Zondag 26/05/2019

Interview

Actrice Lize Feryn: “Voor een jonge vrouw zijn er weinig rollen waarin je niet moet kussen, vrijen of naakt gaan”

Lize Feryn. Beeld Tim Coppens

Lize Feryn (25) woonde als piepjong model in Milaan, New York en Kaapstad. Het modellenwerk staat op een lager pitje nu ze groeit als actrice en een eigen handtassenmerk runt. En daar is ze niet rouwig om. ‘Ik wist dat ik moest bijkomen, dat ik het zo niet lang meer zou volhouden.’ 

Een fris gezicht als Feryn associeer je niet met de Seefhoek, een buurt die tot voor kort bekendstond als een grauwe schurftvlek in Antwerpen, met alle bijhorende grootstadproblemen. Toch is het in deze volksbuurt, die dankzij de inplanting van Park Spoor Noord volop herademt, dat ze twee jaar geleden een appartement kocht. Sinds enkele maanden cocoont ze er met haar beau, het al even fruitige Sporza-anker Aster Nzeyimana.

Lize Feryn: “Mensen vragen me vaak of ik me hier wel veilig voel, maar ik zie geen probleem. Ja, hier wonen veel ‘vreemdelingen’, maar de meesten zijn superlief. Als ik een ladder nodig heb, geeft mijn Indische buurman de zijne met plezier mee. En toen ik een boor wou kopen, zei de Marokkaanse winkelier: ‘Voor een paar gaatjes? Leen de mijne maar even’. Ik ben niet bang om alleen over straat te lopen. Soms heb je groepjes jongeren die ‘pssst, mooi meisje’ roepen, maar dan lach ik eens. Complimenten klinken mooi in alle talen. Als ze me toch zouden lastigvallen, loop ik gewoon naar het volgende groepje. Ik durf te wedden dat die me verdedigen. Maar de verhalen over dat het hier oorlog zou zijn in de straten, daar heb ik nog weinig van gemerkt.”

Beeld Tim Coppens

Over oorlog gesproken: kijk je naar de heruitzendingen van In Vlaamse Velden?

“Ja, al is het met een beetje schaamrood op de wangen. Ik zie er zo jong uit! We hebben die reeks opgenomen op mijn negentiende, maar mijn personage Marie Boesman was amper vijftien. Daarom speel ik schichtig en naïef. Het was ook mijn eerste project. Misschien moet ik mezelf de schoonheidsfoutjes vergeven en blij zijn dat ik al verder sta.”

Je werd als nieuw gezicht meteen voor de leeuwen gegooid: een hoofdrol in een topserie op de heilige zondagavond van Eén. Dat gebeurt niet vaak.

“Het productiehuis had ook enkele bekende actrices naar voren geschoven, maar regisseur Jan Matthys wou een gezicht dat perfect bij die rol paste, bekend of niet. Ik had twee jaar Lemmensinstituut gedaan, maar het was mijn eerste casting als actrice. Toch was ik al geen underdog meer toen de reeks werd uitgezonden. Er verschenen zo veel artikels over de reeks dat iedereen al een mening over me had voor er een minuut was uitgezonden. Vóór mijn eerste draaidag moest ik al bij Villa Vanthilt gaan zitten. Plots was ik ‘de beloftevolle actrice’, terwijl ik nog nooit een camera van dichtbij had gezien. (lacht) Ik was supernerveus. Uiteindelijk heeft die hype er wel voor gezorgd dat we meer dan 1,5 miljoen mensen haalden.”

Maar je kreeg ook kritiek. Het Belang Van Limburg schreef vorig jaar nog: “Van haar vertolking van Marie Boesman herinneren wij ons enkel nog het stel reeën­ogen waarop Feryn in haast elke scène een beroep deed.”

“Destijds vond ik dat heel erg, nu kan ik het relativeren. Die blik heb ik nu eenmaal, daar kan ik niks aan veranderen. Als je twintig bent en je krijgt negen goede commentaren en één slechte, lig je wakker van die ene.”

Klopt het dat Matthys vooraf ook met je ouders is komen praten over jouw seksscènes?

