Filmrecensie

‘Resurrection’: debuut met ballen en bravoure

2 Johan Leysen in 'Resurrection' © rv

Met Resurrection toont debutant Kristof Hoornaert wat voor films Vlaanderen van hem mag verwachten: geen hapklare brokken, wel een stevige portie eigenzinnigheid. Soms is zijn stijl nog een tikkeltje té rigide, maar Hoornaerts eersteling heeft wel ballen en bravoure.

Op het cv van Oostendenaar Kristof Hoornaert staat al een kortfilm met de titel Kaïn, maar kennelijk was de jonge filmmaker nog niet klaar met het Bijbelse verhaal over de broedermoord. Zijn langspeeldebuut Resurrection is nauwelijks begonnen, of een jongeman slaat een andere jonge kerel z’n hoofd in, om erna doelloos in de bossen te verdwalen. Uiteindelijk wordt hij opgevangen door een vreemde kluizenaar die zijn eigen last meedraagt.

Share

Twee uur lang geeft Hoornaert een nieuwe invulling aan het begrip ‘beeldtaal’: in plaats van dialogen en muziek gebruikt hij uiterst gestileerde beelden om zijn verhaal te vertellen

We zouden ‘spoiler alert’ kunnen schrijven, maar plotgewijs valt er weinig te spoilen. Dat is geen verwijt: Hoornaert is minder geïnteresseerd in plot dan in pakkende enscenering en onderkoelde emotie. Zijn debuut afdoen als style over substance zou daarom te gemakkelijk zijn: Resurrection heeft wel degelijk iets te vertellen. Iets over eenzame mensen, die elkaar vinden in hun onuitgesproken ellende.

Dat ‘onuitgesproken’ mag u behoorlijk letterlijk nemen. Voor een overdaad aan vlijmscherpe dialogen zit u bij
Resurrection verkeerd: het (naamloze) personage van Gilles De Schryver spreekt de hele film geen woord uit, en ook het (al even naamloze) personage van Johan Leysen valt bezwaarlijk als een spraakwaterval te omschrijven. Hoeft ook niet: Leysen kan met de groeven in zijn karakterkop meer zeggen dan de gemiddelde acteur met een Shakespeare-monoloog, en De Schryver – bijna onherkenbaar met zijn kortgeschoren kop – maakt indruk met een nochtans weinig dankbare rol.

Nieuwe beeldtaal

Dat beperkte aantal dialogen leidt ertoe dat de film wel eens gaat vervelen. Temeer omdat Hoornaert koppig weigert om zijn publiek met nieuwe informatie te voeden wanneer het honger heeft. Met een speelduur van bijna twee uur vraagt Resurrection veel geduld, daar zelden duidelijk wordt welke richting de film uitgaat. Op die momenten durft de film te verglijden naar een ietwat navelstaarderig kunstproject, maar gelukkig bouwt Hoornaert wel ergens naartoe: uw geduld wordt uiteindelijk beloond, zij het misschien niet op de manier die u had verwacht of verhoopt.

2 Johan Leysen in 'Resurrection' © rv

Dat Hoornaert zich niet al te veel aantrekt van wat het publiek van hem verwacht, toont dat hij naast koppig ook behoorlijk eigenzinnig is: de jonge regisseur heeft, als u het ons vraagt, veel naar de films van Ingmar Bergman en Andrei Tarkovsky gekeken - die bevreemdende, groene kleur komt zo uit Stalker - maar hij doet met die inspiratie wel zijn eigen ding. Twee uur lang geeft hij een nieuwe invulling aan het begrip ‘beeldtaal’: in plaats van dialogen en muziek – op een streepje Mozart na, is er van een soundtrack geen sprake – gebruikt Hoornaert uiterst gestileerde beelden om zijn verhaal te vertellen.

De vrijwel steeds perfect gecentreerde composities, gecombineerd met zorgvuldige, spaarzame camerabewegingen zijn het waard om frame per frame ingekaderd te worden. Maar bovenal geven ze je als kijker ook het gevoel dat je de bevoorrechte getuige bent van een speciale gebeurtenis, ook al begrijp je die vaak nauwelijks.

“Een film als Resurrection is zeldzaam”, had Johan Leysen ons voor de première op Film Fest Gent verteld. Hij heeft gelijk: dit is cinema die niet iedereen zal kunnen bekoren, en even fervente voorstanders als tegenstanders zal hebben. Maar het is een film met een radicale visie, en dat is zeldzaam, en een verdienste op zich.

nieuws

cult

zine