Woensdag 24/07/2019

reportage

9 jonge designtalenten om in de gaten te houden

Linde Luyten (l) en Tille Lingier van Redopapers. Beeld Tim Coppens

Tijdens de Biënnale Interieur duikt er naast de beurs een tweede bastion van design op in de stad. In de verlaten Sint-Maartensziekenhuis toont een nieuwe generatie haar kunnen. Wij stellen negen jonge talenten aan u voor.

Redopapers geeft papier een tweede leven

Wat doen jullie juist?

Tille Lingier: “Wij geven papieroverschotten een tweede leven. Als grafici merkten wij dat drukkers tonnen mooi papier noodgedwongen weggooien: bij het testdrukken met een offsetdrukmachine moet je de rol even laten draaien. Er kruipen al vlug honderd vellen papier in. Met het overschot van verschillende drukkerijen maken wij weekplanners, agenda’s, scheurblokken enzovoort. Naast drukkers werken we ook samen met andere bedrijven van wie we de overschotten verwerken. Dat zijn vooral cultuurhuizen en musea die best wat ­overtollig drukwerk hebben liggen. Wij ontwerpen daarmee schriftjes en ander papierwerk dat zij ­bijvoorbeeld in de museumshop kunnen verkopen.”

Linde Luyten: “Wij draaien het maakproces om: we krijgen papier in handen en bekijken wat wij ermee kunnen. De resten bepalen het formaat van het product.”

Tille: “Het kappen en inbinden van het papier gebeurt in ons atelier. We hebben een kapmachine van ­anderhalve ton.

“Het sorteren gebeurt vaak in een ­sociale tewerkstellingsplaats en door Ismail, een jongen met een beperking die hier elke dinsdag en vrijdag een handje komt helpen.”

- Antwerpse grafici Tille Lingier (26) en Linde Luyten (26) 

- ontwerpen allerlei papierwerk van overstock 

- zijn 3,5 jaar geleden klein begonnen, maar werken ondertussen anderhalf jaar voltijds aan dit project 

- werkten samen met Muhka, Designmuseum Gent, Fotomuseum, Museum M, STUK, Luminus, Radisson en Broederlijk Delen 

- geven workshops boekbinden waar je de stiel in vier uur tijd leert met huis-, tuin- en keukenmiddelen 

- nemen deel aan de expo The New Masters tijdens de Biënnale Interieur

Wat stellen jullie in Kortrijk tentoon?

Linde: “Aan de hand van grote posters zullen wij een absurd groot gastenboek ontwerpen. Eentje met ­bladzijden zo groot als een europallet waarop je al ­liggend iets kunt schrijven.”

Inge Rylant werpt een nieuwe blik op het Oosten

Inge Rylant. Beeld Tim Coppens

- 31 jaar

- illustrator en printontwerper uit Antwerpen

- illustreert voor NEST, Sabato en De Standaard Magazine 

- ontwierp vijf jaar lang prints voor high-end kindermodemerk Anne Kurris 

- werkte o.a. samen met Fred+Ginger, Valerie Objects, Het Entrepot Brugge 

- neemt deel aan de expo The New Masters ­tijdens de Biënnale Interieur

Wat heb je ontworpen?

“Illustraties die zijn geïnspireerd op de Japanse esthetiek. Dat komt omdat ik voor deze expo gevraagd werd om in de ­archieven van de Biënnale Interieur te pluizen. Ik kwam er ongeveer ieder decennium een ‘East meets West’-thema tegen met deelnames van Japanse designers zoals Shiro Kuramata, Shigeru Uchida en Sou Fujimoto.

“Ik dacht dat het nu wel tijd zou zijn voor een nieuwe blik op het Oosten. Japan is erg populair. Ik heb ook zelf al driemaal in Japan rondgereisd. Ik ben echt wel gebeten door hun manier van ontwerpen.”

De illustraties heb je op ­kasten van Kewlox gezeefdrukt. Waarom?

“Kewlox is een onderschat Belgisch merk dat vroeger in kinderkamers en garages belandde omdat de kasten goedkoop waren en makkelijk in elkaar te steken. Gaandeweg heeft Ikea die rol overgenomen. Vandaag de dag is het merk vooral populair onder het designvolk. Dat komt door zijn soberheid. Hoewel het Belgisch is, sluit het esthetisch gezien mooi aan bij de rustgevende Japanse interieurs van tatamimatten en schuifdeuren. Kortom, Kewlox past perfect in het plaatje van ‘East meets West’.”

Jouw illustraties zijn zeer abstract.

“Ik vertrek steeds vanuit de ­werkelijkheid en abstraheer die vervolgens. Zo heb ik elementen uit de Japanse landschaps- en stadsarchitectuur gereduceerd tot een spel van kleur en compositie. In een van de kleinere kastjes heb ik wel een redelijk figuratieve koikarper afgebeeld: hét cliché van Japan. Een klein beetje kitsch mag wel.” (lacht)

Maurann Lootens is creatief met staal

Maurann Lootens. Beeld Tim Coppens

- 26 jaar 

- studeerde architectuur aan de UAntwerpen en meubelontwerp aan Thomas More 

- ontwierp als eindwerk dit jaar ‘Woo’, een stalen poef met een sterke esthetische waarde 

- onderzoekt het spanningsveld tussen architectuur en design, tussen ontwerpen en maken

- neemt deel aan de expo 'We are the next generation' ­tijdens de Biënnale Interieur

Wat heb je juist ontworpen?

“Per definitie zou je dit een stalen poef moeten noemen. Ik wilde een meubel maken dat de krachtwerking op een leesbare manier zou duiden. Het is een zitmeubel geworden omdat de drukkracht door het zitten van de persoon in de verf wordt gezet.”

De woorden staal en poef vormen haast een contradictie.

“Inderdaad. Maar wanneer je erop gaat zitten, buigt het staal sterk door waardoor je best goed zit. Dat verwacht je niet. Iedereen die er voor de eerste keer op zit, is verwonderd. Vandaar dat ik hem ‘Woo’ heb genoemd. In de eerste plaats denk je dat het om een sculptuur gaat. Pas als je de poef gebruikt, wordt het duidelijk dat dit een functioneel object is.”

Je studeerde eerst ­architectuur. Waarom ontwerp je nu design?

“Bij architectuur moet je je ­houden aan een veelheid van regels. Daarbij is het steeds ­teamwerk. Bij design is dat niet zo. Je hoeft met niets rekening te houden. Je leert ook echt van die onmiddellijke interactie van het materiaal en ziet meteen of het gelukt is of niet.”

Waar heb je de mosterd gehaald?

“Ik heb zo weinig mogelijk naar andere ontwerpers gekeken. Het gevaar van beeldplatforms zoals Pinterest is dat je uiteindelijk bestaande designs gewoonweg in een ander jasje steekt. Ik ben gevoelig daarvoor en heb het dus gemeden. Ontwerpen is voor mij een proces van trial-and-error.”

Sabine Marcelis zorgt voor transparantie

Sabine Marcelis. Beeld Tim Coppens

- 33 jaar 

- internationaal gerenommeerde ontwerper gevestigd in Rotterdam 

- raakte bekend door Candy Cubes, kubussen uit polyesterhars 

- werkt graag met felle kleuren en neon 

- wordt erg geapprecieerd door de modewereld en werkte al samen met Givenchy, Burberry en Isabel Marant

Wat krijgen wij van jou te zien?

“Kortrijk heeft me gevraagd om in de ingang van de Sint-Maartenskliniek een installatie te plaatsen. In het plafond bevinden zich grote, cirkelvormige lichtkoepels van zo’n twee diameter. Het zonlicht dat door die gaten naar binnen valt, accentueer ik met regenstralen van neonlampen, een hele installatie die bijna tot aan de grond zeven meter lager reikt. Het is een groot, maar tegelijkertijd erg transparant werk waardoor het de ruimte vult zonder die te verstikken.”

Transparantie is sinds het begin jouw stokpaardje: je bent bekend geworden met fel gekleurde objecten in polyesterhars.

“Ja, werken met transparante materialen en kleur impliceert dat je een interactie opzoekt met het licht in de ruimte. Dat is en blijft mijn grote fascinatie.”

Je bent ondertussen een van de bekendste ontwerpers in Europa. Hoe druk heb je het?

“Het is crazy. Momenteel is er iedere dag een deadline. Tegenwoordig heb ik heel wat site­specifieke projecten aangereikt gekregen waarin ik volledige interieurs aanpak. Onlangs nog, voor Design Miami en voor Solo House van OFFICE Kersten Geers David Van Severen. Ik vind het heel belangrijk om nieuwe uitdagingen aan te gaan. 

"Daarnaast ontwerp ik nog steeds autonome ­objecten voor galeries. En heel het jaar door blijven de samenwerkingen met ­modehuizen binnenstromen. Ik heb extra mensen moeten aannemen. Momenteel zitten we met zeven in de ontwerpstudio. Groter hoeft het niet te worden. Ik wil niet dat het een machine wordt waar ik de manager ben." (lacht)

Luca Beel en Adriaan Tas zetten de schaar in een logo

Luca Beel en Adriaan Tas. Beeld Tim Coppens

- Luca Beel (28) is architectuurfotograaf en designer, Adriaan Tas (27) is graficus en designer 

- Luca gooide in 2013 hoge ogen met de ‘Luca Bowl’, een schaal uit gekleurd beton 

- Adriaan is de man achter het grafisch werk van jonge ­ontwerpers Ben Storms en BRUT Collective 

- wonnen samen in 2017 de Knack Weekend Award met ‘Roman’, een modulair bankje dat opgestapeld tot een rek transformeert 

- nemen deel aan de expo The New Masters tijdens de Biënnale Interieur

Wat is het geworden?

Adriaan Tas: “De opdracht voor de expo The New Masters luidde: ‘Doe iets met het grafisch archief van de Biënnale Interieur’. Na intens onderzoek bleek dat de enige constante doorheen dat archief het logo zelf was. En dus zijn we daarmee nieuwe ­vormen beginnen te ­ontwikkelen. Uiteindelijk hebben wij dat logo verschillende malen achter elkaar geplaatst ­waardoor je een uitrekbaar schaarsysteem bekomt.

“Tegelijkertijd zagen we heel wat banners en vlaggen in het archief waardoor we het schaarsysteem gecombineerd hebben met textiel. Het resultaat is een uittrekbaar kamerscherm.”

Luca Beel: “Voor de stoffen hebben wij ­samengewerkt met Kvadrat. Zij stonden meteen achter het project.”

Luca, jij bent oorspronkelijk fotograaf en Adriaan, jij graficus. Waarom ontwerpen ­jullie voorwerpen?

Luca: “In fotografie mis ik het functionele. Ik ben graag met mijn handen bezig. Vandaar dat ik meubelontwerp heb bijgestudeerd.”

Adriaan: “Grafisch werk is altijd zeer toegepast. Je vertrekt van de wensen van de klant. Bij design kun je meer je ding doen. Er is ­niemand die ons tegenhoudt wanneer we tijdens het denkproces een volledig andere weg inslaan.”

Vanwaar de samenwerking?

Luca: “We hebben elkaar leren kennen tijdens de lessen meubelontwerp.”

Adriaan: “Samenwerken is ontzettend handig. Je hebt een klankbord, je kunt pingpongen.”

Luca: “Ik heb ideeën die al drie jaar aan het rijpen zijn. Als je met twee bent, komt er effectief schot in de zaak.” (lacht)

Laura Janssen boetseert een propje verdriet

Laura Janssen. Beeld Tim Coppens

- 23 jaar 

- kersvers afgestudeerd als interieurvormgever aan het KASK in Gent 

- haar sculpturaal project was haar bachelorproef 

- werkt als ontwerper standenbouw

- houdt van 3D-sculpting en zal deelnemen aan de Polygon 3D Challenge

- neemt deel aan de expo 'We are the next generation' tijdens de Biënnale Interieur

Wat is die prop staal?

