Zaterdag 19/10/2019
Katja vond hier rust na 25 hectische stadsjaren.

Reportage

‘Altijd maar brunchen, op café gaan... ik had er mijn buik van’: deze stadsmussen vlogen uit naar ‘de buiten’

Katja vond hier rust na 25 hectische stadsjaren. Beeld Tim Coppens

We blijven dromen van een leven op ‘de buiten’, zo bleek deze week nog uit een studie van het Vlaams Agentschap Wonen. Ook deze stadsmussen zwaaiden hun stenen jungle vaarwel. Al steekt heimwee soms de kop op. 

KATJA (47) VERHUISDE NAAR DE RAND VAN HET BOS OM DE STRESS DE BAAS TE BLIJVEN

Nadat ze vijfentwintig jaar in het denderende centrum van Antwerpen had gewoond, wist Katja dat het tijd was om de stad in te wisselen voor een rustigere plek. “Ik zag door de bomen het bos niet meer”, geeft ze toe. “Dat kwam vooral door Starfish & Coffee, de veganistische koffiebar die ik in Antwerpen openhoud. Het is enorm stresserend om een zaak in je eentje te runnen. Er was die voortdurende angst dat, als dit mislukte, ik alles kwijt was.”

Tijdens de laatste jaren in de stad ging Katja niet meer naar de bioscoop, zat ze amper op café of op restaurant en ging ze niet meer naar het theater. “Voordien was het altijd maar brunchen, op café gaan... ik had er mijn buik echt van vol. Ik heb jarenlang de snelheid van de stad gevolgd, maar na een tijd heb je het gezien, hè. Ik wou niet meer meedoen aan die voortdurende zoektocht naar wat nieuw en hip is. Dus had ik alleen nog maar de nadelen van een stedelijk leven: het vuil, de drukte, het lawaai en het gebrek aan parkeerplek. De hele boel ­radicaal omgooien, dat was de enige manier om het leefbaar te houden.”

Beeld Tim Coppens

Ze haalde Marie Kondo-gewijs de borstel door alles wat haar geen geluk bracht en kocht een huis aan een bosrand in het Nederlandse Hulst. “Sociaal contact zwoer ik volledig af. Ik zie niemand meer wanneer ik niet aan het werk ben, overdag word ik al omringd door mensen. Ik bedoel dat in de meest extreme zin: ik leef 365 dagen per jaar alleen. Enkel wanneer ik écht raad nodig heb, zijn er een paar vrienden die ik kan bellen.”

Terug in het midden van de natuur gaan wonen noemt Katja niet alleen een verademing, het was ook écht levensreddend. “Als je in de stad als een sardine in een doosje leeft, geraak je je stress nooit kwijt. Er zijn mensen die daarvoor naar de yogales gaan of mediteren, maar ik moest echt terug naar de natuur. Als ik die omwenteling enkele jaren geleden niet had gemaakt, ben ik niet zeker of ik hier nu nog wel zou zitten. Het bos heeft mij echt gered: nu heb ik een uitlaatklep die altijd beschikbaar is. Dat groen, de velden en de koeien, de stilte: die zijn altijd daar.”

Van eenzaamheid heeft ze naar eigen zeggen geen last. “Ik ben altijd een beetje een introvert geweest en heb nooit goed gefunctioneerd in grote groepen. In de zomer sluit ik de deuren van mijn zaak zes of zeven weken – dan zit ik hier al die tijd gewoon alleen met mijn kat in de tuin, of trek ik soms een hele dag door het bos. Ik heb genoeg aan mezelf en dat is echt een evolutie die ik pas de voorbije jaren heb gevoeld. Door de kat voel ik me ook nooit écht alleen.”

Ook de openingsuren van Starfish & Coffee werden sinds haar verhuis bijgeschaafd: enkel van elf tot vier uur bindt ze haar schort om. “Voor een horecazaak is dat een beetje zelfmoord. Maar ik vind mijn geluk belangrijker dan mijn professioneel succes. Daarbij: door op het platteland te wonen, geef ik minder uit, dus ik denk dat ik me die aangepaste uren wel kan permitteren.” (lacht)

Beeld Tim Coppens

HANNE (30) EN ROGIER (31) WONEN MET DOCHTERS LOUISE (4) EN VIOLETTE (2) IN LUBBEEK, MAAR DE HEIMWEE NAAR LEUVEN BLIJFT

Ze worden nu misschien wel gewekt door tsjilpende vogels en er past meer in hun achtertuin dan enkel een tafel en twee stoelen, toch zouden ze de rust en het zicht op het groen zo weer opgeven voor een leven tussen de stadsdrukte. “Als ons budget het ooit toelaat”, doorprikt Hanne onmiddellijk haar droom. “Want wonen in de stad in een huis voor een gezin van vier, bijna vijf – dat is gewoon verschrikkelijk duur.”

De hoge woningprijzen zijn in veel steden een probleem en drijven jonge gezinnen steeds vaker en vooral verder weg. Voor Hanne en Rogier was dat richting Lubbeek, in het Vlaams-Brabantse Hageland.

“Eerst begin je te zoeken naar een huis net buiten de stad. Een plek die eigenlijk het beste van de twee werelden biedt. Maar op een bepaald moment kwamen we op een punt dat we beseften: hoe verder we uitwijken, hoe meer ruimte we krijgen voor ons geld. Dat idee was uiteindelijk moeilijk te weerstaan. “Of het opweegt tegen wat de stad te bieden heeft? Financieel gezien is het misschien een slimmere zet. Maar waar je woont en hoe thuis je je ergens voelt, is ook onlosmakelijk verbonden aan je welzijn. Dat is toch nog net iets essentiëler.”