“Hij is speciaal naar Deerlijk gekomen om álles uit te leggen: het scenario, hoe een draaidag werkt, hoe een call sheet eruitziet. Wij wisten echt níks. Op een bepaald moment vroeg mama heel beleefd: (imiteert) ‘En is dat dan ook met een euh… seksscène’? Ik rolde met mijn ogen: ‘Mamaaaaaa!’ Maar Jan deed dat allemaal rustig uit de doeken. Hij toonde ook een pikante scène die hij had gedraaid voor De smaak van De Keyser. Die aanpak stelde iedereen gerust.

“In de tweede week van de opnames werden alle scènes in de slaapkamer opgenomen. Dat waren stuk voor stuk heftige scènes, waarin ik moest huilen en onrustig in mijn dagboek schrijven. Maar dus ook die seksscène. Ik was bijna misselijk van de stress. Ik herinner me nog het moment waarop ik mijn tegenspeler in zijn badjas zag staan, en ik ook zo’n jas aangereikt kreeg. Kort daarna was het: ‘Oké, jassen uit, ga op bed zitten en begin maar’. Het blijft gênant, kussen met iemand die je niet kent en doen alsof je vrijt. Naakt dan nog, en met een heleboel mensen om je heen. Beeld je daar vooral niks romantisch bij in.” (lacht)

Beeld Tim Coppens

Leg je je lat op dat vlak anders sinds de #MeToo-heisa?

“Voor een jonge vrouw zijn er weinig rollen waarin je niet moet kussen, vrijen of naakt gaan. De VTM-serie Phil Frisco, waarvoor ik de voorbije zomer opnames had, was het enige project tot nu toe waarin ik geen seksscène had. Mocht ik al die andere rollen weigeren, zou ik weinig werk hebben.”

Wat vind je daarvan?

“Als het scenario erom vraagt, moet het. Ik vond het elke keer gepast. Maar de benadering is belangrijk. Een rol die alleen om seks en naakt gaat, zou ik moeilijk vinden. Het is ook goed dat zoiets op voorhand wordt besproken, zodat je exact weet wat er gaat gebeuren. In de Nederlandse film Een echte Vermeer zat een heftige seksscène met verschillende standjes die we vooraf, met kleren aan, uitvoerig hadden gerepeteerd. Dan voer je in je hoofd een technische choreografie uit. Achteraf heb ik er wel een beeld laten uithalen. Die optie had ik vooraf in mijn contract laten opnemen.”

Voor de film Emperor stond je op de set met Oscarwinnaar Adrien Brody. Was dat stressen?

“Het was mijn eerste film en ik stond meteen tegenover een Amerikaanse Oscar­winnaar. Dan weet je dat je het niet mag verpesten. In het begin was hij heel af­stande­lijk, wat ik wel begreep, aangezien iedereen iets van hem wil. Maar uiteindelijk bleek hij een lieve man die me tips gaf voor onze gezamenlijke scènes. 

“Ik was zijn courtisane in de film. We hadden een scène waarin hij een tent binnenkwam en ik hem met één blik moest waarschuwen dat er iets mis was. Hij legde me precies uit hoe hij dat wou. ‘Je kijkt me niet aan, tot ik een eerste stap zet in jouw richting. Dan vraag ik iets en sla je je ogen één keer op, en weer naar beneden.’ Brody is iemand die niet ‘groot’ hoeft te spelen om je te raken.”

Hoe had je leven eruitgezien als je die hoofdrol in In Vlaamse Velden niet had gekregen?

“Dat heb ik me al vaak afgevraagd. Acteren was altijd mijn droom en mijn eerste hobby. Ik zou dat nooit hebben opgegeven. Maar waarschijnlijk had ik als model wel meer gereisd. Toen ze me belden voor de eerste casting van In Vlaamse Velden zat ik in Milaan. Er waren driehonderd kandidaten en zéven castingrondes. De kans dat ik het zou halen, was miniem. Maar mijn motto is dat ik mijn geluk alle kansen moet geven. Daarom heb ik met mijn weinige centjes toch maar een ticket naar huis geboekt.

“Voor de laatste castingronde riepen ze me terug uit New York. Anders was ik daar langer gebleven. Die reeks heeft mijn leven veranderd. Ik moet me nog altijd bewijzen op castings, maar het heeft me wel naamsbekendheid ­opgeleverd.”

Vond je je draai als model in die buitenlandse steden?

“Ik kwam uit een Leuvens internaat waar we amper twee uurtjes per week buiten mochten. Plots had ik de absolute vrijheid in een grote stad waar niemand controleerde wat ik deed. Dat was een euh, leuke overgang.”

