Woensdag 24/07/2019

Ergens onderweg

Annemie Turtelboom in de VS: "Hier kan ik weer de Annemie zijn die ik ooit was"

Annemie Turtelboom voor het gebouw van Yale University, met medestudenten Hawa Adula, Celil Isik, Metincan Suran en Levan Margvelashvili. Beeld Sebastiano Tomada

"Om succes te hebben, moet je kunnen falen", zegt Annemie Turtelboom (49) in New Haven, Connecticut, waar ze vier maanden aan Yale studeert en met een vintage koersfiets rondrijdt. Ooit had ze een Tesla met chauffeur. "Zélf kunnen rijden, dát is pas vrijheid."

This is not America, zong de betreurde Bowie, maar dit is het zeker wel: aan Penn Station in New York draagt een bedelaar een karton met daarop ‘Too ugly to prostitute. Still gotta eat. God bless.’ Humor, ellende, God: zo gaan we de Amtrak op, voor bijna twee uur, richting New Haven, Connecticut. In een trein die zich traag op gang trekt, maar al amper buiten de grote geldspuwende stad langs bosjes rijdt van kreupelhout met kreupele tentjes van kreupele mensjes. Zelfs New Haven blijkt niet de hemel. “Als ik uit mijn appartement stap, spreken zeker vijf mensen me aan voor geld”, zegt Annemie Turtelboom later. “In New York is de ongelijkheid ook groot, maar door al die toeristen valt dat ­minder op. Hier zie je het ondanks alles beter.”

‘Ik zal zondagavond tegen 19u50 naar de lobby van je hotel komen’, had ze geschreven en nu draait ze inderdaad door de deur. Oortjes in, ­rugzak op en sneakers aan en we gaan wandelen door de zachtst denkbare oktoberavond. Half september stond in onze kranten dat de ex-minister een maand eerder aan Yale University was gestart in het Greenberg World Fellows Program. Het woord ‘prestigieus’ viel. “Elk jaar stellen enkele duizenden zich kandidaat. Net nu werd de editie van 2018 opengesteld. Na één week hebben ze al 2.500 inschrijvingen. Voor zestien plaatsen, zoals bij ons.”

Ze had haar curriculum moeten sturen, drie essays (“over migratie, veiligheid en Europa”) en drie aanbevelingsbrieven en toen volgde nog een mondelinge proef via Skype. Wie schreef die brieven? “Elio (Di Rupo, RVP), omdat ik niemand van mijn eigen partij én geen Vlaming wilde vragen, Michael Chertoff, die ooit nog minister was onder Bush en het hoofd van de Business Development van Tesla. Maar zelfs met die aanbevelingsbrieven was het mondelinge interview nog stevig. Ze selecteren immers heel erg op hoe je zelf denkt, hoe je in het leven staat, hoe je in een groep past.”

Je kunt zeggen: ja, zo is het makkelijk, met zulke brieven. Je kunt ook zeggen: wie krijgt zulke mensen zover zo’n brief te schrijven? Annemie Turtelboom was acht jaar minister, federaal eerst voor Asiel en Migratie, later Binnenlandse Zaken en Justitie en ten slotte Vlaams voor Financiën, Begroting en Energie. Maar waarom wilde ze dit doen?

“Na acht jaar had ik nood aan ruimte en tijd om na te denken. En om intellectueel bij te tanken. Saai was het nooit, ik studeerde altijd veel, maar je verste horizon is altijd de ministerraad of eventueel de eerstvolgende regeringsonderhandeling. Ik had er nood aan een boek te lezen en lessen te krijgen. En ik wilde mijn curriculum testen. Ik wist niet meer wat ik waard was. Vergeet niet: er is geen markt voor politici. Als je CEO bent, dan kun je dat meten: leid je een bedrijf van 50, 100 of 200 man en wat nadien? Ik was acht jaar minister. Wat betekent dat? In Vlaanderen kun je niet meten of je een interessant curriculum hebt. Misschien zitten er gaten in? En ik word straks 50. (lacht) Ik leef met het idee dat het beste nog moet komen.”

‘Ondanks alles’, een paar alinea’s terug stond het er zo, dat sloeg op Yale University en op het contrast met de stad waarin de universiteit sinds 1701 gevestigd is. Je zou dit een reservaat van intellect kunnen noemen, een ‘nationaal park’ waar in totaal 11.000 studenten a rato van een inschrijvingsgeld van 46.000 dollar (39.000 euro) per jaar komen studeren. Dat is veel, maar uit haar rugzakje haalt ze een print met deze titel: ‘Yale University Return on Investment for a Degree’. “Ze berekenen hoelang het duurt voor je je inschrijvingsgeld na een gemiddelde studieduur van vier jaar terugwint. Dat blijkt goed vier jaar te zijn.”

Bijzonder liberaal

Voor het Greenberg World Fellows Program ligt dat anders. De zestien geselecteerden krijgen een soort vergoeding, een appartementje, en veel keuze. Turtelboom geeft zelf les, zo gaf ze een lezing over ‘Security, Migration and the Future of Europe’, maar volgt er vooral zelf over onder meer corporate finance, sustainable finance, over globalisering, over goed schrijven. “Je krijgt een keuze uit tweeduizend vakken en níémand geeft je advies. Bewust. Als je info vraagt, zeggen ze: ‘Hoe kan ik voor jou bepalen wat jij nodig hebt?’ Yale is op dat vlak een bijzonder liberale universiteit. Studenten die, bijvoorbeeld, geneeskunde doen, moeten maar 35 procent van hun tijd vakken over geneeskunde volgen. De rest kunnen ze kiezen: Japans, toneel, tekenen? Alles kan. Ze vinden dat je pas leiderschap kunt leren als je voldoende diversiteit in je leven ontmoet.”

Geldt ook in haar programma. De gewezen Mexicaanse president Ernesto Zedillo doceerde haar de voorbije weken over globalisering. Kern: ‘Op welk niveau staan we vandaag?’

Op het tafeltje van haar tweekamerappartement met nummer 204 zien we een dag later Several short sentences about writing, een boek van Verlyn Klinkenborg liggen. “Hij schreef ooit voor The New York Times en The New Yorker en doceert hier een vak dat ‘Writing the World’ heet. Zijn betoog is dat je geen zinnen van meer dan vijf à zes woorden moet schrijven. Dat wordt dan bijna filosofie. Hoe korter je zinnen, hoe meer interpretatieruimte je je lezers geeft. Hij zei: ‘Jullie kunnen allemaal fantastisch wetenschappelijke werken schrijven, maar kunnen jullie ook iets schrijven waar de lezers echt iets aan hebben?’”

Googel Zedillo en Klinkenborg. John Kerry en Leonardo DiCaprio (die samen voor een zaal van tweeduizend Yale-studenten een lezing gaven over climate change) moet je zelfs niet googelen. Googel ex-Fellows als fotograaf Finbarr O’Reilly. Dat niveau. Daarom dus ook prestigieus. “Op een Fellows Night zat ik aan een tafel waar nog een plaats vrij was. Een man vroeg of hij kon aanschuiven, dat werd een bijzonder interessant gesprek en ’s avonds googelde ik hém even: James Rothman, celbioloog, bleek in 2013 de Nobelprijs te hebben gewonnen. Had hij aan tafel niks over gezegd.”

"Op mijn 12de werd ik naar het TSO gestuurd om te leren strijken. Drie jaar later koos ik er zelf voor dat pad te verlaten." Beeld Sebastiano Tomada

En zijzelf? “Amerikanen appreciëren politici enorm. Je hebt je land gediend, zo zien zij dat. In België bekijkt men dat toch anders. Amerikanen kunnen wel een opinie hebben over je beleid, maar het respect is er. Ik vond het fijn om ergens te zijn waar niemand me kende. Natuurlijk goo­gelden mijn medestudenten mij ook, maar het duurde wel drie weken voor ik hier de eerste Vlaming ontmoette. En dat was goed. Ik wilde mijn comfortzone verlaten.

“Kijk, ik had twee opties. Verder surfen op een carrière in de politiek en gewoon verder doen tot mijn pensioen. Of mezelf ondertussen ook eens in vraag stellen. Toen ik 15 was, deed ik dat laatste al. Op mijn 12de werd ik naar het TSO gestuurd om te leren strijken en koken. Drie jaar later koos ik er zelf voor dat pad te verlaten. Dat doe ik nu weer. Ik laat me nooit opsluiten in het vak waarin mensen je duwen.”

Een uitdagende bubbel

Yale unveils new resources to address sexual harassment’, schrijft Yale News, (The Oldest College Daily. Founded 1878) een dag later. Ook dat is weelde. De universiteit, ruim 25 miljard dollar waard door als early investor aandelen van onder meer Google, Amazon, Facebook en Airbnb te nemen, heeft een dagelijkse krant. Op papier, metrohandig formaat, tien bladzijden én nog eens sportsectie van vier bladzijden. Maar dus, zonder zelfs Weinstein te noemen, bericht de krant over de Yale-politiek voor klachten rond seksueel onaanvaardbaar gedrag. Er is zelfs een app ontwikkeld. In de eerste helft van dit jaar kwamen daar 82 klachten binnen.

Waarom schrijven we dat? Omdat gisteravond, rondwandelend door de straten tussen de oude gebouwen, Turtelboom wees op beveiligingscamera’s met blauwe lichten en op de Yale Shuttle. “Bijna dagelijks word je via mail op de hoogte gehouden van wat er in de stad gebeurt. Waar je beter niet komt. Natuurlijk is het een bubbel, dat besef ik goed. Maar het is wel een bubbel die je intellectueel uitdaagt. Gisteren kreeg ik een mail van een doctoraatsstudente astronomie uit Bangladesh. Ze schreef me: ‘Ik weet veel van sterren, maar niks van vluchtelingen. Ik kan niet meer om met hoe mijn land met de Rohingya omgaat en jij was minister van Asiel en Migratie. Kunnen we samen een koffie drinken?’ Dat hebben we gedaan, op 30 oktober organiseren we een avond met sprekers en met twee professoren bereiden we haar eindstatement met mogelijke oplossingen voor.” In diezelfde bubbel zaten zondagavond, lang voorbij 10 uur, studerende studenten in de Sterling Library.

De nacht valt en vanuit het raam in kamer 1020 (op de tiende verdieping dus in dit typisch Amerikaanse hotel van 19 verdiepingen maar zonder een 13de, zo bleek op de liftknopjes) vallen de lichtjes op de campus op en ook hoe ver deze wereld van de Wetstraat ligt. Daar ligt de vraag: hoe levensbepalend is dit?

De ochtend in New Haven brengt koffie en granola in bookshop/café Atticus. En een antwoord op die nachtelijke bedenking. “Als ik begin december terugkeer naar België, wil ik meteen weer kunnen aanknopen. Ik zetel in de Commissie Buitenlandse Zaken en ik volg alles, lees de kranten, houd contact. Toen ik 16 was, verhuurde ik op de Gavers in Geraardsbergen bootjes en ik maakte er een zaak van er zoveel mogelijk te verhuren. Dat was mijn passie. Is mijn passie vandaag nog altijd politiek? Absoluut en ik wil dat ook blijven doen. De vraag is: hoé? Ik wil geen ‘job’. Hier bekijk je het gewoon anders. Veel in de Belgische pers gaat over poppetjes. Wie tegen wie: daar gaat het om. Terwijl ik altijd vond dat je meer inhoudelijk moet denken en moet kijken of je bepaalde problemen wel in jouw land alleen kúnt oplossen.

“Migratie, bijvoorbeeld: zolang je met een arm continent als Afrika zit, kun je als partij in België wel roepen dat je migratie alleen onder controle krijgt, maar dat is niet zo. Het probleem is dat je in de 21ste eeuw werkt met ideeën uit de 20ste eeuw en dat met een methode uit de 15de eeuw. We stemmen met pen en papier en verkiezen mensen voor vijf jaar. Maar plots breekt de bankencrisis uit. Of plots breekt de migratiecrisis uit. Die maken een pas gesloten regeerakkoord helemaal overbodig.

