Dinsdag 22/10/2019

Interview

Annemie Struyf: “Wat gebeurt er als je de liefde van je leven ontmoet op je 57ste?”

Annemie Struyf. Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: Annemie Struyf. Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“38. Ik vond dat een geweldige leeftijd, een soort hoogtepunt ook. Voordien was het altijd maar opbouwen en opbouwen. Sinds die 38 kan ik heel moeilijk geloven dat de tijd intussen gewoon verder is gegaan. Waar zijn al die jaren naartoe? Hoe is het mogelijk dat ik vandaag 57 ben, terwijl ik gisteren nog maar 38 was? Het leven lijkt wel een bol die hoe langer hoe sneller draait. Puur elke seconde uit, zou ik dus zeggen.

“Of ik dan vooral in het nu leef? (
kijkt ondeugend) Er is mij dit jaar iets moois overkomen. Want ik ben verliefd. Ik heb een lief, ja. (lacht) Dat maakt echt wel dat ik mij weer heel jong voel, want verliefd zijn op je 57ste, dat is nog veel intenser dan op je 17de. Iedereen wordt verliefd op 17, en is het niet de goeie, dan komt er wel een volgende. Als je op je 57ste de liefde ontmoet, probeer je die veel meer te koesteren. Ik heb dus het gevoel dat ik aan het begin van een nieuw leven sta. Ik ben gezond en energiek en wil nog zoveel. We moeten nog ontdekken hoe we onze liefde vorm gaan geven. De toekomst ligt dus nog helemaal open.

“Eerlijk, ik had niet durven hopen om na mijn scheiding opnieuw de liefde te vinden. Ik wilde heel realistisch zijn, omdat ik rond mij veel vrouwen van mijn leeftijd zie die gescheiden zijn en alleen blijven. En veel mannen van mijn leeftijd die een relatie beginnen met een jongere vrouw. Is het realistisch om op je 57ste te hopen dat je nog de liefde met hoofdletter ontmoet? Ik durfde dat niet. Neen, neen. Want als je dat hoopt, dan komt het niet en word je heel ongelukkig.

“Ik wilde vooral op een positieve manier alleen kunnen zijn en heb ontdekt dat ik dat kan, dat geeft mij een geruststelling. Maar nu moet ik toch zeggen: (
fluistert) met twee is gewoon leuker dan alleen! Het is veel leuker om dingen te delen, samen plezier te maken. In die zin ben ik heel dankbaar dat de liefde mij overkomen is. Zo! Het is eruit. (glimlacht) Want ik heb er nog nooit iets over gezegd en public.

Wie is Annemie Struyf?

* geboren op 4 februari 1961, in Schoten

* studeerde pedagogische wetenschappen en werkte als onderzoeker aan de KU Leuven

* stapte op haar 35ste in de journalistiek, eerst bij Knack en Humo, later op televisie (Eén en VIER)

* maakte onder meer de tv-programma’s De moeder van mijn dochter, In godsnaam, De Bleekweide, Via Annemie en La vie en rose. Vanaf 9 januari op Eén: Viva España

* schreef samen met fotografe Lieve Blancquaert enkele boeken, zoals Insjallah mevrouw en Mijn status is positief

* heeft vijf kinderen

“Weet je waarom ik dit nu wél vertel? Omdat ik wil kunnen zeggen: ja, de liefde bestaat nog! Hoe klef dit misschien ook klinkt, maar jawel, de liefde bestaat en ze bestaat voor elke leeftijd en ze is niet voorbehouden voor de jeugd! (lacht) En hoe ouder je wordt, hoe kostbaarder de liefde wordt.

“Onlangs was er veel te doen rond dat nieuwe boek van Rika Ponnet, waarin ze een pleidooi houdt voor een herwaardering van de romantische liefde, omdat we collectief in onze maatschappij cynisch en sceptisch zijn geworden over de liefde. Wellicht uit angst voor de grote ontgoocheling. Begrijpelijk ook. De lat ligt heel hoog in relaties en er zijn enorm veel echtscheidingen. Maar ik volg Rika Ponnet wel als ze zegt: durf te springen, want het is pas als je durft te springen dat er een nieuwe wereld voor je kan opengaan. Volg je intuïtie en werk niet met lijstjes, stel geen voorwaarden, want zo bouw je heel veel voorbehoud in. Misschien spreek ik over een paar jaar anders. Maar dan nog. Ik ga nu niet op de rem gaan omdat het ooit fout zou kunnen lopen. Neen.

“Mijn lief is een leeftijdsgenoot, ja. Wat ik heel fijn vind. Je hebt dezelfde referenties, je bent in hetzelfde tijdsgewricht opgegroeid, met dezelfde muziek. Die herkenbaarheid vind ik bijzonder aangenaam. We zitten in dezelfde levensfase. Als hij 15 jaar ouder was, zat ik met een oude man. Dat zou een heel andere dynamiek geven. Als hij 15 jaar jonger was, zou ik me als vrouw snel heel oud beginnen voelen. Dus nee, dezelfde leeftijd vind ik best comfortabel.”

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Ik ben koppig. En helemaal geen groepsdier. Ik heb een grote eigenzinnigheid en kan heel snel beslissen. Ik twijfel niet. Ik ben heel intuïtief, minder rationeel. Na mijn echtscheiding heb ik een huis gekocht in twee minuten. Ik ben dat huis binnengestapt en wist meteen: hier wil ik wonen.

“Ook in de liefde. Nog voor we iets hadden wist ik: bij die man blijf ik. Ik volg mijn intuïtie en ben daarin nog nooit bedrogen uitgekomen.”

3. Wat is uw passie?

“Mensen. Hoe ze eruitzien, hoe ze praten en bewegen, hoe ze zich gedragen, wat hun motieven zijn. Ik kijk graag naar mensen, naar hun gezichten, hoe ze communiceren met elkaar. Koppels vind ik waanzinnig interessant. Ook de mensen achter grote historische figuren. Ik herinner me nog het allereerste werkcollege dat ik gaf aan de universiteit over Jean-Jacques Rousseau, de grondlegger van de moderne pedagogiek. Toen ik dat college aan het voorbereiden was, ontdekte ik dat Rousseau zelf zes kinderen heeft gehad die hij één voor één in een vondelingentehuis liet plaatsen. Die inconsequentie, die discrepantie tussen leven en werk zette mij enorm aan het denken.

“Ook in mijn nieuwe programma op Eén (Eviva España, red.) ga ik op zoek naar de drijfveren van mensen die dromen van een nieuw leven in Spanje en die droom proberen te vervullen. Helemaal opnieuw beginnen met een schone lei kan natuurlijk niet, want je hebt altijd een verleden dat je meedraagt, dus hoe doe je dat? In die zin zal het programma voor velen een spiegel zijn. Want ik ben er zeker van dat er diep in elk van ons een verlangen schuilt om ooit eens op een of andere plek het roer om te gooien.”

4. Is het leven voor u een cadeau?

(lacht) “Ja natuurlijk. Ik ben in vredestijd geboren, in een warm gezin, met leuke zussen en een broer, in een heel beschermd milieu. Ik heb kunnen studeren, veel kansen gekregen. Ik heb een geweldige job. Natuurlijk heb ik ook tegenslagen gekend en de nodige pijn en verdriet. Maar mijn kinderen zijn gezond, godzijdank, ik ben zelf gezond, godzijdank. Ik heb de liefde ontmoet. Mocht ik het leven niet als een cadeau ervaren, dan verdiende ik een flink pak slaag. (lacht)

“Ik vind trouwens dat optimisme in tijden van crisis en zeker in ons deel van de wereld een morele plicht is. Ik volg het nieuws van heel nabij en moet zeggen dat ik de boodschappen, de communicatie, de stijl zo deprimerend vind. Er heerst een soort van groepspessimisme. Als kritische intellectueel is het nu bon ton om pessimistisch te zijn. Wel, ik doe daar niet aan mee. Want net zoals er zeer grote redenen zijn tot bezorgdheid, zijn er ook zeer grote redenen tot optimisme. En dat laatste zijn we onze kinderen verschuldigd. Want het is enkel vanuit hoop en optimisme dat de mens iets kan verwezenlijken.”

