Dinsdag 17/09/2019

Interview

Ann Demeulemeester over haar nieuwe leven: ‘Ik moest leren om geduldig te zijn’

Beeld Julien Mignot/The New York Times

Zes jaar geleden sloeg de modewereld een hartslag over, toen Ann Demeulemeester (59) afscheid nam van haar eigen label. ‘Ik droomde ervan een stem in de modewereld te hebben. Ik heb het gevoel dat die missie nu volbracht is’, schreef ze in een handgeschreven brief. Maar de ontwerpmicrobe kreeg ze niet uit haar lijf, dus zocht en vond ze een nieuwe taal. Een inkijk in haar nieuwe leven, thuis in Kessel.

Toen Ann Demeulemeester in 2013 de modewereld vaarwel zwaaide, kwam de geruchtenmolen op gang. Wat zou ze nu gaan doen? Ze had haar label zo zorgvuldig gecultiveerd, voor haar was het een visuele tegenhanger van een van de songteksten van hartsvriendin Patti Smith. Kon ze het echt zomaar achterlaten? Wie zou erin slagen om haar poëtische esthetiek verder te zetten?

Het was natuurlijk lang niet de eerste keer dat een ontwerper uit de modewereld stapte. De job is loodzwaar en sommigen gooien failliet of uitgeput de handdoek in de ring. Maar niks van dat alles bij Demeulemeester, haar modehuis was immers succesvol. De creatieve leiding droeg ze over aan de Franse ontwerper Sébastien Meunier. Ze stopte gewoon omdat ze daar goesting in had. Of zo leek het toch.

Nu blijkt dat ze het ontwerpen toch niet heeft opgegeven. Demeulemeester was gewoonweg op zoek naar een nieuwe taal. “Ik wilde mezelf de tijd gunnen om een ander soort leven uit te proberen”, zegt ze. “Ik wilde me opnieuw ­kwetsbaar voelen. Een nieuwe start nemen, op zoek gaan naar iets moeilijks.”

Dat bracht haar bij een nieuw medium. Ann Demeulemeester Serax, een collectie porseleinen servies, zilverwerk, glazen en binnenkort ook grotere stuks voor in huis, is vanaf oktober beschikbaar. Getekend: Ann Demeulemeester en haar man Patrick Robyn, die in een vorig leven fotograaf was.

Le corbusier

Demeulemeester (59) woonde jarenlang in de rand van Antwerpen, in het enige nog bestaande Le Corbusier-gebouw in België: huis Guiette, aan de Populierenlaan. In het laatste jaar aan de modeacademie maakte ze een kleine collectie geïnspireerd door het modernisme. Patrick Robyn dacht destijds dat het een goed idee zou zijn om foto’s te maken in een passend decor, en zo kwamen ze voor het eerst in contact met de toenmalige eigenaar van het huis.

Een paar jaar later konden ze het gebouw kopen, het geld schraapten ze bijeen via familie. Vandaag woont hun zoon Victor er, samen met zijn vrouw en zoontje. Demeulemeester en Robyn zelf brengen tegenwoordig hun dagen op het platteland door. Ze streken neer in Kessel bij Lier, een dorp waar velen vroeger hun boterham verdienden als diamantslijper. “Het is echt in de middle of nowhere”, zegt Demeulemeester. 

Het huis oogt aan de buitenkant ­imposant: reusachtig, vierkant, kastelerig. Het werd in 1864 gebouwd op vraag van een vrouw die verliefd was geworden op een Italiaanse man. Ze hoopte dat ze hem voor zich kon winnen door een huis te bouwen dat gemodelleerd was naar een huis aan het Comomeer. Spoiler: haar plan mislukte.

Binnen is het gezelliger, met een ­overdaad aan lampen en mid-century-meubelen die duidelijk al een paar levens hebben geleefd. Blikvanger: een opgezette paardenkop met een hoorn op de snuit waardoor het net een eenhoorn is. Als hier kinderen over de vloer komen, durven die weleens te vragen: “Bent u een prinses?” 

Beeld Julien Mignot/The New York Times

Achteraan in de tuin stroomt de Grote Nete. Dezelfde Nete die, vijf kilometer stroomafwaarts en onder de naam Beneden Nete, voorbij het landhuis van haar collega-modeontwerper Dries Van Noten meandert.

