Dinsdag 16/07/2019

Interview

Amenra-frontman Colin H. van Eeckhout verloor op korte tijd zes familieleden: "Ik ben een oude ziel"

Colin H. van Eeckhout. Beeld Stefaan Temmerman

De Franse schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Dertig directe vragen, evenzoveel openhartige antwoorden. Vandaag: Colin H. van Eeckhout (39), frontman van metalband Amenra. Wie is hij in het diepst van zijn gedachten? 

1. Hoe oud voelt u zich?

“Fysiek jong, maar soms voel ik mij ouder dan mijn leeftijds­genoten omdat ik zo serieus ben, omdat ik alles zit te overpeinzen. Dus ik weet het niet. Op mijn twintigste heb ik mijn vader verloren, waardoor ik alles ben beginnen te bevragen. Met zijn dood kreeg ik opeens die eindmeet in zicht.

“Voorheen leefde ik in de illusie dat het leven eeuwig zou blijven duren, en plots realiseerde ik me dat het anders in elkaar zat. Het was de eerste keer dat ik in contact kwam met echt verdriet. Kort nadien zijn nog vijf familie­leden gestorven. Dan beginnen de fundamenten van je bestaan te wankelen. Ik denk dat die alom­tegen­woordige dood de oude ziel in mij heeft aangewakkerd en zo onze muziek is binnen­geslopen: gaandeweg kreeg ze een meer spiritueel karakter, het mens-zijn als queeste kwam centraal te staan.

“In mijn familie worden nagenoeg alle mannen niet ouder dan vijftig. Dan baken je je leven af. Als ik chance heb, leef ik langer, maar de kans is groot dat het rond mijn vijftigste gedaan zal zijn.”

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Dat vind ik een moeilijke vraag. De mensen rondom mij kunnen motiveren misschien. En ja, ik ben een denker. Denken is dus wel een eigenschap, ja. Denk ik. (lacht) Ik ga er ook actief mee aan de slag, omdat ik de teksten schrijf en de zanger ben. Het denken moet verwoord worden.

“Ik ben ook heel rechtuit. Je weet altijd hoe ik tegenover dingen sta, positief of negatief. Het kan soms moeilijk zijn om met mij samen te werken. Zeker in het verleden was dat zo, omdat ik toen nog emotioneler en impulsiever was. Maar met ouder worden wordt alles wat afgeroomd, in die zin dat ik mijn gedachten wat minder hard verwoord, terwijl ik vroeger niets of niemand uit de weg ging. Je kunt ook eerlijk en recht­uit zijn en toch rekening houden met de gevoelens van de ander. Dat lukt mij nu al beter.

“Maar een karakter­trek die mij bepaalt, dat weet ik niet. Ik wil geen stempel op mij.”

3. Wat is uw passie?

“Ik zou zeggen muziek, maar ik denk ook vooral creëren. Het construeren van iets artistieks, iets zinvols. Niet alleen voor onszelf, maar het liefst ook voor anderen. Iets creëren, een verhaal vertellen waardoor alles in je hoofd een plaats krijgt en waarmee je ook anderen weet te raken. En we gaan daar heel ver in: niet alleen de muziek en de tekst moeten je raken, maar ook de beelden die we gebruiken moeten je tot stilstand dwingen. Het geheel moet kloppen, er mag geen stok tussen te krijgen zijn. De zoektocht naar perfectie zonder die echt te willen bereiken, dat is wat mij interesseert. De verdieping dus.

“Het is bijzonder intrigerend om te zoeken naar nieuwe manieren om eenzelfde verhaal te vertellen. Wij veranderen niet van toon of van concept. Bouwen aan een oeuvre vinden wij belangrijker, zodat mensen later kunnen terugblikken en denken: dat is een mooi geheel. Ik weet niet wie ooit zei: ‘Als ik sterf, ga niet naar mij zoeken in de aarde, maar ga mij zoeken in de harten van de mensen.’ Dat vind ik heel mooi. Dat mensen warmhartig kunnen terugdenken aan wat je hier op aarde hebt verwezenlijkt.”

4. Waarvoor wilt u vechten?

“Voor de liefde, heel ruim gerekend. Liefde als schoonheid. Die is van ons allemaal en houdt ons recht. Ik zie de liefde als het belangrijkste op aarde.”

