Maandag 22/07/2019

Interview

Belle Perez: “Ik voelde mij gevangen”

Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: Belle Perez (42). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik voel mij nog steeds midden de dertig. Op die leeftijd heb ik het grootste scharnier­moment in mijn leven meegemaakt. Zowel emotioneel als zakelijk heb ik toen een paar drastische keuzes gemaakt, waardoor ik me nu veel sterker voel. Mentaal was dat voor mij een heel belangrijke periode. Het was net alsof ik een hoofdstuk van mijn leven afsloot en aan een nieuw begon. (rolt mouw op, neemt haar arm vast) Ik krijg er nog altijd kippenvel van.

“Voordien liep ik in een cirkeltje rond. Ik voelde mij gevangen. Op een bepaald moment heb ik die jas die eigenlijk te klein was geworden, afgegooid en ben ik een betere versie van mezelf geworden. Sindsdien heb ik een bepaalde rust over mij gekregen. Ik zit momenteel dus in een heel fijne fase van mijn leven. Omdat ik me nu completer voel, denk ik.

“Na mijn scheiding heb ik vrij snel opnieuw de liefde gevonden. Toen ik Wout ontmoette, wist ik onmiddellijk: hij wordt de papa van mijn kind. Wout is iemand die heel erg van het leven houdt, die durft te springen, en hij heeft me dat in zekere zin ook geleerd. Voor ik hem kende, was ik voorzichtiger, berekender. Ik ben heel beschermd opgevoed. Hij heeft me geleerd om bepaalde drempels te overschrijden, waardoor ik nu al geruime tijd goed in mijn vel zit. Dat gevoel probeer ik vast te houden.”

Wie is Belle Perez?

• Zangeres, presentatrice
• Geboren als Maria Isabel Pérez Cerezo op 29 januari 1976 in Neerpelt
• Beide ouders zijn Spaans
• Werd bekend dankzij haar deelname aan Eurosong met het nummer ‘Hello World’ (1999)
• Stond in 2006 op nummer één in de Ultratop met het nummer ‘El mundo bailando’. Andere hit­singles: o.m. ‘Enamorada’ (2003), ‘Que viva la vida’ (2005)
• Won in 2005 de TMF Award ‘Best Female Artist’ en kreeg verschillende keren de Zomerhit Award
• Heeft met haar partner Wout een zoon: Ellía (2 jaar)

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Ik denk dat mensen snel op hun gemak zijn bij mij. Ik denk dat ik wel empathisch ben. Ik vind het belangrijk dat mensen zich goed voelen, zich geborgen voelen. Ik ben heel zorgend, wat ook wel een zwakte is omdat ik mij bepaalde dingen te veel aantrek.”

3. Wat is uw zwakte?

“Ik ben soms te beschermend. Ik moet meer leren loslaten.”

4. Wat is uw passie?

“Voor mij is passie heel ruim. Ik denk dat we uiteindelijk allemaal gaan voor het gevoel dat voldoening heet. Of dat nu in de liefde is, in het ouderschap, op het podium of in een andere kunst.

“Nummers schrijven, zingen, is uiteraard mijn passie, maar nog belangrijker vind ik het om via mijn muziek mensen een bepaald gevoel, een bepaalde boodschap te kunnen doorgeven. ‘Hello world / Life should be fun for everyone’ bijvoorbeeld. Dat nummer is twintig jaar oud, mijn debuut in de showbizz eigenlijk, maar ik heb het onlangs nog gezongen toen ik in Brazilië was als ambassadrice voor Free a Girl (Nederlandse noodhulp­organisatie die zich inzet om jonge meisjes uit de gedwongen prostitutie te bevrijden, red.).

“Een van de slachtoffers die we daar ontmoet hebben, was Esperanza, een meisje van 15 dat door haar opa misbruikt is toen ze 5 was. We zaten allemaal samen op een gras­veldje bij een safe house. Esperanza vertelde haar verhaal en vroeg me na afloop om een liedje voor haar te zingen. Toen heb ik ‘Hello world’ gezongen. (zingt) ‘Life should be fun, for everyone / On every life a little rain will fall / But that won’t change my attitude at all / You are you, I am me, we will be free.’ Terwijl ze aan het vertellen was, had ze zich sterk gehouden, maar toen ze deze woorden hoorde, brak ze. Dat moment heeft mij de ogen geopend.

“De eerste nacht van mijn verblijf in Brazilië dacht ik immers: ik wil naar huis, wat doe ik hier? Ik voelde zoveel onmacht en zoveel verdriet en zag alleen maar pijn en vernedering. Wat kon ik voor die meisjes betekenen? Tot ik de tweede dag Esperanza ontmoette, toen begonnen de puzzelstukjes in elkaar te passen. Ik zou haar verhaal en dat van haar lotgenoten meenemen naar België en die meisjes hier een stem geven.”

Belle Perez: “Respect tonen is voor mij een teken van sterkte.” Beeld Stefaan Temmerman

5. Is het leven voor u een cadeau?

“Euh ja. Absoluut. Ik ben een levens­genieter. Een echte bourgondiër. Ik hou van het leven, ik hou van mensen, ik hou van intense momenten, maar het is wel keihard werken. Ik vind ook wel dat je zelf voor een flink stuk instaat voor de positieve vibe rondom je. Als je positive-minded bent, trek je mensen aan die ook positief in het leven staan. Af en toe eens een andere deur nemen, om nieuwe impulsen en signalen te krijgen, is iets wat ik heb geleerd. Onlangs las ik een interview met Sergio Herman waarin hij zei: ‘Het leven is een feest, maar je moet wel je eigen slingers ophangen.’ (klapt in de handen) Ik dacht: dat is een oneliner die ik ga pikken van u. (lacht) Ik vind dat heel mooi geformuleerd. Bij mij is het glas echt wel halfvol.”

6. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Het geluid en de geur van mijn koffie ’s ochtends, terwijl ik door de ramen naar de tuin in de schemering kijk. In het besef dat mijn twee mannetjes nog in bed liggen.”

7. Waar hebt u spijt van?

“Dat klinkt misschien heel cliché, maar ik sta nog altijd achter elke keuze die ik gemaakt heb. Ook al leidde die tot een teleurstelling. Want ik moet eerlijk toegeven: uit de momenten dat ik keihard tegen de muur ben geknald, met de neus op de feiten werd gedrukt, heb ik het meeste geleerd.”

8. Wat is uw grootste angst?

“De dood heeft mij altijd enorm beangstigd. Afstand moeten nemen van mensen van wie je houdt. We hebben afgelopen maart een heel moeilijke maand gehad. We hebben beide oma’s moeten afgeven. Dat is gewoon pijnlijk.”

9. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Op het moment dat ik de bijna finale versie van mijn boek over Brazilië heb gekregen (‘Tranen’, Willems Uitgevers, 2018). Op het einde schrijf ik een brief aan mijn zoontje Ellía waarin ik hem uitleg wat ik daar allemaal gezien en meegemaakt heb. De meisjes in de prostitutie noem ik zijn duizenden zusjes en ik vraag hem goed te zijn voor hen. Die zusjes staan natuurlijk symbool voor de vrouw. We proberen hem op te voeden met respect voor de natuur en voor de mens in het algemeen, maar ook voor de vrouw in het bijzonder. Niet alleen voor zijn mama, zijn oma’s, maar ook voor zijn toekomstige vriendinnen en alle vrouwen die hij zal ontmoeten. Respect tonen is voor mij een teken van sterkte. Ik vertel hem ook dat ik heel blij ben dat ik zijn mama ben, zodat het lot van die kinderen hem niet zal overkomen. Bij die gedachte heb ik heel hard moeten huilen.”

10. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Ik ben eigenlijk geen Spaanse furie. (lacht) Maar ik kan wel heel vurig en explosief zijn op het podium. Dat is mijn manier om te ontladen.

“Voor mij is door het lint gaan helemaal de controle verliezen. En aangezien ik echt wel een controle­freak ben, overkomt mij dat niet. Als ik heel boos ben, moet ik weleens op de tafel of de deur kunnen slaan. Of eens goed met mijn voeten op de grond stampen, zodat ik mijn energie kan terug­geven aan de aarde.” (lacht)

11. Welk kunstwerk heeft een blijvende invloed op u gehad?

“Mijn oma was heel artistiek. Ze maakte traditioneel handwerk. Het laatste wat ze gemaakt heeft, was een dekentje voor Ellía. Ik hecht daar heel veel waarde aan. Ze zat toen al in haar aftakelings­proces en wist dat dit wellicht het laatste was wat ze nog zou kunnen doorgeven. Ik koester dat dekentje. Ik wil het ook niet wassen omdat ik weet dat oma het in haar handen heeft gehad. Voor mij is dat een kunstwerk.”

12. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Als kind van Spaanse ouders ben ik héél katholiek opgevoed, maar uiteindelijk heb ik het geloof los­gelaten. Ik geloof niet in de Kerk, maar ik geloof wel in de symboliek van de Bijbel. Ik geloof in goed en kwaad. En de Bijbel is daarbij een handleiding.

“Wat ik wel héél lang gedaan heb, is bidden. Voor mij was dat een soort meditatie. Ik viel er constant op terug, omdat dat ritueel mij rust gaf. Nu bid ik niet meer, maar het mediteren is gebleven: ik beeld me in dat er een object langs mijn lichaam loopt en ik volg het tot ik tot rust kom. Ook voor ik de bühne op moet, ga ik even op de grond liggen om volledig zen te worden. Of dat religieus is, weet ik niet, maar het geeft me wel een bom energie om door te geven aan het publiek.”

13. Hoe kijkt u naar uw lichaam?

“Ik voel me heel vrouwelijk momenteel. Omdat ik me gewaardeerd en geliefd voel door Wout. Ik voel me lichamelijk heel sexy en sensueel. Als je goed in je vel zit, straal je dat gewoon uit. Ik werk ook aan mijn conditie: ik sport en eet gezond: minder koolhydraten, veel groenten, duurzame vis en vlees. Koffie is mijn guilty pleasure (lacht), maar het cakeje laat ik liggen. Als je gezond eet, heeft je huid een frisse uitstraling en hoef je niet zoveel make-up te gebruiken. ‘Less is more’ is altijd mijn leuze geweest. Ik zou nooit een dragqueen­versie van mezelf willen worden.”

14. Wat vindt u erotisch?

“Ik vind een man met humor heel zinnen­prikkelend. En als Wout het goeie parfum op heeft, word ik zo zot als een deur. (lacht) Het goeie parfum? Dat is Homme van Yves Saint Laurent. Die geur hangt zo hier. (wijst naar borst) Wout is een echte man, hè. Ik heb altijd gezegd: ‘Mannen met veel borsthaar, dat is niets voor mij.’ Tot ik Wout tegen­kwam. (lacht) Wout is een echte teddy­beer. Hij spuit zijn parfum recht­streeks op zijn lijf. Super­sexy.”

15. Wat is uw goorste fantasie?

“Ik denk dat we allemaal weleens dromen dat je met iemand anders seks hebt dan met je partner. Dan heb je ’s ochtends zo wel het gevoel van (schrikt op): eh, oef, het was gelukkig maar een droom. Ik heb dat toch al eens meegemaakt, maar ik heb Wout nooit verteld met wie. Dat vind ik net iets te ver gaan. (lacht) Think global, act local.” (lacht)

16. Welk dier zou u willen zijn?

“Een dolfijn. Ik vind dat een heel elegant, intelligent en mysterieus dier. Het ziet er zacht uit, maar het is keihard. Ik heb ooit het geluk gehad om met een wilde dolfijn te zwemmen in het zuiden van Spanje. Ik zag allerlei tumult en kinderen die aan het schreeuwen waren. Een dolfijn zwom vlak voor de kustlijn. Ik ben toen de zee in gedoken, achter de dolfijn aan. Dat was een unieke ervaring. Sindsdien heb ik een zwak voor dat dier.”

17. Hoe was de relatie met uw ouders?

“Heel hecht. Ik kom uit een migranten­familie en ben heel beschermd opgegroeid in het coconnetje van een klein dorp. Hamont-Achel, in Limburg. Mijn ouders waren de eerste buitenlanders in het dorp en hebben zich flink moeten bewijzen. Ze hebben altijd het gevoel gehad dat ze hier te gast waren en dat ze heel hard hun best moesten doen. Die vechters­mentaliteit heb ik dus wel van mijn ouders meegekregen. 

“Mijn groot­ouders waren economische vluchtelingen. Ten tijde van Franco zijn ze Spanje ontvlucht en hebben ze alles achtergelaten om hun gezin een beter leven te geven. De familie van mijn papa is in Nederland terecht­gekomen, de familie van mijn mama in België. Mijn beide opa’s hebben elkaar leren kennen bij Philips in Eindhoven. Jaren later zijn hun zoon en dochter een koppeltje geworden. Mijn ouders dus.