Annemie Struyf: “Mocht ik het leven niet als een cadeau ervaren, dan verdiende ik een flink pak slaag.” Beeld Stefaan Temmerman

5. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

(lacht) “Samen met mijn lief ontbijten. Mijn eerste tas koffie van de dag. De lichtjes in de kerstboom aansteken. ‘s Avonds onder het dons kruipen. Een whatsappje van de kinderen. Als de kleine dingen je niet gelukkig maken, kun je niet vaak gelukkig zijn, want het groot lot win je meestal niet in je leven. Allez, soms wel natuurlijk.” (hilariteit)

6. Wat is uw zwakte?

“Mijn koppigheid. En ik besef maar al te goed dat het zaak zal zijn om de nodige mildheid in acht te blijven nemen. Want met de jaren worden je eigenschappen alleen maar scherper. Ook fysiek: als je een grote neus hebt, wordt die almaar groter. (lacht) Met een karakter is dat ook zo, en dat is natuurlijk een valkuil. Want ik wil geen extreem koppig wijf worden waar de mensen op den duur schrik van hebben. Ik denk dat de uitdaging erin bestaat om je kwaliteiten verder in te zetten, maar tegelijk jezelf te corrigeren. En ook daarin helpt de liefde. (lacht) De liefde laat je milder in het leven staan.”

7. Waar heeft u spijt van?

“Sommigen zeggen: ‘je ne regrette rien’. Ik vind dat wat ongeloofwaardig. Oké, ik aanvaard hoe de dingen zijn gelopen, maar natuurlijk heb ik fouten gemaakt. Mijn oudste zoon, die nu 30 is, vroeg bijvoorbeeld voor Sinterklaas telkens opnieuw een racebaan met van die race-autootjes en ik vond dat pedagogisch niet verantwoord. Het ene jaar kreeg hij een pottenbakkersset, het volgende jaar een schildersezel. Oooo, elk jaar opnieuw zocht ik naar iets creatiefs, naar een pedagogisch verantwoord cadeau. En nog altijd plaagt hij mij elk jaar opnieuw: ik heb die racebaan nooit gekregen. Dan denk ik: waaróm, in godsnaam, heb ik hem die nooit gegeven?” (lacht)

8. Wat is uw grootste angst?

“Uiteindelijk toch wel de grote basisangst, hè. Dat mijn kinderen iets zou overkomen, dat de bel gaat en dat er iemand aan de deur staat: we hebben slecht nieuws voor u. Je angst is natuurlijk de keerzijde van je geluk.”

9. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Ah, ik huil veel. Als de spanning te hoog wordt, positief of negatief, dan lach ik of huil ik. Vorige week heb ik twee nachten wakker gelegen van die student die gestorven is (door het drinken van een grote hoeveelheid visolie, red.). Ik heb zelf een zoon van 21, dus dat raakt mij. Ik zou de moeder van het slachtoffer, maar ook de moeder van de dader kunnen zijn.

“Mijn kinderen kwamen mij vertellen wat er met die jongen gebeurd was. Ik moest ervan overgeven. Dat jongeren elkaar dàt kunnen aandoen! Voor mij is dat foltering tot de dood. Dat voorval heeft tot zulke heftige discussies geleid met mijn kinderen dat ze zeiden: ‘mama, stop erover!’ Ik werd daar zo triestig van. Ik zag die jongen en ik zag mijn eigen kinderen voor me. ‘s Nachts durven de demonen weleens de kop opsteken.”

10. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Na de dood van mijn moeder. In Afghanistan, toen bleek dat we in levensgevaar waren. Na mijn echtscheiding. Ik denk dat een mens normaal kan functioneren tot hem iets ergs overkomt. Verlies, rouw, doodsangst kunnen je systeem tilt doen slaan. In die situaties heb ik gevoeld wat een fragiel wezen de mens maar is. Daarom heb ik ook mededogen met mensen die totaal hun zinnen verliezen. We proberen allemaal beschaafd en beheerst met elkaar om te gaan, maar dat lukt niet in alle omstandigheden.”

11. Welk kunstwerk heeft u gevormd of een blijvende indruk nagelaten?

“Toen ik 13 was, heeft mijn vader me meegenomen naar de opera in Antwerpen, naar La Bohème van Puccini. Dat stuk heeft me omvergeblazen. Ik heb daar een levenslange liefde voor opera aan overgehouden. Wat ik ook zo fijn vind: alles moet tegenwoordig kort zijn, maar opera mag nog zo heerlijk lang duren. Die uitgesponnen emoties. Heerlijk.”

12. Heeft u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Ik was als puber heel vatbaar voor religie en voelde me erg aangesproken door de bijbelverhalen. Ik ben natuurlijk een kind van mijn tijd en opgegroeid in een traditioneel katholiek gezin. Naarmate de maatschappij ontkerkelijkte ben ik mee ontkerkelijkt, maar toch heb ik altijd liefde en respect voor religie overgehouden zonder zelf gelovig te zijn. Op religie spuwen heb ik nooit gedaan en zal ik ook nooit doen. 

“Religie wordt soms gebruikt om het slechtste in de mens naar boven te halen, maar tegelijk weet ik zeker dat religie ook het beste in een mens naar boven kan halen. Ik heb al veel mensen ontmoet die zichzelf overstijgen dankzij hun religie. 

“Wat ik nu bijvoorbeeld zo erg vind in de huidige discussie over het vernieuwde Afrikamuseum, is hoe mensen die destijds werkelijk het beste van zichzelf hebben gegeven nu mee uitgespuwd worden. Missionarissen, zusters die melaatsen zijn gaan verzorgen. Iedereen die naar Afrika getrokken is, is blijkbaar fout geweest. Vanuit die redenering is elke vorm van ontwikkelingshulp fout, want dan moet je alles wat Artsen zonder Grenzen en 11.11.11 realiseren ook van tafel vegen. Van de weeromstuit ga ik die mensen nog meer appreciëren.”

Annemie Struyf: “Diep in elk van ons schuilt een verlangen om ooit eens op een of andere plek het roer om te gooien.” Beeld Stefaan Temmerman

13. Hoe kijkt u naar uw lichaam?

“Ik ben heel dankbaar voor het lichaam dat ik gekregen heb. Ik heb een gezond lichaam, het draagt me al 57 jaar door de wereld. Ik ben niet te dik, niet te dun, ik ben niet te schoon, niet te lelijk, ik ben sterk, ik heb energie, ik kan me kleden hoe ik wil. En mijn lichaam schenkt me nog altijd veel genot.

“Ik herinner me nog goed mijn jongste tante die een absolute schoonheid was. Ik was 16, zij 32. We zaten samen in de auto, ik keek naar haar en zei: ‘Zo mooi als jij ga ik nooit worden’. En toen antwoordde ze: ‘Maar Annemieke, schoonheid is geen cadeau hoor, dat is eerder een vergiftigd geschenk, want je trekt voortdurend de verkeerde mensen aan, mensen die zich willen wentelen in jouw schoonheid. Als ik kon kiezen, ik zou veel liever minder mooi zijn.’ Dat vond ik zo straf. Sindsdien besef ik dat schoonheid geen ideaal is om na te streven. Ik ben gewoon content met mijn lijf.”

14 .Wat vindt u erotisch?

(lacht) “Het meest erotiserende wat er is, is verliefd zijn. Verliefdheid is het grootste afrodisiacum. Het is natuurlijk fantastisch om dat op je 57ste te kunnen zeggen. Ik denk dat jonge mensen ervan overtuigd zijn, en ik zal dat vroeger ook wel gedacht hebben, dat seks afloopt met de jaren. Wel, dat is niet zo! Ook op de menopauze rust een gigantisch taboe. Als vrouw kun je het aangepraat krijgen dat je seksuele aantrekkingskracht verdwijnt met de menopauze, omdat veel mannen jongere vrouwen beginnen te verkiezen. Ik wil gewoon zeggen: laat je dat niet wijsmaken. Laat je niet wijsmaken dat je libido verdwijnt, want dat klopt niet.

“Een collega van mij was onlangs op vakantie in Schotland in een Airbnb en kon ‘s nachts niet slapen omdat de gastvrouw, 75 jaar oud, met haar minnaar zo van jetje aan het geven was. ‘Harder, dieper, nog, nog, nog!’ (hilariteit) Ja, ja, zo gaat dat. Erotiek is niet het monopolie van de jeugd. Ik denk zelfs dat de kwaliteit ervan verbetert, omdat je het samenzijn meer weet te waarderen en omdat je je lichaam ook veel beter kent. Je weet intussen wat het graag heeft, je hebt ook minder schroom om dat te communiceren.

“Voor het eerst je kleren uitdoen, voor het eerst huid tegen huid, voor het eerst samen onder de lakens… Dat is toch eigenlijk wel wat. Je laat je zien en voelen en je gedraagt je op een manier waarop je je tegen niemand anders gedraagt. En ja, het wordt alleen maar fijn als je je laat gaan, want anders wordt het maar niets. Dat is sowieso spannend, hè. Is dat op mijn leeftijd nog spannender? Ja, misschien wel, ja. Ik weet ook dat een lichaam van 57 er helemaal anders uitziet dan een lichaam van 25, maar dat maakt mij niet onzekerder, omdat ik het ken. En omdat ik met iemand ben die even oud is. Hij heeft ook geen lichaam van 25, we voelen ons dus op ons gemak bij elkaar.

“Ik heb een vriendin die weduwe is en denkt dat ze haar lichaam nooit meer aan iemand zal durven tonen. Dan zeg ik: ‘Jawel, je zal dat durven!’ Je valt toch niet op een ongerept lichaam! Ik zou niet willen vrijen met een lichaam van 25, hoe raar zou dat niet zijn? Als ik naar mijn lief kijk, denk ik: wat een schone man. En dat is toch net omdat het leven hem zo getekend heeft. Zo is dat met het lichaam toch ook. Je hebt het lichaam dat bij je past, bij je persoonlijkheid, bij je leeftijd.

“O jee, het lijkt hier wel een pleidooi voor seks op leeftijd. (lacht) Dju, nu gaat mijn lief boos zijn.”

15. Wat is uw goorste fantasie?

“We hebben het daarstraks over die student gehad. Wat er met die jongen is gebeurd, is zeer goor. Een uitwas van mensen die toegeven aan hun goorste fantasieën. Ik denk dat het dus zeer gevaarlijk is om het meest gore in jezelf of de ander aan te spreken en te verwoorden. Je hoort nogal vaak dat alles moet kunnen zolang er sprake is van wederzijdse toestemming. Wel, ik ben het daar niet mee eens. Ik denk dat mensen, ook met wederzijdse toestemming, zeer gore dingen met elkaar kunnen doen die uiteindelijk echt niet oké zijn. Daarom wil ik het gore dat wellicht in mij – en in elk van ons – zit niet benoemen, ik wil dat niet voeden. Want goorheid leidt tot nog meer goorheid. Door de dingen te benoemen, maak je ze ook reëler.”

