REVIEW

'Nico, 1988': Kleurrijk icoon krijgt kleurloos portret

1 © RV

Tot het einde van haar leven bleef de Duitse zangeres Nico vechten tegen de Velvet Underground-stempel die ze in de jaren 60 kreeg opgeplakt. De biopic Nico, 1988 wil daarbij helpen, maar doet net vermoeden dat Nico's latere carrière niet zo bijster interessant was.

De jaren 80 waren niet mild voor muzikale iconen van de sixties. Lou Reed ging plots reclame maken voor Honda, Bob Dylan liep Prince en Madonna achterna op de bizarre mislukking Empire Burlesque (en zakte daarna nog dieper met Knocked Out Loaded), en nog voor het decennium goed en wel begonnen was, werd John Lennon neergekogeld in New York.

En dan was er nog Nico. Het Duitse model, dat zich onder impuls van Andy Warhol omschoolde tot gastzangeres bij The Velvet Underground, deed alle moeite van de wereld om haar verleden achter zich te laten, en bezweek in 1988 toen ze ging fietsen op Ibiza. De laatste twee jaar van haar leven vormen de focus van Nico, 1988, een eigenzinnige biopic die een nieuw licht wil werpen op de erfenis van Nico. Alleen schijnt dat licht nogal bleekjes.

Share

Het is moeilijk meeleven met de Nico die regisseuse Susanna Nicchiarelli ons toont

In één van de eerste scènes omschrijft een radiopresentator haar als de “femme fatale van Lou Reed”, waarop Nico (Trine Dyrholm) meteen terugbijt dat ze zo niet wil omschreven worden. Aan haar medewerkers vraagt ze zelfs om te worden aangesproken met haar echte naam, Christa, en later zal ze benadrukken dat haar leven is begonnen “na The Velvet Underground”. De Nico uit Nico, 1988 is dan ook een vrouw van bijna vijftig, met een karakterkop en lang, zwart haar – het blonde, fel opgemaakte model dat we kennen uit de jaren 60 is in de film in geen velden of wegen te bespeuren.

Charisma

De Italiaanse regisseuse Susanna Nicchiarelli heeft dus best wel een interessante keuze gemaakt. Alleen draait die aanpak niet zo goed uit. De echte Nico moet een onweerstaanbaar charismatische vrouw geweest zijn: Federico Fellini bezorgde haar prompt een rolletje in zijn klassieker La dolce vita (1960), Andy Warhol drong er bij Lou Reed op aan dat ze lid werd van The Velvet Underground, en Bob Dylan deed haar voor haar eerste solo-album Chelsea Girl één van zijn eigen songs cadeau (voor de nerds: 'I'll Keep it with Mine'). Maar van dat charisma is in Nico, 1988 weinig te merken. De Nico die we te zien krijgen, is een humeurig, wispelturig en bijwijlen zwak personage, en het wordt nooit duidelijk waarom haar entourage haar blijft bijstaan.

De Deense actrice Trine Dyrholm doet nochtans erg haar best: tijdens de optredens weet ze de zware, hese stem van de zangeres perfect na te bootsen, en het is tijdens die scènes dat de aantrekkingskracht van Nico het meest naar boven komt. Maar verder blijft haar personage, deels door het scenario, erg aan de oppervlakte. Het is moeilijk meeleven met de Nico die Nicchiarelli ons toont: je moet al voorkennis hebben om te weten wat ze zoal heeft meegemaakt, en je vraagt je voortdurend af waarom we net de laatste twee jaar uit haar leven te zien krijgen. Zo wordt zelfs een film van nauwelijks anderhalf uur een lange zit, zeker wanneer we ook plots moeten meeleven met de drugsverslaafde gitarist van Nico's band – een subplot die verder weinig terzake doet.

De soundtrack is natuurlijk wél fantastisch (en met een geweldige versie van 'All Tomorrow's Parties' krijgt Nico's erfenis bij The Velvet Underground hier wel een plaatsje), maar de muziek is slechts een pleister op de wonde. Nico is een kleurrijk icoon uit de popgeschiedenis, en blijft ook dertig jaar na haar dood nog fascineren. Alleen is die fascinatie ver zoek in dit kleurloos portret.

Vanaf 18/4 in de bioscoop.

nieuws

zine