5. Wat vindt u uw grootste prestatie?

“Dat ik al zeven jaar lang vader ben en dat mijn kinderen op dit moment toch gezond en gelukkig ogen. Dat vind ik toch zot, hoor. Daar kan ik zo van verbaasd staan. Dan zeg ik tegen mijn vrouw: ‘Goh, ze zijn al zeven jaar en ze leven nog.’ (lacht)

“En daarnaast wat we met de band gerealiseerd hebben. We doen nog altijd hetzelfde als toen we 16 waren, en opeens werd dat platform groter en groter en werden we naar waarde geschat. In dit genre van muziek is het helemaal niet vanzelfsprekend om door de mainstream aanvaard te worden. Daarvoor mogen we op onze blote knieën zitten, dat beseffen we maar al te goed.”

6. Wat wilde u worden als kind?

“Euh... Er is niets blijven hangen. Ik was 18 en wist nog altijd niet wat ik met mijn leven moest aanvangen. Op mijn 15de ben ik begonnen met hardcore punkmuziek, maar muzikant worden is nooit in mij opgekomen. Met dat soort muziek je boterham verdienen was gewoon ondenkbaar. Terwijl we er wel heel bewust mee bezig waren. Voor sommigen onder ons ging er zelfs een bepaalde levens­stijl mee gepaard: geen alcohol, geen drugs, niet roken, geen dierlijke producten. Muziek was heel belangrijk in ons leven, maar we hebben nooit doelen uitgezet, we hebben altijd ons hart gevolgd. Dus ja, wat wilde ik later worden? Gelukkig.” (lacht)

7. Wat was voor u een moment van groot geluk?

“Sowieso de geboorte van mijn kinderen, maar op dat moment zelf besef je dat nog niet echt. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik kinderen heb. Mijn rusteloze karakter, mijn ego is daardoor wat getemperd. Als ik vroeger langer dan twee minuten stilzat op mijn stoel, kreeg ik al het gevoel dat ik heel mijn dag verpest had. Als ik nu een namiddag thuis ben met de kinderen en we amuseren ons en we eten samen, dan is de dag geslaagd. Terwijl ik vroeger zelfs geen tijd nam om te eten als ik op dreef was. Die momenten met hen zijn dus momenten van groot geluk.”

8. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Het licht. Bij veel momenten van geluk komt er licht­inval te pas. Dat heeft dan weer te maken met schoonheid. Met liefde voor de dingen.”

9. Wat is uw zwakte?

“Onzekerheid. Twijfelen aan alles. Dat we een groep zijn is in zekere zin mijn redding. Als twee of drie man zegt: ‘Dit staat er’, dan geloof je elkaar en ga je vooruit. Terwijl als je alleen zit, blijf je hangen in je twijfels en is het nooit goed genoeg. Op dat vlak zijn onze karakters wel complementair. Ik ben eigenlijk nooit tevreden. Na een concert denk ik altijd: dju, dat moest beter. Dan moet ik even tien minuten geheel losgehen over wat er allemaal niet oké was.”

10. Waar hebt u spijt van?

(zucht diep) “Ja. Het is zo hard om te zeggen ‘van niets’, hé. Spijt van... momenteel nog van niets. Ik probeer spijt voor te zijn door te denken. Dat nadenken heeft er al voor gezorgd dat ik tot nog toe de juiste keuzes heb gemaakt telkens als ik op een splitsing van het pad stond. Ik heb altijd de rede laten zegevieren over het gevoel en heb me dat nog nooit beklaagd.

“Wat niet betekent dat ik altijd kalm blijf, nee, maar toch wel geschift veel meer dan vroeger. De zen­factor is in mijn leven binnengeslopen. Vroeger kon ik me enorm opwinden als we steken lieten vallen of konden we van die verhitte discussies voeren. Ik heb eens een speech afgestoken in het repetitie­kot en zo hard met mijn vuist tegen de muur geslagen dat mijn hand gebroken was. Alleen maar om mijn woorden kracht bij te zetten. Om duidelijk te maken dat we samen moesten vechten. ‘KOMAAAAN’ en dan bam. Shit.” (lacht)

Beeld Stefaan Temmerman

11. Wat is uw grootste angst?

“Terminaal ziek worden. Dan sleep je iedereen mee in je debacle. Maar erger nog: dat je kind ziek wordt. Machteloosheid. Ik denk dat dat mijn grootste angst is.”

12. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Dat was na de MIA’s. We hadden ons de hele avond geamuseerd op een soort van feest en nadien werd ik afgezet op een paar honderd meter van mijn huis en werd ik bevangen door een gevoel van eenzaamheid. Ondanks het feit dat ik juist van mijn maten kwam en naar mijn gezin ging. Heel vreemd. Dat heb ik al mijn hele leven lang: een diep­gewortelde tristesse die ineens de kop opsteekt. Op dat vlak zou het misschien niet slecht zijn mocht ik af en toe een paar pinten drinken. (lacht)

“Als ik naar mijn zonen kijk en ze hebben een innig broeder­moment, kan ik daar soms heel triestig van worden. Dat is eigenlijk het omgekeerde van wat je zou moeten voelen. Dan denk ik: o, wat een mooi moment, maar tegelijk besef ik: wat staat ons nog te wachten?”

13. Wat kan u plots uit uw humeur halen?

“Ik ben nogal een controle­freak en als ik een heel plan heb uitgewerkt en het draait anders uit, kan ik daar kribbig van worden. Ik moet dan vechten tegen mezelf om me daar overheen te zetten. De ene dag lukt dat, de andere niet.”

14. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Die keer toen ik mijn hand op die muur brak, ja. Maar dat gebeurde wel vaker. Op muren slaan was een rode draad als twintiger. (lacht) Toen ik op kot zat, moest er af en toe een raam worden vervangen, moesten de deuren gecamoufleerd worden met posters. Dat gebeurde allemaal zonder drank, ja, je kunt wel denken. (lacht) Echt zot door het lint gaan is mij overkomen toen mijn pa ziek was. Ik moest tanken maar de pomp bleek niet te werken, en toen ben ik uitzinnig beginnen te slaan en roepen tegen dat spel, allerlei dingen over mijn vader. Achteraf in de auto dacht ik: wauw, wa was dadde?”

15. Wat is het decadentste wat u ooit hebt meegemaakt?

“Het decadentste was het niet, maar die herinnering komt direct in mij naar boven. Ooit in Amerika, in Wichita, Kansas, waren we na een optreden met een hele bende bij mensen uitgenodigd. Ik stond aan de rand van het zwembad en wat zag ik allemaal? Onze gitarist in zijnen bloten in het water, twee dames die de liefde bedreven in het gras en onze drummer die stond te roepen boven op het dak, waarna hij in het zwembad dook. Dat vond ik wel redelijk zot. (lacht) Net een film.”

16. Welke kunstvorm beroert u het meest?

“Muziek. Ik vind dat de meest uitgewerkte kunstvorm, in die zin dat hij het gemakkelijkst je ziel kan raken. Er is niets anders wat mij kippenvel kan geven of tranen in mij kan doen opwellen. Ik heb dat nog nooit gehad bij een beeld of een schilderij. Ik kan er soms wel verstomd van staan, maar dan meer door de kunde en de techniciteit die erachter schuilen. Muziek kan extreem simpel zijn. Een paar juiste noten op het juiste moment, en je bent helemaal van slag.

“Ik heb heel veel respect voor mensen als Nick Cave, David Bowie of Leonard Cohen, die altijd hun zin hebben gedaan en vanuit de underground de mainstream zijn gaan bepalen, los van alle conventies, en die hun verhaal hebben doorgetrokken van begin tot einde. Hoe Bowie zijn carrière afgerond heeft, zo moet het.

“Eigenlijk moet je je ervan bewust zijn dat je altijd kunt sterven. Iedere plaat moet bij wijze van spreken een afscheid kunnen zijn. De thematiek van onze muziek is pijn, verlies, lijden. En dat kan betrekking hebben op de dood, liefdes­verdriet, ziekte. Met onze muziek hebben we de mogelijkheid om onze kinderen aan te spreken na de dood. Dat heb ik altijd een mooie gedachte gevonden. Waarschijnlijk zal het hen allemaal geen zak kunnen schelen wat we gedaan hebben, maar bon.” (lacht)

17. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Een religieuze ervaring, ik denk dat je jezelf dat aanmeet, dat je dat ergens opzoekt. Als je een geliefde verloren hebt, bijvoorbeeld. Dan zie je opeens overal tekens. Opeens zie je zijn initialen op een nummerplaat, zie je haar favoriete bloemen in de berm of breekt de zon door op het juiste moment.