16. Welk dier zou u willen zijn?

(denkt na) Ik denk dat ik geen dier zou willen zijn. Neen. Het tofste dier vind ik een aap, omdat hij zo sterk op de mens lijkt.”

17. Hoe was de relatie met uw ouders?

“Ik kom uit een heel traditioneel en warm gezin. Ik ben opgegroeid in Duitsland, want mijn vader was beroepsmilitair. In een milieu van allemaal homogene gezinnen: vader in het leger, moeder huisvrouw, met drie à vier kinderen, in identieke huizen, in identieke straten. Heel ons bestaan werd georganiseerd door het leger. We leidden een onbekommerd leventje. De meeste BSD-kinderen (Belgische Strijdkrachten tegen Duitsland, red.) hebben trouwens zeer goede herinneringen aan die periode. 

“Toen we terugkwamen naar België was dat echt een koude douche. We verhuisden naar een heel klein rijhuis, mijn vader moest naar Brussel pendelen. Als ik daar nu op terugblik was dat een heel sobere tijd.

“Als puber ben ik enorm beginnen rebelleren. Alles waar onze vader voor stond – een militair, katholiek, met duidelijke principes – moest eraan geloven. Het werd duidelijk dat ik het huis uit moest, op kot naar Leuven. Maar daarna is dat natuurlijk allemaal weer goed gekomen.”

Annemie Struyf: “Bretagne en kamperen zijn twee no-go’s.” Beeld Stefaan Temmerman

18. Hoe definieert u liefde?

“De liefde is volgens mij het ultieme streefdoel van ieder mens, maar het is heel moeilijk om haar te definiëren, je moet ze eigenlijk herkennen als je ze tegenkomt. Als je ze begint te definiëren verval je weer in lijstjes en in voorwaarden. Daarnaast heeft de liefde ook tijd en ruimte nodig. Je kunt niet blijven drijven op de liefde, de liefde moet gevoed worden.”

19. Bent u een goede vriend?

“Ik denk wel dat ik een goeie vriendin ben, maar ik heb een drukke, voltijdse job, een relatie en vijf kinderen met wie ik een heel goed contact wil onderhouden, ik hou van opera, musea en reizen, dus dat plaatje is snel vol, hè. Ik heb geleerd om in de vriendschap keuzes te maken. Ik heb vriendinnen die ik al meer dan veertig jaar ken en ieder jaar organiseren we in de kerstvakantie een lang vriendinnenweekend. Ze komen dit weekend bij mij logeren. We gaan naar Bozar, naar de opera, uit eten, wandelen en heel veel babbelen. (lacht) Ik zie hen weinig, maar dat jaarlijkse weekend is de stevige voedingsbodem van onze vriendschap.”

20. Hoe zou u willen sterven?

“Ik zou vooral snel willen sterven en heel graag in mijn slaap. Onbewust, dus.

“Ik wil nog heel graag lang leven, maar mocht ik vandaag moeten heengaan, dan vind ik wel dat ik een bijzonder mooi leven heb gehad. Ik zou nu tevreden kunnen sterven.

“Wat ik zou willen als laatste avondmaal? Oesters met een beetje citroen erop, wat peper en een beetje grof zout en dan een heel schoon
coupeke champagne. Ja. Ja.” (lacht)

21. Wat is voor u de hel op aarde?

“Groepsdruk. En alle uitwassen die daaruit voortvloeien. Zoals bij die studentendoop. Ik ben zo bang van groepen omdat ze in staat zijn het individu diep te vernederen en te manipuleren, en omgekeerd, omdat het individu zich door de groepsdruk zo kan laten vernederen en dirigeren. Het is dát mechanisme dat tot oorlogen en tot de grootste gruwel leidt.”

