Donderdag 19/09/2019

Axel Vervoordt: "Om het licht te zien, heb je totale vrijheid nodig"

Beeld Tim Coppens

Hij leeft als een god in zijn kasteel. Hij werkt hard. Is streng in zijn leer. Decorateur, kunstverzamelaar of antiquair, voor Axel Vervoordt is leven zonder nut en schoonheid geen optie. Volgende week opent ‘zijn’ palazzo op de Biënnale van Venetië. Voor de laatste keer, want Vervoordt heeft andere plannen dichter bij huis.

Wat hem drijft? “Ik moet toegeven: ik wou van kinds af aan rijk zijn. Niet om te bezitten, maar om veel te kunnen doen.” En er is dat ene schilderij. Het hangt in de bibliotheek van zijn kasteel in ’s-Gravenwezel.

Daarop een portret van zijn overgrootvader, op een stoel zittend, luisterend naar iemand die viool speelt. “Hij was ingenieur, eigenaar van de gasmaatschappij in Antwerpen. Heel welstellend. “Hij is helaas jong gestorven. Mijn overgrootmoeder is hertrouwd met de koetsier. Al gokkend heeft hij heel dat fortuin in dertig jaar tijd opgemaakt. En dan hoor ik de verhalen over mijn overgrootvader: dat hij zo’n fantastisch persoon was. Verstandig, goed voor zijn personeel, begaan met kunstenaars en muzikanten. Zo jong gestorven. Erg."

“Ik ben pas recent tot het besef gekomen wat dat schilderij voor mij betekent. Ineens wist ik: dit is mijn drijfveer. In mijn hoofd heb ik de situatie van mijn overgrootvader altijd willen herstellen. Ik wou ook op een kasteel wonen, ik wou ook veel muzikanten rond mij, en kunstenaars helpen.”

En er is die liefde voor het zakelijke die een sterke aantrekkingskracht op hem had en heeft. “Ik wil meerwaarde creëren. Door iets te verplaatsen van hier naar daar, krijgt het die.” Demonstratief verschuift hij zijn kop koffie van links naar rechts. Hij kijkt er naar. Laat een moment van stilte vallen. “Ik zal blijven verplaatsen totdat het die meerwaarde gekregen heeft. Dat is een verantwoordelijkheidszin die ik van kinds af gevoeld heb. Nooit voor mezelf alleen: ik wil dingen doen, zoals de verbouwing van het M KHA of grote tentoonstellingen omdat ik mijn ervaringen wil kunnen delen. I want to share.”

De interviewer mag kiezen waar ze gaat zitten, maar dan liefst toch niet daar in dat hoekje van die immense sofa. “Hier zit ik graag.” Hij zegt het rustig maar ook zodanig dat een andere plek kiezen de enige optie is. Axel Vervoordt trekt zijn schoenen uit en nestelt zich met opgetrokken benen in de zetel.

Het haardvuur knettert, de lentezon beschijnt de talloze bloesemtakken in de ruimte, die we voor het gemak de woonkamer zullen noemen. Plaats van afspraak: het ronduit indrukwekkende kasteel van ’s-Gravenwezel. Homebase Vervoordt.

Nv Vervoordt

De man wil en kan zich alleen maar omringen met, zoals hij ze noemt, vriendelijke, echte materialen. “Mijn vrouw volgde net een kuur in Koksijde: zij was er erg enthousiast over maar in zo’n typisch hotel krijg je mij niet binnen. De kuur mag dan nog zo geweldig zijn, ik ga liever een week vroeger dood dan me te moeten omringen met fake en plastic.” Hij lacht en meent het. Roze gekleurd plastic speelgoed van de kleinkinderen? Niet in zijn buurt. Dat wordt telkens netjes opgeborgen, uit het zicht van grootvader.