“Op papier ben ik nog altijd Spaanse, mijn man is een Nederlander en mijn zoontje is een Belg. We vormen dus een multi­cultureel gezin. (lacht) Maar in mijn hart voel ik me Belg, ik ben hier geboren en getogen.

“Soms vragen ze me weleens of ik naar Spanje zou kunnen verhuizen. Eerlijk gezegd, ik denk van niet. Hoewel mijn ouders onlangs definitief naar Spanje terug­gekeerd zijn. Mijn papa is sindsdien een heel ander mens geworden. Dat is niet meer Paco van hier, dat is Paco van Spanje. En ik begrijp dat ook wel. Mijn papa heeft vanaf zijn zestiende alleen maar gewerkt. En nu heeft hij de vrijheid om te genieten. Voor mijn mama voelde het wel alsof ze ons en Ellía in de steek liet. We hebben daar heel lange gesprekken over gevoerd, maar intussen heeft ze vrede met de situatie. Met social media hoeft afstand geen obstakel meer te zijn. En als we elkaar nu terugzien, is dat heel intens. Voor mij primeert kwaliteit.

“Nu ik zelf mama geworden ben, begrijp ik mijn ouders veel beter. Afgelopen kerst heb ik hen gezegd: ik wil dat jullie weten dat jullie het goed gedaan hebben. Er zijn heel veel kinderen die hun ouders verliezen zonder dat ze dat ooit hebben kunnen zeggen. Ik vind het heel belangrijk dat zij dat weten. Zij hebben heel hard moeten werken. Op heel jonge leeftijd zaten wij al in de kinder­opvang, maar ze hebben ons zoveel onvergetelijke momenten gegeven. Wij gingen als kind zeven weken per jaar op vakantie. Op dat moment besefte ik dat niet, maar dat was gewoon pure luxe. Ik had mijn rapportje gekregen en de dag erna zaten wij in de auto richting oma en opa. Naarmate we dichter bij Spanje kwamen, merkten we dat mama en papa openbloeiden, want we gingen naar hun ouders. Ik rook het ook. Als we het dorpje van m’n groot­ouders naderden, net na een haarspeld­bocht, rook je de lavendel en de wilde kruiden. Die vakanties waren een zaligheid. Ik heb mijn ouders dus echt op het hart gedrukt dat ze alles voor ons gedaan hebben wat ze konden.”

18. Hoe definieert u liefde?

“Zorgen voor, maar ook loslaten. Liefde mag niet verstikkend zijn. Je moet je allebei kunnen ontplooien, in volle vertrouwen.”

19. Bent u een goede vriend?

“Vriendschap is een puntje waaraan ik moet werken, maar dat komt toch voor een groot stuk door mijn job. Ik stop ontzettend veel energie in mijn fans. Anderhalf uur na een concert sta ik vaak nog handtekeningen uit te delen en te praten met mensen. Ik geef heel veel, maar krijg daar ook heel veel voor terug. Dat heeft natuurlijk een weerslag op mijn sociaal leven. Ik mis bepaalde verjaardagen, belangrijke momenten voor vriendinnen. Mijn job is gewoon heel onvoorspelbaar, waardoor ik soms afspraakjes moet afzeggen. Rationeel kies ik dan voor mijn werk, maar emotioneel heb ik daar wel last van.

“Ik moet ook veel ballen tegelijk in de lucht houden, hè. Ik heb mijn man, ik heb mijn kind, ik heb mijn drukke job, ik heb mijn familie. En ik heb mezelf. (lacht) Momenteel heb ik geen enkele dag voor mezelf. Voor 2019 staat alvast meer me-time op mijn bucketlist.”

20. Hoe zou u willen sterven?

“Euhm, boem paf. Klaar. In mijn slaap. Geen afscheid, neen. Ik probeer namelijk in mijn leven, als ik de kans krijg, aan mensen te zeggen dat ik ze graag zie. Ik wil een goed gevoel hebben mocht ik doodvallen.

“Mocht ik nu te horen krijgen dat ik ongeneeslijk ziek ben, ik zou er alles aan doen om euthanasie te regelen. Aftakelen lijkt me verschrikkelijk. We hebben dat bij oma ook gezien. Oma was zo’n humoristische, intelligente spring-in-’t-veld, maar ze is op het einde wat mens­onwaardig vertrokken. Oma was iemand die elk moment van de dag mooi wilde zijn, die haar nageltjes lakte, parfum op had, een lippen­stiftje, altijd in orde was met haar haar. Het was een heel trotse vrouw. Ik ben er zeker van dat als zij mocht geweten hebben hoe ze zou eindigen, zij dat nooit gewild had. Zelf wil ik dat dus voorkomen.

“Wat ik zou willen als laatste avondmaal? Ik ben ontzettend gek op tom kha kai, een Thaise kippen­soep. Wout kookt heel graag, maar het zou toch een beetje raar zijn mocht hij dan mijn lievelings­gerecht moeten klaar­maken. Nee, ik wil eigenlijk waardig sterven met zo weinig mogelijk gedoe voor mijn naasten.”

21. Wat is voor u de hel op aarde?

“Dan kom ik terug bij Brazilië. De geur, de mens­onwaardige levens­omstandigheden in de favela’s die ik heb bezocht. Dat staat op mijn netvlies gebrand. Ik wist niet dat zoiets bestond. Je moet het met je eigen ogen gezien hebben om het voort te kunnen vertellen. Anders blijft het een ver-van-m’n-bed­show.”

22. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Hm ja. Als er ergens in de wereld opnieuw iets gebeurt wat met terrorisme te maken heeft, kan ik wel heel boos worden. Maar ik ben zelf ook een buitenlander en probeer me altijd in de situatie van een bepaalde groep of nationaliteit te verplaatsen. Niet dat ik ooit echt racistische woorden naar m’n hoofd geslingerd heb gekregen, maar ik voelde in mijn tiener­jaren wel dat ik een vreemde eend in de bijt was. Ik was het meisje met de flamenco­jurk. Kinderen kunnen heel hard zijn. Er werd weleens ‘Maribel, Spaanse frikandel’ geroepen. Op dat moment vond ik dat heel erg. Ik wilde niet meer naar de flamenco­school, ik wilde geen Spaanse les meer volgen. Ik vond dat toen echt een opgave. Maar later is dat gelukkig niet meer voorgevallen, ik ben nooit meer uitgescholden vanwege mijn roots.”

Belle Perez. Beeld Stefaan Temmerman

23. Wat betekent geld voor u?

“Financiële rust. Als kind van economische migranten ben ik natuurlijk niet in weelde opgegroeid. Ik was niet het type kind dat in designer­kleding rond­liep. We hadden het niet breed, maar we hadden wel de rijkdom om elke zomer zeven weken à volonté naar Spanje te gaan. We hebben het altijd warm gehad, er was eten in overvloed, maar luxe­producten, nee, die hadden we niet.

“Ik herinner me nog dat ik mijn eerste loon, dat was toen nog in gulden, in één keer heb afgehaald en al die briefjes van 100 en 50 thuis in de lucht heb gegooid. Dat gaf mij zo’n ongelooflijk gevoel van vrijheid, dat dwarrelende geld! (lacht) En ik heb het ook meteen verbrast, tot de laatste cent, dat geef ik eerlijk toe. Maar na mijn tweede loon ben ik wel beginnen sparen. (lacht)

“Ik ken dus de waarde van geld. Luxe vind ik nog altijd niet belangrijk, maar ik hou wel van een zeker comfort en van duurzaamheid.”

24. Wat is uw vreselijkste vakantie­herinnering?

“Tijdens een vakantie in Spanje met mijn oma heb ik eens een lelijke val gemaakt, waardoor ik een gapende wonde in mijn been had. Je kon bijna mijn bot zien. Ik heb toen drie weken ijlend in bed gelegen met een ontstoken been, omdat ik niet naar de dokter wilde. Mijn oma kreeg me echt niet mee. Je kunt nog altijd het litteken zien. Koppig is my middlename.” (lacht)

25. Wie zou u hier uw gedacht willen zeggen?

“De Braziliaanse overheid. Omdat ze meewerkt aan een systeem waarin meisjes in de prostitutie worden gedwongen en jongetjes daders worden of crack gaan verkopen. Omdat ze ervoor zorgt dat die situatie generatie na generatie blijft voort­bestaan. Omdat ze niets doet om die ketting te doorbreken. Daarom zet ik mij in voor Free a Girl. Jonge kinderen zijn immers de zaadjes van een nieuwe toekomst. Zij zijn de nieuwe generatie, en die moet er anders uitzien. Dat is míjn strijd, míjn kreet tegen de onmacht. Míjn middelvinger.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden