Zaterdag 19/10/2019

Interview

Belgiës bekendste balletdanser gaat met pensioen: "Ik was graag de Tom Boonen van het ballet geweest”

Wim Vanlessen. Beeld Tim Coppens

Wim Vanlessen is aan zijn laatste pirouettes toe. Onze bekendste balletdanser heeft 25 jaar lang alles opgeofferd voor zijn vak, maar nu is het tijd voor iets nieuws. ‘Het is vermoeiend om altijd met jezelf bezig te zijn.’

“Zondag 3 februari houdt het op. Ik zal ’s ochtends opstaan, maar niet naar de balletles moeten. Ik zal mijn collega’s niet zien. Als ik niets doe, zit ik heel de dag alleen thuis. 25 jaar lang heb ik in een vaste structuur geleefd. Elke ochtend balletles, iedere middag lunch met de andere dansers. Samen naar voorstellingen toeleven en op tournee. Je leert elkaar zo goed kennen, dat wordt een wereld op zich.”

Wat kan je daartegen inbrengen? Deze sterdanser heeft Europese balletprijzen gewonnen, met zijn vaste danspartner Aki Saito fleurde hij internationale gala’s op en beiden zijn zelfs Ridder in de Leopoldsorde. “Ik heb altijd de drang gehad om meer te willen. Ik kan niet stilstaan. Wat heeft dat voor zin? Ik wil altijd vooruit, dat is mijn kracht.”

Maar binnenkort draait Vanlessen dus zijn laatste pirouette en verdwijnt hij van het toneel als vaste danser bij Ballet Vlaanderen. Een bewuste keuze, maar geen evidente. “Ik geef toe: er spookt van alles door mijn hoofd. Met momenten ben ik heel ­nerveus of onstuimig. Er is de angst voor het onbekende. Het is een proces en ik moet erdoor.”

Wim Vanlessen. Beeld Tim Coppens

U bent net 43 geworden en dat is best oud voor een balletdanser. Is het fysiek op?

“Nee, eigenlijk ben ik helemaal in orde. Dus iedereen vraagt me waarom ik toch stop. Maar ballet is geen bandwerk, ik kan er niet achteloos nog een paar jaar bijnemen. Zeker niet als hoofddanser: dan heb je verwachtingen waar te maken en dat vraagt passie en gedrevenheid. En het is nooit mijn intentie geweest om stilletjes in de anonimiteit te verdwijnen.”

Vorig jaar moest u afzeggen voor de première van Spartacus omdat u fysiek niet in orde was. Dat leek het begin van het einde.

“Drie weken voor de première – op vrijdag 13 januari, ik weet het nog goed – liep ik een spierscheurtje op tijdens de repetitie. Die blessure kwam echt door de rol van Spartacus. Nooit wordt die gedanst door iemand ouder dan 40. Ik ben bovendien een lyrische danser, een prins, en Spartacus is meer iets voor geblokte hondjes, zoals ik ze graag noem. Hier werkt een geweldig medisch team dat mij snel opnieuw op de been heeft gebracht, maar ik wilde het risico niet nemen.”

Hoe komt het dat u het fysiek zo lang volhoudt?

“Goede genen. En je moet een portie geluk hebben. Maar ook: toen ik net uit de balletschool kwam, heb ik een heel zware blessure opgelopen. Of ik ooit nog zou kunnen dansen, was erg onzeker. Dat was de eerste keer dat ik ermee geconfronteerd werd dat ik niet alles onder controle had. Een heel pijnlijke en moeilijke ervaring. Sindsdien ga ik heel fanatiek om met mijn lichaam en probeer ik mezelf zo goed mogelijk te verzorgen.

“Ik kom ook uit een generatie dansers die koffie dronk en sigaretten rookte. Nu is er veel aandacht voor ­supplementen, vitaminen, visolie... Die neem ik elke dag met een Ibuprofen en ik voel het verschil.”

Vanlessen was zo’n hyperactief kind dat met wilde salto’s de zetel kapot sprong. Tot ze hem naar de turnles stuurden en daar opmerkten dat hij vooral stond te gapen naar de dansles in de zaal daarnaast. Toen hij 12 was, stelde zijn dans­lerares voor om auditie te doen bij de Koninklijke Balletschool in Antwerpen. “Mijn ouders dachten: dat lukt nooit. Maar ik was er wel door.”
(lacht)

Zo belandde u als 12-jarige in een gastgezin in Antwerpen. Toch niet evident?