Een aantal weken ervoor hadden we al eens afgesproken, op de dag van de opening van de galerie aan het Kanaal in Wijnegem. Het is een grootse site waar Vervoordt en zijn twee zonen al tien jaar mee bezig zijn. Langzaam maar zeker zijn de oude loodsen omgebouwd tot wat het vandaag is: hun foundation, met plaats voor woningen, galerijen, toonzalen, bureaus, natuur en natuurlijk kunst. Een Anish Kapoor bijvoorbeeld.

Toen liet zijn agenda alleen een kort gesprek toe. Want zelfs al wordt hij dit jaar 70, stoppen met werken is geen optie. “Ik ben heel nieuwsgierig. Altijd bereid om te luisteren en bij te leren. Daarom blijf ik nog zo hard werken.

“Omdat het een ontdekkingsreis is, en omdat ik me dan nuttig voel. Ik kan veel mensen helpen. Ik denk dat een vorm van gelukkig zijn totaal evenredig is aan de manier waarop je anderen gelukkig kunt maken. How useful you are.

“De dag dat ik niet meer nuttig kan zijn voor anderen, dan denk ik dat het niet meer nuttig is voor mij om te leven. Dan houdt het op.” En voegt hij er lachend aan toe: “Maar ik heb nog veel moed om nog lang te leven.”

Een honderdtal vaste medewerkers heeft hij in dienst. De naam Axel Vervoordt is een merk. Kanye West, Robert De Niro en zovele andere groot- en hoogheden mag hij zijn klanten noemen. Vaak worden het vrienden. “Bijna familie.” Hoe ze bij hem terechtkomen, heeft veel, zoniet alles, te maken met zijn durf en de wil om zich te uiten, zo blijkt.

“Onlangs kreeg ik een vraag van een koninklijke hoogheid. Maar ik had op dat moment weinig tijd en hij was met dingen bezig waar ik niet achter stond. Ik heb de moed gehad dat ook te zeggen. Mijn gedacht.

“En nu wil hij toch met mij werken. Ik zal tijd maken want ik vind het belangrijk om zulke klanten te doen. Het zijn mensen met invloed. En als zulke mensen mij vragen om de inrichting van hun huis te doen, voel ik me vereerd.

“Ik laat hen iets in zichzelf ontdekken dat ze nog niet wisten. Net hetzelfde bij een kunstverzameling: uiteindelijk is dat een spiegel van jezelf. Een vriend die je in huis haalt en waarmee een dialoog ontstaat. Een kunstwerk moet je niet in huis halen om rijkdom te tonen, dat moet iets zijn waar je iets van wilt leren. Een wisselwerking moet dat zijn. Dat probeer ik bij de mensen wakker te maken.”

Beeld Tim Coppens

Hij vindt het jammer dat hij geen namen van klanten mag noemen. Privacy is een hoog goed. “Velen van hen zijn een voorbeeld voor de maatschappij. Hun houding, hun discretie, hun echtheid. In alles het tegenovergestelde van Trump. Ze zijn geaard, doen veel voor anderen, zijn bezig met goede werken.”

Schijnbaar terloops vermeldt Vervoordt dat hij investeren in goede doelen belangrijk vindt. Hij voelt niet de noodzaak om ermee uit te pakken, zegt hij, maar vertelt er toch graag over. “Met Inspiratum (in 2002 opgericht door Vervoordt. De organisatie ondersteunt voornamelijk beginnend muzikaal talent, kk) zijn we muzieklessen aan het geven aan kinderen van vluchtelingen in Lesbos. De video’s die ze me toesturen zijn onvoorstelbaar. Die smile op die gezichten. Ik ben zo gelukkig dat we dat kunnen doen.”

De draad van het gesprek wordt terug opgenomen. Of hij soms klanten weigert? “Ik wil die pretentie niet hebben, maar het is wel zo. Iemand die droomt van een paleis in goud, blinkend verguld, die moet maar naar een decorateur in Parijs of zo gaan.

“Ik wil enkel werken met discrete en echte materialen. Als er een kras op komt, moet het nog beter zijn; niet zoals een dogmatisch meubel in minimalistische stijl: hoekig, wit, vierkant, blinkend. Als er een kras op is, kun je het aan halve prijs kopen: nee, dat niet. Hoe meer het gebruikt wordt, hoe meer waarde het krijgt.

“Iets nieuws heeft een zekere arrogantie, het heeft de materie pijn gedaan. Als mens heb je van die boom of steen iets nieuws willen maken. Maar na een tijd gaat het kosmische er terug over, en krijgt dat opnieuw een positieve energie.” De ziel van hout en wat de tijd ermee doet, lijken hem oprecht te raken. “Soms maken we zelf ook nieuwe tafels. Maar ik vind vaak dat ze vóór de bewerking meer ziel hadden. En dan zeg ik aan de mensen in het atelier: ‘Eet er nu een paar maanden op, mors, laat het zijn leven leiden.’”

En daar betalen mensen dan veel geld voor. De opmerking waait langs Vervoordt heen. Hij wijst naar de tafel waar hij aan zit. “Deze tafel is uit één boom gemaakt, een beuk uit ons park aan het kasteel.” Hij laat zijn handen erover glijden. Meermaals. En nog een keer.

“Het is gezaagd zoals het hout liep. Die open voeg hier vind ik belangrijk. Het stroomt door de tafel heen, als een riviertje. Het is aanvaarden van imperfectie. The beauty, het mooie ervan zien. En het nadelige zien van het dogmatische van de mens die de natuur altijd wil beheren.

Venetië

“Wij zijn dienaars van de natuur en wij moeten het doen zoals de natuur het vraagt. Sommige mensen zien een scheur in een plank en denken: oei, slechte plank. Ik zeg: dank u, want dat is een prachtig element. Deze beuk hier was licht verstikt. Een klassieke schrijnwerker zou dit hout niet gebruiken. Ik vind het fantastisch. Dat is mijn manier om naar dingen te kijken.”

“Intuïtie is het begin van alles.” Voor Vervoordt betekent het ook het einde van een hoofdstuk. De tentoonstelling Intuition zal zijn laatste zijn in het Palazzo Fortuny in Venetië. Tien jaar lang was hij een graag geziene gast in het off-parcours van de Biënnale. Zijn curatorschap overtuigde telkens, zijn aanzien groeide. Waarom dan stoppen?

“Dat komt door mijn zoon Dick. Ik heb aan hem gevraagd te kijken aan wat ik mijn tijd allemaal besteed. Venetië vraagt 126 dagen van mij. Ter vergelijking: aan grote werven van belangrijke klanten besteed ik persoonlijk misschien een dag of drie. Mijn team doet de rest. Ik heb Venetië altijd met plezier gedaan, en het heeft mij op de kaart gezet, maar nu wil ik mijn tijd anders besteden.”

Een apotheose moet het worden. “Intuïtie is een belangrijke leider in het leven. We zouden die met z’n allen meer vrijheid moeten geven. Door dogmatisch te denken, belemmer je jezelf alleen maar. Omdat je vaak te veel wilt, en denkt dat je het weet. Een betere opstelling is: dat je het niet weet. En dat je openstaat voor alles, want dan komt die intuïtie vrij. En kun je belangrijke keuzes in totale vrijheid maken.”

Bedoelt hij met intuïtie dan buikgevoel? “Vergelijk het met wat de apostelen met Pinksteren hebben gehad: ineens zagen ze het licht. In een troebel gegeven, ineens klaarheid zien, een oplossing zien. Om tot die intuïtie te komen, is totale vrijheid nodig. Meditatie kan daarbij helpen, maar er zijn zo veel andere manieren. Het gaat erom dat je je eigen ego kunt loslaten. Dat je even volledig in het nu leeft. Als kind was ik me al bewust van zulke momenten.

Beeld Tim Coppens

“Ik kan me heel vlug concentreren op iets. Ik kan verdwijnen in muziek. Of als ik paardrijd, dan word ik één met dat paard en dan doet dat paard alles wat ik vraag.

“Wandelen in de natuur, verwonderd zijn over onkruid… of kunstwerken die me diep ontroeren: ook dat is een vorm van intuïtie.

“Bij veel actuele kunst moet je ook niet naar het verhaal kijken of naar de melodie luisteren. Je moet je laten gaan. Zelfs bij een Rothko: als je kijkt naar wat erop staat, dan zie je niets. Maar als je je laat opeten door de kleur, door de ruimte, dan ben je verwonderd en ontroerd. Ik hoop dat ik mensen daartoe kan brengen.”

Ook voor een klein budget

Allesbehalve wil hij dogmatisch zijn, maar de vraag is maar of hij er vrij van is, en of hij niet erg bepalend, haast als een goeroe bij zijn klanten overkomt? Een voorbeeld: zelfs als we door de moestuin lopen, geeft hij de werkers instructies om het land in te delen volgens de gulden snede. Altijd werkt hij volgens dat ene wiskundige en esthetische principe. Hoezo geen dogma?

“Dat is voor mij alleen een hulpmiddel. Het is bewezen dat de gulden snede altijd in de natuur terugkomt. Ik voel dat automatisch ook aan. Het is ook een manier om mathematische wetten door te geven aan mijn medewerkers. Dat is een regel, geen dogma.

“Ik zou geen goeroe voor mijn klanten willen zijn. Ik laat ze twijfelen. Ik neem ze mee naar mijn kasteel. Ik laat ze de verschillende kamers en stijlen zien. Ik vraag altijd wat ze mooi vinden en wat niet.

“Ik wil niet dat ze in mijn huis gaan wonen. Voor mij moeten mensen nadat ik hun huis heb ingericht, het gevoel hebben dat ze er al heel hun leven wonen. Dat het niet nieuw aanvoelt, maar alsof het al altijd heeft bestaan. En als dat niet zo is, dan werken we eraan tot ze dat gevoel wel hebben.

“Ik zie decoratie niet als decoratie maar als een levenswijze. Het moet discreet zijn zodat de echt boeiende dingen, de mensen zelf, uitkomen.”

Vervoordt zijn ideale huis ziet er als volgt uit: “Ik vind de keuken altijd heel belangrijk in een huis, waar kinderen kunnen binnenlopen, waar alles kan. Die tegelijkertijd ook praktisch is.

“Een andere belangrijke kamer is de bibliotheek. Daar staan de prachtige dingen, maar evengoed de vele lelijke dingen die je van boeiende mensen gekregen hebt: ook die hebben hun plaats nodig.

“En dan zou ik zeggen: laat de architecturaal mooiste kamer bijna leeg. Omdat de proportie daar zelf de decoratie is.”

In zijn kasteel heeft hij alvast zijn eigen raad gevolgd. De bibliotheek is ronduit indrukwekkend. De keukens zijn warm en uitnodigend, en de eetplek heeft zelfs humor met al het porselein. Boven in het kasteel is er één kamer opvallend ruim en leeg. Het is zijn wabi-kamer. Ingericht volgens Japans principe.

Toegegeven, de stilte werkt fantastisch, maar in een gewoon rijtjeshuis wordt dat toch iets moeilijker allemaal. Niet iedereen woont nu eenmaal in een kasteel. “Een klein kamertje is voldoende. Als je maar een plek creëert waarin je tot een andere rust kunt komen. Dat is het concept van de tokonoma. Toko wil zeggen platform en Ma is omgrensde leegte. Het maakt dat de leegte andere kwaliteiten krijgt. Het is heel filosofisch hé. Ik zou het niet kunnen missen.

“Ik hou me ook bezig met kleinere klanten met een mindere budgetten hé. Ook als je maar 200.000 euro maximaal aan heel je huis kunt besteden, moet je de mogelijkheid hebben om in een mooi huis te kunnen wonen. Dan zoek ik wel naar dingen die minder duur zijn. Dat is een goede oefening voor mij.”

M KHA

Zo ziet hij de nieuwe inrichting van het M KHA ook. Samen met de Japanse architect Tatsuro Miki zocht hij naar zo goedkoop mogelijke oplossingen voor het museum. “Zo werk ik trouwens ook voor de koninklijke familie van België; die hebben ook een klein budget.

“Ik zoek sponsors zodat de grote tafel van 8 meter die het pronkstuk in het museum zal zijn, waar iedereen welkom is om te komen werken en lezen, een cadeau is. Mijn eigen werk reken ik niet aan. We werken met recuperatiemateriaal. Maar het zal fantastisch worden. Het is een challenge voor mij om het zo goedkoop mogelijk te houden.”

Wat goedkoop dan precies inhoudt, kan hij niet vertellen. Dat weet hij niet. Hij vind het bovenal een eer. “Ik wil dat doen omdat ik Antwerpenaar ben, en uit liefde voor de kunst. En eerlijk: Antwerpen heeft echt nood aan een goed museum voor moderne kunst. Ik hoop dat de mensen van de buurt het omarmen. Ik hoop dat ze ervan gaan houden en zich er thuis voelen.”

De jongen en het zilver

Drager van vele titels, dat is hij. “En ik weet nog altijd niet wat ik ben.” Decorateur? “Dat hoor ik niet graag. Het is zo oppervlakkig; ik probeer het decoratief effect juist te vermijden. Zelfs hele gewone dingen hebben toch altijd ook diepte.” Antiquair? “Dat ben ik wel, maar het woord vind ik ouderwets.” Kunsthandelaar? “Ja, dat ben ik.” Marketeer? “Ja, natuurlijk.” Maar in den beginne was hij een verzamelaar. Iets met de appel en de boom.

“Mijn moeder was een verzamelaarster, op haar manier: met veel charme en warmte. Zij had veel vrienden die echte verzamelaars waren, die alles willen van één bepaald ding, bijna postzegelverzamelaars.

“Bij mijn moeder was alles in functie van de gezelligheid. Bij mij is het verder gegaan, ook kunst en dingen die inspireren. Ik zoek naar het universele, naar het tijdloze.

“De zin voor zakendoen, heb ik van mijn vader. Hij was paardenhandelaar. Passioneel was hij met zijn paarden. Die kenden hen. Die hoorde een paard en die wist wat er was. Die kocht honderd paarden per week en hij selecteerde dan: voor jumping, dressuur, voor het abattoir.

“Ik heb lang gedacht dat ik de zaak ging overnemen, maar op mijn veertiende was ik al antiek aan het opkopen bij vrienden van mijn ouders. Ik vond schatten op hun zolders.”

Hoe hij aan het geld kwam? “We waren niet arm. Mijn vader kocht regelmatig een grond of een eigendom als investering.” De rijkdom was dan toch in de familie gebleven, ondanks de gokkende koetsier? “Eerlijk? Ik heb lang gedacht dat iedereen kon investeren.” Hij lacht. “Mijn vader is altijd streng geweest op geld. Ik heb de eerste tien jaar van mijn beroepsleven nooit naar een bank moeten gaan. Ik leende bij hem, maar wel aan dezelfde interest als bij de bank.

“Elke vakantie trok ik naar vrienden in Engeland. Dan kwam ik thuis en richtte mijn kamer in met al het zilver dat mijn moeder dan op koffienamiddagen aan haar vriendinnen verkocht. Ik had onmiddellijk succes. Ik heb vlug mijn eigen geld kunnen maken. Op mijn eenentwintigste heb ik daarmee de Vlaeykensgang (16de eeuwse panden dicht bij de Antwerpse Kathedraal, KK) gekocht.”

