bouwen

Waar mag nog gebouwd worden? Vlaamse gemeenten helpen Schauvliege met plan

1 Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege (CD&V). ©BELGA

Waar mag in de toekomst nog gebouwd worden? Die vraag moeten alle 308 Vlaamse steden en gemeenten de komende maand beantwoorden. Vlaams minister van Omgeving Joke Schauvliege (CD&V) wil tegen 7 juli weten wat ze van plan zijn met het woonuitbreidingsgebied op hun territorium.

Met het boskaartdebacle nog vers in het geheugen waagt Joke Schauvliege zich toch opnieuw aan cartografie. Deze keer wil de minister de 13.000 hectare woonreservegebied in Vlaanderen in kaart brengen. Om te vermijden dat die kaart, zoals bij de boskaart, tot een storm van protest leidt, mogen de steden en gemeenten deze keer hun zegje doen. Ze krijgen een maand tijd om te laten weten welke stukken woonreservegebied ze in de toekomst nog tot bouwgrond willen omvormen en welke stukken definitief open ruimte mogen worden.

Share

Het is niet de bedoeling dat er op al die gronden huizen komen. Het ruimtegebruik moet immers drastisch naar beneden

Waar gaat het precies om? Verspreid over heel Vlaanderen ligt nog 13.000 hectare woonuitbreidingsgebied, grond die in de toekomst nog bouwgrond kan worden. Alleen is het niet de bedoeling dat er op al die gronden ook effectief huizen komen. In het kader van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen moet het ruimtegebruik drastisch naar beneden. Nu wordt er nog 6 hectare per dag ingenomen, tegen 2025 mogen dat er nog 3 zijn, en tegen 2040, wanneer de betonstop ingaat, mag helemaal geen nieuwe ruimte meer worden aangesneden.

'Protest is er altijd'

De gemeente- en stadsbesturen kunnen online aangeven wat de plannen met hun woonreservegebied zijn. Daar wordt dan rekening mee gehouden in de definitieve lijst met gronden die wel of niet bebouwd mogen worden.

Op die manier hoopt Schauvliege het protest tot een minimum te beperken. Al ligt de bestemming van het woonuitbreidingsgebied sowieso minder gevoelig, vermoedt men op het kabinet van minister Schauvliege. Het gaat om gronden die nog niet als bouwgrond staan ingekleurd. Bij de boskaart was dat anders: die vormde 3.000 hectare industrie- , recreatie- en bouwgrond om tot bosgebied, wat bij de eigenaars heel wat kwaad bloed zette.

Maar niet iedereen is tevreden. Lydia Peeters (Open Vld), burgemeester van Dilsen-Stokkem, liet dit weekend in Het Belang van Limburg weten dat een maand te kort is om een bestemming te plakken op alle uitbreidingsruimte in haar gemeente.

Bij de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG) ziet men het probleem niet. "De meeste gemeenten en steden hebben die uitbreidingsruimte al geïnventariseerd en beslist wat ze ermee willen aanvangen", vertelt voorzitter Wim Dries, tevens burgemeester van Genk. "Wij hebben die lijst tien jaar geleden al opgesteld. Als blijkt dat er gemeenten in de problemen komen door die timing, zullen we de minister om uitstel vragen."

Nog volgens Peeters zou geen enkele burgemeester bereid zijn om aan te geven dat er in bepaalde woonuitbreidingsgebieden nooit meer gebouwd mag worden. Maar ook dat blijkt wel mee te vallen. "Lokale besturen hebben redenen om uitbreidingsgebieden niet te laten bebouwen", klinkt het bij Schauvliege. "Het bouwklaar maken van moeilijk bereikbare gronden, of gronden die te ver van de dorpskern liggen, is bijvoorbeeld heel duur."

In Genk is er alvast voor gekozen om een deel van het uitbreidingsgebied niet te benutten. Ook al vinden de eigenaars daarvan dat meestal niet leuk. "Protest is er altijd", relativeert burgemeester Dries. "Ook als er bouwgrond bijkomt, zijn de mensen die er in de buurt wonen niet altijd even blij."

nieuws

zine