“Ik woonde bij een koppel dat een soort internaat hield voor kinderen van de balletschool. Dat was helemaal anders dan thuis in Neerpelt: een Franstalig koppel met een rijhuis in de stad en allerlei kamertjes met stapelbedden en bureautjes. Mijn moeder dacht eerst: hier laat ik mijn zoon niet achter. Maar ik heb mij daar nooit vragen bij gesteld. Ik heb mijn ouders zelfs nooit gevraagd: mag ik dit doen? Voor mij was dat een evidentie. Oké, ik ben erdoor, wanneer begin ik?”

En uw ouders lieten u gaan?

“Dat is zo mooi aan mijn ouders: nooit hebben ze hun angsten of twijfels op mij geprojecteerd. En ze hebben mij altijd gesteund. Ik haatte het om zondagavond al te vertrekken, dus maandagochtend bracht mijn vader mij van Limburg naar Antwerpen, voordat hij moest gaan werken. Vijf jaar heeft hij dat gedaan. En als ik een Engels dictee had, reed hij naar hier om mij op restaurant Engelse zinnen te dicteren. Maar ze waren nooit pushy. Je hebt nochtans genoeg ouders van kinderen op de balletschool die te fanatiek bezig zijn met de opleiding van hun kind.”

Wim Vanlessen. Beeld Tim Coppens

Dat u als jongen ballet danste, was ook geen ­probleem?

“Nooit. Net als mijn geaardheid. Mijn vader was directeur van een katholiek college, dus als een meisje een te kort rokje aanhad, moest hij optreden. Terwijl zijn zoon op de balletschool zat en homoseksueel is.”

De dansers bij Ballet Vlaanderen volgen zes ochtenden per week balletles. Doet u dat nog altijd graag?

“Ja, dat is mijn eten en drinken. Pas op, een danser klaagt graag. Maar het hoort erbij en ik vind het gezond. Je komt ’s ochtends binnen (laat zijn lijf vermoeid hangen) en na een halfuurtje voel je je helemaal oké.”

Iedereen omschrijft u als extreem perfectionistisch. Vanwaar komt dat?

(denkt na) “Ik wil graag bevestiging. Dat mensen mij graag hebben. In de dansstudio wil ik dat de choreograaf mij kiest, als ik optreed wil ik dat de mensen mij goed vinden en als ik een knappe man zie, wil ik dat hij mij aantrekkelijk vindt. (lacht) Dat is de rode draad in mijn leven: het best mogelijke geven en krijgen. Daarom hou ik ook zo van schoonheid, van mode, design en architectuur. En altijd je best doen, zodat je jezelf achteraf niets kan verwijten. Ik denk dat ik dat een beetje van mijn moeder heb.”

U bleef ’s avonds urenlang oefenen in de dansstudio, terwijl de rest al lang naar huis was.

“Ik bleef gewoon trainen. Soms tot het punt dat ik woest en gefrustreerd werd. Want soms is het zo dat, hoe meer je ­probeert, hoe slechter het gaat.”

Hoe zorgt u ervoor dat u niet aan overdaad ten onder gaat?

“Ik heb vijftien jaar geleden een mental coach onder de arm genomen en dat heeft mij veel deugd gedaan. Ik was geblesseerd en mijn kinesist stond erop dat ik me ook mentaal zou laten begeleiden.

“Die man heeft mij geleerd te pieken wanneer het moet, in plaats van in het wilde weg energie te verspillen. Het beroep van een danser is soms eenzaam en soms zijn je gedachten zo intens.”

Hoe bedoelt u?

“Als een sprong niet lukte, bleef dat heel de avond in mijn hoofd malen. Ik was veel alleen en er was niemand die de motor in mijn hoofd kon stoppen. Mijn coach zei letterlijk: ‘Wim, wat jij allemaal denkt, is gewoon zot. Stop daarmee.’ Hij heeft mij geleerd om die gedachten onder woorden te brengen en mij te concentreren op wat nodig was. Ineens was al die frustratie weg en werd ik niet constant afgeleid door dingen waar ik toch geen vat op had.

