Maandag 05/12/2022

GetuigenisCirculair ondernemen

Ondernemers getuigen: een ‘circulair’ bedrijf starten klinkt mooi, maar blijkt lastig

Nele Vlaeminck (links) en Esther Noëth van Sofar. Zij willen een circulaire zetel op de markt brengen. Beeld Wouter Van Vooren
Nele Vlaeminck (links) en Esther Noëth van Sofar. Zij willen een circulaire zetel op de markt brengen.Beeld Wouter Van Vooren

Ook Poetins oorlog benadrukt dat we beter onafhankelijker kunnen worden voor grondstoffen. Maar de meest start-ups vinden een bedrijf beginnen dat maximaal materialen hergebruikt moeilijker dan een ‘gewoon’ bedrijf beginnen, toont een enquête. ‘De Vlaamse ‘doe normaal’-attitude is een blokkade.’

Barbara Debusschere

Belgen zijn wereldberoemd omdat we zo flink recycleren. Maar hoewel de gele, witte en blauwe vuilniszakken een verschil maken, vergen de klimaat- en grondstoffencrisissen vandaag veel meer van welvarende industrielanden dan het juiste flesje of potje in de juiste zak mikken.

Willen we zoveel mogelijk klimaatellende vermijden en onszelf indekken tegen tekorten aan essentiële grondstoffen zoals hout, aardmetalen, papier en staal, dan moeten we die veel meer gaan hergebruiken. Want die tekorten worden steeds concreter. Een recent voorbeeld is het papiertekort. Dat is ontstaan door de grote wereldwijde vraag naar houtvezels, onder andere vanuit de Chinese bouwsector, en omdat we meer online shoppen, waardoor de nood aan karton explodeert.

De pandemie zette onze grote afhankelijkheid ondertussen op scherp: doordat economie en wereldwijd transport stokten, ontstonden grote tekorten met prijsstijgingen als gevolg zodra de economie weer sterk aantrok. Als klap op de vuurpijl onderstreept nu ook de oorlog in Oekraïne het grondstoffenprobleem. Zo pieken niet alleen de gasprijzen, maar ook die van zeldzame metalen als nikkel omdat Rusland een aanzienlijk deel van die productie in handen heeft. En nikkel zit in elektronica zoals smarpthones en laptops.

Een extra reden om de circulaire economie zo snel mogelijk vorm te geven, vindt milieuminister Zakia Khattabi (Ecolo). “De economische heropleving na corona en de oorlog zetten in de verf hoezeer we voor onze fossiele brandstoffen en kritieke grondstoffen extreem afhankelijk zijn van anderen”, zegt ze. Bovendien zijn voor de energietransitie juist nog meer schaarse grondstoffen nodig zoals lithium, nikkel en koper om onder andere batterijen, zonnepanelen en windturbines mee te maken.

Daarom bepleit Khattabi “een grootschalig investeringsplan voor de uitbouw van een circulaire economie die opgewassen is tegen deze uiterst belangrijke uitdaging voor onze toekomst”.

Eindeloos in omloop

In zo’n ‘circulaire economie’ wordt gegarandeerd dat zo weinig mogelijk grondstoffen verloren gaan. Stenen, glas en metaal uit afgedankte gebouwen worden dan bijvoorbeeld zo goed als volledig hergebruikt in een nieuw gebouw en onze gsm’s en laptops blijven eindeloos in omloop. Ze worden gerepareerd wanneer ze stuk zijn en wanneer ze de geest geven, worden de kostbare materialen hergebruikt in nieuwe exemplaren. En in plaats van allemaal een eigen fiets of auto te kopen, ‘kopen’ we steeds meer fiets- of autoritjes.

De federale en Vlaamse regering mikken in hun relanceplannen alvast op een 30 procent kleinere ‘materialenvoetafdruk’ binnen de acht jaar. Die voetafdruk weerspiegelt het totale verbruik van de grondstoffen die nodig zijn voor onze consumptiegoederen. Hoewel de consumptie stijgt, moet die afdruk dus krimpen.