“Een maquette voor een stalen sculptuur met een lengte van tien meter en een hoogte van zeven meter waar je op en onder kunt zitten. Voor het ontwerp heb ik inspiratie gezocht bij Frank Gehry. Hij brengt chaos teweeg en ontwerpt vaak op een accidentele manier. Ik heb massa’s bladen papier verkreukeld totdat ik een interessante vorm had. Die heb ik vervolgens digitaal omgezet in een sculptuur.”

Vanwaar komt het idee?

“Voor mijn bachelorproef onderzocht ik de afscheidsrituelen in de fysieke en mentale ruimte. Uit verschillende locaties heb ik het Geboortebos in Gent gekozen, waar mensen een boom planten als symbool voor het nieuwe leven.

“Ik vroeg me af: is er een plaats voor ouders van stille baby’s? Dat zijn kinderen die voor of tijdens de geboorte het leven gelaten hebben. Ik heb me ingelezen in de vier stadia van het rouwproces. Na vele omwegen besloot ik het verdriet van die ouders te visualiseren als een prop papier die door de lucht fladdert en op de grond belandt.”

Het is een vrij abstracte installatie.

“Ik wilde geen traditioneel paviljoen. De vorm bevat elementen die naar het verdriet verwijzen. De installatie zou in het Geboor­te­bos komen, in het hoge gras als symbool voor de zoektocht. De kuipvorm van het staal versterkt het omgevingsgeluid waardoor je een akoestiek krijgt die net als het verdriet overweldigt. De scherpe randen visualiseren de pijn.”

Nathalie Van der Massen gebruikt papier als textiel

Nathalie Van der Massen. Beeld Tim Coppens

- 30 jaar 

- graficus en textielontwerper uit Antwerpen 

- startte dit jaar haar eigen ­textielcollectie 

- is sinds kort gevestigd in Haptic House, het grote ­coworkatelier van ontwerper Ben Storms 

- werd in 2017 geselecteerd via Ministry of Makers om te ­exposeren op kunst- en ­designbeurs BAD Gent 

- nam dit jaar deel aan Design September in Brussel met een expo in de kledingwinkel Stijl 

- neemt deel aan de expo The New Masters tijdens de ­Biënnale Interieur en werd door Flanders DC geselecteerd om ook op de beurs zelf ­tentoon te stellen

Jij bent voornamelijk textiel­ontwerper, maar bent aan de slag gegaan met papier?

“Ik zat al langer in mijn hoofd met het idee om papier als textielmateriaal te gebruiken. En dus heb ik nu een papieren kamerscherm ontworpen. Het gaat om een prototype dat verder uitgewerkt kan worden tot een ­verkoopbaar ­product.

“Ik ben gaan papiershoppen bij Antalis (bekende verdeler van hoogwaardig papier, red.). Daar heb ik soorten gevonden met een katoenvezel erin verwerkt die je echt kunt voelen. Het zijn bijzonder tactiele papiersoorten. Verder heb ik nog een prachtige soort gevonden die is afgewerkt met zetmeel en een mooi kalkpapier.”

Hoe maak je een kamerscherm uit papier?

“Door middel van een houten ophanging die ik ontwikkelde in samenwerking met Studio Ambacht. Het is de bedoeling om verschillende papierbladen van dezelfde grootte aan elkaar te bevestigen en op te hangen. Zo ­standaardiseer ik de afmetingen van het papier, maar kan er toch gespeeld ­worden met de grootte van het kamer­scherm zelf.”

Waar haalde je de inspiratie?

“Bij de Japanners, die traditioneel afscheidingen maken in papier. Deze afscheidingen zijn dun: het is een zachte en poëtische grens. Het materiaal mag spreken en er wordt met een zekere voorzichtigheid mee omgegaan. Dat vind ik mooi. De tekening in het papier is gebaseerd op een illustratie die ik voor een textielstuk heb gemaakt. Het papier is geperforeerd met de lasercut door Asuvorm, waardoor er visueel gerefereerd wordt naar kantwerk.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden