Donderdag 20/02/2020

Fenomenen

Belgische MIT-professor Pattie Maes: "Eigenlijk haat ik computers"

Pattie Maes.Beeld Wouter Van Vooren

Ze is professor aan het vermaarde Massachusetts Institute of Technology en toch haat ze computers. De Belgische Pattie Maes (55) krijgt overal ter wereld applaus voor de radicale manier waarop ze de relatie tussen mens en computer herdenkt. "Er wordt te hard geroepen dat machines mensen gaan vervangen."

De kans dat u Pattie Maes kent, is behoorlijk klein: ze groeide weliswaar op in Wemmel, maar woont ondertussen al meer dan een kwarteeuw in Cambridge, Massachusetts, een dikke 5.000 echte en 10.000 mentale kilometers hier vandaan. Bovendien is ze beroepshalve een technologisch pionier. En met pionieren bereik je doorgaans geen groot publiek. Vraag dat maar aan Pierre Henri Schaeffer. Wie? Juist.

Toch durf ik u aan te raden om Maes via dit stuk te léren kennen. Als het van haar afhangt - en dat dóét het in zekere zin ook - zullen we binnen afzienbare tijd namelijk fundamenteel anders omgaan met technologie. Computers, zo voorspelt ze, zullen steeds meer een digitaal verlengstuk worden van onze geest en ons lichaam. Bij wijze van introductie: een beknopte, zij het niet geautoriseerde biografie.

Pattie Maes behaalde haar doctoraat computerwetenschappen aan de VUB in 1987. Programmeren gebeurde nog met ponskaarten, Google moest nog uitgevonden worden. In 1989 trok ze naar Cambridge om er aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT) onderzoek te verrichten naar kunstmatige intelligentie. Ze ging er nooit meer weg. In 1991 werd ze professor aan het Media Lab van het MIT en een paar jaar later richtte ze Fluid Interfaces op: een researchgroep die de interactie tussen mens en computer wil vergemakkelijken.

Pattie Maes.Beeld Wouter Van Vooren

Tussendoor begon en verkocht Maes verschillende bedrijven. Een daarvan was Firefly: een start-up die het maken van aanbevelingen in Amazon-stijl al mogelijk maakte nog voor bedrijven in de gaten hadden dat ze op het internet geld konden verdienen. Firefly werd in 1998 verkocht aan Microsoft voor 40 miljoen dollar. Geen aalmoes, maar slechts een fractie van het bedrag dat Maes had kunnen verdienen als ze haar tijd wat minder ver vooruit was geweest en Firefly pas ettelijke jaren later had opgericht.

In Amerika wordt ze al jaren bedolven onder loftuitingen, onderscheidingen en awards. Newsweek rekende haar in 2000 tot de '100 Americans to watch for', FastCompany noemde haar in 2011 'one of the most influential designers in the world' en het World Economic Forum plakte de woorden 'Global Leader for Tomorrow' op haar voorhoofd.

Een mens zou voor minder een 'Weet jij wel wie ik bén?!'-houding aannemen, maar Maes heeft de complimenten niet naar haar hoofd laten stijgen. Wanneer ik haar vraag of ze het niet fijn zou vinden om ook in België de erkenning te krijgen die haar in de States te beurt valt, antwoordt ze: "Ik hoef niet zo nodig bekend te worden. Anders had je me wel sneller te pakken gekregen voor een interview, denk je niet?"

Ze heeft een punt. Eerdere aanvragen voor een tête-à-tête waren na een initiële toezegging geëindigd in treurige e-mailstilte. Maar nu is ze met haar man en drie zonen op familiebezoek in België en wil ze zich wel een uur of twee aan haar kroost onttrekken.

We drinken koffie in de tuin van haar zus Kato - de Maes die samen met Tom Lenaerts het productiehuis Panenka runt - en overlopen samen wat er de komende dagen zoal op haar programma staat: haar familie tonen dat ze nog leeft, het Magritte Museum in Brussel bezoeken, gaan kijken hoe Gent en Brugge er tegenwoordig uitzien en in Knokke een pot mosselen eten. "We gaan toeristische dingen doen", zegt ze. "Maar dat mag: ik ben ondertussen meer een Amerikaanse dan een Belgische."

Pattie Maes.Beeld Wouter Van Vooren

Op het occasionele anglicisme na is haar Nederlands behoorlijk intact gebleven. Toch wil ze mijn vragen liever in het Engels beantwoorden. "Ik ben het zo gewend om in het Engels over mijn werk te praten, dat ik in het Nederlands voortdurend verkeerde woorden zou gebruiken. Dat zou je stuk wel grappig, maar beduidend minder informatief maken."

Uw man (Karl Sims, oprichter van GenArts) ontwikkelt software voor beeldverwerking en computergraphics. En u denkt na over de relatie tussen mens en computer. Jullie moeten in de slaapkamer verdomd nerdy gesprekken voeren.

(lacht) "Dat valt heel goed mee. In tegenstelling tot veel van mijn collega's ben ik geen gadgetfreak. Ik hou eigenlijk niet eens van technologie. Wat mij interesseert, is wat technologie voor mensen kan betekenen."

Toch was u in België een van de eerste computerdoctorandi.

"Toen ik een studierichting moest kiezen, twijfelde ik tussen architectuur en biologie. Mijn moeder zei: 'Waarom studeer je geen computerwetenschappen? Dan hoef je niet te kiezen: computers kun je zowel in de architectuur als in de biologie gebruiken.' Dat vond ik een goeie suggestie. Ik koos voor computerwetenschappen omdat ik zo kon vermijden om een échte keuze te maken. Niet omdat ik zo dol was op computers."

Sterker nog: u haat computers.

"Dat heeft te maken met het koppige karakter van die dingen. In veertig jaar tijd zijn computers nauwelijks veranderd. We hebben de loodzware pc's uit de jaren 70 wel vervangen door ultralichte laptops, tablets en smartphones, maar hun basisdesign is onveranderd gebleven. Computers bestaan in essentie nog altijd uit een keyboard en een pointer: je cursor of je vinger."

En waarom is dat erg?

"Omdat de hardware die we vandaag gebruiken enorm beperkend is. Stuur maar eens een e-mail met je smartphone: je moet met twee vingers op een veel te klein keyboard typen waardoor je voortdurend fouten maakt, en vervolgens verschijnt je tekst op een minuscuul scherm, wat ook al niet handig is. Wij moeten ons aanpassen aan de beperkingen van onze smartphone, terwijl het precies andersom zou moeten zijn: onze smartphone hoort zich aan ons te conformeren."

"De telefoons van vandaag eisen op een ongezonde manier onze aandacht op. We zitten heel de tijd naar hun schermpjes te turen en zijn totaal niet meer geïnteresseerd in onze omgeving of de mensen rondom ons."

Wat kunnen we daaraan doen?

"We gaan de klok niet terugdraaien en onze smartphones wegsmijten. Maar het wordt wel tijd om onze relatie met technologie grondig te herdenken."

"Technologie zou niet zo opdringerig mogen zijn. Jouw telefoon bijvoorbeeld weet niet dat jij op dit moment een interview aan het afnemen bent en kan bijgevolg elk moment beginnen te bellen. Maar eigenlijk moet dat ding weten: 'Mijn baasje is aan het praten - dit is geen goed moment om hem te storen.' Technologie moet beleefder worden."

Volgens Maes zouden computers veel gebruiksvriendelijker zijn, mochten ze beter geïntegreerd zijn in ons fysieke leven.

Wat dat precies betekent, demonstreerde ze zeven jaar geleden al op een TED-conferentie in Californië. Daar stelde ze Sixth Sense voor: een elektronisch zesde zintuig, bedacht in de speelkamers van Fluid Interfaces. Sixth Sense bestaat uit een webcam en een miniprojector, gekoppeld aan een smartphone. Het apparaatje wordt op de borst gedragen, bekijkt voortdurend zijn omgeving en geeft informatie over de objecten die het ziet.