Zijn eerste vastgoed was een feit. Ook dat hoort in het rijtje van Vervoordt zijn werkzaamheden thuis. Het kasteel en de aanpalende (bouw-)gronden zijn daar het voorlopige orgelpunt van. “Van in het begin heb ik geïnvesteerd in real estate én kunst. Voor het evenwicht. Als het ene minder goed gaat, dat het ander ons in stand houdt.”

De welvaart van de familie is verzekerd. En plots neemt Vervoordt nog een andere rol op, die van vader. “Mijn grootste achievement zijn mijn twee zonen. Ze hebben talent en werken hard. Voor hetzelfde geld waren ze alleen maar geïnteresseerd in sportwagens en uitgaan hé.” Zij nemen over: de kunst is voor Boris, de real estate voor Dick.

De overname

“Van Boris wist ik dat hij in de zaak zou komen. Vanaf zijn zeven jaar wou die alles weten: wat het was, en hoe oud, en wat het kostte. Hij heeft de zaak groter gemaakt. Dat was niet nodig voor mij, maar ik ben er nu blij om.

“Dick was helemaal niet geïnteresseerd. Het gewicht was hem te zwaar en hij trok naar Canada om te studeren. Ik vond het fantastisch toen hij besliste om toch mee in de zaak te stappen. Eerst is hij als metser in een bouwbedrijf bij vrienden aan de slag gegaan om de stiel te leren kennen. Nu beheert hij ons vastgoed, en hij doet dat goed. Beter dan ik.

“Ik leer constant van hen. Boris is begaafd in organiseren en internationaal zakendoen; weten wat kan en niet kan, hoe je de dingen aanpakt. Hij heeft een heel zuivere kijk op kunst, die vaak dezelfde is als de mijne en die van mijn vrouw. We voelen elkaar daarin aan. Van Dickie had ik soms schrik, omdat die zo puur is, en soms ook streng voor mij, maar ik leer van zijn gedrevenheid en rechtlijnigheid. Hij heeft een sterk karakter en een langetermijnvisie. Ik heb er veel respect voor. Ik luister ook naar hen. Dat weten ze ook.”

Omgekeerd hoopt hij hen respect voor de dingen te hebben bijgebracht. Zijn levenswijze, de verhoudingsleer, het harde werken, de ethiek van commerce doen: dat een woord een woord is. “We zijn altijd intens met alles bezig. We proberen gelukkig te zijn. Nu zien wat de volgende generatie ervan bakt”, voegt hij er lachend aan toe.

Bij de opening van de Kanaalsite voelde hij zich emotioneel. Dankbaar om zijn zonen. Zonder hen zou het project niet gelukt zijn. Maar ook bij een niet slagen van de ene of de andere onderneming, Vervoordt zou er zijn positieve ingesteldheid niet door verliezen. Met dank aan zijn moeder met wie hij een innige band had.

“Wat niet wil zeggen dat ik niet ook soms verdrietig ben, of me onbegrepen voel. Zeker in mijn jeugd was dat het geval. Bij de jezuïeten op college. Ik was heel vrijgevochten. Nooit de primus, altijd bij de eerste vijf of tien. Net genoeg studeren om er door te zijn, en me ondertussen met zoveel andere dingen bezig houden.

“Vele professoren begrepen me niet. Ze hebben me echt gepest en ik heb me eraan geërgerd. Ik werd daar heel triestig van. Het helpt wel om te leren vechten. En ouder worden helpt ook.”

Ook in zijn carrière kende hij veel weerstand. Niet iedereen draagt hem en zijn werk op handen. Onlangs was er nog felle kritiek op zijn aanstelling als juryvoorzitter van het Belgisch Paviljoen voor de Biënnale van Venetië. Té commercieel profiel. Té veel met oppervlakkigheid en schoonheid bezig, te weinig met inhoud.