Dat blijkt lastig. De meest recente Vlaamse cijfers dateren al van vier jaar geleden en tonen een stijging. In 2010 was 176 miljoen ton aan buiten- en binnenlandse grondstoffen nodig om onze binnenlandse consumptie te realiseren. In 2018 was dat toegenomen tot 191 miljoen ton.

Dat komt onder andere omdat we geen eiland zijn. “Eigenlijk moet je werken met heffingen aan de grens, want China blijft de fabriek van de wereld”, zegt professor milieu-economie Steven Van Passel (Universiteit Antwerpen). “Wanneer hier spullen en grondstoffen blijven binnenkomen die te goedkoop zijn als je kijkt naar de milieu-impact, blijft het moeilijk. Textiel is daar een voorbeeld van. We hebben veel circulaire start-ups nodig die met andere businessmodellen de status quo doorbreken.”

Zo’n idealistische durvers zijn er zeker. “En Vlaanderen doet veel voor hen”, zegt Van Passel. “Er zijn subsidies, steun en begeleiding. Ook probeert het voor eigen aanbestedingen de circulaire aanpak te omarmen.” De overheid zet eveneens netwerken op om kennis uit te wisselen. Bovendien is in het Vlaamse relanceplan 75 miljoen extra voorzien voor steun aan circulaire start-ups.

Met dank aan overheidssteun

Ondernemers die het effectief doen, loven de overheidssteun. “Dankzij het Vlaamse Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) en Vlaanderen Circulair hebben wij onze herbruikbare binnenwanden erg goed technisch kunnen testen. Zo konden we aantonen dat ons idee werkt”, zegt bijvoorbeeld Chris Van de Voorde van JUUNOO.

Chris Van de Voorde van JUUNOO verkoopt herbruikbare binnenwanden. Beeld Wouter Van Vooren
Chris Van de Voorde van JUUNOO verkoopt herbruikbare binnenwanden.Beeld Wouter Van Vooren

Omdat er wereldwijd jaarlijks 300 miljard ton wanden uit vooral staal en gipskarton worden gemaakt die uiteindelijk allemaal op de afvalberg belanden en omdat hij voor zijn twee kinderen wil werken aan de toekomst, smeet Van de Voorde zich op de circulaire binnenwand, die je zeven keer sneller in elkaar zet dan een gewone. Dat scheelt in werkuren en dus kosten. Je kunt deze wanden eindeloos hergebruiken of je geeft ze voor een bepaald bedrag terug aan JUUNOO dat alle materialen opnieuw gebruikt. Massa’s staal en gipskarton blijven zo in omloop.

“In de conservatieve bouwsector is dit idee er niet meteen vlot ingegaan, maar ondertussen stellen we het erg goed en sluit zelfs Gyproc, dé grote speler in wanden, zich bij ons aan”, zegt Van de Voorde. “Dat we naast technische steun bij de start ook subsidies kregen, heeft mee ons succes bepaald.”

Ook Niki de Schryver van COSH! heeft haar idee mee kunnen verzilveren met 100.000 euro aan Vlaamse steun. COSH! is een online platform waar je vlot ontdekt welke modewinkels in jouw gemeente kledij aanbieden die écht duurzaam zijn. Want COSH!, dat niet samenwerkt met de merken en dus onafhankelijk is, screent de jeans, enkellaarsjes of lingerie op maar liefst 265 duurzame criteria.

“Mode is een van de meest vervuilende sectoren”, zegt De Schryver. “Wij maken het makkelijk om je weg te vinden in de wirwar van soms misleidende labels”. De winkels die op het platform aansluiten, betalen een lidmaatschap, waardoor COSH! nu na 2,5 jaar break-even draait. Dankzij subsidies van Vlaanderen Circulair, begeleiding op maat van Start it @KBC, Netwerk Ondernemen en Imec kon De Schryver het businessplan en de verkoopstrategie op scherp stellen en is COSH! nu actief in zestien Belgische gemeentes en in Amsterdam.