“Er moet dus een manier gevonden worden om enerzijds globaal en anderzijds lokaal betere antwoorden te vinden. Sowieso zal dat directere democratie zijn. In een wereld vol disruptie met Airbnb en Uber heeft ook de politiek disruptie nodig. Kijk naar wat de burgerbewegingen in Antwerpen doen en hoe mensen meer en meer betrokken geraken in het beleid. Vlaanderen heeft veel talent, maar is ook makkelijk zuur. We missen generositeit. Hier vind ik nul negatieve energie.”

Plots zegt ze: “Hier kan ik weer de Annemie zijn die ik was voor ik minister werd. Of zelfs voor ik parlementslid was. Ik ben niet gemaakt om te leven in een carcan. Toen ik ontslag nam, wilde ik mijn vrijheid terug. Hier krijg ik mijn leven terug.”

En over dat carcan: “Al toen ik 12 was, wilde ik uitbreken. Dat heb ik als vrouw altijd gedaan. Nadien wilde ik niet in de framing zitten dat ik ongelukkig was. Ik heb een fantastisch gezin, twee fantastische kinderen: je kunt daar toch niet ongelukkig om zijn? Steve Jobs zei ooit: ‘The only way to do great work is to love what you do. If you haven’t found it, keep looking. Don’t settle.’ (met een glimlach) Ik ben niet van plan me te settelen.”

Platte wereld

En dan: “Ik denk dat je meer impact kunt hebben als je geen minister bent. Kijk naar Bart Somers. Of kijk naar de actiegroepen rond de Oosterweel in Antwerpen. Kijk naar opiniemakers als Geert Noels en Peter De Keyzer. Alvin Toffler schreef lang geleden dat de wereld plat is en dat is hij nu. Als ik naar een professor in Yale mail en hij antwoordt, dan is de wereld plat. Of een dokter uit Nigeria die hier is en over ebola komt praten? Ook dat toont dat. Je kunt het migratieprobleem niet oplossen in België, ook al waren mijn cijfers intergalactisch beter dan die van Theo Francken. En als Bart De Wever al jaren zegt dat hij inzet op veiligheid en je ziet dan de cijfers van geweld in Antwerpen, dan moet je concluderen dat je het niet alleen kunt. Ik vind het nog altijd zeer eerbaar te zoeken naar een oplossing van problemen.”

Maar op 29 april 2016 nam ze plots wel ontslag uit de regering-Bourgeois. Lang voor Yale. En eigenlijk al even na de grootste heisa rond de zogenoemde Turteltaks. Het moest niet eens meer. In een eerste interview, negen maanden later, zei ze in Het Laatste Nieuws: “Het was een impuls. Die donderdagavond ben ik in bed gekropen zonder te weten dat ik vrijdagmorgen zou opstaan met het idee om ontslag te nemen. (...) Ik zat voor een kop koffie en plots, intuïtief, had ik er genoeg van om me te verweren tegen al dat negativisme.” In De Zondag zei ze onlangs: ‘Plots brak er iets.’

Wat brak er, ‘plots’?

“Dat is iets heel intuïtiefs. De gedachte: wil ik, als ik verder doe, vechten om aanvallen af te blokken of vechten vóór iets. Natuurlijk is de politiek competitief en zijn er altijd aanvallen. Persoonlijke, vanuit de oppositie, vanuit de meerderheid, van de sociale organisaties. Maar de balans zat gewoon niet meer juist. En ik wil niet leven om voortdurend alles op orde te zetten. Ik vind het eerbaarder om problemen op te lossen, dan om me voortdurend af te vragen op welke manier ik er kan mee omgaan. Ik kan enorm hard werken vóór iets, maar heel slecht als het om strategische overwegingen gaat.”

Je vraagt je af hoe zo’n ochtend gaat. De kinderen zijn dus naar school. Er is koffie. “Ik heb een tekst geschreven, heb mijn buurvrouw Margaux (Donckier, haar ex-woordvoerster, RVP) gesproken, dan Gwendolyn (Rutten, RVP) gebeld en gezegd: ‘Ik wil u zien'. Ze wist niet waarom. Ik heb een persconferentie laten beleggen, om half 11 hadden we nog een kernkabinet en niemand heeft iets gemerkt. Pas nadien heb ik Geert Bourgeois gebeld en dan zag ik Gwendolyn. Met haar ben ik door mijn tekst gegaan. Geert was heel verbaasd, maar ik maakte meteen duidelijk dat hij niet moest proberen me te overtuigen.”

Op die persconferentie had ze een blouse aan van A.F. Vandevorst met krantenprint (“Lag al lang in mijn kast, maar dit was het moment om het aan te doen”) en stond ze voor een schilderij van kunstenaar Ben Vautier met daarop: ‘C’est le courage qui compte.‘ Hoe gaat dát? Verhangen ze nog vlug dat schilderij? Ze glimlacht en zegt: “Via Bart De Baere van het M HKA decoreerde ik mijn kabinetten al lang met moderne kunst. Dit hing er nog maar een maand, we waren nog maar pas verhuisd. Het was mooi in de ontvangstruimte. We moesten maar twee zetels verschuiven voor die persconferentie.”

Je rijdt naar Brussel met chauffeur, je neemt ontslag en meteen wordt Bart Tommelein minister. Hoe moet je dan naar huis?

(lacht) “Mijn broer was toevallig in België en hij pikte me op. Ik kickte nooit op entourage. Een auto is nodig als minister, maar ik zag het nooit als een statussymbool. Zélf kunnen rijden met je eigen auto, dat is pas vrijheid. Je kunt stoppen waar je wilt en zonder dat iemand dat weet. Hier rijd ik met een oude koersfiets rond en ik vind het geweldig.”

Op wandel met onze reporter. "Ik heb het idee dat het beste nog moet komen." Beeld Sebastiano Tomada

We zijn anderhalf jaar verder. De Turteltaks is van de baan, of toch door haar opvolger Tommelein gezakt met 91 euro. Annemie Turtelboom is een verstandige vrouw. Je moet haar niet vragen wat ze daarvan vindt. Je vraagt het toch. “Ik hoor over Coucketaks en Hutstaks en de Geenstaks en Micheltaks en noem maar op. Ik kan alleen verwijzen naar het tijdsperspectief. Het regeerakkoord was heel duidelijk. Er was in de meerderheid geen draagvlak voor een andere oplossing dan de heffing. En ik wilde het probleem oplossen door het niet door te schuiven naar onze kinderen en kleinkinderen. Ik wilde aan het einde van de legislatuur de rekening vereffend hebben, zodat we klaar waren voor de klimaatdoelstellingen.

“Toen ik pas minister van Migratie was, zeiden de mensen: wees hard en standvastig. Tot ik dat deed en diezelfde mensen me kwamen vragen: wil je wel die en die nog vlug regulariseren? In Nederland doen ze dat anders. Stellen ze vast dat de pensioenen niet betaalbaar blijven, dan doen ze nu een inspanning. Wij schuiven door.”

Zegt u nu: er is geen plaats voor visie, of toch enkel tot de volgende verkiezingen?

“Gisteren zei Celil, een van mijn studenten, me: ‘Yale is de Research and Development-afdeling van Annemie Turtelboom’. Dat is wel een goed beeld. Dit laat me toe na te denken over dingen die niet meteen resultaat moeten opleveren. Amerika is ook anders. Als hier iemand failliet gaat, dan investeren ze in die mens. Omdat ze denken: ‘Die heeft geleerd van zijn fouten’. Bij ons ben je een loser als je failliet gaat.

“Ik probeer zelf mild te zijn voor mensen die twijfelen. Daar is niks fout mee. De grootste ­twijfel in mijn loopbaan als minister was de zaak-Fernand Koekelberg (in 2011 was er opschudding over een lobbyreis naar Qatar. Nadat gebleken was dat politiebaas Koekelberg daarbij geen wetten had overtreden – alleen deontologisch had hij een uitschuiver begaan – bevestigde Turtelboom het vertrouwen in hem, red.). Elke dag stonden er verhalen in de krant. Moest ik hem buitengooien? Drie ministers hadden het voor me geprobeerd. Natuurlijk twijfel je dan. Maar uiteindelijk maak je een keuze die, voor hetzelfde geld, de foute kan zijn.”

Wat was eigenlijk het kantelpunt? Ze is nog altijd geen 50 en het lijkt dat, zeker qua ministerschap, het beste voorbij is. Ze was de eerste vrouw op Binnenlandse Zaken. De eerste niet-juriste op Justitie. Ze was viceminister-president van Vlaanderen. Nog één stap en je bent helemaal ­historisch. “Het kantelpunt was mijn overstap naar de Vlaamse regering. Na mijn ontslag stond in Humo dat ik op Gwendolyns bureau had zitten wenen om toch maar minister te worden in de regering-Bourgeois. Komaan. Ga je iemand die labiel is minister maken? Maar de grootste concurrentie en dus tegenstand zit vaak in je eigen partij. Want er zijn maar drie ministerposten. De vierde wordt het dus niet.”

Daarmee noemt ze geen namen. Dat zal ze niet doen. Ze wachtte ook heel lang om een eerste interview te geven. “Zo moest ik niet nadenken over iets waar ik niet wilde over nadenken. Het is wat het is.” De band met Gwendolyn Rutten is veranderd. “Maar sinds ik hier ben, hebben we minstens vier keer gebeld al. Natuurlijk is de band anders, maar ik kijk niet terug. Van shit mest maken: dat wil ik doen. Misschien heb ik zelf te veel meegemaakt om nu jaren te vergooien aan een soort verwerking. Ooit verloor ik na zes maanden zwangerschap een tweeling: dát is een nulpunt in je leven.”

Is er nog ambitie op bestuursniveau? “Ik heb veel belangrijke departementen bekleed. Been there, done that.”

Maar volgend jaar staat ze wel op de lijst in Antwerpen, hoe klein Open Vld er ook is, tussen N-VA, SAMEN en CD&V.

Ze las over dat kartel tussen Groen en sp.a en zegt daar dit over: “Het lijkt me een heel strategische beslissing en daar kijk ik meewarig naar. Met twee samen, met als enig doel om Bart De Wever buiten te gooien? Ik zou mijn eigen punten proberen te maken. Hoe kan onze stad fietsvriendelijker worden? Hoe kan ons samenlevingsmodel inclusiever worden? Hoe lossen we de dramatische mobiliteitsknoop op? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we nog meer de cultuurhoofdstad van de Lage Landen worden? Het verbaast me dat Groen deze piste neemt, maar dat zegt dan ook veel over hen.”

Gutenbergbijbel

Sebastiano Tomada is fotograaf, hij won met de foto van een naakt huilend kind in Aleppo bij World Press Photo en is nu met de auto van Brooklyn, New York, naar New Haven gereden voor foto’s bij dit verhaal. Ook hij kijkt zijn ogen uit. Naar de ellende buiten de campus van Yale, naar het filmisch decor in die campus. Je stapt een oudere wereld in, wandelend naar het Jackson Institute, door Hillhouse Avenue.

“Volgens Mark Twain was dit de mooiste straat van Amerika”, zegt zij. Binnen hangt een affiche voor een ‘Conversation with Vice President Al Gore’ op 26 oktober. Abdul-Rehman Malik, indrukwekkende postuur, is radiojournalist voor de BBC en een van Turtelbooms collega’s: hij groet hartelijk. Buiten aan een foodtruck bestellen we een broodje Peruviaanse kip. Ze toont het gebouw waar John Kerry en Leonardo DiCaprio kwamen spreken. “Ook de voorzitter van de Wereldbank en de burgemeester van Parijs waren er. De boodschap was: negeer Trump, laten we een coalitie van steden smeden, Trump kan ons niks maken.”

En dan stappen we The Beinecke Rare Books and Manuscript Library binnen. Het is een gebouw als een boekenkast, met licht doorgevend marmer, een kubus met daarin nog een glazen kubus. En daarin dan 180.000 zeldzame oude boeken. We kijken en schrijven op. ‘Leo X, Papal letter to cardinal Albrecht of Brandenburg, Rome 6 june 1520, The Birds of America, from original drawings John James Audubon 1827-38. In één kast het topstuk: een van de 21 bekende volledige uitgaves van de Gutenbergbijbel, door Johannes Gutenberg gedrukt in 1455. Zij onthoudt een boek met tekeningen van Pieter Paul Rubens, gedrukt door Plantijn-Moretus. “De Steve Jobs van die tijd.” Wij worden stil van die verlichte kubus. Maak van New Haven maar New Heaven.