“Ik heb het eerste jaar tranen met tuiten gehuild. Dat het winter was, niemand buitenkwam en ik alleen thuis zat met een pasgeboren baby zal ook een rol hebben gespeeld, maar het voelde heel eenzaam.”

Een isolement dat je als nieuwkomer in een stad ook kunt ervaren, al lijkt het daar toch makkelijker om contacten te leggen. “We woonden in Leuven in een rijhuisje waarbij de tuinen van de buren haast verbonden waren. Dan spreek je elkaar automatisch sneller aan. Als je op een zondagochtend eieren tekort kwam, ging je gewoon op je sloffen aanbellen. Hier leeft iedereen meer op zijn eigen vierkante meters, netjes afgeschermd door een haag. Nu moeten we enkele meters over straat, de poort door en de oprit op. Dat zorgt voor een drempel.”

De sociale contacten werden gelukkig goedgemaakt met praatjes aan de schoolpoort en een job dicht bij huis. “Maar het gebruis op straat en de mogelijkheid om op de fiets te springen en eender welke activiteit – van restaurant tot bioscoop – voorhanden te hebben, de vrijheid die je daarbij ervaart, kan voor ons door niets vervangen worden.”

En toch wisten ze maar al te goed wat ze konden verwachten. Beiden groeiden immers op in een dorp, in een doodlopende straat tussen de velden. “Ik heb mezelf daardoor ook nooit als een stadsmens gezien. Ondanks het feit dat we zes jaar lang heel graag in Leuven hebben gewoond, voelde het toen wel altijd als een soort van tussenstop. Het leek een evidente stap om onze ‘echte’ thuis elders te gaan opbouwen. Nu pas zijn er ontelbare momenten dat we denken: ‘verdorie, de stad, dát was thuis’.”

Beeld Tim Coppens

NA VIJF JAAR IN DE VS VONDEN STEVEN (41) EN STEFAAN (42) DE RUST TERUG IN DE VLAAMSE ARDENNEN

Werk dreef Steven en Stefaan van Gent naar New York, met een omweg van een jaar in het Amerikaanse Kalamazoo, in de staat Michigan. Toen dat buitenlandse avontuur op zijn einde liep, streken ze neer in Steenhuize-Wijnhuize. Het is volkomen normaal als die dorpsnaam niet meteen een belletje doet rinkelen – een metropool valt deze plek immers bezwaarlijk te noemen. Of zoals Steven het zelf omschrijft: “Het is er heuvelachtig, er zijn veel koeien en akkers. Er is een dorpsplein en een kerk. That’s it. Na zo lang in New York gewoond te hebben, hadden we het gevoel dat we niet terug naar een Belgische stad konden verhuizen. Alles voelt hier te kneuterig aan”, klinkt het. “Als we opnieuw in Gent zouden wonen, zouden we ons voortdurend blindstaren op alles wat we niét hadden in zo’n kleine Belgische stad.”

Dus gingen ze overstag voor net het tegenovergestelde. Ze kochten hun nieuwe huis zonder het ooit bezocht te hebben, zonder ooit zelfs maar voet gezet te hebben in het dorp waar ze inmiddels al een jaar wonen. Het is een plek die bezaaid is met beduidend minder koffiebars, straatmuzikanten en grote modeketens. “We moeten onze koffie nu inderdaad zelf maken,” lacht Steven.

Het grootste verschil is dat je nu plots een auto nodig hebt. In New York speelt je hele sociale leven zich af in die ene grote stad en geraak je overal snel met de metro. De winkels zijn dichtbij, alle restaurants zijn bereikbaar. Dat is anders wanneer je op het platteland woont. Zelfs in een Belgische stad heb je een auto bijna nodig, want niet al je vrienden wonen nood­zakelijk in diezelfde stad.”

Al betekende de verhuis voor Steven al bij al ook een aangenaam weerzien met de natuur. Zijn jeugd speelde zich eveneens af tegen de geruststellende glooiingen van het platteland. “Wanneer je in de stad woont, moet je de natuur zoeken waar je ze maar kan vinden. Je wordt plots enthousiast over die potplant op je vensterbank of je trekt naar een van de grotere parken. Of de bijen die op je dak leven worden plots ontzettend fascinerend”, grinnikt hij.

In Steenhuize is dat gemakkelijker. “We hebben na al die jaren weer een tuin. Het is geweldig om daar af en toe achterover te leunen en te voelen hoe rustig het is. Er is hier geen enkele vorm van gejaagdheid. In grote steden draait buitenkomen toch vaak rond consumptie – je gaat een koffie drinken omdat je op je appartement niet buiten kan zitten of stapt een winkel binnen. Dat is hier radicaal anders. Hier kan je tien kilometer in je eigen buurt gaan wandelen zonder ook maar één café of restaurant te passeren.”

Op de vraag of hij zichzelf ooit terug naar de stad ziet trekken, heeft hij geen sluitend antwoord. “We zien wel wat morgen brengt”, klinkt het diplomatisch. Wel zeker is dat hij in de pastorijwoning die hij kocht de komende jaren nog veel werk zal hebben. “Stefaan en ik zijn echt wel renovatiebeesten”, zegt hij. “De verbouwing is sowieso een tienjarenplan. Dus ja: we zitten hier nog wel even goed.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234