Ondanks de steun gaat het niet vanzelf. Alleen al die subsidies aanvragen blijkt niet evident. “Tot nu heb ik vooral eigen kapitaal geïnvesteerd”, zegt Nele Vlaeminck van Sofar, dat samen met Esther Noëth mikt op circulaire sofa’s. “Gelukkig hebben we ook kmo-groeisubsidies binnengehaald. We zijn erg blij met zo’n belangrijke steun. Maar zo’n dossier indienen is een heel karwei. Zo moet je garanderen dat je bepaalde elementen van je bedrijfswerking zult onderzoeken. Dat is moeilijk wanneer je nog niet weet waar je exact zult landen met productieprocessen.”

Obstakels

Een enquête door Vlaanderen Circulair, VITO en Start it @KBC bij 103 start-ups bevestigt dat de meerderheid een rendabel circulair businessmodel uitbouwen een pak moeilijker inschat dan met een ‘gewoon’ bedrijf beginnen.

De meesten (54 procent) vinden het ‘moeilijker’ tot ‘veel moeilijker’ (15 procent). De start-ups zien vooral drie drempels: de hoge startkosten (30 procent), hun sector die vooral ‘lineair’ (volgens het wegwerpprincipe, BDB) werkt (29 procent) en het feit dat nieuwe materialen soms goedkoper zijn dan een nieuw proces om materialen te hergebruiken (29 procent).

Ook genoteerd als obstakels: “De businessmodellen zijn niet bekend bij klanten en leverancier”, “De wetgeving is nog te beperkend of er zijn te veel vergunningen nodig”, “Je moet opboksen tegen concurrentie die geen enkele rekening houdt met milieukosten en andere maatschappelijke kosten die niet vervat zitten in de uiteindelijke (goedkopere) prijs van het eindproduct.”

Slechts zeven van de 103 ondervraagde starters zien voordelen. Eén voorbeeld: wanneer je een reparatiedienst hebt, is dat een uitgelezen vorm van klantenbinding. En opmerkelijk genoeg verschilt de mening van circulaire start-ups hierin niet noemenswaardig van die van de andere start-ups.

“Je moet inderdaad heel gedreven zijn om eraan te beginnen”, zegt De Schryver. “Ik heb me geregeld afgevraagd of ik het mijn gezin nog wel kon aandoen, zoveel werken om COSH! van de grond te krijgen. Ik ben eraan begonnen uit idealisme en ik had veel relevante ervaring, maar dat volstaat niet. Je botst op onvoorziene barrières. Zo is mijn businessmodel complexer dan andere. Niet iedereen begrijpt het meteen en je staat daar dan alleen mee in die grote modesector waarin het wemelt van de desinformatie. Je moet jezelf zichtbaar maken. Ook dat heb ik onderschat.”

Meer steun in de tussenfase zou volgens De Schryver veel helpen. “In de startfase heb je begeleiding, zijn er subsidies die je kunt proberen te verzilveren en ben je mogelijk een hype. Maar daarna valt dat stil”, zegt ze. “Terwijl net dat de zwaarste fase is, waarin je je concept sterker in de markt moet gaan zetten.”

Ook Noëth en Vlaeminck getuigen dat alles complexer is. Hun start-up gaat nu van de onderzoeksfase naar prototypes realiseren. In de zetels zit zo weinig mogelijk polyurethaanschuim. Dat is vervangen door een stalen frame en ingenieuze metalen veren. Ook nietjes en lijm vermijden ze, zodat je de zetel-elementen makkelijk kunt hergebruiken en Sofar voorziet een reparatiedienst.

“In onze plannen ziet het er geweldig uit, maar het is ingewikkeld”, zegt Noëth. “Zo is het niet makkelijk om in te schatten wat de restwaarde van onze zetels binnen pakweg tien jaar zal zijn. Niemand weet hoe de grondstoffenmarkt er dan zal uitzien.”

Je als onbekende pionier met een revolutionaire aanpak manifesteren in een klassieke sector blijkt ook voor Sofar een tweede grote uitdaging. “Nu we ons ontwerp gaan testen door prototypes te maken, merken we dat wij als kleine nieuwkomer met zo’n ongebruikelijk productieproces echt bijna moeten ‘smeken’ bij leveranciers”, vertelt Vlaeminck.

Idealiter zet de overheid nog meer in op subsidies, op een circulaire aanpak in overheidsopdrachten en op fiscale aanpassingen, zo antwoorden de ondervraagden in de enquête.

Dat laatste is ook waar de vrouwen van Sofar op wijzen. “Het belastingsysteem is het belangrijkste”, zegt Noëth. “Lonen worden zwaar belast, maar grondstoffen niet. Voor ons zou dat net omgekeerd moeten. Wij hebben veel minder grondstoffen maar meer werkkrachten nodig dan concurrenten, omdat wij met reparatie en terugname zullen werken. Hier ligt een taak voor de overheid.”

Van de Voorde ziet ook een psychologische blokkade. “In Vlaanderen heerst een ‘doe normaal’-attitude, zeker in de bouwsector”, zegt hij. “Daar loop je als circulaire start-up al tegenaan, want wij doen juist niet normaal, dat is het hele idee. Ook bij overheidsopdrachten speelt dat. Dan kun je bijvoorbeeld aantonen dat je product een pak minder CO2 uitstoot, maar lukt het niet om daar rekening mee te houden omdat het niet past in de bestaande regels. Zo hebben onze wanden een aanzienlijke restwaarde die je als koper terugkrijgt. Maar in de Excel-sheets voor openbare aanbestedingen staat gewoonweg geen veldje voor ‘restwaarde’. Zo gaan we er echt niet komen. Wij plannen nu om uit te wijken naar de VS omdat de regelitis en de schrik voor iets totaal nieuws daar stukken kleiner is.”

Leerproces

Volgens Brigitte Mouligneau van Vlaanderen Circulair is circulaire voorstellen integreren in openbare aanbestedingen ook voor overheden nog een leerproces. “Maar het is volgens juristen zeker mogelijk en zou start-ups dus niet mogen afschrikken”, zegt ze. Dat geldt ook voor de andere hindernissen die uit de enquête naar voren komen.

“Start-ups lijken circulaire strategieën als iets extra’s te zien dat niet tot de kern van hun bedrijf hoort. Maar grondstoffen, energie en water beschikbaar en betaalbaar houden moet volledig de kern van je bedrijf uitmaken”, stelt Mouligneau. “Zo toonde een eerdere enquête van ons en VITO dat 98 procent van de lineaire kmo’s flinke hinder ondervond van de pandemie omdat de grondstoffentoevoer stokte. Slechts 34 procent van de circulaire bedrijven had daar last van, want zij hebben meer nagedacht over de grondstoffenketen en hebben een sterkere band met leveranciers en consumenten. Water, energie en grondstoffen maken ook zo’n 40 procent uit van de kosten van kmo’s. Bij circulaire kmo’s is dat stukken minder.”

Nog een voordeel is dan ook dat er “goed geld te verdienen valt”, benadrukt Van de Voorde. “Bij circulaire economie denken mensen vooral aan idealisten die met veel moeite break-even draaien. Maar het is wat mij betreft in de eerste plaats economie. Het is winstgevend om niet alles nieuw te maken. Wij boeren erg goed, want ik verdien meer aan mijn wanden omdat ik ze telkens recupereer in plaats van steeds opnieuw die materialen te kopen. De start kan ingewikkeld zijn, maar velen beseffen nog te weinig dat circulair werken vooral economisch een grote voltreffer kan zijn.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234