“De weinige keren dat er niets misgaat tijdens een optreden, overstijg je wel jezelf, in die zin dat je een zekere vorm van onoverwinnelijkheid ervaart. Met onze muziek gaat veel kracht gepaard. Dat is een heel fysiek gebeuren, waarbij het figuurlijke gevecht dat je levert met je demonen plots reëel wordt. Daar gaat een grote kracht vanuit, die afstraalt op de mensen om je heen. 

“Die act waarbij ik mezelf op het podium ophang aan vlees­haken, heb ik nog maar twee keer gedaan in het bijzijn van publiek. Ik wilde niet dat de band de shockrock­kant opging. Ik wilde niet die kerel zijn met zijn haken, daartoe wilde ik niet herleid worden, omdat dat afbreuk zou doen aan ons verhaal. Die act past er volledig in, maar je moet de hele context behouden.

“Ik zie mijn lichaam als een instrument, een vehikel om ons verhaal kracht bij te zetten. Als ik mezelf pijnig, word ik bij wijze van spreken de pijn van iedereen. Sommigen zien in mij een Christus­figuur, maar mezelf met Jezus vergelijken zou ik nu niet meteen doen. (lacht) Maar door pijn te materialiseren of te visualiseren, geef je er wel een bedding aan. Je draagt de pijn, je erkent de pijn, je geeft hem een plaats. Het is een soort loutering.

“De waarde van rituelen en ceremonies vind ik intrigerend om te verkennen. Bij de indianen had je een soort rite de passage, de Okipa suspension, waarbij je jezelf ophing met haken in je borst. Je moest jezelf omhoog­trekken met een katrol, de zwaarste vorm van ophanging. Als je dat kunt, kun je veel.

“Toen mijn vader gestorven is, dacht ik: dit is het moment om het te doen. Samen met een vriendin ben ik naar een bos in Nederland gereden. Het was een heel mooi, sereen, maar krachtig gebeuren, met bloemen en vuur. De mensen die me door dat moment heen hielpen, keken in mijn ogen als niemand tevoren. Het was alsof ze me recht­hielden via hun ogen. Moeilijk om te omschrijven. En het is veel minder pijnlijk dan het eruitziet. 

"Het is een heel vreemde ervaring: je hangt daar met je voeten van de grond. Je houdt je niet vast, je wordt gedragen. En nee, je huid scheurt niet, die is elastisch en super­sterk. Je zweeft, je geeft je over. Dat geeft een heel rare gewaarwording. Je doet iets met je lichaam wat je niet verondersteld wordt te kunnen. Automatisch heeft dat een weerslag op je psyche. Je verlegt je grenzen. Je versterkt jezelf.

“Toen ik die act live herhaalde in de AB, zijn er mensen flauw­gevallen, ja. Enkel door het idee, want de afstand tussen het podium en de zaal is te groot om details te kunnen zien. Je kon een speld horen vallen.”

18. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Zeer goed. Iedereen van ons doet aan sport. We onderhouden ons lichaam. En dat is nodig. We moeten niet alleen optreden, maar ook iedere avond ons materiaal in en uit onze bussen sleuren.”

19. Wat vindt u erotisch?

“Subtiliteit. The road is aantrekkelijker dan the destination. De magie, de spanning. Huid.”

20. Wat is uw goorste fantasie?

“Ik vind dat een moeilijke. Eigen aan een fantasie is dat ze onuitgesproken blijft. Je doodt de fantasie door ze uit te voeren. En wat is goor? Ik vind weinig goor.”

21. Welk dier zou u willen zijn?

“Een raaf of een kraai. Ik vind dat heel mooie dieren, elegant ook in hun bewegingen, maar toch hebben ze een donker kantje, ze zijn brengers van onheil.

“Toen ik ooit aan het blokken was, hoorde ik plots een hels kabaal. Ik woonde op de derde verdieping en zag een hele zwerm kraaien voor mijn raam losgaan. Op de grond lag een stervende kraai. Nadien las ik dat die dieren elkaar troosten.”

Colin H. van Eeckhout stond zopas nog op Pukkelpop met zijn band Amenra. Optredens van de groep zijn altijd intense, rituele ervaringen waarbij de zanger zijn hele lijf in de strijd gooit. Beeld Stefaan Temmerman

22. Hoe was de relatie met uw ouders?

“Ik kom uit het katholieke Kortrijk, uit een vrijzinnig gezin. Mijn vader was vrijmetselaar. Ik heb nooit godsdienstles gehad, vandaar wellicht dat mijn interesse voor religie onaangetast is gebleven. Ik zag vooral de symbolen en de kracht die daarvan uitging.

“De band met mijn ouders is altijd goed geweest. Mijn moeder en ik kunnen alles tegen elkaar vertellen. Zij heeft mij altijd gesteund. Met mijn vader was ik minder close, hij was meer gesloten van karakter. Pas toen hij dood was, ben ik me meer gaan verdiepen in de vrijmetselarij. Toen hij nog leefde, interesseerde dat me geen zak. Ik wist bij wijze van spreken niet wat dat inhield. Maar daarna is die symboliek een rol gaan spelen in onze muziek. Het werd een manier om te communiceren met hem over de dood heen.”

23. Hoe definieert u liefde?

“Liefde is onvoorwaardelijk. Een onvoorwaardelijke verbintenis met iemand of iets.”

24. Hoe wilt u bemind worden?

“Op realistische wijze. Ik wil niet blind geïdealiseerd worden.”

25. Hoe zou u willen sterven?

“Vreedzaam. Met een gevoel van rust. Dat je op een zekere leeftijd kunt zeggen: het is mooi geweest. En dan de laatste dagen liefdevol met je naasten doorbrengen. Dat lijkt me een mooie manier van gaan.”

26. Welk maatschappelijk probleem raakt u?

“Armoede. De kloof tussen arm en rijk is te groot. We bakenen de wereld af door middel van lands­grenzen, maar staan er niet meer bij stil dat dit ook maar gewoon menselijke constructies zijn. Dat is pijnlijk.”

27. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Op vooroordelen wel, ja. Toen ik in een winkel werkte en er kwamen mensen met een bepaald uiterlijk binnen, was ik automatisch meer op mijn hoede. Ik baseerde me op ervaring, een persoonlijk opgemaakte statistiek. Eigenlijk moet je constant proberen te vechten tegen die instinctieve vooroordelen, dat is niet altijd even makkelijk.”

28. Wat betekent geld voor u?

(blaast) “Geld? Gevaar. Zeker in de artistieke wereld. Geld mag geen drijfveer zijn, anders veranderen je parameters om te creëren. Een mens heeft an sich niet veel nodig.

“Wij hebben geen manager, we doen alles zelf. En daardoor kunnen we onze onafhankelijkheid behouden. Managers denken in termen van exponentiële groei. Maar wat als je te snel de top bereikt? Dan val je steil naar beneden.”

29. Wat zoekt u op reis?

“Inspiratie, omdat je de dingen dan met andere ogen kunt bekijken. Reizen is belangrijk voor een kunstenaar, om nieuwe werelden te exploreren en je blik scherper te maken.”

30. Hoe werkt u mee aan een betere wereld?

“Ik hoop door wat we maken, door via onze muziek te communiceren met mensen en hen te wijzen op het gelimiteerde karakter van een mensenleven. Door te tonen wat pijn betekent en die te overstijgen. Door het goede in de mens aan te boren.

“Op sociale media zien we dat zich wereldwijd groepjes vormen van gekwelde geesten die elkaar steunen of met elkaar afspreken en samen naar onze optredens komen. Dat is toch zot? Als ouders ons mailen: ‘Dat nummer heeft ons over het verlies van onze zoon heen geholpen’, dan moet je toch slikken. Dan rest ons alleen nog het zwijgen.

“Zijn jullie daar iets mee? Met al mijn gezever?” (lacht)   

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden