Goesting

Wannes Cappelle: "Ik mis het wel een beetje, de underdog zijn"

Respect voor Willem Vermandere, maar we hebben een nieuwe West-Vlaamse muziekgod: Wannes Cappelle, frontman van Het Zesde Metaal. Verantwoordelijk voor Ploegsteert, het beste Belgische nummer ooit volgens Radio 1-luisteraars, en deels voor Bevergem, de beste West-Vlaamse tv-serie ooit. Voor Wannes telt echter één ding, bekent hij aan Goesting Magazine: "Zolang ik maar tot het einde van mijn dagen muziek kan maken."

We ontmoeten Wannes in zijn nieuwe thuis, een oud huis annex café in hartje Zwevegem. En 'café' mag je letterlijk nemen: eens we over de drempel gestapt zijn, staan we in een kroeg. "Het café dateert van 1931. Door het interieur voelde ik me tot dit huis aangetrokken, ik ga het sowieso in ere herstellen", vertelt Wannes. "Ooit was hier, naar het schijnt ,een Amerikaan op bezoek die zo onder de indruk was van het interieur, dat hij het wilde overkopen en meenemen naar Amerika. Gelukkig ging die deal niet door."

Na vijftien jaar Antwerpen woon je opnieuw in West-Vlaanderen. Terwijl je altijd zei dat je nooit zou terugkeren, omdat je de creativiteit en anonimiteit in Antwerpen zo waardeerde.

Share

Ik wil dat mijn kinderen écht West-Vlaams leren

Wannes Cappelle

"Klopt, maar mijn vrouw en ik verlangden steeds meer naar een huis met een tuin en in 't Stad is dat onbetaalbaar. Lopen of fietsen is ook zalig hier: ik moet geen drukke stadsring over en vijftien kilometer later zit ik in de Vlaamse Ardennen, op de Kluisberg of de Patersberg. Dat én het feit dat we hier dicht bij mijn familie wonen, heeft ons over de streep getrokken. Hoe ouder ik werd, hoe meer ik mijn ouders begon te missen."

De kids voelen zich hier ook al helemaal thuis?

"Ze spreken zelfs al wat West-Vlaams. Ze kenden het dialect natuurlijk van mijn nummers en familie, maar voordien spraken ze toch echt Antwerps. Ongelofelijk hoe snel ze dat nieuwe taaltje oppikken, het verschil tussen 'g' en 'h' kennen ze al niet meer. Een trui noemen ze nu ofwel nen truij, met zo'n overdreven tweeklank, ofwel nen boay. (lacht) Ik spreek nu ook West-Vlaams tegen hen, ik wil dat ze het echte dialect leren en niet zo'n 'gekuist' Nederlands. In het begin voelde dat raar, alsof ik té plat sprak tegen mijn kinderen. Andere ouders hoor ik hier ook alleen maar 'gekuist' Nederlands tegen hun kroost praten. Maar mijn vader heeft me altijd in echt West-Vlaams opgevoed, dus ik dacht: waarom niet? Zo blijft het tenminste bestaan, en de kinderen vinden het tof."

Nen boay kende jij sowieso al, maar heb je intussen al wat andere nieuwe West-Vlaamse woorden ontdekt sinds je terug bent?

"Ja! Ik hoorde het tijdens een potje petanquen met mijn ouders. Ze schreeuwden: 'j'èt het helehans verkullebukt!' op het moment dat iemand het kleine balletje deed wegrollen. West-Vlaams voor verpesten." (lacht)

Een woord dat we binnenkort in een Zesde Metaal-nummer zullen horen?

"In de beginjaren zou ik zulke typisch West-Vlaamse woorden gebruikt hebben, maar nu doe ik het omgekeerde. Als ik twee West-Vlaamse synoniemen heb, kies ik het meest algemene. Ik wil het dialect niet als gimmick gebruiken, snap je. Ik zing niet in het West-Vlaams gewoon om in het West-Vlaams te zingen."

In het prille begin zong je zelfs in het Engels, met je eerste band Old Dog Yet.

"Ha! Het eerste nummer dat ik schreef was inderdaad in het Engels, het heette Break en ging over een stukgelopen relatie. Ik denk dat een aantal vrienden nog een demo hebben, dus als zij ooit kwade bedoelingen hebben, komt het misschien boven. (glundert) Ik was toen twintig en had veel vrije tijd. Mijn ouders hadden onze tv verkocht, dus thuis kon ik niet veel anders doen dan pianospelen. Ik speelde nummers van singer-songwriters na: Tom Waits, Nick Cave, Luc De Vos,... Tot ik genoeg melodieën in mijn vingers had om er zelf te creëren. Zodra mijn eerste nummer af was, wist ik wat ik wilde doen met mijn leven: muziek maken! Het klópte gewoon. Alles wat ik daarna deed, stond in het teken van die droom. Eerst in het Engels, inderdaad, omdat iedereen toen in die taal zong. Maar al snel had ik door: mijn gevoelens en ideeën kan ik pas echt onder woorden brengen als ik in mijn eigen taal schrijf."

Share

Ik val nog liever dood dan dat ik opgeef

Wannes Cappelle

Wanneer ontstond bij jou die muzikale knobbel?

"Ik denk dan terug aan het derde studiejaar. Als achtjarig jongetje dacht ik opeens: als Willem Vermandere doodgaat, wie zal er dan zijn liedjes zingen? Plots besefte ik dat mijn held - want dat was hij toen al - niet onsterfelijk was en ik kon me een wereld zonder zijn liedjes níét voorstellen. Dus herwerkte ik een aantal van zijn nummers, zodat ze over mij gingen en ik ze zou kunnen zingen. Vermandere zong: 'Ik ken je nog goed, min tante Madeleine, je weunde in Brussel ip 't derde verdiep'. Ik had alleen maar een tante Maria die in Wevelgem woonde. Dus ik maakte ervan: 'Ik ken je nog goed, min tante Maria, je weunde in Wevelgem ip 't eerste verdiep.' (lacht) Tante Maria heeft het nooit te horen gekregen, toen zong ik alleen maar voor mezelf."

Plan B: soepbar

Op je zestiende was je Belgisch kampioen triatlon, in je studentenjaren poetste je cantuskelders en na een door niemand opgemerkt eerste album maakte je tóch een tweede. Mogen we je een vechter noemen?

"Ik geef alleszins niet graag op. Als sporter al viel ik liever dood dan dat ik zou stoppen. Ik weet nog dat ik op het Europees Kampioenschap in Hongarije tijdens de laatste meters een paar gasten wilde voorbijsteken. Ik ben toen zo tot het uiterste gegaan, dat ik net voor de eindmeet, tussen het juichende publiek, keihard moest overgeven. (bulderlacht) En in mijn studentenjaren deed ik voor het eerst mee aan een muziekwedstrijd. Na de eerste ronde dacht ik: het niveau ligt niet hoog, dit wordt een makkie. Maar ik lag er na de eerste ronde al uit! Toen zwoer ik: ik kom hier ooit terug en dan zorg ik dat ze beseffen hoe ongelofelijk fout ze waren. Na mijn eerste plaat ging vechten moeilijker: ik had geen inkomen, geen inspiratie en het gevoel dat ik er alleen voorstond en geen echte artiest was. Ik dacht eraan om iets anders te doen, een soeperie te beginnen, maar zodra ik die beslissing probeerde te maken, voelde ik tot in mijn tenen dat ik móést doorpushen. Anders zou ik mijn hele leven het gevoel hebben dat ik gefaald had."

Je wilde een soepbar starten?! Verklap ons dan je beste soeprecept, alsjeblieft.

"Ik ben geen goede kok, maar ik kook wel gráág. En ik zorg ervoor dat er altijd soep in huis is. Meestal smijt ik gewoon wat dingen bij elkaar, maar wortel-paprikasoep met een pikante toets of pompoensoep met kokosmelk zijn mijn specialiteiten. Of de klassieker van mijn moeder en grootmoeder: gewoon soep met ol de groensels, zo dik dat je er bijna je lepel in kan rechtzetten."

Ondertussen zit je met Het Zesde Metaal aan album 4. Hoe ben jij tussen album 1 en nu geëvolueerd?

"Ik heb minder het gevoel dat ik het alleen moet doen. De liveshows, het artwork, de promotie: vroeger dacht ik dat een artiest over álles controle moest houden, nu heb ik geleerd om wat uit handen te geven. Het is ook boeiender om samen met mensen waarmee het klikt, tot iets te komen dat je nooit in je eentje had kunnen bedenken. Dat heb ik geleerd door aan Bevergem te schrijven, altijd in groep. En dat was zo leuk dat ik dacht: waarom zou ik ooit nog iets alleen maken?"

Share

West-Vlaams is hipper geworden. De voorbije jaren gingen zelfs steeds meer Antwerpenaren het gebruiken!

Het gaat nu zeer goed met de band: je speelde op Werchter, boekt shows in Nederland. Denk je dat het West-Vlaams hipper is geworden?

"Dat denk ik wel, ja. De laatste jaren deed ik in Antwerpen bewust minder moeite om mijn dialect te verbergen. Zeker wanneer ik een verhaal vertelde, gebruikte ik West-Vlaams: dat taaltje doet alles sappiger klinken. Het vreemde is: ik merkte de voorbije jaren steeds meer dat ook Antwerpenaren West-Vlaams gingen gebruiken wanneer ze iets sappigs wilden vertellen. Dat was héél nieuw. Op een of andere manier heeft West-Vlaams toch een bijzondere aantrekkingskracht."

Heeft het succes ook zijn nadelen?

"Het gevecht om iets nieuws te schrijven wordt elke keer moeilijker. Het gebeurt vaker en vaker dat ik iets schrijf en denk: dat klinkt als iets dat ik eerder al deed. Ik kan ook niet meer de underdog zijn, terwijl ik me altijd wel in die rol heb thuisgevoeld. Maar eens meer mensen je kennen en je op een podium als dat van Werchter moet staan, gaat dat gewoon niet meer."

IJslands vloeken

Ik las dat jij de enige West-Vlaming bent in de band. Moet je de andere leden helpen met het dialect?

"Alleen wanneer ik het gevoel heb dat ze met hun interpretatie de verkeerde richting uitgaan, zal ik de inhoud een beetje verduidelijken. Tom moet ik wel soms helpen: hij zingt backing vocals maar is een Antwerpenaar, dus bepaalde klanken zijn voor hem echt moeilijk. In Ploegsteert, bijvoorbeeld, zing ik 'kom maar were, 'k goa der stoan'. Tom doet zijn best, maar wat hij zingt, klinkt toch vaak te veel als ''k gá der stáán' (maakt lange a's), dus van tijd tot tijd geef ik hem uitspraaklessen." (lacht)

Je schrijft ook voor theater, boeken, scripts,... Je houdt van verhalen vertellen, en je zei ooit dat liedjes daar het beste middel bij zijn. Waarom?

"Ik zou dat nu niet meer precies zo zeggen. Met een serie of een boek kun je óók mooie verhalen vertellen. Maar muziek is wel de taal die ik het eerste beheerste, en ik vind het makkelijker om emotie te leggen in liedjes dan in andere teksten. Er gebeurt ook iets wanneer ik, of gelijk wie, een nummer zingt: iets dat je niet kan zien, dat langs alle kanten binnenkomt. Daarom weet ik dat ik tot het einde van mijn dagen zal willen optreden. Er gebeurt iets magisch, elke keer opnieuw."

En jij als de songwriter hebt die magie uit het niks gecreëerd. Hoe gek is dat?

"Ja, dat is het fantastische aan liedjes schrijven: telkens wanneer er een nummer af is, voelt het hetzelfde als een nieuw liedje op de radio horen en denken 'wauw, 'k vin da skwone'. Zoiets met je eigen nummer hebben, is zo geweldig. Het voelt altijd alsof het nummer van ergens kwam aanwaaien. Alsof ik iets moois gevonden heb dat nog niemand anders gevonden had, en dan lekker kan zeggen: 'hey, 't is van ik!' Natuurlijk kan je wel de pech hebben - en dat overkomt me regelmatig - dat iemand dan zegt: 'dat klinkt wel heel hard als dit bestaand nummer' en dat je beseft: shit, dáárom vond ik het zo goed." (lacht)

Wannes Cappelle (38)
- Woont met zijn IJslandse vrouw Alda en zoontjes Krummi (8) en Ulfur (6) in Zwevegem.
- Is de frontman van de West-Vlaamse band Het Zesde Metaal, schreef mee aan het scenario van Bevergem en nam de rol van politieman Wantje op zich.
- Droomt van een klein huisje op het IJslandse platteland.
- Mag je 's nachts wakker maken voor heel weinig. Een Westvleteren of een optreden van Radiohead kunnen nog net door de beugel.
- Kan geen dag zonder meditatie. Liefst twee keer twintig minuten, in complete stilte, om zo alle stress van zich af te laten glijden.

nieuws

cult

zine