Hij en Demeulemeester maakten allebei deel uit van de Antwerpse Zes, een groepje getalenteerde studenten die in 1980 en 1981 afstudeerden aan de Antwerpse Modeacademie en die België op de internationale modekaart zetten. Samen bomen ze weleens lekker door over hun tuinen. Die van Demeulemeester is 20 hectare groot en sinds kort lopen er Japanse shamo-kippen rond, die ze voor haar man kocht. ’s Middags neemt ze graag een duik in haar eigen vijver, maar haar grote passie is een uit de kluiten gewassen moestuin.

In Kessel leerde Demeulemeester dat de natuur bijzonder onvoorspelbaar is. Ze houdt van de traagheid, van het feit dat het jaren duurt voor je resultaat ziet. En of we alsjeblief eens aan haar lievelingsplant willen ruiken: de rododendron. “Je moet sterk zijn”, zegt ze. “Het kan gebeuren dat er tijdens een storm iets sterft waarvan je hield. Je moet leren hoe je opnieuw moet beginnen. Als er een oude boom verdwijnt, kan er een andere groeien in het licht dat vrijkomt.”

Engel en duivel

Ze houdt ervan om met haar handen te werken, om dingen vorm te geven. Een passie die haar bij interieurdecoratie bracht. Op een middag kocht ze een zak porseleinklei en ging ze aan het werk. Het lukte best goed. Eerst kwamen de kleine kommetjes, daarna grotere schalen. Toen volgden kopjes, borden en decoratieve stuks. Zo maakte Demeulemeester twee griezelig realistische hoofden, een engel en een duivel. Ze liggen met één wang op haar eettafel en uit hun nek steken kaarsen. Tikje luguber wel.

Het was de moestuin die haar een duwtje in de rug gaf richting porselein. Ze had namelijk potten nodig, en schalen om haar groenten en fruit in te bewaren. Haar man kwam op het idee om een atelier in te richten op het gelijkvloers. Daar kreeg Demeulemeester, gehuld in een witte stofjas, langzaam maar zeker de technieken onder de knie.

“Ik moest leren om geduldig te zijn. Het duurde dagen voor die dingen droog waren, het was wachten tot ze gebakken waren. Soms braken ze, en dan moest je weer opnieuw beginnen”, zegt ze. “Het tegenovergestelde van mode.” Heel ontspannend, vond ze, en toch bleef ze vaak tot diep in de nacht aan het werk. “Ik heb altijd van boetseren gehouden. Ook in de kleren die ik ontwierp, speelde vorm de hoofdrol. Daarom werkte ik vooral in zwart-wit. Ik heb me altijd meer een architect dan een decorateur gevoeld.”

Helemaal Ann

Demeulemeester volgde les in Engeland en Frankrijk. Ze reisde naar Duitsland om traditionele ambachtslui aan het werk te zien. Ze leerde mallen maken en testte eindeloos veel glazuren. Aan het raam van haar atelier liggen veertig blokjes porselein. Allemaal in verschillende tinten wit, je ziet amper het verschil.

Ook investeerde ze in een reusachtige Duitse oven van het merk Rohde, alleen verkrijgbaar in fel turkoois. “Een verschrikkelijke kleur.”

“Ik wilde alles onder de knie krijgen”, zegt ze terwijl haar blik langs de rekken met haar eigen creaties glijdt. Vanwaar die obsessie? “Ik ben katholiek opgevoed, misschien heeft dat er iets mee te maken”, zegt ze. “Als je niet je uiterste best deed, dan was je lui. Mijn ouders waren altijd bezig, ze gingen nooit eens zitten om zich te ontspannen. Zelf voel ik mij nog altijd schuldig als ik zit te niksen.”

Beeld Julien Mignot/The New York Times

Best toepasselijk dus dat het huis op de bovenverdieping een eigen kapel heeft: een ronde kamer gedecoreerd met sierlijke fresco’s. Er staat nu een platenspeler, en een sofa. Omdat de akoestiek er zo perfect is, komt het plaatselijke koor er soms repeteren.

Haar zelfgemaakte servies debuteerde tijdens de intieme etentjes die ze graag organiseert. Ze serveert dan vis, voor vier tot zes gasten. “Ik vond het heerlijk om altijd een nieuw bord op tafel te zetten”, zegt ze. “Kijk eens wat ik gemaakt heb!” Haar gasten vroegen dan wel eens of ze iets konden kopen. “Wonderlijk. Alsof je je eerste eigen collectie onder ogen krijgt... Alleen waren het deze keer geen kleren. ‘Maar het is wel helemaal Ann’, zeiden de gasten dan.”

Een gast met een neus voor zaken adviseerde Demeulemeester om haar werk eens te tonen aan Axel Van Den Bossche, een van de oprichters van het Belgische label Serax. Toen hij haar ‘kasteel’, zoals hij het noemt, bezocht, was Van Den Bossche onder de indruk. “Ik was verrast, want ­tijdens al die jaren dat ik in die sector werkte, had ik nog nooit zoiets gezien”, vertelt hij over die ontmoeting. Hij heeft het over de handgeschilderde borden van Demeulemeester, met heel fijne ­penseelstreken die eruitzien als de omtrek van een veer, of als een wazige lichtstraal. “Dat was echt bijzonder.”

Beeld Julien Mignot/The New York Times

Een heel jaar kostte het om de Serax-collectie te verfijnen. Dat het zo complex was, had veel te maken met het onverbiddelijke oog van Demeulemeester. “Ik zei hem op voorhand: ‘Ben je wel zeker dat je dit wilt doen? Want ik ben een perfectionist’”, zegt ze. “Dat is mijn beste en slechtste eigenschap.”

Het was een “emotioneel” proces, zegt Van Den Bossche. “Ik heb al wel vaker met bekende ­ontwerpers samengewerkt, maar nog nooit kwam ik iemand tegen die zo nauwgezet met details bezig was.”

Het was niet eenvoudig om iemand te vinden die de handgeschilderde ontwerpen goed kon reproduceren. Uiteindelijk kwamen ze terecht bij een studio van porseleinspecialisten in China. Via WhatsApp kregen ze filmpjes door van Ann Demeulemeester die aan het schilderen was. De Chinese experts filmden vervolgens zichzelf en namen foto’s van de borden. Demeulemeester was bang dat ze niet met de juiste borstels werkten, waarop ze haar eigen materiaal opstuurde. Uiteindelijk kreeg één vrouw het penseelwerk onder de knie en kon zij de anderen opleiden.

Birkenstocks

De Serax-collectie werd uitgebreid met porseleinen lampen die Patrick Robyn mee ontwierp. Elk model kreeg een lieflijke naam: Lou, Luna, Gilda.

Robyn had altijd al ambities in de richting van interieurontwerp, zegt hij. Tijdens zijn militaire dienstplicht schilderde hij de barakken zachtgroen.

We trekken weer de tuin in. Ann Demeulemeester overschouwt haar moestuin. “Dat is voor mij de grootste luxe. Naar buiten gaan met een mandje, en me afvragen: wat eten we vandaag? Voor alles wat we nodig hebben, zorgen we zelf.”

Sinds ze haar modelabel losliet, voelt ze zich vrij, zegt ze. Ze woonde geen enkele show van het merk meer bij, ook al draagt het nog steeds haar naam. “Als ik me begin te bemoeien, dan weet ik dat ik me niet kan ­inhouden”, zegt ze. Ze praat zelden met Sébastien Meunier. Buiten een paar Birkenstocks voor in de tuin kocht ze al een hele tijd geen nieuwe kleren meer.

In de serre plukt ze een uit de kluiten gewassen coeur de boeuf-tomaat die ze wat later in een salade serveert, gedresseerd op fraaie borden met een handgeschilderd rood randje. 

Wie is Ann Demeulemeester?

geboren in Waregem op 29 december 1959, ze is er intussen ereburger

studeert in 1981 af aan de Antwerpse Mode­academie

krijgt internationale aandacht in 1986, wanneer ze samen met Walter Van Beirendonck, Dirk Van Saene, Dirk Bikkembergs, Dries Van Noten en Marina Yee naar de British Designer Show in Londen trekt. De modepers doopt hen ‘the Antwerp six’, wegens de voor hen ­onuitspreekbare namen

richt in 1985 haar eigen modebedrijf op, bvba 32, samen met haar man, fotograaf Patrick Robyn. Twee jaar later is haar eerste vrouwencollectie een feit

laat zich beïnvloeden door de punk- en grungescene, Patti Smith is een van haar grote invloeden, ze zijn hechte vrienden

showt in 1992 voor het eerst tijdens de Parijse modeweek

ontwerpt in 1996 de ‘Table Blanche’ bij Bulo, een intussen iconisch stuk

opent in 1999 een eigen boetiek in een ­hoekpand op de Leopold de Waelplaats in Antwerpen. Intussen zijn er ook winkels in ­Tokio, Hongkong, Shanghai en Seoel

neemt in november 2013 met een handgeschreven brief afscheid van de modewereld . Het modehuis blijft bestaan, Sébastien ­Meunier neemt de creatieve leiding op zich

brengt het jaar erop een overzichtsboek van haar werk uit

stelt volgende week haar eigen keramieklijn bij Serax voor, tijdens Maison & Objet in Parijs. De collectie ligt in oktober in de winkel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234