Filmrecensie

‘The Florida Project’: arm Amerika

Bruisend drama toont strijd van bijna-dakloze Amerikanen

2 © Marc Schmidt

Door de ogen van een kind kan armoede er best vrolijk uitzien. Dat toont Sean Baker in het bruisende, onsentimentele en atypische The Florida Project.

“Ceeeelebrate good times, come on!” zingen Kool & The Gang over de openingsbeelden van The Florida Project. De toon is meteen gezet: regisseur Sean Baker (Tangerine) wil een feestje bouwen. Een kinderfeestje meer bepaald, want Moonee (Brooklynn Prince), de heldin van zijn film, is zes jaar oud. Samen met haar pittige moeder Halley (Bria Vinaite) woont ze in het fel paars geverfde hotel Magic Castle. Daar heeft ze vriendjes genoeg om de lange, hete zomerdagen al spelend mee door te brengen.

2 Karakterkop Willem Dafoe speelt verrassend zachtaardig, Brooklynn Prince schittert in haar rol als Moonee. © Marc Schmidt

Dat is de positieve versie, bekeken door de ogen van Moonee zelf. Maar gaandeweg ontwaart de kijker een ander beeld: Magic Castle is ondanks zijn kleurige muren eigenlijk maar een afgeleefd motel – voor velen een laatste halte voor ze met hun hele gezin in de dakloosheid terechtkomen. Bovendien valt Halley bezwaarlijk een voorbeeldmoeder te noemen, ook al ziet ze haar dochter doodgraag. Hoe meer je als kijker de puntjes met elkaar gaat verbinden, hoe droeviger het plaatje.

Falende staat

Share

'The Florida Project' vertoont gelijkenissen met 'I, Daniel Blake' van Bakers grote voorbeeld Ken Loach, maar dan wel zonder het geheven vingertje

Halley mag dan ergens in de twintig zijn, in feite gedraagt ze zich even kinderachtig als haar dochter. Met veel respect en zonder het er ostentatief in te wrijven, toont Sean Baker daarmee dat de Amerikaanse staat, met zijn falende sociale zekerheid, arme mensen niet de kans geeft om uit te groeien tot zelfredzame volwassenen. En zolang dat niet verandert, zal ook Moonee hetzelfde lot beschoren zijn.

En toch bevat deze film geen spoor van het sombere miserabilisme waar heel wat andere sociale drama’s onder kreunen. “Let’s celebrate”, weet u nog? De toon blijft (grotendeels) zonnig en rebels. De camera hobbelt niet rauw op de schouder, maar zwaait filmisch over de grond.

Naar een echte plot is het even zoeken: we hangen samen met Moonee en haar vriendjes op parkeerterreinen, aan het ijskraam of voor tv. De film leeft aanvankelijk van dag tot dag, zonder toekomstperspectief – net zoals de personages. Het verhaal dat later toch komt bovendrijven, is niet per se bijzonder origineel, maar de manier waarop het verteld wordt, is dat wel. Baker filmt namelijk met een open vizier, zonder ook maar enig waardeoordeel te vellen over zijn protagonisten. Erg verfrissend.

Geen heiligenportret

The Florida Project vertoont bepaalde gelijkenissen met I, Daniel Blake van Bakers grote voorbeeld Ken Loach, maar dan wel zonder het geheven vingertje, en zonder de sentimentele arbeidersheroïek. Dit is geen heiligenportret. En dat hoeft het duidelijk ook niet te zijn om je te ontroeren.

Karakterkop Willem Dafoe speelt verrassend zachtaardig, maar het zijn de minder bekende castleden die het meest bijblijven: Bria Vinaite, die Baker gewoon van Instagram plukte, is ijzersterk als grofgebekte moeder. En ook de kindacteurs – vaak een heikel punt in films – bezondigen zich niet aan te gevatte oneliners. Wat er in deze film uit hun mond komt, zou je ook in de gemiddelde speeltuin kunnen horen. Zij maken van The Florida Project echt een film die beweegt, ademt, leeft.

Vanaf 17/01 in de bioscoop.

cult

zine