Architectuur

Tentoonstelling 'Find myself a city to live in': zelfbewust, precies, zelfzeker

Architectenduo HDSPV toont in deSingel 'Find myself a city to live in'

2 Spoorwegbrug aan de Burggravenlaan in Gent. In de composities en constructies van De Smet en Vermeulen krijgen gewone elementen een nieuwe betekenis: architectuur in dienst van de openbare ruimte. ©rv © Dennis De Smet

Find myself a city to live in. Die zin uit 'Cities' van de Talking Heads is architecten Henk De Smet en Paul Vermeulen, kortweg HDSPV, op het lijf geschreven. In hun tweede tentoonstelling in deSingel, twintig jaar na de eerste, herhalen ze hun stelling dat de stad van verschillen de echte en meest harmonieuze stad is.

Het eerste wat je ziet, zijn muurhoge, gestileerde tekeningen van gezichten van de hand van Benoît van Innis. Je herkent ze meteen: ze sieren metrostation Maalbeek, en gingen na de aanslag in maart de wereld rond. Velen herkenden er een beeld in van een grootstad waarin mensen diversiteit accepteren.

HDSPV maakte het ontwerp voor dat station, en haalde Van Innis er destijds bij. Maar hier gaat het dus niet over dat ontwerp, wel over het idee van diversiteit, waar HDSPV pal achter staat. Weliswaar zonder vrome praatjes. Op hun manier zijn Desmet en Vermeulen best tegendraads.

Neem nu hun voorstel voor de 19e-eeuwse Leopoldkazerne in Gent. Ze is al jaren in onbruik. Te groot, te pompeus, te duur in onderhoud. Maar niemand durfde te raken aan de plechtige symmetrie van het binnenplein. Behalve HDSPV dus. Zij schrapten bij de wedstrijd voor een Provinciehuis alle ‘dubbels’ en vervingen ze door ongecomplexeerd moderne bouwsels voor onder meer een wijksportzaal, woningen en kunstateliers.

Een echte stad

De vormentaal die HDSPV daar hanteerde is nauwelijks gesigneerd. Het is niet ‘typisch HDSPV’, zoals je van ‘typisch Zaha Hadid’ spreekt. HDSPV sprokkelt (voor-)beelden bij elkaar en zet die behendig in om een monumentale maar morsdode architectuur een injectie street credibility te geven. Om een gesloten blok open te breken.

Een onorthodox, bijna aanstootgevend voorstel in ons door ‘erfgoed’ bezeten tijdperk. Geen wonder dat het niet weerhouden werd. Maar het is wel stevige food for thought. Willen we wel een stad met enkel gebouwen die oud genoeg zijn om gedachteloos ‘mooi’ gevonden te worden? Of willen we een echte stad? In het mooie gidsje bij de tentoonstelling geeft HDSPV zijn definitie ervan: "Een collectief bouwwerk in voortdurende verandering (…). Het toneel dat de praktijken van het dagelijks leven glans verleent en opvattingen weerkaatst over ons samenleven. In al die betekenissen vormt de stad een onuitputtelijke bron."

Share

Het gaat om denkbeelden, ideeën. De tentoonstelling eist daardoor aandacht, ondanks de vele maquettes en tekeningen

Je moet die sociale en vormelijke diversiteit wel willen, en kunnen, zien. David Byrne van Talking Heads zong in 'Cities', op Fear of music (1979): "Memphis, home of Elvis and the ancient Greeks." Versta: een stad is hoog en laag, oud en nieuw, populair en voornaam. Als je er maar kunt leven. "Met zo iemand kunnen we zaken doen", stelde Paul Vermeulen in zijn openingsrede.

Oud en nieuw

De paradox is dat HDSPV zo meer begaan blijkt met erfgoed dan erfgoedspecialisten. HDSPV wikt en weegt alles op zijn waarde. Dat toont het ontwerp voor Arca Ganda/Portus Ganda, de samenvloeiing van de Reep en de Schelde. De oude Belgacomtoren was hier het moderne bête noire dat de oude wijk verdrukte. Afbreken leek de evidentie zelve. Terug naar vroeger! Bij een wedstrijd was HDSPV alweer de hond in het kegelspel. Deze keer in een coalitie met onder meer bureau Devylder Vinck Taillieu (DVVT), ook nooit te beroerd om idées reçues op de schop te nemen.

Het eerste wat je ziet, zijn muurhoge, gestileerde tekeningen van gezichten van de hand van Benoît van Innis. Je herkent ze meteen: ze sieren metrostation Maalbeek. ©rv © Bart Van Leuven

Zij oordeelden dat het volstond om her en der wat snijden in de torenvolumes en het stratenpatroon aan te helen. Het Telexgebouw met zijn merkwaardige betongevel kreeg zelfs eerherstel, als erfgoed van de twintigste eeuw. In plaats van onnadenkend terug te grijpen naar oude modellen brak het team een lans voor de stad als een verzameling ‘sterke karakters’, oud en nieuw kriskras door elkaar. Ook die uitdagende propositie haalde het echter niet.

Naast die verloren competities toont de expositie ook gerealiseerde projecten. Maar daar gaat het dus niet om. Het gaat om denkbeelden, ideeën. De tentoonstelling eist daardoor aandacht, ondanks de vele maquettes en tekeningen. Projecten worden zelden van naaldje tot draadje toegelicht, maar opgevoerd om een specifieke gedachte te demonstreren aan de hand van een ontwerp.

Lastige knopen

Vergis je overigens niet. Op het eerste gezicht cijfert HDSPV zichzelf weg voor het grootse spektakel van de stad. Maar grootse spektakels behoeven een regisseur. Die staat niet op het podium, maar zonder hem wordt het een zootje. Hij berekent het effect, ziet kansen, weet wat wel en niet werkt. De regisseur houdt de ploeg bij elkaar, laat mensen schitteren, maar hakt ook lastige knopen door.

Zulke architecten-regisseurs zijn HDSPV: ze kennen de geschiedenis, weten wat er te koop is, en doen daar hun voordeel mee. Zelfbewust, precies, zelfzeker. Daardoor kunnen ze moeiteloos plaatsmaken voor andere architecten, maar ook kunstenaars als Van Innis, Patrick van Caeckenbergh of Gosia Olchowska. Ze hoeven niet per se zichtbaar te zijn. Het werk spreekt voor zich.

En dat het resultaat soms dissonant is? Ach… Ook daar valt lering te trekken uit David Byrne. Zijn lp uit 1979 heette wel Fear of music, maar ondanks zijn schelle stem en stuntelige dansjes ging hij toch door. Hij kon niet anders. Net zo is het met HDSPV.

Tot 11 juni in deSingel. www.hdspv.be

nieuws