Zaterdag 25/01/2020

Interview

Baloji: “Geen idee hoe oud ik ben, ik blijf toch een groot kind”

Baloji Beeld Jef boes @ Initials La - Makeup: Manon Verhaeghe

Het had geen haar gescheeld of hij was het land uitgezet. Maar gelukkig voor hem (en voor u) mocht Baloji uiteindelijk toch in België blijven. De legendarische rapgroep Starflam ruilde hij lang geleden in voor een solocarrière, vandaag acteert hij ook in de jeugdfilm Binti. Samen met zijn tienjarige dochter Bebel, de spil van zijn bijzonder bewogen leven.

Bonk-bonk-bonk! In een klein appartementje in Luik, ergens begin jaren 2000, wordt de slaperige stilte van de nacht plots brutaal verstoord door luid gebeuk op de deur. Een boomlange man van Congolese origine schrikt wakker. Wanneer hij zijn ogen opent, staan er schreeuwende politiemannen rond zijn bed. Een nachtmerrie? Helaas. Als hij iets probeert te zeggen, snauwt iemand: “Hou je kop, roetmop, we sturen je terug naar waar je vandaan komt!”

Dit is geen scène uit
Binti, de Vlaamse jeugdfilm van Frederike Migom, over een 12-jarig meisje en haar vader die het land uitgezet dreigen te worden. Wel een levendige ­herinnering van Baloji zelf, die in Binti de rol van vader Jovial vertolkt. De Belgisch-Congolese muzikant, die bekend werd als frontman van de Luikse hiphopformatie Starflam, rapte al over zijn bijna-uitzetting in ‘Repris de justesse’, een bedrieglijk funky nummer op zijn eerste, uiterst autobiografische soloplaat Hotel Impala uit 2007. Voor Binti keerde hij nog eens terug naar die donkere bladzijde uit zijn leven.

Ik ontmoet Baloji op zijn appartement in hartje Gent. Als je je hoofd uit het raam steekt, doemt rechts het Gravensteen op. Maar het is niet de middeleeuwse ­architectuur die hem naar hier haalde. Wel de liefde voor een vrouw. En toen die later weer uitdoofde, was het de liefde voor zijn dochter die hem daar hield. “Zij is de enige reden waarom ik hier nog woon”, zegt de Franstalige ­muzikant. “Ik heb verder niets te zoeken in deze stad.”

Bebel: haar naam staat in veelvoud op zijn handen en armen getatoeëerd. In
Binti speelt ze ook zijn dochter. Het is haar allereerste filmrol. “De chemie tussen ons maakte het gemakkelijk, en we konden thuis natuurlijk veel repeteren. We zitten ­eigenlijk altijd samen te spelen: ik maak voortdurend ­grapjes – en zij gelooft daar hoe langer hoe minder in. Over twintig jaar ben ik zoals die flauwe plezante vader in Toni Erdmann, en schaamt ze zich rot voor mij.” (lacht)

Baloji

• geboren in de Congolese stad Lubumbashi, op 12 september 1979 of 1980, als Serge Baloji Tshiani
• komt begin jaren 80 met zijn vader naar Oostende, verhuist later naar Luik
• staat op zijn 15de mee aan de wieg van de Franstalige rapgroep Starflam. Zijn artiestennaam is MC Balo
• Starflam behaalt platina met hun tweede album Survivant. Grootste hit: ‘La Sonora’
• Baloji stapt in 2004 uit de groep, en lanceert in 2007 zijn solocarrière met het autobiografische album Hotel Impala
• In 2008 wordt zijn dochter Bebel geboren
• Brengt in 2012 zijn tweede plaat Kinshasa Succursale uit. In 2018 volgt 137 Avenue Kaniama
• Acteert in de jeugdfilm Binti, die vanaf 3 april in de bioscoop draait. Werkt ondertussen aan zijn eigen langspeelfilm

Had u uw dochter ooit al verteld over de tijd toen u zelf illegaal in België verbleef?

“Een beetje. Maar door samen aan deze film te werken, ­hebben we het er wel meer over gehad. We hebben ook een paar dagen gefilmd in een echt kraakpand in de Koningsstraat in Brussel, waar veel sans-papiers verblijven. En daar werd het voor haar pas echt tastbaar: plots kon ze met haar eigen ogen zien in wat voor situaties ik vroeger geleefd heb. Dat was een schok voor haar.”

Hoe lang hebt u zo geleefd?

“Twee jaar. En ik kan je zeggen: sans-papiers zijn, is de slechtste situatie die je je kunt inbeelden. Je hebt nergens recht op. Sociale bijstand, ziekenkas... Alles wat je daarvoor wel had, valt één voor één weg. En je bent voortdurend bang. Elke keer als je in de verte een politieagent ziet, sla je zo snel mogelijk een andere straat in. Je zou het liefst van al onzichtbaar zijn. Toen ik Binti voor het eerst zag, viel me op dat Jovial heel stil praat, en vaak met gebogen hoofd. Omdat hij eigenlijk wil verdwijnen.”

Jovial verzet zich ook niet wanneer hij gearresteerd wordt. Het is alsof hij zich erbij neerlegt.

“Ik had voorgesteld om het zo te spelen, want in het ­scenario stond eigenlijk dat Jovial en Binti zich met hand en tand verzetten tegen hun arrestatie. Maar zo ging het bij mij helemaal niet, toen ik gepakt werd. Je gaat niet uit een raam springen om te ontsnappen. Je denkt gewoon: ‘Fuck, dit is het dan...’”

Maar dat was het niet. Baloji – die als fruitplukker werkte in Sint-Truiden, en verklikt werd door een collega – werd overgebracht naar een gesloten centrum, en kreeg daar te horen dat hij binnen de 30 dagen terug naar Congo zou vliegen. Het land waar hij geboren werd, maar waar hij al sinds zijn kleutertijd niet meer geweest was. Een gebitsprobleem zorgde nog voor wat uitstel, maar uiteindelijk werd hij toch naar de laatste halte overgebracht: Zaventem.

En dan, een lastminutemirakel: de moeder van Baloji’s ex bleek bereid om hem ten laste te nemen, en voorkwam zo zijn uitzetting. Heel wat administratief geworstel later kreeg hij zelfs de Belgische nationaliteit. “Een van de mooiste dagen uit mijn leven”, zegt hij oprecht. “Ik zie me daar nog staan, toen ik mijn identiteitskaart in handen kreeg. Ik zag dat erop stond: ‘geldig tot...’, en ik vroeg aan de vrouw ­achter het loket of ik dan tot die datum Belg was.
(lacht) Zij moest daar hartelijk om lachen, maar ik was bloedserieus. Ze legde me uit dat ik de kaart wel moest vernieuwen, maar dat ik voor altijd Belg zou blijven. Ik kon wel huilen van geluk. Eindelijk moest ik me niet meer verstoppen.” Niet veel later, in 2001, brengt Baloji met Starflam de plaat Survivant uit. “Want zo voelde ik me toen: als een ­overlever.”

Maar dat was het niet. Baloji – die als fruitplukker werkte in Sint-Truiden, en verklikt werd door een collega – werd overgebracht naar een gesloten centrum, en kreeg daar te horen dat hij binnen de 30 dagen terug naar Congo zou vliegen. Het land waar hij geboren werd, maar waar hij al sinds zijn kleutertijd niet meer geweest was. Een gebitsprobleem zorgde nog voor wat uitstel, maar uiteindelijk werd hij toch naar de laatste halte overgebracht: Zaventem.

