het belangrijkste kenniscentrum binnen de Arabische wereld. Zij waren enorm bezig met wiskunde, wetenschap en geneeskunde. De bibliotheken van Toledo en Cordoba, hier vlakbij, verzamelden manuscripten uit de oudheid, vakkundig gekopieerd door de Moren. Mijn bibliotheek is daar een bescheiden voortzetting van. Natuurlijk besef ik dat er al veel belangrijke bibliotheken ooit zijn afgebrand, zeker als de documenten aanstootgevend zijn voor bepaalde regimes. Maar ik zie mijn bibliotheek meer als denktank dan als back-up of tijdcapsule”, zegt hij. “Het is de katalysator van een duurzaam, ecologisch project dat zich niet ingraaft voor later, maar net de lokale community vandaag versterkt. Eén soort zaad uit de Biblioteca is bijvoorbeeld Canadese wintertarwe, een oerras, dat hier opnieuw ecologisch verbouwd wordt. Samen met wat enthousias­telingen uit de buurt vroeg ik een 90-jarige blinde molenaar om zijn acht eeuwen oude molen herop te starten. Hij leerde ons hoe we dat graan op traditionele wijze moeten vermalen tot bloem. Bakkers maken er ambachtelijk brood mee, dat elke vrijdag op de markt verkocht wordt.”

Voodoo

De eerste ‘Flamenco’ was Louis hier alleszins niet. Keizer Karel liet in de 16de eeuw een renaissancepaleis bouwen in het Moorse Alhambra. Om de desolate streek wat te bevolken na de Moorse genocide lokte zijn enige zoon Filips II christenen uit Vlaanderen en Duitsland om zich er te settelen. “Die brachten niet alleen hun brein, maar ook hun varkens mee. En zo ontstond de traditie van de beenhesp en bloedworst, nu Spaanse delicatessen, maar wel met Vlaamse roots”, vertelt hij.

De eerste artiest is hij hier ook niet. Gustave Doré en Dora Carrington kwamen hier tekenen en schilderen. Sergio Leone nam hier spaghettiwesterns op. Gerald Brenan, lid van de Bloomsbury Group rond Virginia Woolf, woonde in de Alpujarras en schreef er zijn roman South of Granada. En cineast Luis Buñuel kwam in 1933 naar de Alpujarras om een controversiële mockumentary te draaien over arme bergvolkeren. Hij moest uiteindelijk vluchten voor Franco. Maar de gefilmde boeren waren zo boos dat ze nog jaarlijks een pop met zijn looks ritueel verbranden.

Louis De Cordier

geboren in 1978, Oostende als zoon van kunstenaar en dichter-filosoof Thierry De Cordier

is autodidact, combineert voor zijn werk architectuur, natuur, kunst, techniek en wetenschap

heeft als artiestennaam Cosco

woont en werkt sinds 2011 in Cadiar, Zuid-Spanje

De kans dat ze voodoo zullen toepassen op Louis De Cordier is klein. Sinds hij zich hier kwam vestigen, zette hij tal van sociaal-artistieke projecten op met als doel: een duurzaam en ecologisch leven opbouwen, in harmonie met de mensen en de omgeving. “Ik wil niet zoals een tweedeverblijver leven, die behalve geld niks bijdraagt”, zegt hij. De kunstenaar wil zo zelfvoorzienend mogelijk leven. Dus bouwt hij, op een uur rijden van de Biblioteca, ook aan een energieneutraal huis, dat functioneert op zonne-energie, regenwater en natuurlijke ventilatie. Hij begon ook eigen groenten te kweken. En – verrassend – hij kocht paarden. “Een van de eerste dingen die ik hier deed, was naar een paardenhandelaar gaan. Het leek daar wel een concentratiekamp: hij kon zijn verwaarloosde dieren niet meer verzorgen en zou ze binnenkort naar de slachtbank brengen. Hij wilde ze me verkopen voor de prijs van het vlees. Uiteindelijk kocht ik veertien paarden voor de prijs van een. Ik wist niet veel over paarden, maar ik liep stage bij een hoefsmid uit de buurt en ik leerde al snel paardenhoeven verzorgen. Omdat ik overal ter plekke ging, leerde ik in een mum van tijd heel veel mensen in de streek kennen.”

Hoevendokter is hij intussen niet meer, de paarden kweekte hij op en verkocht hij verder, al staat er wel nog een mooie witte merrie op zijn domein. Ook in Spanje namen zijn kunstprojecten weer de bovenhand. En zelfs zijn familie is er inmiddels herenigd: zowel zijn broer als zijn ouders verhuisden naar de Alpujarras. Thierry De Cordier en zijn vrouw huren er een voormalig thematisch wijncentrum, waar ze wonen en werken. “Na acht jaar heb ik hier kunst en leven in symbiose kunnen brengen. In de traditie van Joseph Beuys’ social sculpture probeer ik hier met kunst creatieve processen te starten, waaraan iedereen kan participeren, zodat de wereld een betere plek wordt.”

Panamarenko

Eigenlijk is zijn autarkische manier van leven in Spanje ook een stukje nostalgie. Het is een terugkeer naar zijn jeugd in België. “Ik groeide op in een context van kunst, tegendraadsheid en isolement. Een tijdlang woonden we met ons gezin in een leegstaande fabriek, zonder stromend water of elektriciteit. Kaarsen en houtkachels volstonden, meer hadden we niet nodig om te overleven. Ook in onze boerderij in Schorisse leefden we autonoom, afgesloten van de wereld. Die sobere manier van leven miste ik. Vandaar ook mijn vertrek”, zegt hij. “Al besef ik ook wel hoe geprivilegieerd ik was als zoon van een bekende artiest. Veel kunstenaars leren als twintiger pas curatoren of belangrijke mensen uit de kunstwereld kennen. Ik kwam, dankzij mijn vader, als kind al in contact met curatoren als Jan Hoet en Harald Szeemann. Zij kwamen gewoon bij ons thuis over de vloer.”

Beeld Kevin Faingnaert

Als kind maakte Louis al tekeningen in de aard van Panamarenko. Maar het frustreerde hem dat Pana’s verzinsels altijd utopisch waren. “Ze werkten nooit. Het was werk van een dromer, van een fantast, vond ik als kind. Eenmaal volwassen zag ik er de poëzie wel van in. Maar toch: als kunstenaar maak ik de dingen graag wat concreter. Ik wil verdergaan dan de droom alleen. Ik wil ook dingen gerealiseerd zien, zonder de poëzie van de verbeelding te verliezen. Droom en daad wil ik dichter bij elkaar brengen.”

Meer over dit en andere projecten via cosco.one

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234