Maandag 16/09/2019
Alex Agnew.

Interview De vragen van Proust

Alex Agnew: ‘Ik ga 400 keer per dag door het lint’

Alex Agnew. Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: stand-upcomedian Alex Agnew (46).

1. Hoe oud voelt u zich?

“Dat verschilt van dag tot dag. Ik heb van die momenten dat ik mij nog heel jong voel, ergens in de twintig. Maar als ik ’s ochtends uit mijn bed kruip, voel ik me soms wel 46.

“Als kind dacht ik: ooit ga ik oud en wijs zijn en daar zitten en af en toe iets zeggen en iedereen zal denken: amai, iemand die geleefd heeft, hij weet het allemaal. Maar dat is niet mijn ervaring met mensen die ouder worden. In heel veel gevallen zie ik alleen maar deuren dichtgaan in plaats van opengaan. ‘Dat moet ik niet meer weten’, ‘Daar moeten ze niet meer mee afkomen’, ‘Vroeger was het beter.’

“Zo wil ik niet oud worden. Ik zou willen eindigen als die oude Yoda (personage uit ‘Star Wars’, red.), die nu en dan met een scherpzinnige uitspraak iedereen wegblaast. Het is belangrijk dat je leergierig blijft. Alleen zo word je wijs. Ik heb nog nooit zoveel domheid gehoord als van mensen die zeker zijn van hun stuk.”   

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Ik ben nieuwsgierig, ik wil voortdurend dingen weten. Als ik voel dat er iets aan het gebeuren is, wil ik er grip op krijgen door het te snappen, dus begin ik erover te lezen. Ik vind het leuk om alle facetten te bekijken, om een brede kijk te hebben. Eenzijdig denken vind ik onwaarschijnlijk oninteressant.

“Ik heb ook een groot doorzettingsvermogen. Als ik iets wil, dan ga ik ervoor en ik stop niet tot ik het heb.” 

BIO • geboren op 22 december 1972 in Antwerpen • stand-upcomedian, zanger • heeft een Engelse vader en een Limburgse moeder • won in 2003 als eerste Belg het Leids Cabaret Festival • eerste avondvullende soloshow KA-BOOM! (2006) • verkocht in 2011 vijfmaal het Sportpaleis uit voor Larger Than Life, en in 2013 nogmaals vier keer met Interesting Times: The Legend Ends • trapt op 7 september de theatertour van Be Careful What You Wish For af • presenteerde op StuBru enkele keren De zwaarste lijst, hitparade van metalnummers • startte vorig jaar de podcast Welcome to the AA (WTTAA) • werd in 2008 vader van een dochter     

3. Wat is uw zwakte?

“Ik heb er massa’s. Ik heb een enorm ego, wat betekent dat je mij ook gemakkelijk onderuit kunt halen. En dat is het gevolg van onzekerheid. Ik ben er heilig van overtuigd dat je blijft wie je als kind al was. Je bouwt er alleen een façade rond om er beter mee om te kunnen gaan. Maar de mensen die de juiste knop induwen, katapulteren je in twee seconden terug naar dat onzeker manneke dat je vroeger was.

“Artiesten zijn meestal de zwakste persoonlijk­heden die je je kunt voorstellen. Ze hebben adoratie nodig van de hele wereld om zich een klein beetje goed te kunnen voelen.”

4. Wat is uw passie?

“Comedy, denk ik wel. De humor inzien van vreselijke situaties. Mensen doen lachen, ook al zijn ze het fundamenteel met je oneens. Met mensen hun kop spelen. Hen niet altijd geven wat ze willen. Mij druk maken. Doorgaan en blijven gaan en niet stoppen.

“Ik sta heel graag op een podium, omdat je daar contact maakt met mensen. Daarom hou ik niet zo van tv. Dat medium is mij te indirect, te fake. Alles is geregisseerd, er is nauwelijks ruimte voor spontaniteit. Als je daarentegen live op een podium staat, voel je de energie van het publiek. En op dat moment moet je het doen.