De Kanaalsite in Wijnegem. Beeld Tim Coppens

“Ik denk dat we (ook Marianne Hoet maakte deel uit van de jury en kreeg kritiek, KK) het juist minder commercieel hebben aangepakt dan iemand anders zou doen, met heel veel afstand. We hebben ons als goede rechters opgesteld. Neutraal, onbevooroordeeld. Ik wou niemand pushen. Met veel respect voor alle deelnames ook.

“Zelf had ik graag Michaël Borremans, onze belangrijkste schilder, gekozen, maar de jury is voor Dirk Braeckman gegaan. Hij diende een geweldig voorstel in. En ja, schoonheid was een leidraad in de keuze. Daar sta ik helemaal achter.

“Meestal gaat de Biënnale over de politiek en de reactie erop. Ik denk dat we naar een oplossing moeten zoeken. Rust, harmonie, schoonheid; waar mensen opnieuw een houvast in kunnen vinden. Niet nog een paviljoen dat reactionair is. Want dat zullen alle andere paviljoenen zijn. Ik geloof echt dat we, wat dat betreft, een goede keuze hebben gemaakt.”

Toch maar geen boot

“Eén van de redenen waarom ik stop als curator in Venetië is omdat mijn hart hier ligt, aan het Kanaal. Het kan echt een site worden op wereldniveau met Anish Kapoor, met de kwaliteit van de kunst, zodanig opgesteld dat de ziel voelbaar wordt. Met een eigen visie, de fantastische architectuur van Coussée & Goris.

“Het is belangrijk dat we er goede tentoonstellingen doen. Ik zie mezelf ook als curator. Sinds tien jaar leg ik me toe op kunstenaars en probeer ze de plaats te geven die ze verdienen. En nu de galerie op de Kanaalsite er is, kunnen we ze ook hier effectief een plaats geven. Ze uit het donker halen, ook letterlijk.

“De tijd die vrijkomt door Venetië te laten, wil ik investeren in denktanks waarin er nagedacht kan worden over het belang van kunst in onze maatschappij, over de toekomst. In augustus verzamel ik wat knappe koppen uit de wereld om daarover na te denken. Uit alle hoeken van die wereld en uit verschillende disciplines. Van een psychoanalyticus tot een fysicus uit Genève.

De galerie op de Kanaalsite. Beeld Tim Coppens

“Ik denk dat respect voor materie ook een basis wordt voor het bouwen van een nieuwe maatschappij. Er is te veel materialisme, maar ik voel dat er weer interesse komt voor spiritualiteit. De verkiezing van Trump maakt mensen wakker. Voor mij is dat het einde van het Romeinse rijk. Het is geen maatschappij meer waar je naar opkijkt. Het verval is daar.”

We hechten te veel belang aan materialisme, zegt iemand met geld. “Exact. Maar ik zou ook kunnen zeggen: ik wil chique lusters, of gepolijste meubelen, heel veel uitstraling van oppervlakkige rijkdom. Maar dat is iets dat me nooit heeft aangetrokken.

“Ik zou kunnen zeggen: ik ga nu niet meer werken. Ik ga meer op verlof. Ik koop een boot zoals zovelen doen. Maar daar heb ik helemaal geen zin in.

“Ik probeer me aan te sluiten bij al die mensen die iets nieuws aan het creëren zijn. En me niet vast te klampen aan het verleden. Mijn rol is van mezelf nuttig te maken om die zoektocht van anderen mee te vergemakkelijken. Om te ontdekken.

“En ja, daar links van het kasteel, droom ik van een wabi-dorp.”

M HKA, Leuvenstraat 32, Antwerpen. Vorig weekend ging het museum opnieuw open. Voor het eerst is er ook een permanente basiscollectie van topnamen te zien. muhka.be

De 57ste Biënnale van Venetië, 13 mei tot 26 november, labiennale.org

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234