Woensdag 22/05/2019

Reizen

Australië voor beginners: ‘the best of’ in een trip van 3 weken

Een zwembad in Bondi, uitgehakt in de granieten rotsen aan de kustlijn. Beeld Dieter Moeyaert

Australië, dat oneindige land der kangoeroes, teenslippers en koraalriffen. Waar moet je beginnen om er toch íéts van gezien te hebben? Ons advies: bij het begin. Sydney, en bij uitbreiding de zuidoostelijke hoek van het Land van Oz, hebben genoeg cultuur en natuur in petto om u minstens drie weken zoet te houden.

Die dertig vlieguren tussen Brussel en Sydney doen pijn, maar aan het andere einde van de konijnenpijp voel je je als Alice in Wonderland: geen enkele bestemming maakt zo’n verpletterende en tegelijk verwarrende eerste indruk als de Smaragden Stad. Auteur Bill Bryson verwoordt dit dubbele gevoel perfect in zijn boek Tegenvoeters: “Elk cultureel instinct vertelt je dat je, als je zo ver reist, op zijn minst borden met daarop onleesbare letters zou moeten zien. En mensen op kamelen en donkere mannen in witte gewaden, puffend op een waterpijp.” In het overvloedige licht van de antipodenzon biedt Sydney echter een vertrouwde aanblik: mensen, auto’s en gebouwen zien er net zo uit als bij ons. Maar dan spot je een koala in de kruin van een eucalyptusboom. Scheert een bontgekleurde papegaai vanuit de nok van een historisch, zandstenen gebouw over je hoofd. Zie je mooi opgeklede mensen passeren, op weg naar een openluchtbioscoop of -opera, of naar een raveparty of wijnfestival. Hier kan het allemaal. Teenslippers zijn standaard kantoorkledij, en tijdens de lunchpauze glip je weg naar het strand om even wat golfjes mee te pikken. Welkom in The Lucky Country.

Good on ya, mate

Het moderne Australië zag het licht als een 19de-eeuwse gevangeniskolonie. Tussen 1788 en 1868 maakten 166.000 Britse bajesklanten, van oude vrouwtjes die hun schuld niet konden afbetalen over doldrieste moordenaars tot kinderen die een aardappel hadden ontvreemd, de acht maanden durende overtocht naar Australië. Zonder het te beseffen namen ze deel aan een van de meest ingrijpende sociale experimenten aller tijden: de Britten verplantten de inhoud van hun overvolle gevangenissen naar een afgelegen en bloedhete plek. Muren hoefden ze niet te bouwen; de vijandige natuur sloot de gevangenen op. De kolonisten duwden de oorspronkelijke bewoners, de Aboriginals, weg naar de periferie. Door de eeuwen heen plukten onze tegenvoeters de vruchten van dit overvloedige land, en maten ze zich een glamoureuze levensstijl aan.

Een van de mooiste looproutes ter wereld: het kustpad tussen Bondi en Coogee. Beeld Dieter Moeyaert

De iconische haven van Sydney, met zijn Harbour Bridge en Operagebouw, is uiteraard een must-visit, maar nergens komt die idyllische, Australische way of life meer aan de oppervlakte dan in de kustgemeenten Bondi, Tamarama en Bronte. Het is verbazingwekkend hoeveel joggers er al kilometers malen om vijf uur ’s ochtends: Australiërs houden het graag fit. Het prachtige kustpad tussen Bondi en Coogee moet een van de mooiste looproutes ter wereld zijn. Of je kunt baantjes trekken in de rockpools van Bronte of Bondi – zwembaden die uitgehakt zijn in de granieten rotsen van de kustlijn. Al die tijd lonkt het strand. Neem het van me aan: in die eerste dagen van je verblijf smeer je liever te veel factor 50, dan te weinig. De crème geeft je gezicht een asgrauwe teint, maar het alternatief is veel erger. Zelfs mijn vingers waren knalrood verbrand na één dag in de ongenadige Australische zon, net als het vel tussen mijn tenen.

Ook niet te missen in Sydney: een ferrytocht naar het magnifieke Manly; een cocktail in de verborgen bar The Baxter Inn, en – als je op 26 januari in Sydney vertoeft – het havenfeest op Australia Day. Australiërs vinden het allemaal, in dat onnavolgbare dialect van ze, fair dinkum of ‘cool’. Good on ya, mate, no worries!

Drinken met een uitzicht om u tegen te zeggen in Melbourne. Beeld Dieter Moeyaert

Met de zonovergoten herinneringen aan Sydney op zak, neem ik het vliegtuig naar Melbourne, in de zuidoostelijke hoek van Australië. Beide steden houden er een vriendelijke competitie op na: welke stad is nu eigenlijk de beste? Daar bestaat geen eenduidig antwoord op. Sydney heeft de glamour en de stranden, plus het voordeel van die eerste, onvergetelijke indruk van Australië. Maar ook Marvellous Melbourne legt het nodige gewicht in de schaal: je vindt er veel geschiedenis en een rijke gastronomische scène, en elke dag valt er wel iets te beleven. Ik houd van Formule 1, en het is een droom om de racewagens te zien rondzoeven in Albert Park. Film­fanaten zullen dan weer genieten van de openluchtbioscoop in de Royal Botanical Gardens, zowat de mooist denkbare locatie.

Maar hoe goed het ook met me gaat, zo ver van huis steekt de heimwee toch wat de kop op. Daarom zoek ik graag het gezelschap van landgenoten op. Ik ga op verkenning in de Fitzroy-wijk, waar je de hipste bars en winkels vindt, en raak aan de praat met Annabel. Ik meen een Vlaamse tongval te herkennen in haar Engelse accent, en wat blijkt? Annabel komt uit Antwerpen. Een avondje barhoppen langs de vele waterholes van deze dorstige stad – Naked For Satan! Bad Frankie! The Shady Lady! – smeedt een band voor het leven.

The Great Ocean Road, een legendarische, 250 kilometer lange kustweg bij Melbourne. Beeld Dieter Moeyaert

Samen met nog een landgenote, Elien, verken ik The Great Ocean Road, op een uurtje rijden van Melbourne. Deze 250 kilometer lange kustweg is een van de mooiste autoroutes ter wereld. De opeenvolging van haarspeldbochten vormt een lakmoesproef voor je rijkunsten, maar eenmaal je de routine van het remmen, insturen en gas geven onder de knie hebt, geeft de Great Ocean Road je niets dan puur rijgenot. De route begint in Torquay, het mekka van de Australische surfindustrie. Hier hebben merken als Quiksilver en Rip Curl hun hoofdkwartier. We bezoeken de jaarlijkse Rip Curl Pro-wedstrijd op Bells Beach, waar ooit Point Break werd opgenomen, en zien daar surf­legende Kelly Slater aan het werk. “Surfing is a source, man. Changes your life. Swear to God!”

De fenomenale Twelve Apostles langs The Great Ocean Road. Beeld Dieter Moeyaert

Van daaruit slingert de GOR, via haarspeldbochten en natuurlijke tunnels doorheen eucalyptuswouden, naar de twintig miljoen jaar oude kliffen van het Port Campbell National Park. Elke tien seconden ranselen woeste golven deze kuststrook af, wat enkele opmerkelijke, zandstenen formaties opleverde, zoals de fenomenale Twelve Apostles (eigenlijk zijn het er maar negen, maar who’s counting?).

De gracht in

Ik neem daarna het vliegtuig naar Tasmanië, een eiland op 300 kilometer ten zuiden van Melbourne. Tasmanië ligt dichter tegen de Zuidpool dan Kaap de Goede Hoop, het meest zuidelijke punt van het Afrikaanse continent, en daarmee is het een gemakkelijke prooi voor de Roaring Forties, de krachtige westenwinden tussen de veertigste en vijftigste breedtegraad, waar Europese zeevaarders in lang vervlogen tijden gebruik van maakten toen ze naar dit stuk van de wereld wilden oversteken. Niet alleen krijgen de westkust en het rotsachtige binnenland van Tasmanië de volle kracht van de Roaring Forties te verduren, maar ze ontvangen ook de volle lading van de wolken die de wind met zich meebrengt. De Tasmaanse natuur – je vindt hier negentien nationale parken, waarvan er vier de status hebben van Unesco Werelderfgoed – is adembenemend. Op de Salamanca Market in hoofdstad Hobart proef ik het beste van wat dit eiland te bieden heeft: Atlantische zalm, oesters van de oostkust, rivierkreeft, truffels, lamsvlees van Flinders Island, kaas van King Island, volle, fruitige pinot noir uit de Tamar Valley.

Freycinet Park in Tasmanië. Beeld Dieter Moeyaert

Ik huur een auto – zonder verzekering, wat me later zuur zal opbreken – en trek op verkenning doorheen Dazzling Tassie. Het 370 miljoen jaar oude Freycinetpark is adembenemend mooi, het zit er tjokvol kaketoes, wallaby’s en koala’s. Op het hagelwitte zand van Wineglass Beach waan je je dan weer in de Caraïben.

Wanneer ik het park verlaat, wordt het al donker. Ik wil diezelfde avond nog naar de noordkust van Tasmanië, dus het kan niet snel genoeg vooruitgaan. Gulzig grijp ik naar de Pringles-chips op de passagierszetel. Een milliseconde later gaat het grondig fout. Mijn huurwagen komt in een diepe greppel terecht, vastgespietst op een boomstronk. Een golf van blinde paniek slaat over me heen, aangezien ik de laatste in het park ben, en omdat ik vermoed dat ik de wagen total loss heb gereden. Gelukkig blijkt de schade nog mee te vallen. Na enkele pogingen weet ik de auto achterwaarts uit de gracht te rijden. De voorlichten zijn kapot, dus dat is wat tricky; er rammelt iets aan de onderkant van de auto, en ook de zijspiegel heeft betere tijden gezien, maar ik zet mijn rondrit langs Tasmanië met een klein hartje en toegeknepen billen verder. Terug in Hobart zal ik mijn beide kredietkaarten moeten legen om de franchise te dekken, maar uiteindelijk kan ik het eiland toch heelhuids verlaten.

Vrome levensgenieters

Ik zet de reis verder met de schamele resten van mijn reisbudget, en vlieg via Melbourne naar Adelaide, de City of Churches. Je vindt hier niet minder dan 531 kerken; een behoorlijke concentratie van vroomheid op een relatief kleine plek. Hoe dat komt? In 1836 hoopte het Britse Gemenebest hier de Ideale Stad te bouwen, waar evenveel mannen als vrouwen zouden leven, vrij van politieke of religieuze vervolging. Die godsdienstvrijheid – uniek in het midden van de negentiende eeuw – werkte als een magneet op grote groepen Pruisische en Silezische Lutheranen die vervolgd werden in eigen land; het huidige Polen. Zij brachten niet alleen hun schnitzels, apfelstrudels en bratwursten mee, maar ze bouwden hier ook hun eigen kerken. De godsvrucht van zijn inwoners, gecombineerd met de weelde die binnenstroomde dankzij de ontdekking van uitpuilende goudaders, maakten van Adelaide een vrome en tevreden stad – niet meteen een combinatie die voor vuurwerk zorgt. Maar tijden veranderen: vandaag heeft Adelaide voor elke kerk twee horecazaken in de aanbieding. Je vindt er meer bars per inwoner dan eender waar in Australië, wat de levenslustige Adelaideans inspireerde tot het gezwinde mantra: Drink on Saturday, and repent on Sunday.

Wijnparadijs Barossa Valley bij Adelaide. Beeld Dieter Moeyaert

Ik heb het hier ongelofelijk naar mijn zin. De dagen kabbelen gemoedelijk voort, de mensen zijn vriendelijk, en er valt veel te beleven. Het Fringe-straattheaterfestival, bijvoorbeeld, waar de beste stand-upcomedians, acrobaten, straatmuzikanten en improvisatieacteurs hun ding doen. Ook aan restaurants is hier geen gebrek. De moderne Australische keuken beperkt zich niet langer tot zompige meat pies (gebakjes van bladerdeeg, gevuld met gehakt of andere soorten vlees) of mierzoete Vegemite-pasta, maar bestaat uit een mix van Aziatische en westerse invloeden, met exotische hints van Polynesische eilanden zoals Fiji, Tonga en Samoa, en een degelijke basis aan Franse en Italiaanse kooktechnieken.

Wijnvallei

Ik proef van de rijke, Zuid-Australische wijncultuur in de Barossa Valley, op 65 kilometer ten zuidwesten van Adelaide. Hier zijn de oude Barossa Barons, zoals Penfold’s Grange, Jacob’s Creek en Lehmann Wines de grote spelers, maar ik bezoek er ook heel wat jonge, kleine boutique wineries die minstens even lekkere wijn produceren. In Château Yaldara proef ik een overheerlijke, rode bruiswijn, gemaakt volgens de méthode champenoise. “Maar champagne mogen we het natuurlijk niet noemen, omdat dat enkel weggelegd is voor wijndomeinen uit de Champagne­streek”, snuift gids Ashley. “We maken onze bubbly ten eerste omdat we er goed in zijn. Ten tweede omdat we de Fransen graag irriteren. En ten derde omdat het in de zomer bloody hot wordt in Zuid-Australië, en dan smaakt zo’n sparkling red des te meer.” Met een wijntje in de hand breng ik mijn laatste uren in Adelaide door. Ik zou zeggen: Good on ya, mate!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.