Je bedoelt dat je een paar keer op handen en voeten naar huis bent gekropen?

“Nooit! Ik heb daar wel gefeest, maar ik wou het vertrouwen van mijn ouders niet beschamen. We woonden met zeven meisjes op een appartementje, en lagen per twee à drie op een kamer. ’s Ochtends gaf het agentschap onze castings door. Ik had nog geen smartphone, maar met metro- en stadsplannetjes geraakte ik overal. Het leek wel een spel: op mijn sportschoenen van casting naar casting, met mijn hakken en portfolio in een rugzak. Ik weet niet of ik het nu nog zou kunnen, het was een onzeker bestaan en ik werd vaak afgewezen. Maar al bij al heb ik er goed kunnen werken.”

Beeld Tim Coppens

Was er een bitse concurrentie tussen de modellen?

“Bits niet, maar er was wel véél concurrentie. Op sommige castings stonden we met tweehonderd meisjes aan te schuiven. Sommige Russinnen waren al van hun veertiende alleen aan het reizen. Als je je familie al maanden niet meer hebt gezien, is de glamour ver weg. Ik wist: als ik naar België terugkeer, heb ik een huis en een familie die niks tekortkomt. Maar sommige meisjes móésten het maken. En als internationaal model heb je niet veel tijd, op je 27ste is het gedaan. Sommige meisjes konden die druk niet aan en vervielen in slechte eet- en feestgewoonten.”

Hingen er in dat milieu ook foute mannen rond?

“Ik had daar geen last van. Ik werkte altijd in een team, en de bookers zijn meestal gay. (lacht) In Milaan had je wel een systeem van promotoren die zoveel mogelijk modellen naar hun nachtclub moesten krijgen. Voor ons was dat gemakkelijk: we werden thuis opgepikt, mochten gaan eten op hun kosten en daarna gingen we naar de club. Ik weet dat dat heel fout klinkt, maar het was superhandig.”

BV’s worden hier ook betaald om naar The Villa te gaan.

“Ha! Ik stond ook in het lijstje dat daarover in de krant verscheen, maar ik ben nog nóóit betaald om daar te komen feesten. Dan is het dubbel stom dat dat in de pers verschijnt.” (lacht)

In welke stad voelde jij je het beste?

“In Milaan. New York is een coolere stad, maar daar zat ik alleen op een appartement. Mijn herinneringen aan die periode zijn vaag, omdat ik er te weinig heb kunnen delen met anderen. Als sociaal dier vind ik dat de dingen die je meemaakt pas tellen als er anderen bij zijn.

“Voor de opnames van Emperor heb ik ook vijf maanden in Praag gewoond. Op de dagen dat ik geen scènes had, zat ik op restaurant te Facetimen met mijn zussen, om me niet eenzaam te voelen. (lacht) Op mijn appartement doe ik het nu soms nog: Facetime aanzetten, om mijn zussen in ons handtassenatelier te zien werken. Vaak zeggen we niet eens wat, maar het helpt om me niet alleen te voelen.

Vorig jaar bracht je de eindejaarsperiode door als model in Kaapstad. Is dat geen gevaarlijke stad?

“In sommige buurten laat je beter je smartphone niet zien. En ’s nachts moet je niet alleen over straat wandelen. Ik nam altijd Uber: goedkoop en handig, want die taxi’s zetten je voor je deur af.

“Kaapstad is de mooiste stad die ik heb gezien. Ik heb me er geweldig geamuseerd. Ik kende niemand, maar na een paar weken hadden we een kleine familie van Belgen die daar allemaal alleen waren en leuk gezelschap zochten. Dan vind je elkaar snel. Je zit in hetzelfde schuitje, ver weg van je familie en thuis. Die stad was voor mij het beste van alle werelden. Er was geen enkel moment waarop ik wou gaan slapen. Overdag was het heerlijk weer, kon je shoppen, lekker en goedkoop eten, naar het strand gaan of de Tafelberg opwandelen. En ’s avonds had je adembenemende zonsondergangen en een bruisend nachtleven.”

Voorbije zomer veroorzaakte je ongewild een diarree van reacties op Instagram, nadat je een bikinifoto van jezelf had gepost. “Lelijk mager, sorry”, schreef een vrouw. Raakte dat jou?

“Dié reactie niet. Maar een vader schreef dat zijn dochter anorexia had en daardoor zes maanden in het ziekenhuis had gelegen. ‘En dat komt omdat rolmodellen zoals jij dergelijke foto’s op Instagram zetten’. Daar heb ik wél op gereageerd.”

Je schreef: “Het spijt me dit te moeten lezen over uw dochter. Iedere vrouw is anders. Als je gezond bent, vind ik elk lichaam mooi en zou niemand zich moeten schamen om een bikinifoto te posten. Ik hoop dat jouw dochter een manier vindt om van haar lichaam te houden zoals de natuur het haar gegeven heeft.”

“Dat mensen me lelijk of te mager vinden, interesseert me niet. Maar ik hoop wel dat ze beseffen dat ik gezond ben, veel eet en absoluut geen anorexia promoot.”

Je hebt jaren geleden wel anorexia overwonnen. Hoe ben je daarin gesukkeld?

“Perfectionisme. Ik vond een modellencarrière veel te belangrijk. Op mijn zeventiende kreeg ik te horen dat ik een succesvol internationaal model zou worden, als ik rond mijn heupen een aantal centimeters kwijtraakte. Dat werd een obsessie. Ik was alleen nog bezig met niét eten. Na een tijd was het echt niet mooi en gezond meer. 

“Toen ik naar Milaan vertrok, had ik het probleem al besproken met mijn moeder. Toch liet ze mij vertrekken. Dat vertrouwen heeft me gesterkt, ook al was het een zware tweestrijd. Ik wist dat ik moest bijkomen en dat ik het zo niet lang meer zou volhouden. Maar aan de andere kant was ik al maanden in strijd met het getal op de weegschaal. Dat was zo’n mindfuck. Maar het is me gelukt: ik ben weer volledig gezond en zit nu al vier jaar op hetzelfde gewicht. Ik ben nog altijd slank, maar destijds was ik nog veel magerder. Iedereen in mijn omgeving zal beamen dat ik flink kan eten. Ik let niet meer op mijn gewicht, en dat is een verademing.”

Heb je het gevoel dat de mentaliteit in de modewereld is veranderd?

“Ik zit er al even niet meer in, maar ik vrees ervoor.”

Je staat op de cover van het nieuwste fotoboek van Henk Van Cauwenbergh. Ging daar een memorabele shoot aan vooraf?

“Ja! We hebben geshoot op de mooiste plekjes van Parijs. De spontaniteit van zijn fotografie bevalt me. Hij werkt niet met die typische, perfect uitgelijnde fashionbeelden, maar vanuit het standpunt van de voyeur. Ik vond het flatterend dat zo’n grote naam aan me dacht.”

Samen met je zussen heb je het handtassenmerk ‘Feryn’ uit de grond gestampt. Hoe loopt dat?

“Goed! Mijn zussen werken fulltime in het atelier, ik help waar ik kan. Twee jaar lang deden we alles zelf, maar de laatste tijd werd de vraag zo groot dat we moesten bijsturen. Mensen moesten een half jaar wachten op hun handtas. Sinds kort werken we met een extern atelier dat kan bijspringen. Sommige stuks maken we nog helemaal zelf, andere nemen zij voor hun rekening. Daardoor zijn de wachttijden weer korter.”

Verhuist jullie productie ooit naar China of Bangladesh?

“Nee, wij willen Europees blijven en werken zoveel mogelijk met ecologisch gelooid leder. Mijn vader is milieuconsulent: de groene filosofie vinden we allemaal heel belangrijk. Een productielijn uit het verre China past daar niet in. (neemt haar zeer compacte handtas) Kijk, dit is een testmodelletje: tas en portefeuille in één.”

Waar zit jouw kracht? In het creatieve of in de organisatie?

“In de organisatie zeker niet! (lacht) Die neemt Yanne, de oudste, voor haar rekening. Mira en ik zijn eerder chaotisch, maar wel creatief. Bij het ontwerpen van nieuwe modellen wil ik er altijd bij zijn. Als je met zussen werkt, weet je wat mekaars sterke punten zijn. Onze taakverdeling is organisch gegroeid.”

Jullie atelier was een droom van je moeder, die drie jaar geleden aan kanker overleed.

“Ik ben blij dat ze de opstart van onze zaak nog heeft meegemaakt. Oorspronkelijk zou ze mee in de zaak stappen. Ze heeft ons atelier ook zelf gebouwd uit de koterijen die al langer in onze tuin stonden. Die ruimte is het epicentrum van ons gezin geworden. Mijn zussen hebben er hun jobs voor opgegeven. Mira was grafisch vormgeefster, maar wou niet langer hele dagen voor een computerscherm zitten. Yanne werkte als kleuterleidster, maar was altijd maar zwanger. (lacht) Ze wou een job waarin ze haar vier kinderen dicht bij zich kon houden. In het atelier is er plaats voor hen. Er zit ook een keuken in, waar om beurten wordt gekookt voor het hele gezin. Ook papa schuift dan aan. Als ik naar Deerlijk ga, heb ik meteen alle vliegen in één klap. Heel handig!”

Beeld Tim Coppens

Hoe doet je papa het?

“Goed. Hij is helemaal gesetteld in ons Feryn-dorp.”

Vond je het moeilijk om naar de stad te verhuizen en je gezin achter te laten?

“Ik kom graag in Deerlijk, maar woon liever in de stad. Het is zo leuk om de deur uit te gaan, mensen te zien en op te gaan in de anonimiteit. Dat heb je niet in een West-Vlaams dorp. Op een bepaald moment werd zelfs Gent me te klein. Daarom ben ik naar Antwerpen verhuisd.

“Als Aster en ik een avond vrij hebben, nemen we graag de metro naar een buurt waar we dan als toeristen beginnen rondwandelen en op restaurant gaan. Zo hebben we al veel leuke adresjes ontdekt.”

Is het gemakkelijker dat je een partner hebt die ook bekend is?

“Ja. Als de ene constant herkend en aangeklampt wordt, en de andere niet, geeft dat automatisch spanningen. Je krijgt zoveel berichten van mensen die je niet kent, maar die je wel vriendelijk moet beantwoorden. Wij begrijpen dat van elkaar zonder dat het aanleiding geeft tot jaloezie.”

Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?

“We zagen elkaar toen ik met vrienden ging feesten in een pop-upwinterbar in de stad. Hij was daar onder meer met Kobe Ilsen en Danira Boukhriss. Nadien zijn we berichtjes beginnen sturen via Instagram en vroeg hij om eens af te spreken. Het klikte meteen.”

Je hebt hem niet laten zweten?

“Nee. Het was duidelijk dat hij me wou en ik ben snel gezwicht. In het begin heb ik me wel eens afgevraagd of het niet té goed ging, en of ik niet wat moest dimmen. Ik ben zo: als alles op wolkjes loopt, vraag ik me af waar de adder zit.”

Wat vind je leuk aan hem?

“Haha, hij zou nu zó graag een vlieg op deze tafel zijn! Daarstraks zei hij: ‘Je gaat toch lieve dingen zeggen over mij’? Aster is heel eerlijk, je weet wat je aan hem hebt. Het lijkt ook alsof hij een schep meer geluk heeft gekregen dan de gemiddelde mens. Hij is altijd vrolijk en ongelooflijk lief.”

Heb jij dan iets minder talent voor geluk?

“Ik denk meer na en kan langer in een gevoel blijven hangen. Als er twee feestjes tegelijk op de agenda staan, en we moeten iemand ontgoochelen, baalt hij daar één minuut van en dan zet hij dat van zich af, terwijl ik blijf denken aan hoe die mensen zich voelen. Mijn bijnaam is niet voor niets ‘Need to P-Lize’. (lacht) Ik ben supergevoelig aan sferen, en altijd bang om mensen te kwetsen. Maar ik heb al wel geleerd dat het niet slecht is om voor jezelf op te komen, als je gelijk hebt.”

Na je vorige relatie met acteur Jacob Ooghe zei je dat je jezelf irritant vindt in relaties. Is dat al verbeterd?

“Je kunt maar op je best zijn voor iemand anders als je jezelf graag ziet. Bij Aster heb ik het gevoel dat dat zo is. Wij amuseren ons rot en vinden alles leuker als we bij elkaar zijn. Daarnet tijdens de shoot is hij zijn boterhammen op de set komen opeten. (lacht) Dat is een goed teken. 

“Ik weet: ik heb mijn kantjes en ben perfectionistisch. Daardoor verwacht ik soms te veel van hem, maar wij spreken álles uit. Als er iets is, babbelt hij de hele tijd – dat is zijn job – terwijl ik er amper een speld tussen krijg. Tot ik zeg: ‘Oké, laat me er nu maar even over nadenken’. Dan analyseer ik mezelf een uurtje en dan stuur ik hem een sms waarin ik meestal schrijf dat ik hem begrijp, maar hoop dat hij mij ook begrijpt. (lacht) Met respect voor elkaars standpunt kan je veel oplossen. Je weet dat je elkaar graag ziet en dat de ander goede bedoelingen heeft. We zijn nu acht maanden samen en ik ben heel rustig. Het zit op alle vlakken heel goed.”

Kobe Ilsen noemt je één van de grappigste vrouwen die hij kent. De Instagram-video’s van je carpoolkaraokesessies met Aster zijn ook hilarisch.

“Daar amuseren we ons ziek mee. We hebben al een roadtrip gemaakt en ik kan je verzekeren: bij ons is het nooit saai in de auto.”

Op Instagram doe je wel vaker aan zelfspot.

“Ik vind dat je jezelf niet te serieus moet nemen. Onlangs ging ik naar de winkel in de Seefhoek en merkte ik dat iedereen me na­staarde. Thuis zag ik waarom: ik was vergeten mijn body dicht te maken, waardoor de achterkant als een soort groene string uit mijn broek hing. (giert het uit) Dat heb ik dan maar gepost op Instagram. Het is ook wat ik zo leuk vind aan Aster: wij doen graag onnozel.”

Is dat iets dat je hebt geleerd van je mama: het leven niet te zwaar opnemen?

“Zij stond op een mooie manier in het leven en was zich heel bewust van hoe goed we het hebben. Toen ze doodziek in bed lag, zei ze: ‘Eigenlijk heb ik toch geluk dat ik in deze omstandigheden ziek mag zijn’. Dan ben je héél sterk.

“In haar laatste dagen ben ik bij haar in bed gekropen en hebben we uren gepraat. Ik beloofde dat ik gelukkig zou worden, zelfs als zij er niet meer was. Het was altijd haar levensdoel om haar drie dochters groot te brengen en gelukkig te zien worden. Ze was bang dat wij niet meer verder zouden kunnen zonder haar. Ik wou haar geruststellen. Maar zij zag meteen weer dat perfectionistisch ‘Lizeke’. Ze zei: ‘Maar meisje, je moet daar ook niet té hard je best voor doen, hè. Het is oké, als je eens verdrietig bent’. Typisch mama.

“Ik had een dure lederen jas gekocht met een gouden leeuw erop. Zij vond dat maar niks: ‘Zoveel geld voor zo’n lelijke jas’. Een paar weken later zei ze: ‘Lizeke, het is niet omdat ik ga sterven dat je die jas niet meer mag aandoen, hè. Ge hebt er nu voor betaald, ge kunt zien dat ge hem draagt ook’. (lacht) Mijn mama was een gouden combinatie van praktisch en filosofisch.”

Beeld Tim Coppens

Kan je nog volmaakt gelukkig zijn? Of hangt het gemis aan haar als een donker wolkje boven elke dag?

(denkt na) “Ik geloof dat je perfect gelukkig kunt zijn, ondanks de dingen die je pijn hebben gedaan. Niet alle ­puzzelstukken hoeven haarfijn in elkaar te passen. Ik heb het er wel lastig mee dat Aster en mama elkaar nooit hebben gekend. Mijn zussen hadden hun leven al uitgebouwd: mama kende hun mannen en hun oudste kinderen. Maar in mijn leven is er sinds haar dood nog veel veranderd. Ik heb Aster leren kennen en veel projecten gedaan waar zij niks van wist. Dat wringt.

“Maar het verlies van mama is ook een extra stimulans om het goed te doen in mijn leven. En om mijn gevoel te volgen. In Gent woonde ik in een huis dat mama had gebouwd. Ik had daar kunnen blijven wonen, om zo dicht mogelijk bij haar te blijven. Maar dat huis maakte me niet zo gelukkig meer. Ik heb daar lang over nagedacht, maar uiteindelijk heb ik beslist dat ik vrij was om mijn leven in eigen handen te nemen. En maar goed ook, anders had ik Aster misschien nooit leren kennen.”

Volg De Morgen op Instagram:

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.