“Zonder mijn coach had ik niet zo lang kunnen dansen. Je moet er niet alleen fysiek, maar ook mentaal staan. Je moet kunnen presteren met hoofdpijn, als je ziek bent of liefdesverdriet hebt.”

Hoe doet u dat?

“Gewoon loskoppelen. Elke voorstelling zeg ik tegen mezelf: stop. Nu is het alleen dit. 500 procent dit en niets anders. Dat lukt niet altijd, soms moet je vechten om in die zone te geraken, maar ik heb daar veel op getraind.

“Er zijn een hoop getalenteerde dansers die het niet halen. Als het goed gaat, is het voor iedereen makkelijk. Maar hoe keer je de situatie om als het slecht gaat? Elke danser komt miserie tegen, niemand blijft daarvan gespaard. Het komt erop aan sterk genoeg te zijn om verder te gaan.”

Wim Vanlessen. Beeld Tim Coppens

Een vriend zegt: Wim is zo’n nette Côte d’Azur-jongen, maar evengoed staat hij wild op de boxen te dansen.

“Ik werk heel hard en ben heel gedisciplineerd. Mezelf kapot ­trainen: I love it. Maar als ik wil feesten, dan wil ik serieus feesten. Het moet de moeite zijn. (lacht) Als je in zo’n strak stramien zit, dan moet je ergens die ontlading ­zoeken. Anders bots je.”

Uw vader vraagt zich af of u wel voldoende geniet van uw ­carrière. Heeft u genoten?

“Ja, absoluut. Ik had niets liever gedaan. Maar het kan altijd beter en ik heb zeker niet het idee dat ik het beste al heb gehad. Ik moet nog iets bereiken.”

Heeft u echt nog geen idee wat u gaat doen?

“Mijn mental coach adviseert mij om gefocust te blijven tot het einde, niet op wat er daarna komt. Dat is moeilijk, maar er zijn nu drie dingen die al mijn aandacht vragen: de Boléro, mijn afscheidsgala organiseren en een boek uitbrengen.

“Een voorstelling is een momentopname. Het is fantastisch en dan is het weg. Een boek is iets tastbaars. Het wordt een koffietafelboek met korte biografische passages. Mooi vormgegeven en met linnen ingebonden. Een echt kunstboek dat tussen de boeken van Tom Ford, Ralph Lauren en Yves Saint Laurent kan liggen. Heel luxueus, helemaal ik.

“Ik ga ook een stichting oprichten om jong talent te steunen. Mensen denken altijd dat Wim Vanlessen alleen met zichzelf bezig is en als danser moet dat ook een beetje. Maar het is vermoeiend om altijd met jezelf bezig te zijn. Andere mensen trouwen en krijgen kinderen en hebben andere verantwoordelijkheden. Ik heb zelfs geen tijd om voor een plant te zorgen. (lacht) Ik zou nu ook wel graag voor iemand anders willen zorgen. Dat is een kant van mij die mensen nog niet van mij gezien hebben.”

Uw vader zegt ook dat u veel heeft opgeofferd voor uw carrière. Ook uw liefdesleven.

“Ik heb elf jaar een partner gehad die in Londen woonde. Misschien was ik naar daar verhuisd als ik niet had gedanst, maar ik heb nooit mijn carrière willen opgeven voor een man.

“Als ik morgen de juiste tegenkom, ga ik dat wel doen. Ik sta nu verder en zou het leuk vinden om mijn leven te kunnen delen met iemand. Ik heb fantastische vrienden, maar ik vind het heel jammer dat ik deze fijne periode alleen moet ervaren en niet kan delen met iemand speciaal.”

Het schijnt geen pretje te zijn, een relatie met een danser. Iemand vatte het ooit samen als: elke avond in de zetel zitten met een icepack.

“Alles stond in functie van het ballet. Als ik de volgende dag een voorstelling had, dan was ik daarmee bezig en deed het er niet toe wat mijn vriend wou. Als ik een blessure had, zat ik tot ’s avonds laat bij de kinesist. Als we wilden afspreken, lukte dat enkel tussen de repetities en de voorstellingen.

“Je komt als partner van een danser nooit echt op de eerste plaats en daar moet je mee kunnen omgaan. Maar dan denk ik ook: wat moet het lief van Madonna dan zeggen? En ik ben nooit iemand geweest die elke dag om zes uur thuis wil zijn om samen soep te eten en naar het nieuws te kijken. Dat is mijn leven niet.”

Waarom is het ballet al die opofferingen waard?

“Omdat je iets teweegbrengt dat exceptioneel is en impact heeft. Je passie kunnen beleven en delen met een groot publiek is de grootste high die er is.”

Met uw danspartner Aki had u wel een heel ­bijzondere relatie, maar ook zij is nu gestopt.

“We hebben een broer-zusrelatie en die band gaat sowieso blijven. We hebben zulke mooie momenten beleefd, maar het was niet altijd makkelijk hoor. We waren heel streng voor elkaar.”

Veel ruzies?

“Heel veel ruzies. (lacht) Maar uiteindelijk was het enorm mooi. We zien elkaar weinig buiten het ballet maar ik weet dat ik op haar kan rekenen als het nodig is.”

De balletwereld heeft de reputatie erg afgunstig te zijn. Klopt dat cliché?

“Natuurlijk. Nou ja, dat zeg ik nu zo snel, maar ik zou het eerder gezonde ambitie noemen. Logisch: je zit met vijftig jonge hondjes en als er een choreograaf in de zaal zit, dan doen die allemaal extra hun best. Dan is het ieder voor zich en je voelt dat ook. Net daarom is het resultaat ook zo goed. Maar bij ons is echt niemand bezig met de ander pootje lap te doen of van die filmtaferelen.”

Recent onderzoek van de Universiteit Gent toont aan dat de danswereld wel erg gevoelig is voor #MeToo-­situaties. Herkenbaar?

“Nee, niemand heeft mij ooit lastiggevallen. Ik kan mij ook niet inbeelden dat iemand me bij mijn kruis zou nemen. Nee, zelfs niet als beginnend danser.”

U bent altijd bij Ballet Vlaanderen gebleven, wat ­uitzonderlijk is voor een danser. Heeft u nooit verlangd naar het buitenland?

“Ik ben eigenlijk altijd naar het buitenland gegaan, van in het begin al. Maar ik zat gewoon goed in deze compagnie. Mijn eerste artistiek ­directeur Robert Denvers heeft me gekneed en tot principal gemaakt. Daarna kwam Kathryn Bennetts en bij haar beleefden Aki en ik gouden tijden. Ze koos balletten waarin wij konden schitteren, ineens ­stonden we in Londen, Parijs en het Bolsjojtheater. De wereldpers pikte ons op en we geraakten in het internationale ­galacircuit. Had zij andere stukken gekozen, dan hadden wij die kansen misschien nooit gekregen.”

Gaat u het applaus missen?

(denkt lang na) “Ik weet het niet. Natuurlijk heb ik graag applaus, maar het is voor mij heel belangrijk om een nieuwe passie te ­vinden. Als dat lukt, dan zal het niet zo’n probleem zijn. Ik heb niet zoveel moeite om te stoppen met dansen, maar ik wil wel iets kunnen doen met passie.”

U heeft nochtans de reputatie een diva te zijn.

“Dat is ook belangrijk. Mensen hebben niets aan een mislukkeling, die zien ze niet graag. Als ik het podium op kom, dan voel ik dat het publiek denkt ‘daar heb je hem’. Dat gevoel moet ik oproepen. Ik wil impact hebben, ik wil dat mensen blij zijn dat ze me zien dansen. En dan moet ik het ook waarmaken. Is dat divagedrag? Nee, part of the job.”

Zijn er momenten waarop u toch ging zweven?

“Ja hoor. Ik ben ook gefrustreerd geweest omdat ik vond dat de compagnie me niet begreep. Ik wil meer: wat Tom Boonen met het wielrennen heeft gedaan en Kim Clijsters met tennis, dat wil ik met het ballet doen. Ik zie mezelf graag als ambassadeur van het ballet en ik had willen ­pionieren met sponsorcontracten en branding. Als ik daarvoor met mijn gezicht op een fles Spa moet staan, waarom niet? Dansers verdienen meer aandacht.”

U heeft zichzelf wel altijd goed in de kijker weten te werken. U komt regelmatig in de media.

“Ik ben daar ook veel mee bezig geweest. Mijn ambitie was om de deur te openen voor de volgende generatie dansers. Ik heb een fantastische carrière gehad, maar in de cultuursector zijn er veel dingen die beter kunnen. Dansers zijn hier echt nog onderbetaald.”

Hoeveel verdient u?

“Ik heb een bediendeloon. En als ik morgen het dubbele zou verdienen, dan ben ik nog altijd niet overbetaald in vergelijking met dansers in het buitenland. Maar ik heb nooit mijn uren geteld. Ik ga niet om half zes naar huis als ik mijn pirouette niet kan draaien.”

Een collega van u kon vorig jaar aan de slag als ­steward bij een luchtvaartmaatschappij. Het was frappant hoe enthousiast de andere dansers waren, alsof hij een toptransfer beet had. Zijn dansers zo angstig over hun toekomst?

“Sinds kort begeleidt Ballet Vlaanderen zijn dansers bij de transitie naar een job na hun danscarrière, vandaar dat enthousiasme. Iemand die weet wat de job inhoudt en wat je nodig hebt om daar te geraken, heeft veel respect voor dansers en weet dat wij veel kwaliteiten hebben. Maar mensen denken nog te veel in hokjes: oké, je kan dansen, maar wat kan je nóg? Als ik morgen bij de H&M solliciteer als rekkenvuller, ­vragen ze of ik ervaring heb in de confectie­sector. Ah, jij bent principal dancer bij Ballet Vlaanderen? Sorry, dan gaat het niet lukken.

“Ook dat is iets typisch Belgisch. Ik wil nog altijd een rol spelen in de toekomst van Ballet Vlaanderen om mijn ervaring en expertise te delen. Ik heb hier een trouw publiek opgebouwd en ik ken het huis als geen ander. Tot nu toe hebben zij het mij nog niet gevraagd, hopelijk gebeurt dat nog.”

Wim Vanlessen. Beeld Tim Coppens

Doet uw vertrek u verdriet?

(denkt lang na) “Nee, ik heb geen verdriet. Ik vind het ­jammer dat het stopt, maar het is een viering.”

U eindigt met de bekende Boléro van Maurice Béjart op muziek van Ravel. Een uitputtingsslag.

“Ja, maar voor mij is dit het juiste ballet om afscheid te nemen van mijn publiek. Het is een meesterwerk en het gaat echt om de danser op de ronde tafel. Ik wil dat mijn afscheid een groot cultureel feest wordt dat Antwerpen niet snel zal vergeten, dat mensen zich helemaal opkleden en dat niemand het wil missen.”

Wim Vanlessen danst de Boléro op 25 januari en 2 februari. Die laatste avond wordt ook het Gala Wim Vanlessen georganiseerd. Zijn boek komt eind januari uit bij uitgeverij Hannibal. operaballet.be

Wim Vanlessen

- 43 jaar, opgegroeid in Neerpelt, woont in Antwerpen

- opgeleid aan de Koninklijke Balletschool Antwerpen

- danst al 25 jaar bij Ballet Vlaanderen waar hij principal dancer is

- danste hoofdrollen in onder meer Onegin, Doornroosje, Het zwanenmeer, Giselle, Romeo & Juliet, Spartacus, Requiem en de Boléro

- vaste dansparter van Aki Saito, die ook net gestopt is

- veelgevraagd gastdanser op internationale gala’s

- won een aantal Europese prijzen, waaronder The Critics Award in Cannes en Best Male Dancer of the Year van Dance Europe Magazine

- is sinds 2016 Ridder in de Leopoldsorde

- begeleidt fotoshoots als movement-directorWim Vanlessen, ’s lands bekendste balletdanser, houdt ermee op. Een kwarteeuw heeft hij gedanst bij Ballet Vlaanderen, waar hij zich opwerkte tot principal dancer. Voor de leken: een balletgezelschap kent een strakke hiërarchie, met de principal dancers bovenaan. Heeft Giselle uit het gelijknamige ballet een geliefde nodig, of Het zwanenmeer een prins? Vanlessen is de go-to guy.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234