Recensie

“Coureur”: geen voorjaarsklassieker, wel een beloftekampioen

1 Niels Willaerts in ‘Coureur'. © CZAR

Je hoeft geen koersfanaat te zijn om van Coureur te houden. Regisseur Kenneth Mercken, ooit beloftekampioen, is zelfs beenhard voor de sport waaraan hij een deel van zijn leven wijdde. Maar tussen de tragiek schemert ook prachtige poëzie door.

“Koers, dat zit in je bloed”, hoor je op de voice-over van Coureur. Maar, zo was de filosofie in de vroege jaren 2000, soms moest je er nog wat extra koers in je aders spuiten. Coureur volgt de exploten van Felix Vereecke, vertolkt door Niels Willaerts – net als regisseur Kenneth Mercken iemand die de koerswereld van binnen en van buiten kent. Felix wordt in het wielrennen geduwd door zijn vader, de obsessieve en gefaalde wielrenner Mathieu (Koen De Graeve). Om zich aan zijn vaders juk te onttrekken, sluit hij zich aan bij een semi-professioneel team in Italië.

Share

In ‘Coureur’ staat de schoonheid van afzien centraal, maar ondertussen kijkt Mercken ook in de kop van zijn hoofdpersonage die steeds verder wegglijdt

Daar loopt het fout: een ploeggeest is er ver te zoeken, en onder impuls van de teamleiders zoekt Felix extremere methoden om als eerste over de meet te komen. Mercken zoekt in zijn beelden zowel naar tragiek als poëzie: de trage voice-over van Willaert en de in sepiatinten gedrenkte Italiaanse landschappen dragen daartoe bij. Met ijle pianonoten, zware stonerrock of briesende techno weet de regisseur ook telkens opnieuw de eenzaamheid, het doorzettingsvermogen en de opwinding van het leven op de fiets te onderstrepen. In Coureur staat de schoonheid van afzien centraal – je hoeft heus geen koersgek te zijn om dat te kunnen inzien – maar ondertussen kijkt Mercken ook in de kop van zijn hoofdpersonage die steeds verder wegglijdt: “Ik kan alleen nog maar verliezen”, hoor je hem mompelen.

Afrekening én liefdesbrief

Soms fietst Coureur ook verloren: het ritme van de film zit niet altijd even goed, en ondanks zijn karakterkop weegt Willaert als acteur ietsje te licht om de storm in zijn hoofd met overtuiging kunnen te tonen. In de laatste rechte lijn toont Mercken wél het ontegensprekelijke talent dat hij als filmmaker bezit: op dat moment laat hij de broeiende storm van zijn hoofdpersonage exploderen, en met archiefbeelden van zijn vader laat hij ook in zijn eigen herinneringen kijken.

Zo is Merckens debuut is tegelijk een afrekening met de wielersport, én zijn liefdesbrief aan de koers. Om nu al het etiket van ‘voorjaarsklassieker’ opgeplakt te krijgen, weegt Coureur misschien nog een tikkeltje te licht. Maar met zijn unieke beeldtaal mag Kenneth Mercken wel een gooi doen naar de titel van beloftekampioen. 

nieuws

cult