En dan, een lastminutemirakel: de moeder van Baloji’s ex bleek bereid om hem ten laste te nemen, en voorkwam zo zijn uitzetting. Heel wat administratief geworstel later kreeg hij zelfs de Belgische nationaliteit. “Een van de mooiste dagen uit mijn leven”, zegt hij oprecht. “Ik zie me daar nog staan, toen ik mijn identiteitskaart in handen kreeg. Ik zag dat erop stond: ‘geldig tot...’, en ik vroeg aan de vrouw ­achter het loket of ik dan tot die datum Belg was.
(lacht) Zij moest daar hartelijk om lachen, maar ik was bloedserieus. Ze legde me uit dat ik de kaart wel moest vernieuwen, maar dat ik voor altijd Belg zou blijven. Ik kon wel huilen van geluk. Eindelijk moest ik me niet meer verstoppen.” Niet veel later, in 2001, brengt Baloji met Starflam de plaat Survivant uit. “Want zo voelde ik me toen: als een ­overlever.”

Baloji Beeld Jef boes @ Initials La - Makeup: Manon Verhaeghe

Maar een overlever was hij eigenlijk al zijn hele leven. Vanaf het prille begin, in Lubumbashi, Congo. Geboren als ongewenste vrucht van een onenightstand. Vervolgens door zijn vader, een Congolese zakenman met een gezin, weggerukt uit zijn vertrouwde omgeving. “Op een dag wou mijn moeder me uit de crèche komen ophalen, maar ik was er niet meer. Mijn vader was me al vroeger komen halen, om me mee te nemen naar België. Omdat hij geen zin had om mijn moeder elke maand alimentatie te betalen. Hij liet haar weten dat ik in Europa een goede opleiding zou krijgen, en dat ik daarna terug naar Congo zou keren om voor mijn familie te zorgen.”

Hoe oud hij precies was toen hij in België aankwam, weet Baloji niet. “Mijn vader was er natuurlijk niet bij toen ik geboren was, dus hij heeft me gewoon dezelfde verjaardag gegeven als mijn oudste halfbroer, (lacht) 3 augustus 1978 staat er op mijn paspoort, maar ik weet intussen dat ik ­geboren ben op 12 september. Alleen het jaartal staat niet vast: 1979 of 1980. Ik weet dus eigenlijk niet hoe oud ik ben! Ach, ik blijf toch altijd een groot kind, dus veel maakt het in feite niet uit.” (lacht)

U ging bij uw vader in Oostende wonen. Hoe was het om daar aan te komen?

“Moeilijk. Ik sprak geen Nederlands, en zelfs geen Frans. Enkel Swahili. Daar kom je in Oostende niet ver mee. (lacht) Ik was extreem introvert en gesloten. Later verhuisden we naar Luik, maar omdat ik zo’n bizar kind was, hebben ze me al snel op internaat gezet, bij de jezuïeten. Dat heeft me getraumatiseerd, want ik spendeerde veel meer tijd in dat internaat dan bij mijn familie. Ik ging slechts van ­zaterdagochtend tot zondagnamiddag naar huis. Dat is bitter weinig.”

Hebt u er een afkeer van religie aan over gehouden?

“Soms beschouw ik mezelf als atheïstisch, soms geloof ik wel in God... Kortom, ik ben er niet uit. Maar ik heb een moeilijke relatie met religie. Ook door mijn voornaam, die behoorlijk zwaar op me woog vanwege de spirituele bijklank. Baloji komt van ‘muloji’, dat oorspronkelijk ‘man van de wetenschap’ betekende. Maar met de komst van het katholieke geloof in Congo is de betekenis verschoven naar ‘man van de occulte wetenschap’, een tovenaar dus. En ‘Baloji’ is nog erger: dat is eigenlijk een verzameling tovenaars, of een tovenaar die de krachten van verschillende tovenaars in zich verzamelt. Een ronduit vreselijke naam dus.” (lacht) 

Waarom hebben ze u dan zo genoemd?

“Omdat mijn vader ooit gered werd door een muloji. Hij koos die naam uit een soort dankbaarheid. Maar voor mij was het een vloek. Toen ik klein was, geloofden heel wat mensen in mijn familie dat mijn negatieve gedachten een impact konden hebben op hun leven. Alsof ik ongeluk bracht. Ook nu nog word ik regelmatig geconfronteerd met de griezelige bijklank van mijn naam: morgen vertrek ik naar Congo, en ik wéét gewoon dat ze bij de douane weer grote ogen gaan trekken als ze mijn paspoort zien. ‘Kerel, hebben ze jou echt zo genoemd!?’ (lacht)

“Beeld je eens in dat jij Duivel zou heten: wel, de naam Baloji heeft ongeveer dezelfde impact. Toen ik Belg werd, wou ik hem dan ook graag van mijn paspoort laten weghalen. Maar dat was veel te duur. Later heb ik dan maar het tegenovergestelde gedaan. Toen ik mijn eerste soloalbum maakte, vond ik niet meteen een artiestennaam die een beetje cool klonk. Toen bedacht ik me: weet je wat, ­misschien is het maar eens tijd om mijn eigen naam te omarmen. Zo van: ‘fuck it, dit ben ik’.”

Beeld Jef boes @ Initials La - Makeup: Manon Verhaeghe

In zijn tienerjaren raakte Baloji op het verkeerde pad. De criminaliteit lonkte. “Euh, mag ik één joker inzetten?”, vraagt hij als ik het thema wil aansnijden. Hij maakt liever niet te veel woorden vuil aan zijn jeugdzonden. “Er bestaan al genoeg vooroordelen over jonge Afrikanen, die wil ik niet nog meer voeden.” Maar in zijn liedjesteksten neemt Baloji geen blad voor de mond: nummers als ‘La petite espèce’ en ‘A l’heure d’été’ zijn bloedeerlijke, poëtische terugblikken op de foute keuzes die hij in die tijd maakte. En zo is het eigenlijk met al zijn lyrics: het mooiste, meest oprechte en meest volledige portret van Baloji vind je – eerlijk is eerlijk – niet op deze pagina’s, maar wel in zijn eigen muziek.

Ik zeg hem dat ik het best speciaal vind, dat een artiest zich zo blootgeeft in zijn werk. “O ja?”, valt hij uit de lucht. “Ik vind intieme nummers gewoon veel interessanter dan muziek die afhangt van bepaalde codes – zoals bij rap meestal het geval is. Met Starflam moesten we hokjes ­afvinken: we hadden een dansbaar liedje nodig, een ­egotrip-liedje, eentje voor de vrouwen, enzovoort. Ik vroeg me op een bepaald moment af: is het echt de moeite waard om dat te blijven doen?”

Was dat dan de reden waarom u in 2004 uit Starflam stapte, en zelfs een tijdlang kapte met muziek?

“Onder andere. Het had er ook mee te maken dat Starflam bestond uit zeven mensen, die allemaal verschillende smaken en interesses hadden. Dat maakt het heel moeilijk om knopen door te hakken. We konden soms een week discussiëren over de kleur van een sticker. (lacht) Bovendien gebruikte de ene helft van de groep drugs, en de andere niet. We slaagden er ook niet in om in Frankrijk door te breken. En ik had op een bepaald moment gewoon het gevoel dat ik niets meer te vertellen had. Daarom ben ik gestopt.”

En dan plots, in 2006, een brief van zijn moeder. Na 25 jaar. “Ik heb altijd geweten dat ze bestond, maar om plots het bewijs daarvan in mijn handen te hebben, dat blies me toch even omver. Er zaten foto’s bij van haar en mij, toen ik 1 of 2 jaar was. En in die brief stond dus ook mijn echte geboortedatum.”