“Op school werd ik gepest. Ik was zo’n typisch mager manneke met een brilleke dat strips las en door het raam keek en zat te fantaseren. Tot mijn 16de droeg ik kleren die mijn mama voor mij kocht. Dus ik was ‘den diejen’. Maar wat mij redde, was mijn humor. Ik deed mensen lachen. Ik slaagde erin om grappen te maken over de bullebak van de klas en zelfs zijn eigen vrienden aan het lachen te brengen. Daardoor was ik nooit een volledige zwakkeling. Iedereen had zoiets van: die is wel scherp, je moet wel oppassen wat je zegt. 

“Comedy kun je vergelijken met karate: je leert iemand onderverdelen in drukpunten, je analyseert waar zijn zwakke plekken zitten. Je kijkt naar de wereld en deelt hem in: ah, daar zit de fout in het discours of daar zit de flauwekul, bullshit!”   

5. Is het leven voor u een cadeau?

“Tuurlijk. Ik heb al gewonnen, hè. Ik heb al die andere spermatozoïden verslagen. Ik was de eerste in de race, de rest heeft het niet gehaald. Dus is het een cadeau of eerder een gevecht?

“Voor mij is het een cadeau. Ik ben geboren in een democratie, het beste systeem dat er bestaat. Op de beste plek in de wereld om gay, trans of eender wat te zijn. In een land waar welvaart heerst. Want de grootste oorzaak van ongelijkheid is niet ras, huidskleur of geslacht, maar geld. Zo simpel is het.”  

6. Wat betekent geld voor u?

Geld is vrijheid. Geld is geen dingen moeten doen tegen je zin. Zoals ik vaak heb moeten doen toen ik jonger was.

“Ik ben wel nog altijd een beetje die selfmade man, die gast die begonnen is met niks en alles wat hij nu bezit zelf verdiend heeft. Niet dat ik een imperium heb. Ik ben niet zo groot als Gert Verhulst, hè. Ik ben gewoon een heel goed betaalde artiest.”

Alex Agnew: “Uiteindelijk denk ik dat mijn carrière neerkomt op: hey papa, zie eens wat ik kan. Maar hij is er niet meer om het te zien.” Beeld Stefaan Temmerman

7. Hoe was de band met uw ouders?

“Mijn vader was burgerlijk ingenieur, gespecialiseerd in drukvaten. Hij heeft overal ter wereld gewerkt, in Saudi-Arabië, Duitsland, Italië, Spanje, Frankrijk, Amerika… Als kind was ik redelijk verwend. Alles is omgeslagen toen mijn vader ziek werd en ik plots gezinshoofd werd. Op mijn 20ste ging ik werken om onze familie te onderhouden. Hij kreeg het aan de stok met de belastingen en dat was het begin van een hele hoop gedoe.

“Mijn vader werd iemand anders. Zijn korte­termijn­geheugen werkte niet meer, die almachtige mens naar wie ik altijd had opgekeken, werd opeens heel klein. Dat heeft mij getekend. 

“Mijn moeder runde het huishouden en stond ten dienste van mijn vader. Toen hij nog werkte, was hij vaak weg, maar wanneer hij thuiskwam stonden zijn slippers en zijn whisky klaar. De tv was alleen voor hem. Het hele weekend draaide rond hem. Hij was een echte pater familias, heel streng, maar hij had ook goeie humor. Hij was nog veel cassanter dan ik. Als je mij vreselijk vindt, denk ik: whoa, you should have known my dad! Ik was de light­versie van hem. Hij was gruwelijk intelligent, maar daardoor soms ook ongelooflijk arrogant.

“In 2002 is hij gestorven. Ik was net begonnen met stand-up, maar hij heeft mij nooit zien optreden. Mijn vader heeft mij altijd beschouwd als de teleurstelling van de familie. Ik was niet geschikt voor school. Ik kon daar niet aarden. 

“Mijn moeder daarentegen, die is mijn grootste fan. Ze komt naar al mijn shows. Ze is nu 82 en wandelt als een 26-jarige. Mijn moeder kent mij door en door. Ze kan mij twee minuten zien en zeggen: wat scheelt er?”   

8. Waar hebt u spijt van?

“Ik heb er spijt van dat mijn vader mijn allergrootste successen nooit heeft meegemaakt. Ik had al talent voor comedy toen ik 11 jaar was. Waarom heeft het geduurd tot ik achteraan in de twintig was voor ik echt doorgebroken ben? Maar ja, dan had ik nooit een hoop jobs gedaan die ik niet leuk vond waaruit ik stof kon puren om te vertellen op het podium.

“Ik weet ook niet goed hoe hij met mijn succes zou zijn omgegaan, want hij was zelf een mega-ego. Hij zou waarschijnlijk diegene geweest zijn die in het Sportpaleis kwam kijken en zei: ‘Dit en dat was toch niet zo goed, hè.’ Hij zou trots op mij geweest zijn, maar zou dat nooit gezegd hebben. Uiteindelijk denk ik dat heel mijn carrière neerkomt op: hey papa, zie eens wat ik kan. Maar hij is er niet meer om het te zien.”   

9. Wat is uw grootste angst?

“Dementeren of een hersenbloeding krijgen en ineens nog maar de helft van mijn capaciteiten hebben. Ik heb dat gezien bij mijn vader, maar dat is niet één op één. Ik heb die angst altijd al gehad.

“Ik ben ook bang om zot te worden. Ze zeggen vaak dat mijn humor subversief is. Dat ik een manier van denken heb die niet helemaal strookt met hoe iedereen denkt. Nadeel is dat ik mij soms afvraag: ben ik wel normaal? Ik kom op rare plekken in mijn hoofd. Op zich geen probleem, zolang je je daar bewust van bent. Maar mijn angst is dat er een moment komt waarop ik dat niet meer besef.

“Een Amerikaanse maat van mij zei ooit: ‘If you ever get your energy in one line, you’re gonna be unstoppable.’ En dat is effectief gebeurd. Gelijk een bal uit een flipperkast die werd afgeschoten. Ik wist: niemand zal mij nog tegenhouden. Vraag is: waar eindigt dat?”   

10. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Dat zal waarschijnlijk met een of andere film geweest zijn, of met een heroïsche sportprestatie. Heel typisch cliché­mannelijk. Echt huilen van verdriet zal geleden zijn van de dood van mijn vader. Ook weer cliché. Voor mij zijn dit meer de vragen van Freud dan de vragen van Proust.” (lacht)

11. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Door het lint gegaan? Ik ga 400 keer per dag door ’t lint! Als ik in de auto zit in het verkeer, bijvoorbeeld. Ik heb een waanzinnig korte lont. Ik ben enorm opvliegend. Zo erg dat mijn vrienden hun zinnen soms inleiden met: ‘Niet kwaad worden hé, maar’ en dan begint het. Dan sta ik al op mijn achterste poten.”

12. Welk kunstwerk heeft u gevormd?

“Delirious, de comedyshow van Eddie Murphy uit de jaren 80. Ik zag hem op mijn 11de en dacht: die wil ik zijn.”

“Ik wil genoeg kracht uitstralen zodat mensen met slechte intenties met een boog om mij heen wandelen. Don’t fuck with me.” Beeld Stefaan Temmerman

13. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Ik ben religieus opgevoed, maar ik ben atheïst. Waarom word je dat? Because it doesn’t make sense. God is zogezegd overal. Hij heeft zogezegd de wereld geschapen. Dan denk ik: wat een kutplan, man! There’s nothing intelligent about this design, het is allemaal random. En omdat ik er onnozel van word dat alles wat niet past in het wereldje van die overduidelijk mannelijke mono­theïstische God, gewoon onderdrukt wordt.

“Een religieuze ervaring is voor mij meer een soort gevoel van eenwording met het universum. Ik heb ooit eens van die psychedelische paddo’s gegeten. Toen heb ik een zin uitgesproken waar vrienden mij nog altijd op aanspreken: ‘Ik ben het centrum van het universum.’ Niet in de zin van: het draait allemaal om mij. Wel: ik voel me een deel van het grotere geheel, alles valt op zijn plaats. Het besef van je eigen nietigheid. Het idee van: it doesn’t matter. Niets van wat ik doe, maakt een hol uit. Zalig gewoon.”

14. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Mooi weer. (lacht) Mijn vrienden uitnodigen en hun kinderen zien spelen terwijl ik sta te barbecueën. Dan denk ik: dit is het eigenlijk hè. Die klein mannekes zullen later zeggen: ‘Weet je nog bij nonkel Alex met z’n grote tuin, dat was plezant.’ Mijn beste vrienden zijn mijn familie. Als je niet veel familie hebt, maak je ze zelf.”

15. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Vroeger was ik enorm atletisch, ik deed gevechtssport, ik was super­lenig. Nu ben ik dat niet meer en soms word ik daar heel ambetant van. Ik train nog wel wat thuis, maar voel me toch niet meer zo krachtig als vroeger.

“Op mijn 13de ben ik begonnen met karate. Als er iets is wat je zelfvertrouwen geeft, dan is het wel het idee dat je op café heel rap komaf kunt maken met een probleem. Niet dat je zelf gaat vechten, maar je voelt het aan­komen. Je leert lichaams­taal lezen, je leert kijken naar hoe iemand beweegt, je leert situaties inschatten: is dit geblaas of wordt dit serieus? Je leert ook veel over de menselijke natuur. Wat ik ook altijd heel leuk vond, was samen trainen, samen afzien, dat schept een enorme band.

“Ik ben niet iemand die graag vecht, maar ik kon ook niet door het leven gaan zonder te weten wat vechten was. Ik wilde dat weleens ervaren, de sensatie van iemand die op je klopt om je knock-out te slaan. Zodat je echt voelt: dit is volle kracht, shit, ik moet dit hier overleven, wat ga ik nu doen? Als je door een bepaalde angst gaat, als je die overwint, word je toch een andere persoon.”

16. Wat vindt u erotisch?

“Vrouwen. (lacht) En voeten. Ik ga nu iets zeggen wat ik beter niet zou zeggen, maar ik ben een voet­fetisjist. In het eerste studiejaar zat een meisje naast mij met haar voet net uit haar schoen, en dat deed iets met mij. Ik weet niet hoe dat komt, ik kan dat ook niet uitleggen. Maar ik weet wel dat er hele porno­sites aan voet­fetisjisme gewijd zijn, zo raar ben ik nu dus ook weer niet.”  

17. Wat is uw goorste fantasie?

“Mijn goorste fantasieën zijn allang geen fantasieën meer, die heb ik allemaal al vervuld. (lacht) Klinkt wat stoerder dan het is. Zo extreem zot waren ze nu ook niet. Ik heb nog niet aan kettingen gehangen of mijn teelballen laten vastnagelen aan een stoel. Op bepaalde vlakken ben ik redelijk ouderwets. Ik heb ooit een grap gemaakt, dat ik niet goed zou weten wat ik zou moeten aan­vangen met een triootje, ik vind één al moeilijk genoeg, laat staan twee. (lacht) Al zou ik het misschien weleens willen meemaken, puur uit nieuwsgierigheid. Maar meestal klinkt het beter dan het in werkelijkheid is.”

18. Welk dier zou u willen zijn?

“Iets snels en agressiefs waar je niet van wint. (lacht) Waarvan iedereen denkt: neen, daar gaan we geen last mee zoeken, met dat beest. Ik heb mezelf altijd vergeleken met een gorilla. Ik klop ook op mijn borst als ik keikwaad ben. Letterlijk, ja. Een gorilla vind ik een cool beest. Een badass. Die moet niet veel doen, die ís gewoon. Zo’n zilverrug die eraan komt heeft al een natuurlijke autoriteit. You don’t mess with him. Ik wil genoeg kracht uitstralen zodat mensen met slechte intenties met een boog om mij heen wandelen. Net zoals in de originele Karate Kid-film, waarin de een vraagt: ‘Why do you train karate?’ en de ander antwoordt: ‘So I don’t have to fight.’ Ik zal geen conflicten opzoeken, maar don’t fuck with me.”   