Beeld Wouter Van Vooren

Die informatie kan op eender welk oppervlak bekeken worden: zowel op je eigen handpalm als op de muur van een gebouw. U staat in de boekenwinkel en u vraagt zich af of de nieuwste van Jonathan Safran Foer wel iets voor u is? Sixth Sense herkent het boek en projecteert op uw handpalm de sterrenrating van Amazon en de titels van gelijkaardige boeken. U bent verdwaald in een vreemde stad en heeft hulp nodig? Sixth Sense zoekt uit waar u bent en projecteert op de dichtstbijzijnde muur een Googlekaart waarop u makkelijk de weg terugvindt.

Het prototype van Sixth Sense is inmiddels zeven jaar oud, maar blijft een uitstekend voorbeeld van wat Maes non-disruptive technology noemt: technologie die ons niet opslorpt. Als je op je smartphone iets wilt opzoeken, moet je stoppen met wat je aan het doen bent, je telefoon uit je broekzak halen en je afsluiten van de rest van de wereld. Als je een Sixth Sense hebt, hoeft dat niet: het apparaatje is gewoon een extra oog dat overal informatie voor je ziet.

Ik vraag Pattie Maes of we in de toekomst meer en meer zélf een device gaan worden. "Absoluut. Op een dag dragen we onzichtbare lenzen die informatie voor ons projecteren. Die lenzen zul je nauwelijks nog een toestel kunnen noemen. Ze zullen een digitale extensie zijn van ons eigen lichaam."

We worden allemaal cyborgs?

(knikt) "We gaan steeds meer samensmelten met onze technologie, of we dat nu leuk vinden of niet. Het is een kwestie van tijd voor we in ons lichaam nanomachines droppen die ons van binnenuit helpen om gezond te blijven. De mens heeft technologie altijd al gebruikt om zichzelf te upgraden. Dat was zo met de uitvinding van het schrift, de drukpers, de telefoon, de computer... En dat zal in de toekomst niet anders zijn."

"Ik vertrek altijd van de vraag: hoe kan technologie mensen helpen om zichzelf verder te ontwikkelen? Om bij te leren, betere beslissingen te nemen, gezonder te leven, betekenisvoller relaties te ontwikkelen, you name it. En geloof me: de mogelijkheden zijn eindeloos. Met computers kun je zoveel meer doen dan Pokémon vangen of Facebooken. Ze hebben een enorm potentieel om ons persoonlijke leven te verbeteren."

De computer als personal coach.

"Precies. Een tijd geleden hebben we een toestelletje ontwikkeld, TagMe, dat je helpt om een vreemde taal te leren. TagMe ondertitelt je leven. Je bent bij de kruidenier, je neemt een appel en hop: de camera in het toestelletje herkent de appel en zorgt ervoor dat het woord manzana - het Spaanse equivalent voor appel - voor je ogen geprojecteerd wordt. En de volgende keer dat je een appel vasthoudt, zul je de woorden manzana roja zien: rode appel. En de keer daarop krijg je een volledige zin met woord 'appel' voorgeschoteld. TagMe kent je opleidingsniveau en past zich daaraan aan. En zo hoort het. Technologie moet rekening houden met hoe we leven."

"In de toekomst zullen we niet langer iets leren door uren in een klaslokaal te zitten of online video's te bekijken. We zullen de wetten van de fysica ontdekken terwijl we aan het voetballen zijn en Hongaars leren terwijl we boodschappen aan het doen zijn."

Kan technologie ook helpen om onszelf van hinderlijke karaktertrekken te verlossen? Om minder opdringerig of minder verlegen te worden?

"Zeker. Stel: je gaat naar een netwerkevent. Met een toestelletje dat over een ingebouwde camera beschikt, kun je een therapeut, een buddy of een begeleider vanop afstand tonen wat je aan het doen bent en hoe je je sociaal gedraagt. Je buddy kan je dan op de achtergrond - als een souffleur - aanmoedigen en vertellen hoe je op dat event het best mensen aanspreekt."

Hoe bepalen jullie welke menselijke tekortkomingen jullie met technologie uit de wereld gaan helpen? Geven jullie voorrang aan jullie eigen persoonlijkheidsstoornissen?

(lacht) "We bekijken in onlineboekenwinkels regelmatig het aanbod van zelfhulpboeken: How to Live Healthier, How to Make More Friends, How to Be More Successful... Dat geeft ons een goed idee waarmee we mensen kunnen helpen."

"We willen allemaal wel iéts aan onszelf veranderen. Op dit moment moeten we daarvoor een dik boek lezen of naar een therapeut gaan en hopen dat we alles onthouden wat het boek adviseert of de therapeut zegt. Met behulp van technologie kun je je gedrag on the spot en op het moment zelf bijsturen. Dat werkt veel beter."

Waar zou technologie ú mee van dienst kunnen zijn?

"Technologie zou mij kunnen helpen om niet langer een obsessieve multitasker te zijn. Om me eraan te herinneren dat 'meer' niet altijd beter is, dat het niet verkeerd is om in plaats van 'ja' ook eens 'nee' te zeggen en dat..."

...het een ronduit slecht idee is om tijdens uw vakantie interviews te geven.

(lacht) "Dat ook, ja."

Was u niet liever honderd jaar later geboren? Om met eigen ogen te kunnen vaststellen tot wat technologie allemaal in staat is?

"Nee. Dat we op technologisch gebied in prehistorische tijden leven, heeft ook zijn voordelen: het is vandaag heel gemakkelijk om innoverend te zijn. Er is nog gigantisch veel winst te boeken, ik kan een groot verschil maken. Ik denk dus dat ik precies op het juiste moment geboren ben."

Ik leg haar een opinie voor van de Nederlandse journalist en geschiedkundige Rutger Bregman. Volgens hem brengt de technologische creativiteit van de ondernemers in Silicon Valley de wereld maar bitter weinig bij. 'Het woord innovatie', schrijft hij in een column, 'is gekaapt door mensen die pizza's, vliegtickets en goedkope brillen willen verkopen.'

Pattie Maes.Beeld Wouter Van Vooren

Gebruiken de digitale wonderjongens en -meisjes in San Francisco technologie alleen maar om hun eigen first world problems op te lossen? "Ik zou niet veralgemenen", zegt Maes. "Er zijn in Silicon Valley zeker mensen - ik denk aan Elon Musk (de drijvende kracht achter Tesla en SpaceX, STS) - die met technologie de wereld proberen te verbeteren.

"Maar de meerderheid van de digitale ondernemers wil inderdaad vooral rijk worden. Hun doel is niet om de wereld opnieuw uit te vinden, maar om een groot en succesvol bedrijf uit te bouwen. Ze halen massa's geld op bij investeerders en moeten zo snel mogelijk bewijzen dat hun idee commercieel potten kan breken. Dat heeft tot gevolg dat ze op korte termijn denken. In het Media Lab ligt de horizon veel verder dan in Silicon Valley: wat wij doen, hoeft niet meteen geld op te brengen."

U hebt zelf een paar technologiebedrijven opgericht en verkocht. Toch verkiest u een academisch bestaan in Cambridge boven een leven als ondernemer in Palo Alto. Waarom?

"Een start-up uit de grond stampen is vooral het eerste jaar opwindend. Nadenken over je businessplan en het design van je product is leuk. Maar het tweede en het derde jaar is het al een stuk minder interessant. Dan gaat het in je start-up niet langer over innovatie, maar over sales en marketing. En dat ligt mij minder."

"Ik koester de vrijheid die het Media Lab mij geeft. Ik kan er met verschillende ideeën tegelijkertijd bezig zijn en er de projecten opstarten die mij op dat moment het meest boeien."

Een van die projecten is The Reality Editor: een app die fysieke objecten met elkaar doet communiceren. Met The Reality Editor kun je je bureaustoel aan je bureaulamp koppelen, zodat je lamp zichzelf uitschakelt zodra je je stoel verlaat. Of een verbinding maken tussen het nieuwste boek van Griet Op de Beeck en de lichtschakelaar in je slaapkamer, zodat het licht uitgaat zodra je het boek op je nachttafel legt.

Een briljant tooltje, die Reality Editor, en dus vraag ik Pattie Maes of het MIT nooit in de verleiding komt om de prototypes die in het Media Lab gebouwd worden, te commercialiseren. "Veel van onze studenten beginnen na het beëindigen van hun studies hun eigen bedrijf. Maar die bedrijven zijn eigendom van de alumni zelf, niet van het MIT."

Jullie nemen zelfs geen participatie in die start-ups?

"We hebben een klein kapitaal waarmee we studenten die een bedrijf opstarten, helpen om het eerste jaar te overbruggen. Maar dat is een duwtje in de rug voor de studenten, geen investering die voor ons het tienvoudige moet opbrengen. We worden nooit aandeelhouder van de bedrijven die studenten oprichten. Anders zouden we in de verleiding kunnen komen om alleen nog onderzoeksprojecten te doen die een groot commercieel potentieel hebben. Dat willen we vermijden."

Pranav Mistry, de student met wie u Sixth Sense ontwikkelde, is inmiddels weggekocht door Samsung. De kans bestaat dus dat hij Sixth Sense dáár verder gaat ontwikkelen en dat Samsung er fortuinen mee gaat verdienen. Zou u daarmee kunnen leven?

"Tuurlijk. We hebben met het Media Lab destijds een patent genomen op Sixth Sense, dus mocht Samsung het ooit op de markt brengen, dan verdienen we er nog wat geld aan." (lacht)

"Maar zelfs mochten we er geen cent rijker van worden, dan nog zou ik blij zijn, mocht Samsung Sixth Sense commercialiseren. Ik wil met mijn team de interactie tussen mens en technologie vergemakkelijken. Als we dat doel mede via Samsung kunnen bereiken: fine by me."

Jullie worden voornamelijk gefinancierd door grote bedrijven als Samsung, Sony en AT&T. Worden jullie op die manier niet gereduceerd tot hun research- en developmentafdeling?

"Helemaal niet. Al die bedrijven hebben hun eigen r&d-afdelingen. Ze komen naar het Media Lab voor het riskantere werk. Om ons te zien experimenteren met écht maffe ideeën. Om de prototypes te zien ontstaan die bij hen niet ontwikkeld worden omdat ze op korte termijn allicht geen geld opbrengen. Ze nemen bij ons een voorschot op de toekomst."

Maar kopen ze met hun centen ook inspraak? Bepalen jullie commerciële partners mee welke onderzoeksprojecten jullie opstarten?

"Nee. Onze corporate sponsors investeren allemaal in het Media Lab als geheel, niet in één specifiek onderzoeksproject. Ze krijgen toegang tot al onze informatie, maar hebben geen enkele zeggenschap over wat we concreet doen. Ze vertrouwen er gewoon op dat we op een dag iets ontwikkelen waar ze hun voordeel mee kunnen doen."

Toch doet jullie financieringsmodel Europese wenkbrauwen fronsen. Hier zou een universiteit die zulke nauwe banden heeft met de bedrijfswereld al gauw beticht worden van wetenschappelijke prostitutie.

"Voor Amerikaanse bedrijven is het de normaalste zaak van de wereld om te investeren in langetermijnonderzoek aan universiteiten. Ons financieringsmodel geeft ons net veel vrijheid. Omdat we een zekere financiële slagkracht hebben, kunnen we het ons veroorloven om te spelen, te experimenteren, risico's te nemen. Om dingen te doen die op het eerste gezicht geschift lijken, maar waarvan we zeggen: let's give it a try. Als het lukt, hebben we iets bijzonders gepresteerd. En als het niet lukt, is dat geen ramp. We hoeven geen verantwoording af te leggen aan de bedrijven die ons steunen."

Over Sixth Sense waren zowel technologiebedrijven als consumenten destijds laaiend enthousiast. Maar zeven jaar na datum is het toestel nog altijd niet in de handel verkrijgbaar. Hoe komt het dat innoveren altijd zo traag gaat?

"Echt vernieuwende ideeën zijn per definitie te vroeg. Ik herinner me dat ik halverwege jaren 90 met mijn Firefly-vennoten een bezoekje bracht aan de mensen van Blockbuster Video. 'We have this amazing system for recommending products that your customers are likely to buy and it's totally personalized!', riepen we. We waren er heilig van overtuigd dat de Blockbustermanagers daar wel het commerciële potentieel van zouden inzien. Maar ze trokken hun wenkbrauwen op en zeiden: 'So?' Ze wisten nog niet eens of ze wel een website moesten hebben." (lacht)

Beeld Wouter Van Vooren

"Ondertussen is Blockbuster Video al lang failliet, maar het punt is: we waren gewoon te vroeg met Firefly. En zo gaat het met innovatieve ideeën wel vaker. Waarom is Google Glass min of meer mislukt? Omdat de mensen er nog niet klaar voor waren."

Een paar jaar geleden gebruikte Duval Guillaume, het Belgische reclamebureau van Smirnoff, brainwave technology om verlamde muzikanten toe te laten muziek te creëeren enkel en alleen met hun hersens. Kan innovatie van overal komen?

"Zeker. Iedereen die technologisch onderlegd is en een minimum aan zelfvertrouwen heeft, kan met een goed idee het verschil maken. In Amerika gelooft iedereen dat hij of zij de volgende Elon Musk kan worden. En terecht. Anything is possible. Je hoeft de wereld niet te aanvaarden zoals hij is, je kunt haar mee vormgeven."

Tenzij een robot je job inpikt, natuurlijk. Waar staat u in het debat over de gevolgen van de automatisering?

"Heel wat jobs zullen veranderen. Dokters bijvoorbeeld zullen straks bijgestaan worden door robots - of liever: kunstmatige intelligentieprogramma's - die veel beter diagnoses kunnen stellen dan zij. Maar ze zullen zelf ook nog belangrijk zijn: ze moeten hun patiënten op een heldere manier voorlichten en hen psychologische bijstand verlenen."

"In de discussies over artificiële intelligentie mis ik soms wat nuance. Er wordt te hard geroepen dat mensen vervangen gaan worden door machines. Terwijl de toekomst wellicht hybride zal zijn: mensen en machines zullen samenwerken."

Op een bijeenkomst van Women in IT/ICT Sharing Experiences deed Pattie Maes ooit een opmerkelijke uitspraak: "Computers moeten dringend gebruiksvriendelijker worden, but men only make things worse. Geef mannelijke ingenieurs de opdracht om te innoveren en ze maken gegarandeerd gadgets die alleen maar door mannelijke ingenieurs kunnen worden gebruikt."

Zijn vrouwen beter geplaatst om technologie eenvoudiger en intuïtiever te maken? "Ik hoed me voor seksistische clichés, maar doorgaans zijn vrouwen minder verliefd op de technologie zelf. Bits en bytes interesseren hen over het algemeen wat minder, het gaat hen om wat ze met technologie allemaal kunnen doen. Dat maakt vrouwen misschien wel beter geschikt om na te denken over hoe technologie ons leven kan verbeteren."

Hoeveel vrouwelijke studenten telde de richting computerwetenschappen toen u aan de VUB begon te studeren?

"In de eerste kandidatuur waren er vijf vrouwen en 35 mannen. Op het einde van het jaar waren vier van de vijf vrouwen geslaagd. En van de 35 mannen waren er ook vier geslaagd." (glimlacht)

En hoeveel vrouwen studeren er vandaag aan het MIT?

"Nog altijd veel te weinig naar mijn zin: vrouwen vertegenwoordigen amper 20 procent van de studenten die bij ons een diploma computerwetenschappen behalen."

"Ik denk dat vrouwen nog niet genoeg beseffen hoe leuk computerwetenschappen kunnen zijn. En hoeveel verschillende richtingen je ermee uit kunt. Wat je ook wilt doen in je leven - of je nu de armoede wilt bestrijden of het analfabetisme doen dalen - computers kunnen je helpen om een enorm verschil te maken. Ik ben in ieder geval heel blij dat ik, weliswaar op aanraden van mijn moeder, computerwetenschappen heb gestudeerd."

Laatste vraag: wie lost bij u thuis de IT-problemen op?

"Ik zei toch dat ik niet van technologie hou? (lacht) Ik heb dan wel een doctoraat in artificiële intelligentie, maar ik heb net zo'n afkeer van falende toestellen als iedereen. En ik kan ze zeker niet beter herstellen dan jij."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234