Baloji’s moeder nam contact op met haar zoon nadat ze hem op tv zag, in een videoclip van Starflam. Baloji besloot haar te bellen. Ze herinnerde hem aan de belofte die zijn vader lang geleden in zijn plaats maakte: dat hij na zijn opleiding terug zou komen, om zijn familie financieel te ondersteunen. Maar wat zij niet wist, is dat Baloji geen diploma had. “Toen ze me aan de telefoon vroeg hoe mijn leven eruitzag, durfde ik het haar niet te vertellen. Ik voelde me mislukt. Daarom nam ik me voor om haar mijn levensverhaal te vertellen in liedjesvorm.”

Zo kwam er een einde aan zijn muzikale sabbatperiode: Baloji nam voor zijn moeder Hotel Impala op, zijn eerste soloplaat, die zijn leven van A tot Z samenvat in woorden en noten. Hij reisde speciaal naar Lubumbashi om haar persoonlijk het album te overhandigen. Maar de ontmoeting werd een realitycheck van formaat. Dat valt te horen in ‘La dernière’, een nummer op zijn nieuwste plaat 137 Avenue Kaniama: ‘Mama is niet zo mooi als in mijn gedachten / Ze heeft zwarte rimpels, gegraven door tranen’, klinkt het alweer doodeerlijk. En ook: ‘Een moeder die haar zoon een brief schrijft na 9.125 dagen / is niet noodzakelijk een daad van liefde, maar een noodkreet’.

“De ontmoeting met mijn moeder was een botsing tussen twee werelden”, blikt Baloji terug aan zijn eettafel in Gent. “Ik had haar uitgenodigd in een restaurant voor expats. Maar ik zag meteen hoe ze naar de prijzen op het menu keek. Ze fluisterde iets tegen mijn tante, die naast haar zat, en zij richtte zich tot mij: ‘We eten hier niet. Een voorgerecht kost 20 dollar, daar koop je een hele zak rijst van.’ Dat kwam aan als een keiharde klets in mijn gezicht. Want op dat moment besefte ik wat mijn moeder echt nodig had. Geld, eten voor haar gezin. En ik zat daar met mijn cd’tje op mijn schoot. Ik had het in een mooie doos gestoken, en zelfs een boekje gemaakt met de handgeschreven lyrics erin. Maar plots durfde ik dat gewoon niet meer aan haar te geven! Pas de laatste dag, vlak voor mijn vertrek, heb ik het in de rapte overhandigd.”

Beeld Jef boes @ Initials La - Makeup: Manon Verhaeghe

Heeft ze naar uw album geluisterd?

“Ik weet het niet, ik heb het haar nooit gevraagd. Maar ik besefte na onze eerste ontmoeting heel goed dat mijn muziek haar niets kon schelen. En dat kan je haar ook niet verwijten. Zij was vooral bezig met overleven.”

Hoe is het daarna verdergegaan? Hebben jullie nog steeds contact?

“De eerste twee jaar hebben we het contact onderhouden, maar op een bepaald moment heb ik wat meer afstand genomen. Want onze band was toch niet echt op normale waarden gebaseerd. Maar de laatste tijd horen we mekaar weer vaker.”

Was die brief van uw moeder een keerpunt in uw leven? Het lijkt alsof u daarna uw roots bent gaan herontdekken: in uw muziek, in uw videoclips, uw artwork...

“Goh, ik vind het altijd een beetje grappig als mensen dat zeggen. Het is niet omdat ik invloeden aangrijp die deel uitmaken van mijn cultuur, dat ik terugga naar mijn Congolese roots. Er zitten ook veel andere invloeden in mijn muziek, bijvoorbeeld de hele cultuur van wat ik noem ‘de baan van Sint-Truiden’ – dat was de weg die we vroeger elke dag vanuit Luik namen om naar discotheken als Boccaccio te gaan. Waar we meestal niet binnen mochten. (lacht) Er zitten dus evenveel elektro-invloeden in mijn muziek als Afrikaanse. Ook in mijn outfits laat ik van alles samenkomen. Afrikaanse elementen, maar ook de pakken van Café Costume.”

Mag ik wel zeggen dat u de laatste jaren echt uw vleugels hebt uitgeslagen? U beperkt zich niet meer tot muziek alleen: u regisseert uw eigen videoclips, houdt zich bezig met artdirection, styling...

“Allemaal dingen die ik vroeger niet durfde, omdat ik toen vond dat ik er niet genoeg van kende. Maar op een gegeven moment heb ik een klik gemaakt in mijn hoofd: ik ga vanaf nu gewoon doen waar ik zin in heb, en genieten van mijn vrijheid als artiest. Sindsdien amuseer ik me als een gek! Ik heb de muren om me heen gesloopt. En ik neem het allemaal niet meer te serieus. Want als ik nu terugkijk naar het tijdperk van Starflam... Jongens, wat namen wij onszelf ernstig, zeg! (lacht) Nu gaat het me echt om de fun, en ik voel me er zoveel beter bij. Wacht, ik ga je iets tonen.”

Baloji klapt zijn laptop open en laat me trots Zombies zien, een kortfilm die hij zelf heeft geregisseerd. Een heerlijk maffe, kleurrijke trip door de straten, clubs en kapsalons van Kinshasa, op het snijpunt tussen videoclip, modefilm, kunstinstallatie en verhalende fictie. Een handvol nummers uit Baloji’s laatste plaat vormt de rode draad, en vooral in het ravende ‘Spotlight’ klinken inderdaad zware Boccaccio-vibes door, merk ik nu. Na 14 minuten begint de generiek, die erg toepasselijk – de film gaat over communicatie en isolatie in het smartphone-tijdperk – als een sms-conversatie is vormgegeven. “Wie heeft de film geregisseerd?”, typt iemand. Waarop Baloji terugstuurt: “Ik! Maar ze geloven niet dat ik zelf kan schrijven, regisseren, stylen én de artdirection doen.”

Wat heeft dat te betekenen?

“Wel, ik heb een langspeelfilm geschreven en ik wil die heel graag zelf regisseren. Maar de Franstalige subsidiecommissie heeft mijn dossier al twee keer afgewezen. Het is niet zozeer dat ze niet in mijn scenario geloven, ze geloven gewoon niet in mij. Omdat ik geen filmopleiding heb gevolgd. Maar ik regisseer al mijn clips! En ik ga regelmatig als zoveelste assistent helpen op de sets van mijn makker Michaël Roskam, en van de broers Dardenne, om mijn gebrek aan technische bagage te compenseren. Maar ik moet mezelf vooral wat meer in de markt zetten als regisseur. Het is niet mijn stijl om een grote mond op te ­zetten, maar anders gaan ze altijd kunnen zeggen: ‘Ach, je was gewoon goed omringd’. Vandaar dus die eindgeneriek.”

Nog iets dat u de afgelopen jaren hebt aangedurfd: het ouderschap. Twijfelde u door de complexe relatie met uw ouders niet of u zelf kinderen wou?

(denkt na) “Jawel. En de dag dat Bebel geboren is, werd ik op weg naar het ziekenhuis tegengehouden door de politie. Ik weet nog dat ik toen heel even dacht: dit is een teken, ik moet er niet naartoe gaan... Maar ik ben toch gegaan, en toen Bebel er plots was – je gaat me niet geloven, maar het is echt waar – stond ik voor de eerste keer in mijn volwassen leven keihard te wenen. De band met mijn dochter voelde meteen onvoorwaardelijk. Ik dwing mezelf ook om dat vaak tegen haar te zeggen: wij twee, dat is voor altijd.”

U wilt haar de geborgenheid geven die u als kind gemist hebt?

“Zoiets. Mijn vader is twee maanden geleden gestorven, maar hij heeft in zijn leven eigenlijk nauwelijks tegen me gepraat. Er was een zekere afstand tussen ons. Ik heb toen tegen mijn dochter gezegd: ‘Wij moeten samen een fabriekje van herinneringen zijn’. Ik heb haar niet zo vaak bij mij, twee of drie dagen per week. Maar als ze er is, wil ik dat het memorabel is. Vuurwerk, quoi! In die mate dat haar moeder er een beetje gek van wordt. (lacht) We zijn hysterisch samen: we zingen, dansen, springen, maken dingen kapot, we gaan bowlen en zetten de boel op stelten... Ik doe er alles aan opdat elk moment uniek zou zijn. We halen het onderste uit de kan.”

Uw dochter is half wit, half zwart. Vindt u het belangrijk dat ze zich bewust is van haar afkomst?

“Enorm belangrijk. Bij haar op school zitten er nauwelijks tien gekleurde kinderen, dus ze wordt daar regelmatig geconfronteerd met haar identiteit van ‘zwarte’. Dat is denk ik geen slechte zaak, want zo gaat ze beseffen dat sommige mensen haar altijd anders zullen bekijken vanwege haar huidskleur. Dat merkt ze nu al op school: soms krijgt ze ‘vuile zwarte’ naar haar hoofd geslingerd. Vreselijk. Of wanneer ik haar kom ophalen, hoor ik wel eens: ‘Kijk daar, Zwarte Piet!’ Dan denk je toch: jongens, het is 2019!”

Vindt u het dan een goed idee om Zwarte Piet af te schaffen?

“Goh, ik wil niet per se de geschiedenis herzien. Zwarte Piet maakt deel uit van de Europese traditie, en het verleden kan je niet zomaar doen verdwijnen. Nee, dan vind ik een ander thema veel belangrijker: de zware ondervertegenwoordiging van zwarten op VRT en VTM. Er zijn gewoon géén zwarte presentatoren! Ook zwarte acteurs zijn in de Belgische filmwereld haast onbestaand. Als er niet heel uitdrukkelijk in het scenario staat dat een personage zwart is, of Marokkaans of Turks, dan is het per definitie wit. Zwarten worden alleen ingehuurd om de rol van ‘de zwarte’ te spelen in films. Dat maakt me bang. Er is echt nog veel werk aan de winkel. Zwarten worden wel aanvaard als ze voetballer, muzikant, danser of entertainer zijn. Maar zodra je iets anders wil doen, vindt men plots dat je niet meer competent bent – zoals bij mij, wanneer ik een film wil regisseren in plaats van muziek te maken. Dat is een groot maatschappelijk probleem. Er moeten meer gelijke kansen zijn.”

Hoog tijd om af te ronden, want Baloji moet zijn koffers nog pakken. Morgen vliegt hij naar Congo. Niet om zijn moeder te bezoeken, wel om er op te treden. Sinds hij solo ging, schuimt hij de hele planeet af met zijn muziek. De komende maanden staan onder meer Australië, Nieuw-Zeeland, Réunion, Londen en Barcelona op het programma. “Het is grappig eigenlijk”, lacht Baloji. “Starflam was heel populair in België, maar in het buitenland gebeurde er niets. Nu is het omgekeerd: we toeren veel, maar in België slaan we veel minder aan. Ik vind het leuker zo, hoor. Ik ben in Libanon geweest, in Japan, en ik mocht zelfs in Central Park in New York optreden. Dat was echt een magisch moment voor mij, want mijn allereerste herinnering in België is een concert van Diana Ross in Central Park, dat op tv werd uitgezonden. Ik kwam aan in het huis van mijn vader in Oostende, recht van de luchthaven, en schuifelde het salon binnen. Daar zaten mijn halfbroers allemaal naar Diana Ross in Central Park te kijken. En zoveel jaren later trad ik er zelf op. Wauw, dacht ik toen, de cirkel is rond.”

Binti speelt vanaf 3 april in de bioscoop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234