“Ik heb een periode gehad dat ik als komiek grof, ongenuanceerd, bot en kort door de bocht was. Dat is cool als je de enige bent.” Beeld Stefaan Temmerman

19. Hoe definieert u liefde?

“Liefde is er staan voor elkaar. Elkaars imperfectie accepteren en ook de shit erbij pakken. Wat niet betekent dat liefde onvoorwaardelijk is. Daar geloof ik niet in. Iedereen heeft zijn voorwaarden en grenzen. Ik weet niet goed of ik mijn zoon nog graag zou zien mocht hij een Charles Manson zijn (Amerikaans sekteleider (1934-2017), veroordeeld voor groepsmoorden, red.).”

20. Bent u een goede vriend?

“Ik denk dat wel. Ik denk wel dat mijn vrienden vinden: op hem kun je rekenen. Ze zullen wel zeggen dat ik van tijd tot tijd mijn kuren heb, maar ze kunnen er ook wel mee om, omdat ze weten dat ik er sta als het erop aankomt.”

21. Hoe zou u willen sterven?

“Gillend in een brandend Sportpaleis met 15.000 mensen erbij. En de laatste zin die ik zou roepen is: ‘Waar ben je nu, God?’ (lacht)

“Neen, ik weet het niet. Als ik ooit een hersenbloeding krijg of zo, hoop ik dat mijn lamp gewoon wordt uitgedraaid. De stekker eruit. Gedaan. Sterven gelijk een veldmuis.

“Wat ik zou wensen als laatste avondmaal? Extreme junkfood. Als je dan toch doodgaat, wat maakt het nog uit? Van die echte smeerlapperij, alles bij elkaar. Zo’n vettige hamburger en een taco met gesmolten kaas erop en een zak van die vuile snoep. Ik wil op die elektrische stoel zitten zo mottig als iets en denken: just pull the fucking switch man, want dit is gewoon te vervelend. (lacht) Het is ofwel kotsen ofwel doodgaan, kom­aan, give it to me!

22. Wat is de hel voor u?

“De Ikea op zaterdag.”

23. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Toen ik een jong gastje was, waren twee van mijn grootste helden Bruce Lee en Muhammad Ali. Wat die twee gemeen hebben, is dat ze niet mijn huidskleur hebben. Ik ben niet iemand die door die bril naar de wereld kijkt. Maar natuurlijk heb je soms vooroordelen. Ook logisch. Iemand die dat ontkent, geloof ik niet. Met racistische gevoelens of gedachten is an sich niets mis, wat telt is dat je er niet naar handelt.”  

24. Wat is uw vreselijkste vakantieherinnering?

“Een vakantie op Jersey met mijn vader en moeder. Daar was geen hol te beleven. Bovendien zaten we in een hotel met groepsactiviteiten. Als ik iets haat, is het dat wel. De Channel Islands: schattig, klein, tof, interessant voor 2,5 minuten en dan heb je het wel gehad!”

25. Wie zou u hier uw gedacht willen zeggen?

“Goh amai. Ik doe niets anders dan de hele tijd mijn gedacht zeggen. Ik heb een periode gehad dat ik als komiek grof, ongenuanceerd, bot en kort door de bocht was. Dat is cool als je de enige bent. Maar we leven nu in een tijd waarin politici, journalisten en iedereen met een mening op sociale media zich op die manier uitlaten. Tja, dan is het enige wat ik nog kan doen de dingen van twee kanten bekijken. Een mening bestaat niet alleen maar bij gratie van het kapotmaken van elke andere mening. Elkaar in een hoek duwen, daar word ik onnozel van, dat is geen gesprek meer.”

Alex Agnew tourt vanaf september met zijn nieuwe zaalshow Be Careful What You Wish For langs de theaterzalen. Alle data en ticketinfo op alexagnew.be.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234