22. Heeft u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Heel expliciet néén! Ik vind dat racisme een term is die tegenwoordig te pas en te onpas gebruikt wordt door Jan en alleman. Bovendien leven we in een cultuur waarin we onszelf heel graag culpabiliseren. We moeten onszelf verantwoordelijk achten voor alle grote problemen in de wereld. Welnu, ik doe daar niet aan mee. Ik ben niet racistisch en ik wil me dat niet laten aanpraten.

“Onlangs noemde iemand mij racistisch omdat ik als blanke vrouw strijd tegen vrouwelijke genitale verminking in Kenia. Werkelijk? Ik heb dat toen voorgelegd aan Assita Kanko, die zelf ook besneden is. Ze antwoordde me: ‘Ik vind het racistisch als iemand zegt dat jij niet mag opkomen tegen FGM (female genital mutilation, red.) omdat jij een blanke vrouw bent. Toen ik verminkt werd, had de kleur van de persoon die voor mij zou opkomen geen enkel belang, iemand had gewoon iets moeten doen, maakt niet uit wie.’

“Vandaar, ik vind dat onze obsessie met racisme te ver aan het doorslaan is. Ik zou zelfs durven te zeggen dat wij niet in een al te racistische samenleving leven. Het racisme in Afrika zélf is pas stuitend. Ik kom vaak in Afrika, mijn jongste dochter komt ook uit Afrika. Hoe donkerder je huidskleur, hoe lager ze je achten. Mijn jongste dochter is donkerder dan donker. Ik vind haar echt mooi en weet zeker dat ze hier veel minder op haar huidskleur beoordeeld wordt dan daar. Ik weiger dus op zoek te gaan naar de racist in mezelf. Ik ben niet racistisch en daar ben ik fier op.” (lacht)

23. Wat betekent geld voor u?

“Ik ben met weinig grootgebracht en heb nog altijd het idee dat ik met weinig zou kunnen rondkomen. Dat geeft mij een groot gevoel van vrijheid. Mijn kinderen heb ik altijd beschouwd als mijn grootste rijkdom. Rijkdom is ook iets psychologisch. Je hebt rijke mensen die zich constant arm voelen en je hebt arme mensen die vinden dat ze alles hebben.

“Ik prijs mezelf natuurlijk gelukkig dat ik een job heb die ik heel graag doe en dat ik nog nooit heb moeten werken puur voor het geld. Dat is een grote luxe, dat besef ik.”

24. Wat is uw vreselijkste vakantieherinnering?

“Een vakantie met onze kleine kinderen op een camping in Bretagne. Het heeft toen geregend van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat. Alles was klam. Na een week zijn we vertrokken. Sindsdien zijn Bretagne en kamperen twee no-go’s.”

25. Wie zou u hier eens uw gedacht willen zeggen?

“Mensen die anderen zomaar afmaken om hun mening. Ik vind de huidige polarisering verschrikkelijk. Neem nu al die reacties op Assita Kanko, die sinds een week actief is bij N-VA. Kort daarvoor werd ze nog de hemel ingeprezen om haar optreden in Alleen Elvis blijft bestaan. Nu wordt ze om dezelfde standpunten afgekraakt omdat ze bij de zogenaamd foute partij zit.

“Onlangs zei iemand uit mijn kennissenkring: ‘Zeg, die vriendin van jou, je gaat haar nu toch wel laten vallen, zeker?’ Een vriendin laten vallen omdat ze bij een andere partij zit dan waar je misschien zelf voor zou kiezen? Dat heeft mij werkelijk geschokt. Waarom toch iedereen in een kamp willen duwen? Vanwaar toch al die onverdraagzaamheid? Het klinkt klef, maar nu het toch bijna kerst is: er zou duidelijk wat meer mildheid, mededogen en respect mogen zijn!”

Eviva España: vanaf 9 januari elke woensdag om 20.40 uur op Eén.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234