Was het eigenlijk moeilijk jezelf deze vier maanden te gunnen? Want je bent mama van twee opgroeiende kinderen, hebt een man en was altijd al druk weg met de politiek.

“Natuurlijk denk je daar even over na. Maar als ik twijfel, denk ik altijd: als ik het níét doe, ga ik dan spijt hebben als ik 80 ben? Het antwoord was ja. Ook toen ik van Puurs naar Antwerpen verhuisde, stelde ik me die vraag. Aan politiek kun je niet doen zonder risico’s te nemen. Je kunt falen of winnen, maar je moet wel proberen. Arianna Huffington zei ooit: ‘Falen is niet de keerzijde van succes’. Dat geloof ik. Je hebt falen nodig om succesvol te zijn. En iedereen maakt inschattingsfouten. Anders haalde je bij verkiezingen telkens 100 procent.”

“Toen ik minister van Migratie was, kreeg ik doodsbedreigingen omwille van mijn beleid. Brieven en mails waarin zelfs mijn kinderen bedreigd werden. Nooit dacht ik aan stoppen, omdat ik niet bang ben en omdat je je niet kunt laten chanteren. Het fantastische beeld van koningin Fabiola met haar appel op de koninklijke tribune (de nu overleden koningin was enkele dagen eerder bedreigd met de dood door een kruisboog en verwees met die appel naar Willem Tell, RVP) vergeet ik nooit. (lacht) Of die appel door de regering gedekt was, weet ik niet. Maar zij zei met humor: ‘Hit me if you can’. Ook ik heb toen doorgezet en zelfs Groen en sp.a pleiten nu niet meer voor collectieve regularisering.”

Straks, begin december, is ze terug. Misschien zelfs al een weekje in november, dan wordt ze 50, dicht bij de familie is wel zo fijn. Sien en Andrea, haar dochters, lijken er niet onder te lijden nu hun moeder in New Haven zit. Zelf was ze al 22 toen, met de val van de Berlijnse Muur, de interesse in politiek écht vonkte. Als tiener had ze Yannick Noah aan de muur hangen. Hoe ze haar kinderen de wereld leert kennen? “Afgelopen zomer gingen we op vakantie naar Uganda. Bewust in Afrika. En niet naar Zuid-Afrika, maar wel naar een land waar de combinatie van prachtige natuur met het leven zoals het soms moeilijk is, te zien was. Natuurlijk deden we safari’s. Maar we bezochten ook een dorp waar de regenman net vermoord was: het had al zes maanden niet geregend. Soms moesten we tien uur rijden voor een rit van tweehonderd kilometer. Ze weten echt wel dat het bed waarin je geboren wordt, je leven bepaalt.”

Can I ask you something?”, vraagt ze dan aan de fotograaf. Ze wil een foto van haar samen met Hawa Adula, Celil Isik, Metincan Suran en Levan Margvelashvili. Hawa is een meisje van Malinese afkomst, Celil en Metincan komen uit Turkije. Levan uit Georgië. Alle vier studeren ze aan Yale en alle vier kozen ze deze gewezen Belgische minister uit als ‘mentor’ tijdens deze vier maanden. Bewust: “Ik wil van haar bijleren over de vluchtelingenproblematiek”, zegt Hawa, geboren in de Bronx, kind van ouders die uit Mali naar Amerika waren gevlucht. Tomada maakt die foto en straks zal die dus in een aantal studentenkamers in New Haven hangen.

En dan toont de stappenteller op de telefoon een jaarrecord: 15.510. Dat is genoeg en bij Atelier Florian, een Belgisch restaurant, praten we niet meer met Annemie Turtelboom alleen. We doen dat met Rita Sciarra uit Italië die voor de UNO zes jaar in Haïti actief was, met Rema uit India (“de Catherine De Bolle van haar land”), met José Luis Chico uit Peru (“hij was onlangs bijna minister in zijn land”). Er is eindelijk een glas wijn.

‘s Ochtends straalt de indian summer door het raam van de Amtrak terug naar New York. In de Connecticut Post lezen we: ‘Our world desperately needs those who will take Christ seriously’. Het is een reis met levenslessen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden