Zaterdag 25/05/2019

Naar buiten

24 uur de natuur in duiken doe je zo

Beeld Josefien Tondeleir

Een citytrip plannen, een huis in de Ardennen boeken: kost allemaal best veel tijd en geld. Met een mooi weekend in het vizier kan het stukken eenvoudiger, goedkoper en minder ver weg. Voor u uitgeprobeerd: 3 originele manieren om 24 uur lang de natuur in te duiken. Zonder (veel) luxe, maar ook zonder gedoe.  

Een bivaktocht 

Ideaal voor: wie niet bang is voor blaren

Al dertig-en-zoveel jaar loop ik op deze planeet rond, en nooit heb ik me afgevraagd wat die rood-witte of geel-witte vlaggetjes op bomen, verkeersborden en elektriciteitsmasten betekenden. Nu ik het ­eindelijk weet, ontvouwt zich een parallelle wereld die al die tijd aan mijn voeten lag: die van de Grote Routepaden, of de GR’s, wandelroutes die zich uitstrekken over honderden kilometers, en je zo ver mogelijk van de beschaving leiden. In Vlaanderen alleen al heb je 3.680 ­kilometer aan GR’s.

Bivakplaats Steenberg. Beeld Josefien Tondeleir

Ik botste bovendien op een web­pagina waar die GR’s gekoppeld zijn aan bivakplaatsen: plekjes in de natuur, geen campings, waar je gratis en zonder boeken je tentje mag opzetten. Luxe is er niet, maar je mag er meestal wel een vuur maken, er is een regenwaterpomp en een primitief ­toilet. Klinkt super, al bleken sommige van die bivakplaatsen, vooral in de Ardennen, geen al te best imago te hebben. “Te veel fêteurs”, wist een vriend te melden. Eentje is zelfs onlangs gesloten wegens de continue overlast. Misschien beter in Vlaanderen ­beginnen?

Mijn oog viel op de bivakplaats Steenberg, niet ver van Leuven. Nog geen uur stappen van het station Sint-Joris-Weert, en de volgende ochtend kun je inpakken en wegwezen voor een tocht van 24 kilometer, over de GR512, tot station Vertrijk. De helft door het Meerdaalwoud en het Mollendaalbos, daarna door veld en dal, van Bierbeek tot Boutersem.

Klinkt prachtig. Was het ook. Al keken mijn vriendin en ik wel op toen we rond vijf uur op de bivakplaats arriveerden. Er stond al een tent of zeven, en de regel luidt: staan er al drie tentjes, dan moet je opkrassen.

Beeld Josefien Tondeleir

Toch maar riskeren, dachten we, en dat dachten ook de trossen ­kampeerders die na ons arriveerden, waardoor we met dertien tenten de nacht ingingen. Dicht bij de bivakplek is dan ook een grote ­parking, dus de drempel om hier te komen slapen ligt niet al te hoog. Veel mensen kwamen aangewandeld met kam­peerstoeltjes en zakken vol voedsel en drank.

Mijn eigen kampeeruitzet is ­overigens nogal beperkt. Ik heb een rugzak die dringend op pensioen moet (en dat ruik je) en een vage slaapzak uit mijn scoutsjaren, toen nog geen hond wist hoe je ‘Quechua’ moest uitspreken. Kamperen in het Meerdaalwoud is geweldig, alleen al omdat je in het schemerdonker nog een wandelingetje kunt maken. Dan heb je de kans (of het risico) om, zoals wij, bijna letterlijk te botsen op een everzwijn met een niet al te sympathieke uitstraling. Met onze tikker in de keel maakten we rechtsomkeer, ondertussen speurend naar een boom om eventueel in te ­klimmen, moest het zwijn alsnog ­willen chargeren.

Op het randje

Het was best koud, die nacht. Mijn slaapzak buisde zwaar en jammer genoeg hoorden we, naast de kerkuil, ook de bassen en het gejoel van een feest in de verte. Na een niet al te beste nacht kroop ik dus stram en ­verwaaid de tent uit. Even suffen op een boomstronk hielp, gelukkig, en die crème van een tocht deed mijn laatste ­vermoeidheid wegwaaien. De frisse bosgeur, de monumentale beuken, de schone lucht en kronkelende paadjes... Ik vroeg me luidop af waarom ik al die jaren was vergeten dat dit ook bestond.

De weg vinden was een makkie: wanneer de rood-witte aanduiding tekortschoot (en dat gebeurde heel af en toe, jammer genoeg) was er mijn wandel-gps MotionX, die ik voor twee euro had gedownload.

Beeld Josefien Tondeleir

Toen we het bos achter ons lieten, bleken Bierbeek en omgeving een goeie second best: velden, boomgaarden, oude hoe­vetjes, holle wegen... 24 kilometer is op het randje, met een rugzak en ongetrainde benen, maar het voelde wel als een overwinning toen we het ­treinstation naderden. Al na een etmaal had het iets bevreemdends om opnieuw mijn stad binnen te bollen met de trein. Het voelde alsof ik, heel even, in een totaal andere wereld had vertoefd.

Ik vond deze paalkampeerplek via de webpagina bivakzone.be, die ook uitleg geeft over de wandelroutes. Wat extra research is absoluut nodig, maar dit is een prima basis.

Een kampeervlot

Perfect voor: met je lief of een (heel) goeie vriend(in)

Al jaren geleden, toen ik voor het eerst Pinterest-perfecte foto’s zag van een kampeervlot, gaf ik een hersencel de opdracht: onthou dat. Het leek me heerlijk om urenlang te chillen op het water. Met een flesje rode wijn binnen handbereik doorbomen over het leven en onze dromen (en eens niet over bouwen, verbouwen en baby’s, de dominante gespreksonderwerpen onder dertigers) en af en toe een duik nemen.

En nu was het dan zover. Samen met mijn vriend en een koffer vol ­spullen trok ik opgewekt richting het Nederlandse gehucht De Heen, vlak bij Bergen op Zoom. Ons eigen vlot. We hadden gedacht aan een kleine barbecue en een goed gevulde frigobox. Ik had zelfs een opblaasbare zetel in de koffer geduwd, iets te optimistisch over het formaat van het pontonnetje.

Beeld Josefien Tondeleir

De auto parkeerden we vlak bij het boothuis, waar het op die mooie warme dag een drukte van jewelste was. Een vriendelijke maar licht overspannen jobstudente wees een ruime Zweedse kano aan die voor bijna 24 uur de onze zou zijn. Een paar honderd meter stroomopwaarts lag onze slaapplaats te wachten: het voorlaatste van de vijf vlotten, mooi gelegen tussen het riet. Naast onze eigen absurde hoeveelheid spullen mochten we ook nog kampeerstoeltjes, een lampje, slaapmatten en een toilet- en vuilnisemmer inladen.

Als twee varende zigeuners gleden we het avontuur tegemoet. Maar dat viel aanvankelijk toch een beetje tegen. De vijf vlotten liggen best wel dicht bij elkaar, waardoor je woord voor woord de gesprekken van je buren kunt volgen. Buren die ook uit waren op een beetje privacy en romantiek, aan de blik in hun ogen te zien. Beetje on­gemakkelijk: je weet niet goed of je elkaar moet negeren of vriendelijk begroeten, waardoor je strandt op iets bizars daartussen.

Beeld Josefien Tondeleir

Ook het vlot zelf was niet helemaal zoals het er op de foto uitzag. Simpel, basic, zonder elektriciteit: daar was ik op voorbereid. Maar voor een prijs van ruim 100 euro per nacht hadden ze toch minstens de spinnenwebben mogen weghalen in het houten hutje. In het donker naar binnen of buiten gaan, doe je het best met een speciale ninja-move om niet al die ­kleverige draden in je gezicht te krijgen. Ik hou van de natuur, maar hoef ze nu ook weer niet tussen mijn ­tanden te voelen.

Afgezien daarvan: fijne ervaring. Want als de avond valt, daalt ook de rust neer in dit druk bevaarde stukje Steenbergse Vliet. Dan ­verdwijnen de trossen kano’s en plezierjachtjes, en is er alleen nog stilte. Of beter: het geluid van de wind in het riet en van de enorme zwerm spreeuwen die boven de weilanden scheert.

Beeld Josefien Tondeleir

Een uurtje voor het donker trokken we er met onze kano op uit voor een onvergetelijke tocht. Beetje zwijgen, rondkijken en roeien: geen betere therapie voor de overspannen stadsmens. En ondanks de zero luxe sliep ik die nacht als een marmot met CVS. Wat heerlijk ook om je slaapzak in te kruipen en te weten: voor één keer worden we niet voor zeven uur wakker gezongen door een overenthousiaste driejarige. Hoewel. We hadden één dingetje over het hoofd gezien: meerkoeten op peuterleeftijd beginnen óók graag vroeg aan hun dag. Heel vroeg.

Er zijn ook kampeervlotten in De Wissen (Belgisch Limburg) en Marnemoede (Utrecht) Meer info via camping-raft.com

Een trekkershut

Geknipt voor: kleine kinderen

Twee stapelbedden. Een keukentje, wat kookspullen, borden, glazen, bestek. Een tafel en een paar stoelen. Da’s ongeveer wat je krijgt als je een trekkershut boekt. En: je hebt een dak boven je hoofd. Knus is misschien niet het juiste woord, comfortabel ook niet, maar wat een zee aan luxe als je het vergelijkt met kamperen.

Een hoop minder gedoe ook. Zodra je uit de hut stapt, sta je met je voeten in het gras, tussen de bomen. Je hoeft niet veel spullen mee te zeulen én je ronkt in een echt bed.

Beeld Josefien Tondeleir

Ik wist uiteraard wel dat die ­blokhutjes bestonden, maar ik had de naam iets te letterlijk genomen: ­trekkershutten, alsof die midden in het woud liggen en enkel bereikbaar zijn met een machete. Maar ze staan gewoon op campings en recreatie­domeinen (in ons geval: de Keiheuvel in Balen, bij Mol), dus je kan de auto haast voor de deur parkeren.

Dat voordeel was ook het grootste nadeel. Het plan was om de beschaving en de drukte achter me te laten en even wat tijd alleen met mijn dochtertje Ida te hebben, maar we zaten daar helemaal niet alleen. Als je pech hebt, zoals in ons geval, wordt er zelfs honderd meter verder, nét in ‘ons’ weekend, het jaarlijkse beachvolleybaltoernooi ­gehouden. Met fuif.

Kleine kinderen hebben gelukkig de gave om zich niet te laten neerhalen door zo’n tegenvaller, en in je eentje de zure peer uithangen, daar is ook niet veel aan. Gewoon het lawaai wegdenken, dan maar.

Hangen zonder dagindeling

Ik spreidde een dekentje uit voor onze hut, stalde de picknick (pilsje voor mij, brikje fruitsap voor haar, blauwe besjes en natuurlijk chips) uit die ik in de supermarkt bij elkaar geshopt had, en voelde een intens geluk over me neerdalen toen ik besefte: dit ongeveer was het droombeeld dat ik had over ‘het leven met een kind’. Ida kon lekker onbelemmerd rondscharrelen, de lucht was schoon, geen wolkje te zien, we zaten tussen de bomen en we hadden nog uren voor ons.

En vooral: er hoefde helemaal niks. Geen klussen of deadlines, geen must-sees in de buurt, geen gesprek dat niet mocht stilvallen. Die vorm van eenvoud is amper aanwezig in mijn leven. Terwijl: dit hutje kost niet meer dan 40 euro voor een nacht, en wat doet het deugd om hier gewoon zo’n beetje te hangen in je joggingbroek, zonder dagindeling. Nog voor we overnacht hadden, besloot ik: hier ga ik nog komen.

De Keiheuvel, een recratiedomein dicht bij het Zilvermeer, is een paradijs voor gezinnen. Er is een openluchtzwembad, een kinderboerderij en een speeltuin die, vingers in de neus, de Michelin-gids voor speeltuinen zou halen. Er is ook een snackbar waar je zowel frieten, pizza als trappist (de vaders wijken amper van de witte ­plastic stoelen) kunt scoren.

Beeld rv

We testten de volgende dag alles, in naam der Journalistiek. Om 7 uur ’s morgens al trokken we de deur van de hut achter ons dicht, gingen de geitjes groeten en doken de speeltuigen in. Er was geen hond. Hoewel ik normaal geen liefhebber ben van alles wat zich voor half negen ’s morgens afspeelt, zag ik hier wel de lol van in. Gelukkig had ik aan oploskoffie gedacht.

Na een uurtje in het kleuterbad was het wel goed geweest voor de drie­jarige: ze gaf zelf aan dat ze terug wou naar onze cabin in the woods, voor nog een paar uurtjes ultieme chill. Zou een heel jong kind dat dan ook aanvoelen, dat zo’n plekje goed is voor je?

Op trekkershutten.nl staan alle plekjes in de Benelux. Na wat rondbellen vond ik redelijk makkelijk, amper een paar dagen op voorhand, nog een hutje. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.